M.S.
of Multiple Sclerose
M.S. kan beschouwd worden als een auto-immuunziekte bij een erfelijk
voorbeschikt persoon in bepaalde geografische omstandigheden. Ongeveer 1 Belg op 10.000 heeft M.S. en
ongeveer tweemaal zoveel vrouwen als mannen.
De ziekte begint meestal tussen 20j en 40j, zelden onder de 15j of boven
50j.
De ziekte kan plotseling opsteken maar er kan ook sprake zijn van een
sluipend en traag begin en verloop.
Ze wordt gekenmerkt door een progressieve vernietiging van de isolerende
myelineschede rond zenuwvezels en het ontstaan van ontstekingshaarden rond de
zenuwvezels met een infiltratie van inflammatoire cellen zoals lymfocyten,
fagocyten en mononucleairen en hoge concentratie van immunoglobulines in deze
zones. Het is vooral de witte stof van
de hersenen en het ruggenmerg die wordt aangedaan.
Andere elementen van zenuwweefsels zoals de zenuwcellen, axonen en
steunweefsels blijven relatief onaangetast.
Over het hele centrale zenuwstelsel (multiple) raken stukken myelineschede
aangetast, en deze worden vervangen door littekenweefsel (sclerose), dat de
elektrische geleiding bemoeilijkt. De
scherp afgegrensde letsels worden plaques genoemd.
Het gevolg is vaak een onderbreking en vertraging van de geleiding
van zenuwprikkels, enerzijds door het myelineverlies en anderzijds door
oedeemvorming in de getroffen zone als gevolg van de ontstekingsreactie.
Men heeft vastgesteld dat hoe verder verwijderd van de evenaar, hoe meer
M.S. voorkomt. Dit zou mogelijks te
wijten kunnen zijn aan een virale infectie van het centraal zenuwstelsel of aan
de hogere consumptie van dierlijke vetten in de betroffen streken.
Bij M.S.-patiënten is ook een overactiviteit van het immuunsysteem
aangetoond: een hoger gehalte van antilichamen tegen een aantal virussen in het
bloed en het cerebrospinaal vocht, vaak gestegen gammaglobulines in het
cerebrospinaal vocht en de aanwezigheid van abnormale gammaglobulines, en een
onevenwicht tussen suppressor T-lymfocyten en cytotoxische cellen in het bloed
tijdens aanvallen.
Het verloop van de ziekte is niet te voorspellen. Meestal is er een afwisseling van opstoten en
herstelperiodes, waarbij over de jaren echter steeds minder herstel optreedt
van de myeline en er een toenemende invalidering optreedt. Hierbij moet men op termijn gebruik maken van
een hulpmiddel om zich te verplaatsen en wordt men steeds afhankelijker van
zijn omgeving. Bij anderen is er een
progressief verloop zonder opstoten en herstelperiodes. Er bestaat ook een “goedaardige” vorm waarbij
er vaak volledige herstelperiodes zijn en men na 15 of 25 jaar slechts licht
gehandicapt is.
Eerste symptomen:
Mogelijke symptomen in een later stadium:
Mogelijke beïnvloedende en uitlokkende factoren:
Er zou
soms een verband bestaan tussen de plaats van een letsel en de eerste symptomen
als deze zich ontwikkelen kort na het letsel.
Tijdens
het jaar van de zwangerschap komen er meer opstoten voor, vooral na de
bevalling. Hier zou er een verband
kunnen bestaan tussen hormonale verandering en het immuunsysteem.
Mogelijke behandelingen:
1.
Door
de arts voorgeschreven medicijnen zoals methylprednisolen, interferonen,
copaxone, iimunoglobulineG, methotrexaat, mitoxantrone, e.a. Geen van deze
middelen geneest M.S., maar kunnen het proces soms
wel afremmen. Het zijn soms dure
medicijnen, soms met bijwerkingen.
2.
Ervoor
zorgen dat men het niet te warm heeft, vermijden van hete baden, zware
inspanningen, in de zon te zitten; koorts onmiddellijk behandelen.
3.
