![]() ![]() ZawiyahAlgemene informatie
De Staat Zawiyah (Dawlat al-Zawiyah, دولة الزاوية) is een emiraat in de Perzische Golf, gesitueerd tussen Saoedi-Arabië, Koeweit, Irak en Iran. Het grenst aan de Iraanse provincie Bushehr en is ongeveer zo groot als Qatar. Op het eiland Khadra woont een van oorsprong Frilandse minderheid, de Agmar.De beste tijd om Zawiyah te bezoeken is in de winter, wanneer de temperaturen het meest draaglijk zijn. Er gaan meerdere lijnvluchten naar de luchthaven van Al-Maktabah, de rest van het land kan worden bereikt per bus of door een auto te huren. Bezoekers wordt aangeraden zich goed te beschermen tegen de zon, voldoende water mee te nemen en de woestijn niet te betreden zonder gids. Basiskennis van de Zawiyaanse cultuur is belangrijk voor een goede omgang met de plaatselijke bevolking. Zawiyah ![]() Geografie Het land heeft een woestijnklimaat. Het is er heet en droog en er komen regelmatig zandstormen voor. De gemiddelde dagtemperatuur is 17° Celcius in de winter en 48° Celcius in de zomer. Het merendeel van het land bestaat uit woestijn, het noorden is rotsachtig. Het bewoonbare gedeelte is beperkt tot de kustlijn en de oevers van de Shatt al-Katib rivier. De begroeiing bestaat vooral uit lage struiken en dadelpalmen. Er komen veel insecten- en reptielensoorten voor, maar ook zoogdieren zoals de Syrische bruine beer, wilde kat, caracal, gestreepte hyena, jakhals, Arabische oryx, gevlekte bunzing en jerboa. Bestuur Zawiyah is een constitutionele monarchie (emiraat) en het staatshoofd is emir Tariq al-Tawr. Er is een parlement, maar de macht daarvan is beperkt. De hoofdstad is Al-Maktabah, de officiële talen zijn Arabisch en Perzisch en de munteenheid is de Zawiyaanse dinar (1 euro = 0,40 dinar). Het land is lid van de OPEC en de Arabische Liga. De Zawiyaanse vlag bestaat uit de Pan-Arabische kleuren zwart, rood, wit en groen. De laatste drie kleuren komen ook voor in de Iraanse vlag, waardoor zowel het Arabische als het Perzische deel van de bevolking wordt vertegenwoordigd. De halve maan staat symbool voor de Islam. Bevolking Er zijn ongeveer 3,5 miljoen inwoners. De bevolking bestaat uit Arabieren (55%, waarvan 20% recente immigranten), Perzen (21%), Lors (7%), Agmar (1%) en gastarbeiders (16%, vooral uit Pakistan, India, Bangladesh, Nepal en de Filipijnen). Taal De voertaal in Zawiyah is Arabisch, wat 85% van de bevolking beheerst en door 55% als eerste taal wordt gesproken. 35% daarvan spreekt het Golf-Arabische dialect. Het Perzisch wordt beheerst door 30% van de bevolking en door 23% als eerste taal gesproken. 5% van de bevolking spreekt het aan Perzisch verwante Luri, 1% het Frilandse dialect Agmarisk en 16% spreekt overige talen.
Godsdienst 93% van de bevolking is aanhanger van de Islam: 58% van het Sjiisme en 35% van het Soennisme. De overige 7% bestaat uit aanhangers van het Christendom, Jodendom, Zoroastrisme, Hindoeïsme, Bahá'í, Ferna Sed en atheïsme. De Zawiyaanse overheid is grotendeels Sjiietisch, maar respecteert de rechten van Soennieten en staat hen toe belangrijke posten te bekleden. Niet-moslims mogen hun geloof belijden, mits zij niet evangeliseren. De religieuze tolerantie staat echter continu onder druk door extremisme en spanningen tussen Sjiieten en Soennieten. Ook worden er regelmatig aanslagen gepleegd door twee terreurorganisaties: