![]() ![]() GeschiedenisKaart van Friland (opent in nieuw venster) Samenvatting Uitgebreide geschiedenis van Friland Prehistorie: De prehistorie is alles wat gebeurde voor de geschiedschrijving begon. In veel Europese landen eindigt de prehistorie daarom op het moment dat de Romeinen aankwamen en iets over het land schreven. Aangezien Friland nooit door de Romeinen werd bezet, begint de geschreven geschiedenis daar relatief laat. De eerste bewoners van Friland Hoewel de Frilanders worden beschouwd als de eerste bewoners van de archipel, is hierover regelmatig discussie. Vuurstenen werktuigen, gevonden in Swik (Friland) en Quartier (Hiveria), worden door sommige archeologen gedateerd voor de komst van de Frilanders. Enkele sagen noemen een primitief volk genaamd Raudfarwars ("Roodververs") als oorspronkelijke bewoners. Zij bedekten zich met rode oker en waren uitstekende jagers. Ze worden echter ook omschreven als reusachtig en bedreven in magie. Het onderscheid tussen geschiedschrijving en mythologie is hierdoor moeilijk te maken. Volgens het Gaburdabok, een historische tekst uit de 8e eeuw, is Friland ontdekt in het jaar dat Alexander de Grote stierf (323 v.Chr.). Hoewel dit moeilijk is na te gaan, bevestigen koolstofdateringen van archeologische vondsten op Friland dat de eerste menselijke bewoners van het eiland inderdaad in de 4e eeuw v.Chr. aankwamen. Het Gaburdabok vermeldt dat een handelsschip onder leiding van ene Maginaharduz vanuit Noorwegen op weg was naar Ierland, wat een gevaarlijke onderneming was met de primitieve schepen van die tijd. Ter hoogte van de Orkney eilanden raakte het schip uit koers door een zware storm. Na lange tijd op zee te hebben rondgedobberd, bereikten Maginaharduz en zijn mannen de kust. Overtuigd dat zij in Ierland waren werd de handelswaar uitgeladen en gingen de mannen op zoek naar het dichtstbijzijnde dorp, maar al snel kwamen ze erachter dat ze een onbekend land hadden ontdekt. Ze keerden terug naar Noorwegen om hun stamgenoten op de hoogte te stellen. Hun stam noemde zichzelf de "Frijoz" (de Vrijen). Door overbevolking en voedseltekort waren de Frijoz verwikkeld in een strijd om landbouwgrond met naburige stammen. Het nieuw gevonden eiland loste in een keer het probleem op en werd daarom beschouwd als een geschenk van de goden. De Frijoz sloten vrede met hun buren en besloten dat de helft van hen naar het nieuwe land zou gaan. De groep die vertrok werd geleid door een krijgsheer genaamd Sturaldiz. Toen na een lange reis de vloot het nieuwe land bereikte, noemde men het "Frijalandam" (het Vrije Land), of "Friland" in de hedendaagse taal. Niet ver van het strand werd een nederzetting gesticht met de naam Neujastadiz, die volgens de beschrijvingen van het Gaburdabok aan de kust van het huidige Sunțga moet hebben gelegen. Op dezelfde dag werd Sturaldiz door de opgetogen kolonisten uitgeroepen tot de eerste koning van Friland. De Noorse oorsprong van de Frilanders is in 1998 door genetisch onderzoek bevestigd. Ook zijn er sterke overeenkomsten tussen het aardewerk dat in die tijd in Friland en Noorwegen werd gemaakt. Archeologische opgravingen tonen aan dat Friland in de eeuwen na de kolonisatie een relatief rustig en vredelievend land was. Terwijl op het vasteland van Europa de Romeinen een wereldrijk stichtten, de Hunnen Oost-Europa onder de voet liepen en de Volksverhuizingen een eind maakten aan de klassieke wereld, bleef het verre Friland al dit wapengekletter bespaard. Ondanks de geïsoleerde ligging werd er volop gehandeld met de Britse eilanden, Scandinavië en het vasteland. Er bestonden nauwe banden met verwante stammen in Scandinavië en het rivierengebied van Nederland en Duitsland. Van hen namen de Frilanders nieuwigheden over zoals stijgbeugels, het runenschrift en ijzerbewerkingstechnieken. ![]() Prehistorische graftombe in het Nebulwalț In de 5e eeuw vestigden de Angelsaksen zich in Engeland, wat volgens het Gaburdabok voor verdeeldheid zorgde in Friland: enerzijds had men sympathie voor de Angelsaksen, met wie de Frilanders nauwe vriendschapsbanden onderhielden, maar anderzijds waren de Britse stammen wiens land zij binnenvielen zeer belangrijke handelspartners. Er werd gekozen voor een neutrale opstelling, waardoor beide partijen te vriend werden gehouden. Desalniettemin kozen sommige adellijke families openlijk partij voor de Angelsaksen of de Britten, wat in Friland tot onderlinge strijd leidde tussen de neutralen, de Saksgezinden en de Britsgezinden. Met name de strijd tussen de laatste twee verplaatste zich geregeld van de politieke arena naar het echte slagveld. 8e eeuw: De hervormingen van Gisalberht In de 8e eeuw begon men voor het eerst dingen op te schrijven. In de eeuwen daarvoor werden er al korte runeninscripties in gebruiksvoorwerpen gekerfd, maar die teksten waren nooit langer dan een of twee regels en bestonden meestal uit religieuze bezweringen of informatie over de eigenaar of maker van het voorwerp. De toenmalige koning Gisalberht, bijgenaamd "de Veranderaar", besloot een Frilandse literaire traditie te scheppen en beval dat de mondeling overgeleverde geschiedenis van Friland moest worden opgeschreven. Het resultaat was het Gadedskrift ("Geschiedschrift"), dat werd geschreven door Țunarstain Harmodssun. Uiteindelijk begon de koning ook de macht van de adel te beperken en voerde hij bestuurlijke hervormingen door. De veranderingen die koning Gisalberht teweeg bracht, lagen echter zeer gevoelig in het conservatieve Friland: toen hij uiteindelijk voorstelde het runenschrift door het Latijnse schrift te vervangen werd het de mensen te gortig en werd hij afgezet. 9e eeuw: Vikingen en missionarissen De Vikingen koloniseerden IJsland en Faeröer, ook bereikten ze Friland en Ierland. Hoewel er soms invallen en plunderingen waren, bleef Friland meestal gespaard vanwege de sterke vriendschapsbanden met Scandinavië, het thuisland van de Vikingen. Met name langs de zuidkust van Walamark stichtten de Vikingen een aantal vreedzame nederzettingen van waaruit zij handel dreven met de Frilandse bevolking. De stad Eldsida was vroeger ook zo'n nederzetting. De Vikingen boden het geïsoleerde Friland een venster op de wereld en tal van nieuwe uitvindingen bereikten de nieuwsgierige eilanders. De 9e eeuw wordt ook gekenmerkt door de komst van Ierse missionarissen, die zich met hun pogingen de Frilanders tot het Christendom te bekeren niet erg geliefd maakten. Vooral niet omdat hun "lijfwachten" het gebruik van geweld hierbij niet schuwden. Toen een missionaris genaamd Conlaed bij Arnstad een heilige eik omhakte en van het hout een kapel bouwde voor sint Paulus werden hij en zijn soldaten door een woedende menigte gevangen genomen en geofferd aan de god die ze beledigd hadden. Dat het brengen van mensenoffers al een tijdje verboden was werd voor deze gelegenheid genegeerd. Niet lang hierna werd een volksvergadering gehouden waarin werd besloten dat de missionarissen niet langer welkom waren. 10e eeuw: De Ierse invallen De Viking hoofdman Egill Langbarđr teisterde de zuidkust van Sunțga, met name Arinhaim werd meerdere malen geplunderd. In het jaar 956 verdronk Egill toen zijn schip bij een gevecht op de Flautar tot zinken werd gebracht. 963 is het jaar waarin de "Iriska enfallan" (Ierse invallen) begonnen; door onderlinge oorlogen in Ierland besloten velen hun land te verlaten en zich, net als de Vikingen, te vestigen op de zuidkust van Walamark. Omdat dit niet altijd vreedzaam ging, leidde dit in de loop der jaren tot conflicten met zowel de Frilanders als de Vikingen. De zaak liep pas echt uit de hand toen de Ierse krijgsheer Muirtigern besloot het zuiden van Walamark te bezetten en er een nieuw Iers koninkrijk te stichten. Voor de Frilandse koning Segmer was hierop de maat vol: hij verzamelde een leger en na een hevige strijd wist hij Muirtigern in 986 te verslaan, na een regeerperiode van slechts anderhalf jaar. Na de overwinning stelde koning Segmer zowel de Vikingen als de Ieren voor een keuze: wie stopte met oorlog voeren en zich onderwierp aan de Frilandse wetten, had van hem niets te vrezen en zou een volwaardig Frilands burger mogen worden. Wie dat niet wilde moest het land verlaten of het maar met hem uitvechten op het slagveld. Omdat Segmer een machtig man was besloten de grootste lastpakken het land te verlaten en werden de achterblijvers goede Frilandse burgers.