Doen
van lichte oefeningen om de spieren soepel en sterk te houden, bvb.
fysiotherapie, yoga of de Alexandertechniek, eventueel hydrotherapie.
4.
Psychische
begeleiding om beter met de ziekte te leren omgaan en emoties te verwerken
zoals angst, verdriet, neerslachtigheid, afwijzing, wanhoop, enz.
5. Ontgifting kan door vermijden van
blootstelling aan deze stoffen, het verwijderen van amalgaamvulling, het
gebruik van chlorella- of spirulinatabletten en antioxidantia zoals vitamine
C. Intraveneuze chelatie door een arts
met vitamine C, EDTA, DMPS of penicillamine is heel doeltreffend: de chelatoren
hechten zich aan zware metalen, brengen deze in het bloed, naar de nieren en
uit het lichaam via de urine.
6.
Bij
onderzoek stelt men bij M.S.-patiënten vaak een ongewoon vetzuurpatroon vast in
het bloed, met een tekort aan onverzadigde vetzuren. Hersenen, zenuwstelsel en celmembranen zijn
voor hun structuur en werking sterk afhankelijk van onverzadigde vetzuren. De myelineschede van zenuwuitlopers bestaat
uit vetten, zodat de kwaliteit van vetten in de voeding belangrijk is. Om het vetzuurpatroon te normaliseren kan men
best zoveel mogelijk verzadigde vetten vermijden (vlees, kaas, bakkerswaren,
snoep, boter, frituurolie, enz.) en gebruik maken van goede vetten zoals
olijfolie, avocado, olijven, vette vis, noten, pitjes, en vooral lijnzaadolie
en teunisbloemolie (bevat gammalinoleenzuur GLA). Lijnzaadolie is zeer rijk aan
omega-3-vetzuren, dit zijn sterke immuniteitsverbeteraars en anti-inflammatoire
stoffen. Van een aantal merken smaakt de
lijnzaadolie afschuwelijk, maar die van Barlean’s
heeft een vrij neutrale smaak: Barlean’s Flaxseed Oil en voor vrouwen het
fantastische product Barlean’s Essential Woman Oil met lijnzaadolie,
soja-isoflavonen, lignanen en teunisbloemolie, werkzaam tegen o.a.
premenstrueel syndroom, menopauzeklachten, ontstekingen, enz. Het is opletten met margarine, want deze
bevatten de schadelijke transvetzuren door de bewerking (o.a. harden) van de
erin aanwezige oliën. Boter is nog
altijd beter dan margarine, een fabrieksproduct. Als men echter verzadigde vetten zoveel
mogelijk dient te vermijden, wat moet men dan op de boterham smeren? Men kan zelf margarine maken: zet wat
koudgeperste olijfolie “extra vierge” in een afgesloten potje of vlootje enkele
uren in het diepvriesvak van de koelkast; als deze hard is geworden, kan men
dit in het koelvak zetten, zodat deze voldoende hard en smeerbaar blijft. Gelukkig is er nu ook AmanPrana,
dat enkele vormen van plantaardige boter
op de markt gebracht heeft, smeerbaar op kamertemperatuur en van bijzonder hoge
kwaliteit. Het gaat om extra vierge
kokosnootolie, de rijkste bron van laurinezuur (dat beschermt tegen virussen,
bacteriën, schimmels) en van de makkelijk verteerbare middellange vetzuurketens,
die snel in energie worden omgezet en niet in reservevet. Kokosnootolie verhoogt de calciumopname uit
voedsel, verbetert de darmflora en biedt bescherming aan maag en darmen. Dan is er ook nog rode palmolie dat 10 keer
zoveel carotenen bevat als wortels en de rijkste bron is van tocotrienolen (één
van de twee vitamine E-families), en van palmitinezuur dat de longblaasjes
beschermt. Er is ook een een mengsel van extra vierge
kokosnootolie en extra vierge olijfolie.
Deze vorm van boter is wellicht de beste.
7.
Het
is ook raadzaam zichzelf te laten testen op voedsel- en andere allergieën en
intoleranties. Volgens Dr. Hans Nieper
en Dr. Robert Atkins zou een strikt verbod op melk het meest effectieve
dieetvoorschrift zijn om M.S. te bestrijden.