de Sjiitische Nur al-Rahim ("Licht der Barmhartige") en de Soennitische Saif al-Itar ("Zwaard der Wrake"). Beiden willen van Zawiyah een theocratie maken volgens hun eigen zienswijze. Cultuur De Zawiyaanse cultuur bevat elementen uit zowel de Arabische als de Perzische wereld. Het land staat internationaal vooral bekend om haar architectuur, kalligrafie, tapijten en literatuur. Minder trots is de bevolking op de Zawiyaanse filmindustrie, die berucht is door haar volkomen geschifte actiefilms vol onrealistische explosies en slechte speciale effecten. De bekendste regisseur van dit soort films is Mahmoud Eshraghi. Andere bekende Zawiyanen zijn de architect Abdelwahid al-Sayyid en de schrijver Ahmad Hadid. De nationale feestdag is onafhankelijkheidsdag (15 juni), daarnaast worden Islamitische feestdagen gevierd zoals het Suikerfeest (Eid al-Fitr) en het Offerfeest (Eid al-Adha). Economie De Zawiyaanse economie is sterk gebaseerd op de export van olie en aanverwante producten, waarmee het land zeer rijk is geworden. Zawiyah staat dan ook bekend om haar vele miljardairs, overdreven luxe en megalomane bouwprojecten. Om de afhankelijkheid van olie-export te verminderen streeft de overheid naar een veelzijdiger economie, onder andere door het stimuleren van de visserij en de technologiesector en met buitenlandse investeringen. Handhaving en defensie In Zawiyah geldt een combinatie van Westers recht en Islamitisch recht (Sharia), waarbij de laatste vooral van toepassing is op het familierecht. Vroeger bestond er naast de gewone politie ook religieuze politie, maar deze is in 1995 afgeschaft. De Zawiyaanse krijgsmacht (القوات المسلحة, al-Quwwat al-Musallahah) is klein, maar modern. De land- en luchtmacht beschikken vooral over Amerikaans materieel. De marine beschikt over een onbekend aantal kleine patrouilleboten, acht grote patrouilleboten en zeven snelle aanvalsschepen.
Geschiedenis Vroegste geschiedenis De eerste grote beschaving in het huidige Zawiyah was Elam. De stad Ilamsar, dat zich toentertijd aan een zijtak van de Shatt al-Katib bevond, is gesticht door de Elamieten en heette toen Haltamsari. In de 7e eeuw v.Chr. werd het gebied veroverd door de Meden, in de 6e eeuw v.Chr. door de Perzen en in 330 v.Chr. door Alexander de Grote, die langs de westkust het naar hem vernoemde Alexandrië stichtte (tegenwoordig Al-Iskandariyah). In de eeuwen daarna werd het gebied bestuurd door de Seleuciden, Parthen en Sassaniden. In 641 werd het gebied veroverd door het Kalifaat van de Rashidun en bekeerd tot de Islam. Hierna volgden de Omajjaden, Abbasiden, Mongolen, Safawiden, Afshariden en Kadjaren. De Perzische naam voor deze regio was "Zavieh", wat "De Hoek" betekende. Dit verwees naar de scherpe hoek in haar kustlijn. De Arabische vertaling hiervan was "al-Zawiyah" (الزاوية), wat al snel de meest gebruikte naam werd. Nasir-dynastie In de 18e eeuw werd Zawiyah geregeerd door de Kadjaren-dynastie (Perzië). Een kleine meerderheid van de bevolking werd echter gevormd door Arabieren, die zich in de loop der eeuwen langs de kusten van Perzië hadden gevestigd en weinig culturele en religieuze binding voelden met de Kadjaren. Het Britse Rijk, dat meer invloed wilde in de regio, steunde daarom de Arabische krijgsheer Nasir bin Rashid, die Zawiyah op 8 februari 1828 onafhankelijk verklaarde en de Britten