Æthelric vlucht naar Friland Willem de Veroveraar viel Engeland binnen en versloeg op 14 oktober 1066 de Angelsaksische koning Harold Godwinson in de slag bij Hastings. De betrekkingen tussen Friland en het nieuwe, Normandische Engeland bekoelden doordat Friland openlijk steun verleende aan de Angelsaksen. Twee zoons en een dochter van Harold Godwinson ontsnapten via Ierland naar Denemarken. Æthelric Haroldson, een andere zoon van Harold, vluchtte via Ierland naar Friland. Als zoon van de bevriende koning werd hij daar met open armen ontvangen. Æthelric nam de Frilandse naam "Ațalrik Harwaldssun" aan en trouwde met een Frilandse jonkvrouw. Uit hun zeven kinderen kwam een nieuwe adellijke familie voort; de Harwaldungan, genoemd naar hun beroemde voorvader Harold. De stichting van Hiveria Willem de Veroveraar was woedend dat Friland de gevluchte zoon van Harold onderdak had verleend en verklaarde Friland de oorlog. In 1078 stuurde hij een leger onder leiding van de edelman Guy le Breton naar Friland. Guy's leger landde op 23 januari 1078 bij het tegenwoordige Fort de Guy. Omdat het ongebruikelijk was om in de winter zo'n grootscheepse invasie te ondernemen waren de Frilanders volkomen onvoorbereid. Het oostelijke deel van het tegenwoordige Heunia, toen nog Hamulga ("Steengouw") geheten, werd door de verrassingsaanval eenvoudig ingenomen. Door de hevige sneeuwval noemden de Normandische soldaten het veroverde gebied Terre d'Hiver ("Winterland"), wat al snel verbasterde tot Hiveria. Guy le Breton werd benoemd tot hertog van het nieuwe Hiveria, waarbij hij zwoer geheel Friland te zullen onderwerpen. In Friland poogde koningin Swențgard de edelen ertoe te bewegen het verloren gebied te bevrijden en de Normandiërs terug in zee te drijven, maar door onderlinge verdeeldheid over het plan van aanpak ontstond er ruzie, waardoor kostbare tijd verloren ging. Eerste Frilands-Hiveriaanse Oorlog In 1079, een jaar na de inval, begon Hiveria een groot offensief landinwaarts. Geheel Hamulga (Heunia) werd moeiteloos veroverd en Guy's leger trok langs de Haupik noordwaarts tot het de Innansai bereikte. Hierdoor werd Danab, toen Dunga ("Duingouw") geheten, volledig afgesneden van de rest van Friland. Wederom probeerde koningin Swențgard een noemenswaardige tegenstand op te bouwen tegen de Hiveriaanse veroveringsdrift, maar door de kibbelende edelen en hopeloze verdeeldheid slaagde zij daar niet in. Met een veel te klein leger vertrok zij uit Riksgard, vastbesloten de Hiverianen tot staan te brengen. Over het strategisch nut van deze daad is veel gediscussieerd, maar vermoed wordt dat koningin Swențgard een voorbeeld heeft willen stellen om zo de ruziënde Frilanders tot eenheid te bewegen. De slag bij Algsmar Op 21 juli 1079 ontmoetten beide legers elkaar bij Algsmar, een dorpje ten oosten van de Haupik. Swențgard's leger bestond uit driehonderd van haar lijfwachten, twee afdelingen boogschutters en een paar honderd haastig geronselde boeren. Guy's leger was tweemaal zo groot en bestond uit goed uitgeruste ridders, boogschutters en voetvolk. Swențgard plaatste haar leger bovenop een steile richel, waardoor Guy's soldaten zich langs een smal pad omhoog moesten vechten terwijl van boven ontelbare pijlen op hen neer regenden. Het Hiveriaanse leger leed zware verliezen en Guy blies de aanval af. Onder dekking van dichte mist liet hij een deel van zijn leger een omtrekkende beweging maken terwijl hij opnieuw een aanval langs het smalle paadje lanceerde. De Frilanders concentreerden zich daardoor volledig op het pad en zagen niet dat de rest van het Hiveriaanse leger hen van achteren naderde. De Frilanders werden in de tang genomen en leden zulke zware verliezen dat de veldslag binnen een paar minuten beslist was. Toen koningin Swențgard haar lijfwachten toestond zichzelf in veiligheid te brengen, weigerden zij. 'Geen Frilander hoort zonder strijd de grond van zijn voorouders prijs te geven; wij vergezellen u naar de hal der goden,' sprak Wulfgaiz, de hoogste officier van de koninklijke lijfwacht. Swențgard en 180 van haar overgebleven lijfwachten positioneerden zich in een kring op het hoogste punt van de richel; de ruggen tegen elkaar, van alle kanten omsingeld. Het voltallige Hiveriaanse leger rende de verhoging op en bestormde het groepje. De Frilanders hielden verbeten stand en de lijken stapelden zich op. Pas toen Hiveriaanse ridders door de kring braken was alles verloren; gewond en moegestreden zag Swențgard hoe haar laatste mannen vielen, toen stortte zij zich in haar zwaard. Zo stierf de koningin der Frilanders op het slagveld bij Algsmar. Na de veldslag liet Guy het dorp Algsmar platbranden en keerde triomfantelijk terug naar St. Gérard. De Eerste Frilands-Hiveriaanse Oorlog was voor Friland rampzalig verlopen. ![]() De slag bij Algsmar Gebeurtenissen in Hiveria Terwijl Frilandse edelen onderling oorlog voerden, breidde Hiveria haar macht uit over de veroverde gebieden. Het Frans, de taal van het Normandische hof, werd de officiële taal van Hiveria en diende als lingua franca om de vele Franse, Engelse en Frilandse dialecten in het land te kunnen overbruggen. Dit is tot op heden zo gebleven. Het Katholicisme werd het enige geloof. Daarnaast beloofde Guy paus Innocentius II dat hij geheel Friland tot het Katholicisme zou bekeren, wat in het niet-Christelijke Friland voor grote verontwaardiging zorgde. Met veel geld en politieke steun van de paus stuurde Guy missionarissen naar alle uithoeken van Friland, waar de meeste van hen overigens weinig succes hadden en in sommige gevallen zelfs als veenlijk eindigden. Guy besloot ook om de Bijbel in het Frilands te laten vertalen. Deze eerste vertaling werd simpelweg "ța Frilandiska Bibal" (de Frilandse Bijbel) genoemd en wordt zelfs vandaag nog gebruikt door Frilandse Christenen. Guy le Breton overleed op 4 november 1134; hij werd bijgezet in de kapel van sint Bonifatius in Fort de Guy. Zijn zoon en opvolger Thierry werd na valse beschuldigingen gevangen gezet door graaf Lothaire d'Alençon, die hierna zelf hertog werd. Hoewel Guy zich al niet bijster veel had aangetrokken van zijn Normandische leenheer in Engeland, durfde Lothaire nog een stapje verder te gaan: hij gedroeg zich openlijk alsof hij de koning van een onafhankelijk Hiveria was, in plaats van slechts een hertog die verantwoording schuldig was aan de Normandische koning. Toen in Engeland een burgeroorlog uitbrak, zag Lothaire zijn kans schoon en riep zichzelf op 6 maart 1139 uit tot koning van Hiveria. Hiveria was nu een onafhankelijk land. Tweede Frilands-Hiveriaanse Oorlog Koning Lothaire was Guy's belofte aan de paus niet vergeten: omdat de koppige Frilanders bleven weigeren zich tot het Christendom te bekeren, besloot hij hen te dwingen. Hij wendde zich tot de paus voor geld en steun, waarna hij een leger vormde dat niet alleen uit Hiverianen bestond, maar ook uit Engelse, Franse en Spaanse vrijwilligers. Hoewel de Tweede Frilands-Hiveriaanse Oorlog niet tot de officiële kruistochten wordt gerekend, kan het wel degelijk als een kruistocht worden beschouwd. Het Christendom was in die tijd doorgedrongen tot het grootste deel van Europa en zelfs de trotse Vikingen hadden al meer dan een eeuw geleden hun heidense geloof moeten opgeven. Friland was het laatste overblijfsel van de oude, heidense wereld en dat was de paus een doorn in het oog. Op 10 mei 1142 overschreed het kruisleger de grens tussen Hiveria en Friland. Het verarmde, geïsoleerde Dunga (Danab) was niet in staat zich te verdedigen en werd geheel veroverd. Het merendeel van de Frilandse edelen ontvluchtte het gebied om niet op de brandstapel te eindigen. Graaf Wighard Segberhtung Hludwigssun redde zich het vege lijf door zich in de kathedraal van St. Gérard te laten dopen, hij werd beloond met een fiks geldbedrag en door koning Lothaire benoemd tot hertog van de nieuwe Hiveriaanse provincie Danab. Na de eenvoudige overwinning in Danab trok het kruisleger westwaarts en veroverde het na een