Voedingsmiddelen waarvoor men allergisch is, kunnen het leaky-gutt
syndroom veroorzaken, waarbij allerlei ongewenste stoffen door de dunne darm
naar het bloed lekken en bijdragen aan auto-intoxicatie (zelfvergiftiging) en
het immuunsysteem in de war brengen.
Deze testen kunnen bvb. uitgevoerd worden met een E.A.V.-toestel
(electro-acupunctuur naar Dr. Voll). Met
dit toestel kan men ook testen op virussen, bacteriën, enz.
8.
Personen
met auto-immuunziekten, C.V.S., zware fysieke arbeid of sport, met cortisonemedicatie,
e.a. vertonen vaak een laag gehalte aan DHEA.
Dit bijnierhormoon wordt het moederhormoon genoemd omdat het in heel wat
andere hormonen wordt omgezet die het lichaam nodig heeft. DHEA houdt de activiteit van het
immuunsysteem in evenwicht, helpt weefsels herstellen en behouden, allergische
reacties controleren, enz. Dit gehalte
kan verhoogd worden door DHEA in te nemen (op doktersvoorschrift), maar ook
door de aanmaak ervan te verhogen door het innemen van fytosterol en
–steroline.
9.
Het
eten van rood vlees verergert M.S.
Zonnehoed of Echinacea is tegenaangewezen bij auto-immuunziekten zoals
M.S. Transfer factor
daarentegen zou de werking van het immuunsysteem verbeteren.
10.
Vitamine
E is betrokken bij de productie van een stof die zenuwimpulsen overbrengt naar
de spieren, is een antioxidant, verbetert de bloedcirculatie, helpt tegen
opvliegers en nervositeit in de menopauze, voorkomt hart- en vaatziekten,
e.v.a. De rijkste bron van deze vitamine
is tarwekiemolie,
dat bovendien een bron is van lecithine en onverzadigde vetzuren.
11.
Een
relatief tekort aan vitamine B12 komt vrij vaak voor bij M.S.-patiënten. Dit kan men aanvullen met injecties, of door
orale opname met bvb. B12 zuigtabletten van Orthica of spray-vitaminen, of door
het gebruik van chlorella-tabletten
of stuifmeelpollen. Sprayvitaminen worden spijtig genoeg verkocht
via een systeem van netwerkmarketing, wat ze duurder maakt omwille van de
commissies, en kan men niet krijgen in de apotheek. Op Google kan men verdelers vinden van
sprayvitaminen.
12.
In
het algemeen is het uiteraard in ieders belang om een zo gezond mogelijk
voedingspatroon erop na te houden, met een grote hoeveelheid groente,
fruit en aardappelen,
noten, zaden, pitjes, olijfolie, kruiden, volle granen, de juiste vetten, verzuurde
melkproducten, enz. We denken ook in het
bijzonder bij M.S. aan antioxidanten die de schade aangericht door vrije
radicalen o.a. in de hersenen, beperken, zoals vitamine A, C, E, selenium,
zink, e.a. Ook germanium lijkt gunstig
te zijn voor M.S. en is te vinden in knokloof, ginseng, aloë en smeerwortel. Ook in groente, fruit, noten, tarwekiemolie,
enz. zitten vele antioxidanten.
13.
Het
spreekt vanzelf dat men dan ook de vele gezondheidsondermijnende dranken en
voedingsmiddelen die de industrie ons aanbiedt zoveel mogelijk zal trachten te
vermijden: alcohol,
koffie, frisdranken, industriesuiker
en alles waar dit aan toegevoegd wordt (snoep, gebak, taart, ijscrème, koeken, confituur,
choco, enz.), wit meel of tarwebloem (wit brood,
witte deegwaren, en de vele bakkerswaren), zout en alles waar dit in
verstopt zit (bakkerswaren, bereide producten, kaas, charcuterie, bouillon,
enz.). In de plaats hiervan kan men
gebruik maken van zoutarm volkorenbrood, volkoren deegwaren, confituur zonder
toegevoegd suiker, groenten- en
kruidenbouillon zonder zout, platte kaas, kruidenthee, keukenkruiden,
enz.