in ruil voor hun steun handelsconcessies verleende. Perzië, dat door de Russisch-Perzische oorlogen verzwakt en instabiel was, was niet bij machte hier iets tegen te doen. Nasir bin Rashid koos Al-Maktabah als hoofdstad. Onder zijn leiding werd de Arabische identiteit van Zawiyah steeds dominanter, waardoor de Perzische invloed op het land aanzienlijk verminderde. Handelspost Hulanwik In 1830 sloot Nasir bin Rashid een overeenkomst met Friland, dat, in ruil voor een deel van de winst, een handelspost mocht bouwen op Khadra en zo toegang kreeg tot markten in de Golf. Khadra, wat in het Arabisch "het Groene Eiland" betekent, werd door de Frilanders vertaald naar "Gronhulm". De handelspost werd Hulanwik genoemd. In de jaren erna vestigden zich veel Frilandse kolonisten in Hulanwik en groeide het uit tot een klein, maar welvarend havenstadje. In het oosten van Gronhulm verrees fort Sternburg, als verdediging tegen een mogelijke Perzische invasie. Het Britse Rijk was niet blij met de Frilandse concurrentie en stichtte ook een handelspost: het inmiddels verdwenen Port George op het eiland Ishtarut. Brits protectoraat Perzië, dat Zawiyah nog steeds opeiste, dreigde in 1902 met een invasie. Het Britse Rijk bood het kleine Zawiyah daarop aan haar protectoraat te worden. Emir Sulayman al-Nasir moest nu kiezen tussen twee kwaden: inlijving door Perzië, of de macht delen met de Britten. Hij koos voor het laatste, waardoor Zawiyah weliswaar haar onafhankelijkheid verloor, maar in ieder geval bleef bestaan. Om deze reden zijn de Zawiyaanse geschiedenisboeken nog steeds erg positief over hem. De emir vond zichzelf ook erg goed, want hij stichtte een nieuwe stad langs de zuidkust en vernoemde dit naar zichzelf: Al-Sulaymaniyah. De havenstad Jaborsa vernoemde hij naar zijn grootvader Nasir bin Rashid: Al-Nasiriyah. De Agmar Het Britse Rijk wendde haar nieuwe invloed in Zawiyah aan om de handel via Gronhulm actief tegen te werken. Friland, dat daardoor niets meer verdiende aan de handelspost, was gedwongen zich terug te trekken. Een deel van de kolonisten verliet daarop Gronhulm, maar velen waren gehecht geraakt aan hun nieuwe woonplaats en gingen door als particuliere handelsmaatschappij. Deze achterblijvers werden "Ahmar" (أَحْمَر) genoemd, het Arabische woord voor "rood", omdat zij nogal snel verbrandden onder de zon. In het Frilands verbasterde dit uiteindelijk tot "Agmar". De Agmar, die niet langer onder Frilandse bescherming stonden, waren echter een makkelijke prooi geworden. Emir Sulayman al-Nasir eiste een steeds groter deel van hun winsten op, wat tot zoveel onvrede leidde dat de Agmar weigerden nog langer te betalen. De emir vormde daarop een legertje getrouwen en landde op 6 november 1905 op Gronhulm.
Het Bloedbad van SternburgDe Agmar waren Hulanwik ontvlucht en hadden zich met hun gezinnen in de Sternburg verschanst. Tapijthandelaar Gudbrand Stainmerssun, een veteraan uit de Vierde Frilands-Hiveriaanse Oorlog, had een burgermilitie samengesteld om het fort te verdedigen. De emir beschikte echter over kanonnen en liet daarmee de Sternburg in puin schieten, waarop zijn mannen het fort bestormden. Sulayman liet Gudbrand publiekelijk onthoofden en richtte vervolgens een bloedbad aan onder de verdedigers van het fort. Een meisje genaamd Albhild Țurisduhter wist te ontsnappen en zocht hulp bij