korte, hevige strijd de Austanburg (tegenwoordig Château l'Est), de toegangspoort tot Walamark. Door de verovering van de Austanburg konden ze ongehinderd de Rițar (Ruisseau) oversteken en de stad Sugila (Solaria) innemen. Het Frilandse leger in Walamark werd verpletterend verslagen en grote delen van het gebied werden ingenomen. Uiteindelijk marcheerde het kruisleger zelfs de stad Spirdung binnen; het leek er sterk op dat geheel Walamark verloren was. De Frilandse bevolking van het bezette Oost-Walamark kwam echter massaal in opstand en wist de bezetters uit Sugila te verjagen. Het kruisleger werd gedwongen terug te keren en Spirdung weer prijs te geven. Er volgden meerdere gevechten waarbij ontelbare slachtoffers vielen, met name onder de opstandige burgerbevolking, die door de kruisridders massaal over de kling werden gejaagd. Door het oponthoud wist de Frilandse koning Tiswald met een klein en haastig bij elkaar geraapt leger Walamark te bereiken. Hij ontmoette het kruisleger ten oosten van Storlau, het huidige Grand Forêt. De slag bij Storlau Het Frilandse leger was veel kleiner dan het Hiveriaanse kruisleger en bestond voornamelijk uit vrijwilligers uit Sunțga en Medga en uit opstandelingen uit Walamark, die zich onderweg bij hen hadden aangesloten. Het kruisleger bestond bijna uitsluitend uit ridders te paard, die, om geen tijd te verliezen, de boogschutters en het voetvolk hadden achtergelaten. In lompen gehulde Frilandse boeren stonden tegenover de elite van het Europese ridderschap, die over ijzeren pantsers, zwaarden, lansen en paarden beschikte. Koning Tiswald wist de eenzijdige samenstelling van het kruisleger echter uitstekend uit te buiten: hij droeg zijn mannen op lange speren te maken, waarna hij ze in dichte rijen plaatste en een schildmuur liet vormen, waarbij de vele lange speren als een speldenkussen naar voren priemden. Toen de kruisridders aanvielen, werden zij met paard en al gespietst. De overlevenden werd met bijlen de schedel ingeslagen. Na een paar uur lagen de dode ridders bijna een halve meter hoog opgestapeld, de weinige overlevenden ontvluchtten het slagveld. In Europa hield men de adem in; voor het eerst in de geschiedenis was een heidens volk erin geslaagd de machtige kruisvaarders te verslaan. Het verdere verloop van de oorlog Omdat een deel van het kruisleger nog intact was, besloot koning Tiswald zo snel mogelijk de Austanburg te heroveren, om zo de terugweg van het kruisleger af te snijden en te voorkomen dat er vanuit Hiveria versterkingen konden worden gestuurd. Midden in de nacht, tijdens dichte mist, bestormde hij de Austanburg en slaagde erin de totaal verraste verdedigers te verslaan. Dit betekende de redding van Walamark: het restant van het kruisleger zat vast achter de Rițar en viel in chaos uiteen. Nieuwe versterkingen uit Friland maakten er korte metten mee. Er was echter geen reden tot feest: al het Frilandse gebied ten oosten van de Rițar was verloren. Door de Tweede Frilands-Hiveriaanse Oorlog was Hiveria tweemaal zo groot geworden; de vele Frilanders die nu binnen haar grenzen leefden moesten zich gedwongen bekeren tot het Katholicisme. Zij die weigerden werden verdreven of gedood. Toch wordt de Tweede Frilands-Hiveriaanse Oorlog niet als een totale nederlaag gezien in Friland, waar men met trots het feit herdenkt dat Friland als enig Europees land erin is geslaagd haar inheemse geloof te behouden. 13e eeuw: De winterslaap In IJsland werden de Poëtische Edda en de Proza Edda geschreven, dit inspireerde Frilandse schrijvers om ook hun sagen vast te leggen. Het resultaat was de Aiț, het Frilandse sagenboek waarvan de naam is afgeleid van het Oudnoorse "Edda". Ook werd in deze tijd de Raginkwed ("Godenspraak") geschreven, een religieus boek waarin de woorden van verschillende goden zijn opgetekend. De spanning tussen Friland en Hiveria bleef aanwezig, maar afgezien van wat kleine schermutselingen ontaardde dit niet in een openlijk conflict. Het positionele systeem (de "Arabische cijfers") werd ingevoerd in Hiveria en Friland, nadat het overwaaide vanaf de Britse eilanden. Vanwege de weinige gebeurtenissen wordt de 13e eeuw in Friland ook wel de "wentarslep" (winterslaap) genoemd. Door toenemende armoede namen spanningen en verdeeldheid toe, waardoor op veel plaatsen de adel de macht overnam en er lange tijd geen koning was. Pas in de 15e eeuw zou koning Țeudrik het land herenigen. 14e eeuw: Isolement In 1337 brak de Honderdjarige Oorlog uit tussen Engeland en Frankrijk, zowel Friland als Hiveria bleven neutraal. In 1347 werd Europa getroffen door de pest, waarbij een derde van de Europese bevolking om het leven kwam. Friland en Hiveria bleven uit angst enkele jaren in volledig isolement, waarbij ook de overzeese handel werd stilgelegd. Hoewel deze opstelling voorkwam dat de pest zich naar de Frilandse eilanden verspreidde, resulteerde het in een enorme economische crisis die beide landen pas aan het eind van de eeuw te boven kwamen. Hiveria annexeert Walamark op 9 april 1386 trad Fulkmer Karskung Țeudmanssun, hertog van Walamark, in het huwelijk met de Hiveriaanse prinses Arabelle d'Alençon. Op zich geen probleem, ware het niet dat zij de dochter was van Montaigu d'Alençon, een afstammeling van Lothaire d'Alençon en bovendien de koning van Hiveria. Door het huwelijk beschouwde Montaigu geheel Walamark voortaan als Hiveriaans bezit, omdat Fulkmer nu deel was geworden van de Hiveriaanse koninklijke familie en zijn gebied (alles tussen de Rițar en het Skimferț) daardoor automatisch aan de kroon verviel. In Friland vond men dat die redenatie nergens op sloeg maar de naïeve hertog Fulkmer was slechts een speelbal in de handen van koning Montaigu. Op 11 april 1386 trokken Hiveriaanse troepen onbelemmerd Walamark binnen. Nog geen dag later lieten zowel de Engelse als de Franse koning weten dat Walamark op rechtmatige wijze aan de Hiveriaanse kroon was toegevoegd en dat Friland zich beter niet met de zaak zou bemoeien. In Friland was het inmiddels duidelijk geworden dat er achter de schermen op hoog niveau smerig spel was gespeeld, maar iedere poging Walamark terug te krijgen verzandde in eindeloos diplomatiek geharrewar.
De Frilandse gouden eeuw Om niet achter te blijven op wetenschappelijk en technologisch gebied zond de toenmalige koning Țeudrik geregeld mensen naar het vasteland om er te studeren. Ook de handel ging Friland voor de wind, waardoor een eeuw van ongekende rijkdom begon. Na de rampzalige nederlagen tegen Hiveria werd het Frilandse leger gereorganiseerd: naast het volksleger (Fulkshar) werd een beroepsleger (Rikshar) opgericht, alsmede een afdeling keurtroepen die de "Sturmridars" (Stormridders) werden genoemd. Ook werd er in Friland een grotere eenheid gesmeed en werd het bestuur verder gecentraliseerd. Koning Țeudrik beperkte de macht van de adel en gaf de burgers meer rechten. Friland begon een modern, welvarend land te worden dat meetelde in de wereld. Derde Frilands-Hiveriaanse Oorlog In Friland was men de Walamark-kwestie nog lang niet vergeten: na veel vruchteloze pogingen het gebied langs diplomatieke weg terug te krijgen, werd op 17 maart 1448 besloten tot militair optreden. In het Riksțing gingen hier heftige debatten aan vooraf omdat dit mogelijk tegenstrijdig zou zijn met het "Ni airista hriț" (Geen eerste aanval) -beleid, wat bepaalde dat Friland nooit uit zichzelf een oorlog mocht beginnen. Na een lang en fel debat werd besloten dat de aanval gerechtvaardigd was omdat Hiveria op onrechtmatige wijze en met militaire middelen Frilands gebied had bezet. Met toestemming van het Riksțing stak koning Țeudrik met een leger van 12.000 man het Skimferț over. Hij werd in Spirdung geestdriftig onthaald door de bevolking, dat het handjevol Hiveriaanse verdedigers eigenhandig buiten de stadsmuren had gezet. Vanuit Spirdung trok Țeudrik verder naar Runsburg maar ter hoogte van Dannanwalț stuitte hij op het Hiveriaanse leger. De slag bij Dannanwalț Op 24 maart 1448 ontmoetten beide legers elkaar op een akker bij het dorpje Dannanwalț. Koning Țeudrik stelde zijn troepen op in een dubbele rij: boogschutters achteraan en speermannen vooraan. Op de flanken plaatste hij Sturmridars. Het