14.
Het
is aangewezen bij chronische ziektes en om andere reden zich te voorzien van
een extra hoeveelheid vitaminen (bij M.S. bvb. de B-vitamines), mineralen,
sporenelementen en enzymen door natuurlijke
voedingssupplementen te nemen, in het bijzonder bvb. chlorellatabletten en
stuifmeelpollen. Aangezien M.S. het
zenuwstelsel betreft, dient men vooral de zenuwversterkende voedingsmiddelen en
supplementen te gebruiken, bvb. rijpe bananen, aardappelen, druiven, honing,
stuifmeelpollen, tarwekiemen, luzernescheuten,
enz.
15.
Om
het immuunsysteem te versterken staat een heel gamma kruiden en
voedingsmiddelen ter beschikking: knokloof, tuinkers, Oost-Indische kers,
waterkers, groene thee, basilicum, gember, kurkuma, zuurkool, honing,
stuifmeelpollen, propolis, enz.
16.
Om
bacteriën en virussen te lijf te gaan, kan men ook gebruik maken van colloïdaal
zilver, Aerobic
07 , geëmulgeerde oregano-olie e.d.
17.
Relaxatietherapie
met aandacht voor ademhalings- en spierontspanningsoefeningen, visualisatie,
positief denken, een positieve ingesteldheid en loslaten.
18.
Een
aangepaste kruidenthee
met een combinatie van kruiden voor het immuunstelsel en het zenuwstelsel bvb.
lavendel, melisse, hop,…
19.
Uit
een studie van de readings van Edgar Cayce komen volgende raadgevingen naar
voren i.v.m. M.S.: voldoende rust, regelmatige lichaamsbeweging vooral
wandelen, meerdere keren per dag bidden en mediteren, de kunst van het positief
en constructief denken i.p.v. negatief en destructief denken, een evenwichtig
basisdieet samenstellen, massage met bepaalde etherische oliën. Bij de meerderheid van de onderzochte gevallen
werd een tekort aan goud weerhouden, waardoor er een storing in de hormonale
werking optreedt met gevolgen voor de zenuwfunctie. Ook de lever werd meermaals in verband
gebracht met het slecht functioneren van het zenuwstelsel.
20.
Ook
het herstellen van het zuur-basenevenwicht
werd door Cayce aangeraden; dit kan door veel basenvormende voedingsmiddelen
zoals groente, fruit, aardappelen, melkproducten, honing, stuifmeelpollen,
kruiden te gebruiken en zich sterk te matigen in zuurvormende voedingsmiddelen
zoals kaas, vlees, noten, eieren, vis, gevogelte, soja, granen (o.a. brood),
vet, suiker, enz. In het klassieke
Westerse voedingspatroon bedraagt de verhouding zuur-basenvormende
voedingsmiddelen ongeveer 70%-30%. In
een gezonde voeding is de verhouding echter omgekeerd nl. zo’n 30%-70%. Een verkeerd zuur-basenevenwicht kan
beschouwd als de basis van zeer veel beschavingsziekten. Voor een uitvoerige uitleg verwijs ik naar de
tekst hierover elders op de site.
Er bestaan uitstekende websites over M.S.,
bvb.:
http://users.pandora.be/multiple.sclerose/
http://www.gezondheid.be/index.cfm?fuseaction=art&art_id=1976
Bron:
Frankaert, D., Pathologie, Arinus, Genk, s.a.
Sharon, M., Alles wat je moet weten over voeding en gezondheid,
Zuidnederlandse Uitgeverij, Aartselaar, 2001
Vanderhaeghe, L.R. & Bouic, J.D., In 30 dagen het immuunsysteem
herstellen en versterken, Zuidnederlandse Uitgeverij, Aartselaar, 2004
Vanderstaey, R., Voedingstherapie als ondersteuning bij Multiple Sclerose,
Eindwerk verdedigd tot het bekomen van het diploma Gezondheidstherapeut,
Europese Academie voor Complementaire Gezondheidszorg, Antwerpen, 1993
http://www.ping.be/~duffeler/VITAMINEN.htm