de Britten. Deze floten emir Sulayman terug en stonden de overlevende Agmar toe zich weer in Hulanwik te vestigen. Hun afstammelingen leven hier nog steeds. Oliestaat In de jaren 30 werd in Zawiyah voor het eerst olie ontdekt. Het op grote schaal winnen en exporteren van olie begon in 1950, met de ontdekking van de Turab olievelden. Voordien was Zawiyah relatief arm, maar de olie bracht het een plotselinge, ontmetelijke rijkdom: in Al-Maktabah verrezen wolkenkrabbers en megasupermarkten, grindwegen veranderden in geasfalteerde snelwegen en oliesjeiks reden rond in sportwagens en limousines. De welvaart werd echter niet goed verdeeld, want een kleine elite werd buitensporig rijk terwijl het volk arm bleef. Tawr-dynastie Op 15 juni 1961 herkreeg Zawiyah haar onafhankelijkheid en trokken de Britten zich volledig terug uit het land. Het volk, dat nog steeds erg ontevreden was over de ongelijke verdeling van de welvaart, wilde dat emir Bashir al-Nasir ook zou vertrekken. Deze weigerde dit, waarna het volk in opstand kwam onder leiding van sjeik Khalid al-Tawr. Emir Bashir ging in ballingschap en sjeik Khalid werd de nieuwe emir. Dit was het begin van de Tawr-dynastie, die nog steeds voortduurt. Emir Khalid zorgde ervoor dat de olieopbrengsten voortaan ten goede kwamen aan alle Zawiyanen. Ook knoopte hij goede banden aan met zowel Iran als de Arabische wereld. De relatie met de VS was in het begin vijandig, maar deze is aanzienlijk verbeterd onder de huidige emir, Tariq al-Tawr. Tegenwoordig is Zawiyah één van de rijkste landen ter wereld, maar wordt het ook geplaagd door religieuze conflicten en terrorisme. Nederzettingen: Daskara al-Kahf (دَسْكَرَة الكهف, "Grottendorp" / Frilands: Hulanwik) In de 19e eeuw ontstaan als Frilandse handelspost en vooral bekend om haar vele grotten, waarin vaak huizen zijn uitgehakt. De hier levende Agmar-minderheid is grotendeels van Frilandse komaf. Hajar Karim (حَجَر كَرِيم, "Edelsteen") In dit grensplaatsje bevindt zich een middeleeuwse soek (Arabische markt), die om haar schoonheid vaak "De Edelsteen" wordt genoemd. Ook ligt hier de monumentale Harakatbrug over de Shatt al-Katib, die Zawiyah met Iran verbindt. Ilamsar (عيلامسار, "Elamstad") Met haar geschatte leeftijd van vierduizend jaar is dit de oudste stad van Zawiyah. Vlakbij het centrum ligt de goed bewaard gebleven Elamitische ruïnestad Haltamsari, één van de belangrijkste toeristische attracties van het land. Al-Iskandariyah (الإسكندرية, vernoemd naar Alexander de Grote) In 330 v.Chr. gesticht door Alexander de Grote (Arabisch: "Iskandar"), die daar op zijn veroveringstochten langs kwam. Ook staat hier de Soennitische Djennamoskee. Katib (كَثِيب, "Duin") Industriestad die sterk is verbonden met de nabijgelegen Turab olievelden. Het is de heetste en meest vervuilde stad van Zawiyah. Al-Maktabah (المكتبة, "De Bibliotheek") De hoofdstad van Zawiyah, waar het parlement en het paleis van de emir zich bevinden. De stad ontleent haar naam aan de middeleeuwse Dhakira bibliotheek, dat beschikt over een collectie historische boeken van onschatbare waarde. Al-Maktabah is een mix van oude gebouwen en moderne wolkenkrabbers. De belangrijkste winkelstraat is de Basra straat (شارع البصرة, Sari" al-Basrah), waar vooral de duurdere merken verkrijgbaar zijn. Al-Nasiriyah (الناصرية, vernoemd naar Nasir bin Rashid) De