Hiveriaanse leger was bijna tweemaal zo groot en werd geleid door de bekwame veldheer Ancel Joubert. Joubert was erg zeker van de overwinning en liet zijn troepen in looppas naar de Frilanders bewegen, hopende hen te demoraliseren of zelfs op de vlucht te jagen. Dit bleek echter een misrekening te zijn omdat zijn kruisboogschutters moeite hadden nauwkeurig te schieten tijdens het lopen. De Frilandse boogschutters lieten intussen een regen van pijlen op hen neerdalen. Vlak voor de twee legers contact maakten liet koning Țeudrik de Sturmridars vanuit de flanken een tangbeweging uitvoeren: ze galoppeerden schuin naar voren om zo de aanstormende vijanden voorbij te komen, bewogen zich achter hen naar elkaar toe en vielen vervolgens in de rug aan. Dit leidde tot grote paniek, waardoor de slagorde van het Hiveriaanse leger uiteen viel. Slechts Joubert en een aantal van zijn trouwste mannen probeerden stand te houden, maar het grootste deel van het leger sloeg op de vlucht. De Frilanders achtervolgden hen net zo lang tot het gros van het leger was vernietigd. Na de veldslag vond koning Țeudrik het lichaam van Joubert tussen de gevallenen; hij had zowel de veldslag als zijn leven verloren, maar door zijn heldhaftige optreden had de beroemde veldheer het respect van zijn Frilandse vijanden gewonnen. De bevrijding van Walamark Na de zege bij Dannanwalț bevrijdde Țeudrik Runsburg en stootte hij door naar Sugila. Buiten de stad vonden schermutselingen plaats met Hiveriaanse troepen, maar aan het eind van de middag gaven deze zich over en kon Țeudrik de stad binnentrekken. Het volgende doel was de Austanburg, waar de Hiverianen een sterk garnizoen hadden achtergelaten. Onder een regen van pijlen, stenen, afval en kokende olie beklommen de Frilanders de muren met ladders en stormtorens. Koning Țeudrik maakte zich onsterfelijk door als eerste op de muur te klimmen en zijn mannen voor te gaan in het gevecht. Na een hevige strijd slaagde een aantal ridders erin de poort te openen, waarop de Frilanders massaal de burcht in stroomden. De Hiveriaanse commandant, die zich met zijn mannen had verschanst in de donjon, zwaaide daarop met een witte vlag. Na het afnemen van hun wapens gaf koning Țeudrik hen de vrije aftocht, hierna trok hij verder. Op 30 maart 1448 bereikte het Frilandse leger de Rițar; Walamark was bevrijd! ![]() Zegetocht van Sturmridars in het bevrijde Sugila Toen de Hiveriaanse koning Anthoine d'Alençon van het verlies van Walamark op de hoogte werd gebracht, ontstak hij in woede. Hij reisde onmiddellijk naar de stad Heunia, het meest westelijke bolwerk van het Hiveriaanse leger, om daar de leiding over de campagnes persoonlijk op zich te nemen en een nieuw leger te vormen. Als vergelding voor de nederlaag besloot hij dat de populaire koning Țeudrik uit de weg moest worden geruimd, niet in de laatste plaats omdat men zelfs in Hiveria bewondering voor de dappere Țeudrik begon te krijgen. Op 10 april 1448 wisten drie Hiveriaanse sluipmoordenaars langs de bewaking te glippen en de tent van koning Țeudrik binnen te komen. De krijgshaftige koning, die op het slagveld talloze tegenstanders had overwonnen, werd lafhartig in zijn slaap vermoord. De slag bij Champmarron De Frilanders waren woedend over de oneervolle moord op hun koning. De nieuwe koning, Țeudrik's zoon Bloțwulf, zwoer wraak. Aan het hoofd van zijn vaders leger stak hij op 18 april 1448 de Rițar over en ontmoette het nieuwe leger van koning Anthoine ter hoogte van Champmarron, een gehucht ten westen van Heunia. Bloțwulf liet zijn troepen aanvallen in wigformatie, waardoor het Hiveriaanse leger meteen bij aanvang van het gevecht al in tweeën werd gedeeld. Het fanatisme waarmee de razende Bloțwulf zijn vijanden te lijf ging was legendarisch, waardoor de Hiverianen hem de bijnaam "Le loup-garou" (De weerwolf) gaven. Hoewel het Hiveriaanse leger groter was dan het Frilandse, werd het door de razernij van de Frilanders binnen een uur tijd volledig van de kaart geveegd. Als dank voor de overwinning werden na afloop van de slag de buitgemaakte wapens geofferd aan de oorlogsgod Wodan. Ook een aantal hooggeplaatste gevangenen schijnt hierbij ritueel te zijn gewurgd. Het beleg van Heunia en de dood van koning Antoine De woede van koning Bloțwulf was nog steeds niet bekoeld; hij trok verder naar de stad Heunia, waar de Hiveriaanse koning zich bevond. Hij liet de stad omsingelen om te voorkomen dat Antoine kon ontsnappen. Hierna liet hij belegeringstuigen en kanonnen aanrukken om de stad volledig in puin te schieten. Drie dagen lang slingerden blijdes hun kogels tegen de wallen en bulderden de kanonnen, tot Heunia zich op 22 april 1448 overgaf. Koning Anthoine probeerde vermomd als bedelaar de stad te ontvluchten, maar hij werd herkend en naar Bloțwulf gebracht. Volgens de Hiveriaanse kroniek "l'Histoire de Troisième Guerre" was de manier waarop Anthoine door Bloțwulf om het leven werd gebracht zó gruwelijk, dat het niet gepast was dit te vermelden... De vrede van Louisville Omdat Anthoine d'Alençon geen zoons had, was er een einde gekomen aan de d'Alençon-dynastie. Hij werd opgevolgd door Anfroi Concarneau. De nieuwe koning probeerde te redden wat er nog te redden viel; zijn land was in chaos en de immense angst voor Bloțwulf joeg hele steden op de vlucht. Met de ridderlijke Țeudrik had hij nog kunnen onderhandelen, maar Bloțwulf had laten weten niet te zullen stoppen tot alle Hiverianen in zee waren gedreven. Koning Anfroi besloot hierop het Frilandse Riksțing te benaderen, dat intussen schoon genoeg had van Bloțwulf's drieste optreden. Er werd begonnen aan vredesbesprekingen en Bloțwulf, die juist extra kanonnen had laten aanrukken om St. Gérard mee plat te bombarderen, gaf morrend gehoor aan het bevel de strijd te staken. Op 14 mei 1448 werd in het koninklijk buitenhuis te Liousville de vrede getekend die een einde maakte aan de Derde Frilands-Hiveriaanse Oorlog. Gevolgen van de oorlog Koning Anfroi stemde in met de formele teruggave van Walamark en de hoge herstelbetalingen die zijn land werden opgelegd. Hoewel de vrede was getekend, was de haat tussen Friland en Hiveria er alleen maar sterker op geworden. Koning Bloțwulf hield een zegetocht in de hoofdstad Riksgard, waar zijn optreden in Hiveria gemengde reacties had losgemaakt: in conservatieve kringen werd hij als een held ontvangen, maar hij oogstte ook kritiek op zijn rücksichtsloze krijgsverrichtingen. Niet lang na de oorlog bloeide de economie weer als nooit tevoren en kregen kunst en architectuur een nieuwe impuls. De 15e eeuw staat dan ook niet voor niets bekend als Friland's gouden eeuw. 16e eeuw: De Renaissance De 16e eeuw wordt gekenmerkt door de opkomst van het Humanisme. Hoewel deze beweging in Friland geen sterke aanhang kreeg, kwam er wel meer ruimte voor het individu en werd het Frilandse rechtssysteem aangepast aan de normen van die tijd. In Hiveria leefde het Humanisme veel sterker; vooral onder de burgerbevolking, dat de soms erg dominante adel behoorlijk zat begon te worden. De roep om meer rechten werd er dan ook steeds luider. Godsdienstvrijheid De ideeën van Luther en Calvijn sloegen aan bij de Christelijke minderheid in Friland, wat resulteerde in de oprichting van de "Frilandisk Edstifta Kirik" (Frilands Hervormde Kerk). De Ierse gemeenschap in Zuid-Walamark bleef net als Ierland grotendeels Katholiek. Op 6 september 1570 besloot het Riksțing dat er voortaan vrijheid van godsdienst zou zijn, iets wat in de rest van Europa pas veel later werd toegestaan. De nieuwe godsdienstvrijheid leidde tot onrust omdat de meerderheid van de Frilanders aanhanger was van het oorspronkelijke geloof, ook wel "Ferna Sed" (de oude traditie) of "Haițandom" (Heidendom) genoemd. De angst voor de Christelijke bekeringsdrift zat er diep in en gevreesd werd dan ook dat de godsdienstvrijheid zou worden aangegrepen om alsnog een grootschalige kerstening van Friland te bewerkstelligen. Het Riksțing besloot hierop tot een wetswijziging waarin het verboden werd mensen actief te gaan bekeren: alleen zij die uit eigen beweging naar een gebedshuis kwamen mochten worden geïnformeerd over het geloof dat daar beleden werd. In het openbaar mocht iedereen zijn of haar geloof tonen, maar niet actief verspreiden of opdringen aan anderen; langs de deuren gaan of op straat mensen aanspreken en een bijbel onder hun neus duwen was dus niet toegestaan. De burgers waren gerustgesteld en alle in Friland aanwezige geloofsgemeenschappen stemden in met de regeling, die tot op de dag van vandaag geldig is. De Reformatie in Hiveria In het streng Katholieke Hiveria werd de Reformatie minder enthousiast ontvangen; de toenmalige koning Auguinare Concarneau stelde zelfs een inquisitie in om iedereen die van "het ware geloof" afweek te vervolgen. Er ontstond een heksenjacht op ketters, waarbij marteling en moord niet uit de weg werden gegaan. Aan het einde van de eeuw was de Reformatie in Hiveria een stille dood gestorven. De zeeslag bij Gennung De Barbarijse zeerovers, die vanuit hun bolwerken in Noord-Afrika al eeuwenlang de Middellandse Zee teisterden, begonnen hun werkterrein uit te breiden naar het noordelijke deel van de Atlantische Oceaan. Voor de kust van Friland werd zelfs de voltallige bemanning van een Portugees schip gehaald en in Algiers op de markt verkocht. In 1591 bereikte een Barbarijse vloot onder leiding van de gevreesde kapitein Wahid al-Jamil ibn Yazeed de kust van Friland. Ze overvielen de stad Gennung, waar op dat moment prinses Anghild verbleef. Samen met 35 burgers van de stad werd zij meegevoerd om als slaaf te worden verkocht aan de Ottomaanse sultan Murat III, die zijn oog had laten vallen op de mooie 22-jarige dochter van koning Erilgast. Hoewel het grootste deel van de Frilandse vloot zich op dat moment in de Innansai bevond voor een oefening, lagen er nog 13 oorlogsbodems bij Lindan. Zo snel mogelijk zeilde Erilgast daarmee naar Gennung, waar hij de vloot van Wahid al-Jamil op 26 augustus 1591 wist te onderscheppen. De zeerovers waren met hun 28 schepen ver in de meerderheid. De kanonnen barstten los en beide vloten kregen voltreffers te verwerken. Na een uur hadden de zeerovers twee schepen verloren maar de Frilandse vloot was veel zwaarder gehavend: één schip ontplofte, twee schepen stonden in brand en zeven andere maakten water. Het grootste schip van de vloot, de "Saihangist" (Zeehengst), werd geënterd en buitgemaakt. De overgebleven schepen wisten koning Erilgast ternauwernood uit het water te redden en trokken zich terug naar de haven van Stordam. De koning kon niets anders doen dan toekijken hoe de Barbarijse zeerovers aan de horizon verdwenen met zijn dochter. De zeeslag bij Cape Cornwall In 1593 kreeg Erilgast een kans op revanche: de vloot van Wahid al-Jamil was gesignaleerd voor de Engelse kust bij Plymouth. Hij besloot geen tijd te verliezen en zeilde met een vloot van 38 schepen naar het Kanaal. Ter hoogte van Cape Cornwall stuitte hij op de Barbarijse zeerovers. De Frilandse schepen wendden de steven en vuurden salvo na salvo af op de piraten. Na tweeënhalf uur kwam vanuit het oosten de Engelse Royal Navy te hulp, die ook nog een appeltje te schillen had met de zeerovers. Tegen deze overmacht konden ze niet op: de sterke vloot van Wahid al-Jamil verdween onder de golven. Wahid zelf werd gevangen genomen en door koning Erilgast aan de mast van zijn zinkende schip vastgeketend. Onder het genot van buitgemaakte rum keken de Frilandse matrozen toe hoe Wahid met schip en al onder water verdween. De terreur van de beruchte zeerover was ten einde, maar de geliefde prinses Anghild zou nooit meer naar haar vaderland terugkeren. ![]() De zeeslag bij Cape Cornwall De Verlichting in Friland Tijdens de 17e eeuw bereikte de Verlichting Friland, met name het daaraan verbonden rationalisme vond grote aanhang op de eilanden. Ook op religieus gebied vond een rationalisering plaats: waar men eerst letterlijk geloofde in het beeld van een god die in een bokkenwagen door de lucht vloog en bliksemschichten gooide, begon men toen te denken dat de goden er wellicht niet uit zouden zien als mensen maar eerder een soort onzichtbare machten waren. Agnosticisme en atheïsme werden maatschappelijk geaccepteerde levensbeschouwingen en de wetenschap bloeide als nooit tevoren. De Verlichting in Hiveria In Hiveria zorgde de Verlichting voor een groter zelfbewustzijn onder de burgers. Waar men vroeger de ongebreidelde macht van de adel zonder protest accepteerde, werd de roep om meer burgerrechten nu steeds luider. In de arme wijken van St. Gérard braken opstanden uit die de Gendarme maar met moeite wist te beteugelen. De Verlichting had bij het Hiveriaanse volk ideeën losgemaakt die niet zomaar weer zouden verdwijnen. Kolonialisme Friland ondernam vele handels- en ontdekkingsreizen, waaraan het enkele overzeese gebiedsdelen overhield. Ook was er van 1620 tot 1961 een semi-koloniale aanwezigheid in het Afrikaanse Kumanga, waarvan het huidige Frilands Kumanga een overblijfsel is. Dit gebied heeft echter nooit formeel tot het Koninkrijk Friland behoord. Ook bestonden er veel kleine handelsposten, waar voornamelijk goederen van de inheemse bevolking werden gekocht. Bijvoorbeeld in Zawiyah. Een donker hoofdstuk uit de Frilandse geschiedenis is echter de DWU ("Dreugshans fur Waldskapan Ubarsai" of Handelsmaatschappij voor Overzeese Domeinen), een vroege multinational die handelsposten bezat in Rusland (Winaland) en Azië (Sandjau). Deze "handelsposten" waren in de praktijk een soort bedrijfskoloniën, waar de DWU zich bezighield met slavernij, onderdrukking en andere zaken die in Friland zelf de wenkbrauwen deden fronsen. In haar overzeese domeinen, waar de Frilandse wet niet bestond, kon zij echter ongestoord haar gang gaan. De DWU werd opgericht in 1625 en ging failliet in 1800. De staat weigerde hierna de DWU-koloniën over te nemen, waardoor deze zelfstandig werden en uiteindelijk ophielden te bestaan. Hiveria stichtte de koloniën Santo Phelipe en Isla Albero in het Caraïbisch gebied en Esrayette en Kumanga in West-Afrika. Conflict met de paus Op 17 november 1680 bracht paus Innocentius XI een bezoek aan Hiveria en Friland. Terwijl hij in St. Gérard de Katholieke Hiverianen de hemel in prees, liet hij in Riksgard geen moment onbenut om te klagen over de goddeloze Frilanders en hun on-Christelijke levensstijl. In het kabinet zaten nota bene drie vrouwen, schandalig! Koning Raginwald, die het geklaag meer dan beu was, merkte toen kalmpjes op dat het "onbeschaafde" Friland tenminste geen andersgelovigen vervolgde. De paus brak hierop woedend zijn bezoek af en stapte op het eerste schip terug naar Rome. De toch al niet zo denderende relatie tussen Friland en het Vaticaan was door het bezoek alleen maar verergerd. Het zou meer dan een eeuw duren voor Friland weer werd vereerd met een pauselijk bezoek... 18e eeuw: Slavenhandel Terwijl in Friland de slavernij al een paar eeuwen in onbruik was, werd in Hiveria de slavenhandel juist een belangrijke inkomstenbron. Hiveriaanse handelaren kochten voor de Afrikaanse kust zoveel mogelijk slaven en verscheepten die naar Amerika. Ook in Hiveria zelf werden grote aantallen Afrikanen te werk gesteld, voornamelijk in de landbouw. Dit nam zulke grote vormen aan dat in 1750 een geschatte 15% van de Hiveriaanse bevolking uit slaven bestond. De Hiveriaanse revolutie Door de sterke banden tussen Hiveria en Frankrijk sloeg de Franse revolutie van 1789 in als een bom. De broeiende onvrede onder de Hiveriaanse burgers bereikte in 1794 een hoogtepunt: door het hele land braken opstanden uit die zich vooral richtten tegen het koningshuis en de adel. Kastelen en paleizen gingen in vlammen op, baronnen en markiezen verloren hun hoofd onder de guillotine en koningsgezinde burgemeesters werden uit hun ambt gezet. Koning Charles Concarneau zette het leger in om de opstand met geweld de kop in te drukken, maar grote delen hiervan liepen over naar de opstandelingen. Op 28 juli 1794 werd koning Charles door een woedende menigte uit zijn paleis gesleurd en samen met zijn familie voor het stadhuis van St. Gérard ter dood gebracht. Op 1 augustus 1794 benoemde de Conceil Révolutionnaire (Revolutionaire Raad) Guillaume Gaudin tot de eerste president van de republiek Hiveria. 