oorspronkelijke naam van deze stad was Jaborsa (جابرسا), maar het werd begin 20e eeuw vernoemd naar de stichter van Zawiyah. Al-Nasiriyah is de tweede stad van het land en staat vooral bekend om haar marinebasis en indrukwekkende Hikmamoskee. Al-Qadisiyah (القادسيّة, vernoemd naar het historische Qadisiyah) De naam van deze stad verwijst naar de Slag bij Qadisiyah in 636. De grootste bezienswaardigheid is een Elamitische ziggurat, gewijd aan de god Inshushinak. Al-Qasba (القصبة, "De Citadel") Dit plaatsje beschikt over een middeleeuwse citadel, die vooral populair is onder toeristen. Ook staan er een Zoroastristische vuurtempel en een 12e-eeuwse karavanserai. Al-Sulaymaniyah (السليمانية, vernoemd naar Sulayman al-Nasir) Deze moderne stad vol wolkenkrabbers is in 1902 gesticht door emir Sulayman. De grootste bezienswaardigheden zijn het gigantische Fayr-paleis en de 400 meter hoge Samaa-wolkenkrabber. Overige locaties: Khalid al-Tawr vliegbasis (خالد الثَوْر, vernoemd naar emir Khalid al-Tawr) De belangrijkste basis van de Zawiyaanse luchtmacht. Qal'at Najm (قلعة نجم, "Sterburcht" / Frilands: Sternburg) Ruïne van de voormalige Frilandse burcht, waar in 1905 het bloedbad van Sternburg plaatsvond. Turab olievelden (تراب, "Bodemvelden") Deze in 1950 ontdekte olievelden hebben Zawiyah enorme rijkdom gebracht. Ishtarut (جزيرة عشتروت, vernoemd naar de liefdesgodin Isjtar) (eiland) Khadra (الجزيرة الخضراء, "Het Groene Eiland" / Frilands: Gronhulm) (eiland) Shatt al-Katib (شط الكَثِيب, "Stroom van Katib") (rivier) Agmar Algemene informatie De Agmar stammen af van Frilanders die in 1830 de handelspost Hulanwik stichtten op het eiland Khadra. Na het opheffen van de handelspost bleven velen van hen achter. De Agmar hebben in Zawiyah een eigen ontwikkeling doorgemaakt, waarbij zij sterk zijn beïnvloed door de plaatselijke cultuur en de Arabische taal. Frilanders en Agmar beschouwen elkaar als verwant, maar niet als volksgenoten omdat de onderlinge verschillen hiervoor te groot zijn geworden. Vooral de taalbarrière vormt een lastig te nemen obstakel. Door het gedeelde Ferna Sed-geloof zien ze elkaar wel als geloofsgenoten. ![]() Bevolking Khadra heeft 105.000 inwoners, waarvan zo'n 33% (35.000) tot de Agmar wordt gerekend. In Daskara al-Kahf (Hulanwik) en Wahat Barida (Kolwostbrun) vormen zij de meerderheid van de bevolking, op de rest van Khadra een minderheid. Arabieren vormen 47% van de bevolking op Khadra, Perzen 12% en gastarbeiders 8%. De Agmar zijn grotendeels afstammelingen van Frilanders die zich tussen 1830 en 1905 in Zawiyah vestigden, al hebben veel Agmar ook Arabische en/of Perzische voorouders. Daarnaast zijn er op Khadra veel mensen die zich als Arabisch of Perzisch identificeren, maar daarnaast ook Agmar voorouders hebben. Ze hebben geen autonomie, maar hun afwijkende geloof en gebruiken worden door de overheid getolereerd. Wel voelen veel Agmar zich bedreigd door de spanningen in het land en zijn zij in het verleden meermaals slachtoffer geworden van religieus gemotiveerd geweld. Ter zelfverdediging vormen zij bij zulke gelegenheden soms milities, vergelijkbaar met de Frilandse fulkshar. Taal Agmar spreken Agmarisk en daarnaast meestal Arabisch als tweede taal. Door hernieuwde interesse in hun oorsprong wordt het standaard Frilands op veel scholen op Khadra aangeboden als vreemde