19e eeuw: De Romantiek Tijdens de vroege 19e eeuw vond de Romantiek ingang in Friland: de hang naar het verleden, het herwaarderen van de kunst, het "terug naar de natuur" en het streven naar behoud van de eigen culturele identiteit werden in Friland met open armen ontvangen. Vooral door de toenemende dreiging van buurland Hiveria, dat met hervormingen van haar leger bezig was. Ook het idee dat de mens deel uitmaakt van de natuur in plaats van erboven te staan had altijd sterk geleefd in het overwegend niet-Christelijke Friland. De Romantiek sloot dan ook nauw aan bij de al bestaande ideeën. De Engelandcrisis In de 19e eeuw beheerste het Britse rijk bijna een kwart van de wereld. De Victorianen spraken dan ook met trots over "The Empire on which the sun never sets". Vanwege haar gunstige ligging tussen Amerika en Europa was Friland een rijke handelsnatie geworden, maar juist door die strategische ligging hadden de Britten hun oog op de eilandengroep laten vallen. De Britse kroon vroeg om verregaande handelsrechten in Friland en begon daar later de meest onmogelijke eisen aan toe te voegen. Het Riksțing realiseerde zich dat de Britten opzettelijk met onaanvaardbare eisen kwamen om zo op een oorlog aan te sturen. Aangezien een oorlog met het machtige Britse Rijk niet gewonnen zou kunnen worden, besloot men alle mogelijke middelen in te zetten om een einde te maken aan wat in Friland al snel de "Anglandfreg" (Engelandcrisis) was gaan heten. Op 7 maart 1878 had koningin Algunț een ontmoeting met de Britse koningin Victoria, waarin de kwestie besproken werd. De mooie en zeer intelligente Algunț liet bij haar bezoek een onuitwisbare indruk achter, waarmee ze bij de Britten veel sympathie opwekte voor dat rare, eigenzinnige eilandvolk in de Atlantische Oceaan. Een week later was Lord Ingsbury namens koningin Victoria te gast in het Riksțing om de zaak verder te bespreken. Uiteindelijk kon de crisis met diplomatieke middelen worden bezworen: de Britten lieten hun onredelijke eisen vallen en kregen in ruil voor 50 jaar de beschikking over het dorpje Mekilhusan aan de Frilandse kust, dat een Britse kroonkolonie werd. Hoewel het kleine Friland een vernederende knieval had moeten maken voor het machtige Britse Rijk, was men erin geslaagd een mogelijke aanval te voorkomen. Wel zorgde de Engelandcrisis ervoor dat de betrekkingen tussen Friland en het Britse Rijk een ernstige deuk opliepen. In de jaren erna ging Mekilhusan een belangrijke rol spelen in de handel op Amerika en werd het plaatsje al snel "Tommy's point" genoemd, naar de Britse gouverneur Sir Thomas Oxney. Frederic Alvare wordt dictator van Hiveria In Hiveria ontstond binnen de revolutionaire partij een machtsstrijd, die werd gewonnen door generaal Frederic Alvare. Op 4 juni 1880 werd Alvare president, waarna hij vrijwel alle macht naar zich toe trok. De vrijheden die de revolutie had gebracht werden simpelweg weer teruggedraaid. Alvare wilde net als zijn grote voorbeeld Napoleon Bonaparte heersen over een groot rijk. Dat de grenzenloze ambities van Alvare uiteindelijk tot een conflict met Friland zouden leiden, was onvermijdelijk. ![]() Frilandse ruiters op het slagveld bij Risaur, 16 mei 1881 Op 9 mei 1881 overschreed het Hiveriaanse leger volkomen onverwacht de Rițar en viel de Austanburg zonder strijd in hun handen; een omgekochte Frilandse boer vergiftigde de verdedigers en opende de poort. De officiële reden voor de inval luidde dat Frilandse soldaten het Hiveriaanse grensplaatsje Ferme-sur-Glaise zouden hebben beschoten. Hoewel deze uitleg door vrijwel niemand werd geloofd, zette Alvare de inval door en bezette hij Sugila. Het Frilandse leger ondernam een tegenaanval bij Runsburg. Na dagenlange beschietingen over en weer veranderde het slagveld in een platgebombardeerde modderpoel. Gecombineerde aanvallen van infanterie en cavalerie leidden tot grote verliezen aan beide zijden. Uiteindelijk groef men zich in; de Vierde Frilands-Hiveriaanse Oorlog was een voorbode van wat zou gaan gebeuren in de Eerste Wereldoorlog, maar slechts weinigen trokken lering uit de gebeurtenissen op de afgelegen eilandengroep. De oorlog sleepte zich voort en verscheidene stormlopen op elkanders loopgraven leverden niets op, alleen meer slachtoffers. Er ontstond een patstelling die geen van beide partijen wist te doorbreken. ![]() Artillerie ten oosten van Runsburg, 8 juni 1881 Het Britse Rijk, dat vond dat de oorlog schadelijk was voor haar handel, kwam tussenbeide en forceerde een vrede uti possidetis ("zoals in bezit is"). De frontlijn tussen Friland en Hiveria zou de nieuwe grens worden, wat voor Friland erg nadelig was omdat Walamark daardoor werd opgedeeld in een Frilands deel (het westen) en een Hiveriaans deel (het oosten), dat in Hiveria "Solaria" werd genoemd en in Friland "Aust-Walamark" ging heten. De stad Runsburg, waar de frontlijn dwars doorheen liep, werd net als Walamark in tweeën gedeeld. Een instabiele vrede Het vredesverdrag was voor zowel Friland als Hiveria een bittere teleurstelling: Alvare had meer gewild en Friland vond dat geheel Walamark aan haar toebehoorde. Toch zou de ontstane situatie niet meer veranderen; tot in deze tijd is de Runsburg-grens de scheidingslijn tussen Friland en Hiveria, wat overigens nog steeds een van de grootste redenen is voor de spanningen tussen beide landen. In 1883 stuurde Frederic Alvare opnieuw aan op een oorlog met Friland, maar voordat hij zijn plannen ten uitvoer kon brengen stierf hij aan een hartaanval. Hardnekkige geruchten dat hij zou zijn vergiftigd door de Britten zijn nooit bewezen, hoewel de documentaire "Skeir afta Alwares daud" (Onderzoek naar Alvare's dood) hier in 1993 sterke aanwijzingen voor vond. De opvolger van Alvare was Maurice Jaquin, die een democratiseringsproces in gang zette. Afschaffing van de slavernij Hoewel slavernij al eeuwenlang in onbruik was in Friland, was deze nooit formeel afgeschaft. Daarom besloot het Riksțing in 1884 de "Țrahilanban" (Slavenban) in te stellen, wat slavernij in welke vorm dan ook verbood. In Friland, waar toch geen slaven werden gehouden, haalde men zijn schouders hierbij op. In Hiveria en haar koloniën zorgde dit schijnbaar onbeduidende feit echter voor onrust onder de vele Afrikaanse slaven. Als Friland de slavernij afschafte, zo redeneerden zij, dan zou Hiveria dat misschien ook gaan doen. Het gevolg was dat steeds meer slaven om hun vrijlating riepen. Toen president Jaquin overwoog dit dan maar te doen, kwamen de agrarische sector en de grootgrondbezitters in opstand. Pas toen Jaquin besloot hen schadeloos te stellen was de weg open voor volledige afschaffing van de slavernij. De vrijgelaten slaven kregen echter nog steeds niet dezelfde rechten als andere Hiverianen: ze werden weggestopt in getto's, hadden geen recht op onderwijs en werden bij veel winkels en restaurants aan de deur geweigerd. 20e eeuw: Eerste Wereldoorlog Toen in 1914 de Eerste Wereldoorlog uitbrak, verklaarden zowel Friland als Hiveria zich neutraal. Afgezien van een tweetal schendingen van de territoriale wateren door een verdwaalde Duitse onderzeeboot en een Engelse kruiser, ging de Eerste Wereldoorlog vrijwel geruisloos aan Friland en Hiveria voorbij. De roerige jaren 20 In 1920 werd het rustige stadje Westarhult op het eiland Langmark voor korte tijd wereldnieuws: een plaatselijke kippenboer genaamd Storgaiz Harwenssun riep zichzelf uit tot koning van de stad. Hij toog met een hooivork naar het stadhuis en verjoeg er het gemeentebestuur, tot grote hilariteit van de toegestroomde burgers. Storgaiz liet het stadhuis daarna verbouwen tot zijn persoonlijke paleis, startte een harem met twintig vrouwen en liet in het centrum van de stad een dierentuin met olifanten en kamelen bouwen. Na een tijdje was het Riksțing de vertoning zat en liet het een einde maken aan het circus: "koning" Storgaiz werd door de politie uit zijn paleis gesleurd en veroordeeld tot een jarenlange gevangenisstraf. De echte Frilandse koning kon er echter wel om lachen en besloot een maand later zijn rivaal gratie te verlenen, die daarop terugkeerde naar zijn kippen en beloofde nooit meer een coup te zullen plegen. De gebeurtenis werd in 1999 verfilmd als "Kunung Storgaizland". In 1928 werd de Britse kroonkolonie Tommy's Point (Mekilhusan) weer overgedragen aan Friland. Na wederzijdse staatsbezoeken kwam er een aanzienlijke verbetering van de Frilands-Britse betrekkingen. De Tweede Wereldoorlog
Hoewel Friland bekend staat om haar strenge asielbeleid, nam het in de jaren 30 en 40 bij wijze van uitzondering vluchtelingen op, hoofdzakelijk gevluchte Joden. Een deel daarvan bleef na de oorlog in Friland, waar zij gemeenschappen stichtten in Riksgard, Arinhaim en Lindan. Oproer in de Hiveriaanse koloniën Na de oorlog volgde de dekolonisatie. Ook in de Hiveriaanse koloniën werd de roep om onafhankelijkheid steeds luider. Op 10 december 1960 verklaarde Isla Albero, een Hiveriaanse kolonie in het Caraïbisch gebied, zich onafhankelijk. President Yves Boutrebois stuurde hierop het leger naar de opstandige kolonie om er de orde te herstellen. Marc Quichet, de aanvoerder van dit leger, ging hierbij ver buiten zijn boekje en richtte een ware slachtpartij aan in het dorpje Bahía del Palma. De internationale gemeenschap zette Hiveria hierop onder zware druk de oorlog te beëindigen. Naar aanleiding van het schandaal trad president Boutrebois af; zijn opvolger Jacques Lejeune stond Isla Albero toe onafhankelijk te worden. Twee andere koloniën, Santo Phelipe in het Caraïbisch gebied en Kumanga in West-Afrika, volgden het jaar daarop. Nadat Hiveria zich ook hieruit terug trok, liep de situatie daar flink uit de hand en volgde er een bloedige strijd om de macht tussen rivaliserende groeperingen. Pas een jaar later keerde de rust weer. Het West-Afrikaanse Esrayette besloot na een referendum onderdeel van Hiveria te blijven als overzees gebiedsdeel. Vliegramp in Twaibak Op 13 augustus 1962 stortte een toestel van de Frilandiska Luftfardganautskap (Frilandse Luchtvaartmaatschappij) neer in het centrum van de stad Twaibak. De ramp kostte aan 131 mensen het leven en de historische binnenstad ging grotendeels verloren. Onderzoek wees uit dat een defecte motor de oorzaak was van het ongeluk. Demonstraties in Deuxchâteau In mei 1964 was de stad Deuxchâteau het toneel van een massale demonstratie tegen de Hiveriaanse bezetting van Aust-Walamark, de tegenwoordige provincie Solaria. Ondanks internationale druk besloot Hiveria op gewelddadige wijze een einde te maken aan de betoging, hierbij kwamen bijna tweehonderd mensen om het leven. Veranderende moraal Onder invloed van de gebeurtenissen in de Verenigde Staten en de burgerrechtenbeweging van Martin Luther King besloot president Lejeune een einde te maken aan de achtergestelde positie van de ex-slaven in Hiveria. Elke Hiveriaanse burger, blank of zwart, kreeg dezelfde rechten. Ook waren de zestiger jaren de tijd van hippies, anarchisme, feminisme, vrije abortus, de seksuele revolutie en provocerende studenten. In Hiveria leidde dit tot botsingen tussen de oude en de nieuwe generatie. In Friland, dat amper een Christelijke traditie had en daardoor op cultureel en maatschappelijk gebied fundamenteel verschilde van andere Westerse landen, hadden deze bewegingen weinig uitwerking. Temeer omdat de positie van de vrouw, abortus, seksualiteit en het gebruik van softdrugs er nooit onderdrukt werden zoals in veel andere landen. Tijdens de Koude Oorlog bleven Friland en Hiveria wederom neutraal door zich noch bij de NAVO, noch bij het Warschaupact aan te sluiten. Globalisering en multiculturalisme In de jaren 70 was er een grote toename van globalisering en multiculturalisme. In Friland en Hiveria werd daar, zoals meestal het geval was, op totaal verschillende wijze mee omgegaan: zoals de meeste Europese landen zocht Hiveria toenadering tot internationale samenwerkingsverbanden en nam het grote aantallen immigranten op. In het conservatieve Friland wilde men alles houden zoals het was, wat voor hevige politieke conflicten zorgde tussen voor- en tegenstanders van het nieuwe denken. Zoals in Friland meestal het geval is, gaven de weerstand tegen veranderingen en het behoud van de eigen culturele identiteit de doorslag: de conservatieven wonnen en Friland bleef wat het altijd geweest was: een uniek en eigenzinnig land dat alleen haar eigen koers volgt. Homorechten Ondanks grote weerstand uit religieuze hoek, raakte homoseksualiteit in Hiveria steeds meer geaccepteerd. In Friland, waar over het algemeen wat lacherig over het onderwerp werd gedaan, ontstond een discussie over homorechten toen minister Hargisal Langassun openlijk uitkwam voor zijn homoseksualiteit en in een televisie-interview vertelde over de moeilijkheden die hij hierdoor in het dagelijks leven ondervond. Hoewel homoseksualiteit nooit officieël verboden is geweest in Friland, zorgde de verborgen homohaat die minister Langassun aankaartte voor grote publieke verontwaardiging. De daaruit ontstane discussies zorgden voor een bredere acceptatie van homoseksualiteit in de samenleving. Brand in Albmunț Op 18 september 1974 brak er een felle brand uit in de stad Albmunț. De brandweer kon het vuur moeilijk bereiken en de dichte bebouwing zorgde ervoor dat de brand oversloeg naar naastgelegen huizen. Wat begon als een kleine brand groeide binnen een paar uur uit tot een enorme vuurzee die het grootste deel van de stad verwoestte. Een snelle evacuatie redde de meeste inwoners, maar voor 237 mensen kwam de hulp te laat. De verzorgingsstaat In de jaren 80 hervormde Friland de verzorgingsstaat; onderzoek wees uit dat er veel verborgen armoede was en dat vooral werklozen, gehandicapten, alleenstaande moeders en ouden van dagen moeite hadden rond te komen. Het Riksțing zorgde hierop voor een verbeterd systeem van pensioenen, uitkeringen, arbeidsreïntegratie en kinderbijslag. Ook het onderwijs en de kinderopvang werden verbeterd. Het geld voor deze maatregelen was afkomstig van belastingen; in Friland moet elke burger een bepaald percentage aan inkomstenbelasting betalen, in ruil daarvoor hebben zij recht op de gezamenlijke voorzieningen die zij mede helpen financieren. De Frilandse verzorgingsstaat werd vooral gebaseerd op de systemen die toentertijd in de Benelux en Scandinavië werden gehanteerd. 21e eeuw: Terrorisme De aanslagen van 11 september 2001 werden door Friland scherp veroordeeld, hoewel ook de Amerikaanse invallen in Afghanistan en Irak op kritiek konden rekenen. Vanwege haar neutrale opstelling heeft Friland lange tijd weinig van terrorisme te vrezen gehad, maar door haar vriendschappelijke betrekkingen met Westerse landen en Israël worden de laatste jaren steeds meer bedreigingen tegen Friland geuit door extremistische groeperingen. In Hiveria, waar meer dan helft van de bevolking een migratieachtergrond heeft en bovendien een groot aantal Moslims woont, ontstonden veel onderlinge spanningen. Op 6 november 2005 werd St. Gérard opgeschrikt door twee aanslagen: één op een politiebureau en een andere op een kerk. De daders, radicale Moslims van Syrische komaf, werden nog dezelfde dag gearresteerd. Het onderlinge wantrouwen was door de aanslagen echter alleen maar groter geworden: moskeeën werden beklad met racistische leuzen en in Valtrois werd een kerk in brand gestoken, waarbij de 61-jarige priester om het leven kwam. ![]() Aanslag in St. Gérard, 6 november 2005 In januari 2006 stond Friland het homohuwelijk toe, in navolging van Nederland, België, Spanje en Canada. In Christelijke kringen stuitte deze beslissing op verzet. Binnen de Ferna Sed religie van Friland had men er beduidend minder problemen mee; voor hen was het huwelijk een eed van trouw tussen twee geliefden, ongeacht hun geslacht. Paus Benedictus XVI, die niet bekend stond om zijn enthousiasme voor het homohuwelijk, bracht in oktober 2006 een bezoek aan Friland en Hiveria. Tot ieders verbazing bracht de paus het onderwerp echter niet ter sprake en stelde ook koning Waldrik zich diplomatiek op. De koning zei hierover later dat het bezoek van de paus voor de Katholieke minderheid in Walamark erg belangrijk was en hij daarom met de paus had afgesproken niet in het openbaar te zullen ruziën, zoals meestal gebruikelijk is tussen Friland en het Vaticaan. Verkiezingen in Hiveria Op 3 februari 2007 werden in Hiveria presidentsverkiezingen gehouden. Tot ieders verbazing werd niet de grote favoriet Auguste Lenoir gekozen maar de