taal. Zo'n 14% van de jongeren beheerst het Frilands voldoende om een eenvoudig gesprek te kunnen voeren. Onder mensen op leeftijd is dat 30%. Ook hanteren zij vaak nog de oude, Frilandse plaatsnamen. Godsdienst Vrijwel alle Agmar zijn aanhangers van Ferna Sed (97%) of atheïstisch (3%). Religie is de belangrijkste reden waarom de Agmar zich op Khadra hebben weten te handhaven als afzonderlijke identiteit; zij die zich tot de Islam bekeerden, assimileerden doorgaans met de plaatselijke bevolking terwijl degenen die dat niet deden vooral trouwden met andere Ferna Sedars. Het gedeelde geloof diende daardoor als sociaal bindmiddel en isoleerde de Agmar van de rest van de bevolking, die hen als ongelovigen beschouwde. De Agmar zijn volgers van een bijzondere Ferna Sed stroming genaamd Muțabir, afgeleid van het Arabische Almuthabirun (المثابرون, "Volhouders") omdat zij, ondanks de soms grote druk, bleven vasthouden aan hun eigen geloof. De Muțabir-stroming is beïnvloed door Zoroastrisme, Arabische mythologie en plaatselijk bijgeloof. Het heeft de volgende bijzonderheden: Afwijkende godennamen zoals Mustahair (Wodan), Rad (Țunar), Absam (Ti), Wadiwaț (Haimdal), Bagar (Ag), Magbu (Fri), Sajid (Hair Ing), Sajidin (Fro) en Sjarka (Austar). Dit zijn bijnamen of alternatieve namen in het Agmar. Tijdens diensten en in contact met Ferna Sedars van andere stromingen worden de traditionele Frilandse namen gebruikt. Heilig vuur als onderdeel van de dienst, soms in speciale vuurtempels naar Zoroastrisch voorbeeld. Zang als onderdeel van de dienst, vergelijkbaar met de magische gezangen (Galdar) van Ferna Sed, maar dan in dichtvorm om de goden te eren, zoals bij het Zoroastrisme. Rusandi ("Zandwichten", Fri: Sandwihtan), natuurgeesten die zijn verbonden aan de woestijn en mensen helpen die daar verdwalen. Guls ("Ghouls") zijn ondode wezens die zich ophouden in de woestijn, in grotten en op begraafplaatsen. Ze verslinden zowel mens als dier, dood of levend. Djins ("Djinns") zijn onzichtbare wezens die bezit kunnen nemen van het menselijk lichaam. De meeste djinns gedragen zich kwaadaardig en demonisch, maar er zijn ook goedaardige djinns en het is mogelijk hun gunsten te verwerven. Cultuur De cultuur van de Agmar komt voort uit de Frilandse, maar heeft ook veel invloeden ondergaan van de Arabische en Perzische cultuur. Zo heeft men elementen uit de Arabische thee- en koffiecultuur overgenomen en worden er op traditionele wijze tapijten gemaakt met geometrische patronen in zowel Frilandse als Perzische stijl. Deze kostbare verzamelobjecten worden unsazjadat ("onze tapijten") genoemd, om hen te onderscheiden van de Arabische en Perzische tapijten. Van de Frilandse feestdagen vieren de Agmar vooral Austar, Medsumer en Medwentar, door hen Sjarka, Munțsaif en Munțsjitai genoemd. Door het woestijnklimaat spelen feesten met een landbouwkarakter weinig tot geen rol. Ook de Zawiyaanse onafhankelijkheidsdag (15 juni 1961) wordt gevierd, al vieren de Agmar niet de onafhankelijkheid zelf, maar de daaropvolgende machtswisseling van de Nasir- naar de Tawr-dynastie omdat de Tawriden de Agmar niet vijandig gezind waren. De herdenking van het Bloedbad van Sternburg (6 november 1905) is een jaarlijks moment waarop de Agmar hun eenheid herstellen door ruzies bij te leggen. Agmar persoonsnamen zijn meestal afgeleid van