mediamagnaat Jean Collignon, met maar liefst 95% van de stemmen. Door deze sovjetachtige uitkomst rees het vermoeden dat Collignon had valsgespeeld, maar er kon niets worden bewezen en de media besteedde er verder weinig aandacht aan. Dat Jean Collignon zowat alle tv-zenders, kranten en radiostations in Hiveria bezat zal hier ongetwijfeld aan hebben bijgedragen. Nog geen maand na het aantreden van president Collignon werd oppositieleider Auguste Lenoir beschuldigd van fraude en na een dubieus proces tot een levenslange gevangenisstraf veroordeeld. Hierop riep Friland de Hiveriaanse ambassadeur op het matje om opheldering te vragen over de gang van zaken in haar buurland, maar deze weigerde op wat voor vraag dan ook in te gaan. De Europese Unie beëindigde uiteindelijk de toetredingsonderhandelingen met Hiveria en eiste dat Collignon nieuwe verkiezingen zou uitschrijven, wat hij weigerde. Kredietcrisis en terrorisme In mei 2008 kwamen twee Frilandse hulpverleners om het leven bij een gijzeling in Afghanistan; de overige drie gijzelaars konden worden bevrijd. Ook de Kredietcrisis sloeg hard toe: in september 2008 kon de grote bank Frilandiska Geldhod (FG) maar op het nippertje worden gered van een faillissement door overheidssteun en in oktober 2008 waren er ontslagen bij scheepsbouwer Atlantiska Hwarban, het faillissement van supermarktketen Farainagița Berglaftiska Waranhusan (FBW) en inkrimpingen van zowel staalgigant Iswalț stahl als de Hiveriaanse autoproducent Pilat Voitures. ![]() Mirage 2000 van de Hiveriaanse luchtmacht Nieuwe spanningen Tegen het einde van 2008 namen de spanningen tussen Friland en Hiveria weer toe door gewelddadig optreden van de Hiveriaanse politie tegen Frilanders in Oost-Walamark en opzettelijke schendingen van het Frilandse luchtruim door Hiveriaanse straaljagers. Dit laatste mondde uiteindelijk uit in het neerschieten van een Hiveriaanse Mirage 2000 door de Frilandse luchtmacht. Vijfde Frilands-Hiveriaanse Oorlog Ook bekend als de Berkenlaanoorlog (Berkangatkreig). Op 2 februari 2009 brak er in de Berkangat (Berkenlaan), op de grens tussen Frilands West-Runsburg en Hiveriaans Oost-Runsburg, een vuurgevecht uit tussen Hiveriaanse grenswachten en Frilandse politieagenten. Onderzoek achteraf wees uit dat de Hiveriaanse grenswachten als eerste het vuur openden, maar de Hiveriaanse president Collignon was ervan overtuigd dat het een doelbewuste Frilandse aanval betrof en gaf zijn troepen opdracht het Frilandse deel van Runsburg binnen te vallen. West-Runsburg, dat amper werd verdedigd, viel na twee dagen strijd. Hierna begon het Hiveriaanse leger een offensief westwaarts, waarbij het Dannanwalț en het heuvelgebied tussen Runsburg en de Innansai werden veroverd. Het Frilandse leger, dat door koning Waldrik persoonlijk werd aangevoerd, verschanste zich bij Spirdung. Van 5 tot 9 februari werd er ten oosten van de stad zwaar gevochten, totdat het Hiveriaanse leger zich wegens ernstige verliezen moest terugtrekken naar Runsburg. De slag bij Spirdung werd daarbij tot een keerpunt in de oorlog. Oost-Walamark bevrijd Het Frilandse leger stootte door naar Runsburg en bracht het Hiveriaanse invasieleger een tweede nederlaag toe: op 13 februari werd Runsburg bevrijd en trok het Frilandse leger Hiveriaans Oost-Walamark binnen, waar het door de Frilandse bevolking als een bevrijder werd ontvangen. Op 19 februari was geheel Oost-Walamark in Frilandse handen. ![]() Frilandse soldaten trekken Oost-Walamark binnen, 13 februari 2009. Terug bij af
Op 6 maart werd de volksstemming gehouden en wezen de exit polls op een grote meerderheid voor terugkeer naar Friland. Aanhangers van president Collignon bleken echter op grote schaal te hebben gefraudeerd, waardoor Oost-Walamark deel bleef uitmaken van Hiveria met het onwaarschijnlijke aantal van 90% van de stemmen. Volkomen onverwacht besloot de VN veiligheidsraad de oneerlijk verkregen uitslag te aanvaarden; dat enkele invloedrijke leden van de veiligheidsraad er nauwe diplomatieke betrekkingen met Hiveria op na hielden, heeft volgens de VN hierbij geen rol gespeeld. De Frilandse regering was woedend over het besluit en een voortzetting van de oorlog kon slechts door zware druk van de internationale gemeenschap worden voorkomen. Hiveriaanse troepen trokken Oost-Walamark binnen en president Collignon herstelde er met harde hand zijn gezag, waardoor de situatie zoals deze voor de oorlog was, weer was hersteld. Met als verschil dat de toch al slechte betrekkingen tussen Friland en Hiveria waren gedaald tot het vriespunt. Cyberaanvallen en opstanden Na de oorlog werd het conflict om Oost-Walamark met andere middelen voortgezet. Er volgden cyberaanvallen, aanslagen en sabotageacties over en weer. In Oost-Walamark waren regelmatig escalaties tussen de Hiveriaanse overheid en Frilandse separatisten, meestal in de vorm van milities, die door beide zijden van geld en wapens werden voorzien. Tweede Kumangaanse Burgeroorlog In 2013 vond de korte, maar bloederige Tweede Kumangaanse Burgeroorlog plaats. Ogunti-rebellen veroverden in korte tijd het grootste deel van Kumanga en richtten een bloedbad aan onder de Frilandse minderheid in het noordwesten van het land. Door het uitblijven van een VN-mandaat om in te mogen grijpen, leverde Friland in het geheim wapens, munitie, materieel en training aan het Kumangaanse regeringsleger en de Frilands-Kumangaanse Landweer. Ook waren er hardnekkige geruchten over de aanwezigheid van Rikshar militairen, die als vrijwilliger meevochten tegen de Ogunti. Dankzij deze (vermeende) Frilandse steun slaagde Kumanga erin zich te handhaven. Toen de VN uiteindelijk militaire acties toestond, beslisten Amerikaanse luchtaanvallen de burgeroorlog in het voordeel van de Kumangaanse democratie. Coronacrisis Van 2020 tot 2022 woedde de coronacrisis. In zowel Friland als Hiveria vielen veel slachtoffers en beide landen worstelden met de balans tussen beperkingen en versoepelingen. Hiveria koos voor strenge beperkingen. Friland aanvankelijk ook, maar versoepelde al snel. Het coronabeleid zorgde voor discussie en toegenomen spanningen. Eerste Frilander in de ruimte Op 21 september 2022 werd astronaut Audwen Wulțssun de eerste Frilander in de ruimte. Hij reisde met Soyuz-vlucht MS-22 naar het Internationaal Ruimtestation ISS, waar hij reparaties en wetenschappelijke experimenten uitvoerde. De vlucht was een samenwerking tussen FRȚ, ESA, NASA en Roskosmos. Het Lenteplan In de aanloop naar de parlementsverkiezingen van 2024 presenteerde oud-premier Wilhelm Alsegarssun het Frilandse Lenteplan (Frilandiska Langatandwarp); een revolutionair aandoend "strijdplan" dat Friland op één lijn moest brengen met andere West-Europese landen en zou leiden tot het einde van de isolatie- en neutraliteitspolitiek. De aanzienlijke financiële steun die hij hiervoor ontving vanuit het buitenland, zorgde echter voor een storm van kritiek en wantrouwen. De daaropvolgende verkiezingsnederlaag van het Lenteverbond (Langatsamband), een alliantie van partijen die het wilde invoeren, zette het plan in de koelkast, al is het voor veel partijen wel op de politieke agenda blijven staan. De hoofdpunten van het Lenteplan zijn als volgt: Het Onafhankelijkheidsbeginsel Als reactie op het Lenteplan introduceerde premier Storwulf Gremssun na zijn verkiezingszege het Onafhankelijkheidsbeginsel (Selbstandsgrundung); een toevoeging aan de grondwet met als doel Friland "onafhankelijk en Frilands" te houden. Het in 2024 door het Kabinet-Storwulf II geïntroduceerde amendement is o.a. gericht tegen buitenlandse beïnvloeding van beleid, verkiezingen en de publieke opinie. Ook verankert het de strenge immigratiewetten in de grondwet en maakt lidmaatschap van de Europese Unie onmogelijk. Het amendement bevat veel punten uit de Storwulfdoctrine (Storwulflaiz) maar is ook geïnspireerd door de Amerikaanse "Foreign Agents Registration Act" (FARA) en de Israëlische "Wet op de Natiestaat". In het kort bevat het de volgende hoofdpunten: In de toen sterk gepolariseerde Frilandse samenleving waren zowel het Lenteplan als het Onafhankelijkheidsbeginsel zwaar omstreden, wat leidde tot langdurige en soms gewelddadige protesten. ![]() |