Frilandse, Arabische of Perzische namen. Voorbeelden zijn Alferi (Fri: Alfriț), Udimir (Fri: Țeudmer), Sahif (Ar: Sayf), Agmeț (Ar: Ahmed), Darijus (Perz: Dariush) en Djahan (Perz: Jahan). Net als de Frilanders gebruiken de Agmar een patroniem: eb ("zoon van") of ebna ("dochter van"), afgeleid van het Arabische ibn/ibnat. Enkele voorbeelden van Agmar namen zijn: Kaliț eb Walifrik (Khalid, zoon van Wulfrik), Jusuf eb Awdimunț (Yusuf, zoon van Audmunț), Sjarimili ebna Tarik (Gremhilț, dochter van Tariq) en Irmanru ebna Manusjar (Ermanțruț, dochter van Manouchehr). Sommige Agmar gebruiken ook een alternatieve, Frilandse naam om hun identiteit te onderstrepen, of kiezen voor een Arabische naam om dit juist niet te doen. Zo noemt de dichteres Indjibir ebna Farzan zichzelf ook wel Ingberg Farzansduhter, terwijl acteur Sjarijar eb Maliksadik liever Shahriyar ibn Maliki-Sadiq wordt genoemd. Nederzettingen: Daskara al-Kahf (دَسْكَرَة الكهف, "Grottendorp" / Frilands: Hulanwik / Agmar: Daskar Kaf) Beschrijving: zie hier. Hadiqat Alnakhil (حديقة النخيل, "Palmtuin" / Frilands: Segtregardil / Agmar: Hadikwat Nakil) Bewoonde oase aan de Wadi Samit, bekend om haar prachtige tuinen. Hafat Alsayd (حافة الصيد, "Vissersrichel" / Frilands: Fiskarburd / Agmar: Haft Sajaț) Toeristisch plaatsje, dat profiteert van de veelgebruikte veerverbinding met het vasteland. Masabun Ramli (مصب رملي, "Zanderige Riviermonding" / Frilands: Sandmunț / Agmar: Sandimat) Bekend om haar reptielenopvang, die ook dienst doet als dierentuin. Sakhrat Hamra' (صخرة حمراء, "Rode Rots" / Frilands: Raudfalis / Agmar: Sakhraud) Beschikt over een grote bazaar waar stoffen, kleding, vis, groenten, fruit en souvenirs worden verkocht. Wahat Barida (واحة باردة, "Koele Oase" / Frilands: Kolwostbrun / Agmar: Wahat Kol) Ontstaan rond een oase op steenworp afstand van de kust. Hier bevindt zich de Maebad Alnaar (معبد النار, "Vuurtempel" / Frilands: Ailidwi / Agmar: Wihalnar), een Zoroastrische vuurtempel uit de 5e eeuw, die tegenwoordig in gebruik is als Ferna Sed heiligdom. (nederzettingen buiten Khadra) Mina' Easif (ميناء عاصف, "Windhaven" / Frilands: Windhaban / Agmar: Mina Windi) Vroeger een rustiek dorpje, maar sinds de jaren 70 helemaal volgebouwd met moderne flatgebouwen. Door nieuwe inzichten probeert men het historische dorpscentrum nu te reconstrueren. Al-Sulaymaniyah (السليمانية, vernoemd naar Sulayman al-Nasir / Frilands: Saulaumongard / Agmar: Sulaimanija) Beschrijving: zie hier. Overige locaties: Alburj Al'aswad (البرج الأسود, "De Zwarte Toren" / Frilands: Blaktur / Agmar: Burj Aswaț) Safawidische vuurtoren uit de 16e eeuw, die nog steeds in gebruik is. Majal Alhawa' Alwashiq (مجال الهواء الوشق, "Vliegveld Caracal" / Frilands: Fleugfelț Raudkat / Agmar: Falujifili Wasjik) Klein vliegveld dat chartervluchten ontvangt vanaf de hoofdstad Al-Maktabah. Qal'at Najm (قلعة نجم, "Sterburcht" / Frilands: Sternburg / Agmar: Kalat Natz) Beschrijving: zie hier. Khalij Alraghwa (خليج الرغوة, "Schuimbaai" / Frilands: Skumflo / Agmar: Flu Ragwat) (baai) Madiq Tawil (مضيق طويل, "Lange Zeestraat" / Frilands: Langsund / Agmar: Madik Lanj) (zeestraat) Wadi Mawhil (وادي موحل, "Modderige Wadi" / Frilands: Muțțurzap / Agmar: Wadi Muț) (periodieke rivier) Wadi Samit (وادي صامت, "Stille Wadi" / Frilands: Stelțurzap / Agmar: Wadi Stel) (periodieke rivier) ![]() |