Huwelijks-wereldreis |
We pakten onze rugzakken in, maar deze keer met een grote zak apart met al het gerief dat we niet meer nodig hadden en zullen meegeven met Kathleens ouders. Onze rugzakken wogen al veel minder zonder al die Lonely Planets, kaartjes en foto's. We lieten alles voorlopig nog in onze kamer staan en gingen een hotel reserveren voor volgende week, voor de nachten juist voor en na Sulawesi. Dit deden we in het hotel hier in Kuta dat we eerst op het oog hadden maar volzet was. Daarna gaan ontbijten, onze vliegtuigtickets afhalen en tenslotte de auto.
We reden met ons Suzuki Jimny jeepke tot aan ons guesthouse en laadden er alles in. Eindelijk totale vrijheid: niet meer moeten sleuren, vertrekken wanneer we willen, kunnen stoppen voor foto's en met de ramen open rijden.
We reden de drukke stad uit, want het verkeer is hier de moeite: brommertjes die elkaar en dan ons voorbijsteken langs alle kanten, soms komen er twee tegenliggers die elkaar aan het voorbijsteken zijn je tegemoet en dan moet je maar met drie naast elkaar zien te passeren. En daarbij komt nog, dat je links van de weg moet rijden. Enfin, na twee uren zaten we al in de bergen, en daar was het rustiger. We reden door vele dorpjes en zagen onnoemelijk veel tempeltjes. Elke dag worden hier ook de zelfgemaakte vierkante doosjes met rijst, koekjes en bloemen besproeid met druppeltjes water en berookt met een stokje wierook. Dit is echt typisch Bali.
Boven de bergen verschenen de eerste wolken, maar het bleef er warm. Ons jeepke had er al veel kilometers opzitten want het omhoog rijden ging op het gemak. In eerste versnelling puften we naar boven achter de kleine busjes (bemos) en de brommertjes waar soms heel vieze rook uitkwam.
Zo kwamen we aan het eerste grote meer van de drie en ook het toeristische meer. We zochten daar naar een hotelleke, maar vonden het niet direkt. Plotseling zagen we ook een supergrote moskee en vermits dat we het gezang om 4 u 's morgens echt kunnen missen, reden we maar verder. We stopten aan een golfterrein, waarvan we de mooie ingang fotografeerden. Het zag er allemaal heel chique uit en het schijnt één van de knapste ter wereld te zijn, want de holes zijn gelegen op de vulkaanhelling.
Een beetje verder vroegen we de prijs in een hotel maar het was te duur. Meer iets voor mensen die het golven ook kunnen betalen. We besloten om voorbij de twee andere vulkaanmeren te rijden die nog veel ongerepter waren, tot we een hotelleke vonden. De weg ging over de kraterkam met links de twee meren en rechts de afgrond. Langs deze prachtige weg kwamen we een Spa resort Beautycentrum tegen met hotelaccomodatie. We gingen er uit nieuwsgierigheid eens de prijs vragen, want we hadden gezien dat er geen enkele auto stond, dus zouden ze misschien wel eens een serieuze korting kunnen geven.
We werden er heel vriendelijk onthaald en kregen direct een rondleiding langs de sfeervolle jacuzzi-, sauna- en massageruimte. Ook de kamers kregen we te zien met prachtige marmeren badkamers. Heel knap en rustig allemaal, maar de prijs was natuurlijk veel te hoog. We konden toch nog 50 % afbieden, maar het bleef toch te duur voor ons.
Even verder lunchten we in een restaurant met een ongelooflijk ver zicht. We zagen zelfs in de verte de oceaan. In het dorpje Munduk een stuk lager ontdekten we heel gezellige bungalows met een prachtig hemelbed en een badkamer met een zogenaamde natural shower. Deze "Lumbung Bali cottages" waren op de berghelling gebouwd en hadden een prachtig terras met zicht heel in de verte op de zee. De bouwstijl was typisch Balinees met veel gesculpteerd hout in alle mogelijke krullen en vormen. Zo was onze deur naar het terras helemaal uitgesneden. We namen deze kamer toch maar, alhoewel het nog te duur was, en bleven er drie nachten.
Onze rugzakken werden naar de kamer gebracht. Ze droegen ze niet op hun rug, maar op hun schouder. Want er zijn 4 kasten op Bali, en de hoogste kasten mogen geen goederen van andere mensen op hun rug nemen, want stel dat er bijvoorbeeld vuile lingerie van een vrouw in zit, dan zouden ze hoofdpijn krijgen.
In onze kamer namen we al direkt eens een warme douche. De eerste keer dat we een warme douche op ons kamer hadden sedert ons vertrek. Hier kon je dit wel gebruiken want we zaten hier op ongeveer 1200 meter in de bergen en het werd fris, ook al doordat er mist aan het opkomen was. Naast deze warme douche was er een ruimte met veel planten en zonder dak. Uit de muur kwam een bamboostok en daaruit kwam ijkoud water uit de bergen. Dit was de "natural shower", mooi gemaakt. We genoten echt van deze kamer, het deed ons denken aan onze huwelijksnachtkamer in het kasteel van Zaffelare, daar was het ook zo gezellig met een hemelbed.
Het dorpje "Munduk" vlakbij was nog heel primitief en Kathleen moest lachen met de hanen die in een grote vogelkooi zitten die aan het plafond hangt. Het avondeten lieten we naar de kamer brengen want we hadden het terras heel gezellig gemaakt met kaarsjes, wierookstokken en een fles Balinese wijn. Het eten brachten ze met drie meisjes en we voelden ons de prins en prinses.
Ons nieuw huisdiertje was een slak die ons gezelschap kwam houden naast het toilet.
Het ontbijt, dat inbegrepen was in de prijs van de kamer, bestond natuurlijk weer uit toast met eieren. Het was wel grappig omschreven: "Eggs any style, will be scrambled". Maar we mochten toch kiezen hoe we ons eitjes wilden. Het was zwaar bewolkt en fris. We reden een kilometer met ons jeepke tot aan een kleine parking, van waaruit je naar een waterval kon wandelen.
Het pad leidde ons naar beneden langs een hutteke met in hun tuin koffiebonen die lagen te drogen. Meer naar beneden liepen we langs de koffieplantages. Stel je daarbij geen akker voor zoals de lange rijen druiveranken in Frankrijk. Nee, helemaal niet. Die struiken met de koffiebonen staan gewoon op de berghelling tussen al het ander groen, totaal wanordelijk.
De waterval was op een tropische plaats gelegen en de moeite. Het was een brede grote straal die van heel hoog kwam en neerkletste op de rotsgrond voor ons. Plotseling begon het te regenen en even later te gieten. Gelukkig konden we schuilen onder het hutteke met de donation-box (waar we nooit iets in stoppen). Eigenlijk was het er best romantisch.
Na de regenbui langs een ander pad weer naar boven, ricting het restaurant "Sea View". Het was er gezellig zitten en zoals gewoonlijk zaten we er weer helemaal alleen. Het eten was er ook lekker.
We reden verder langs de vulkaanmeren, langs de spa resort naar het grootste meer. Maar het stikte er van de Balinezen. We waren vergeten dat het zondag was en dan ga je best niet naar 1 of andere attraktie want het is er niet uit te houden van de Indonesiërs. Dit was niet zo leuk, enerverend eigenlijk. We wilden langs een klein paadje wandelen langs het meer, richting een taverne, maar werden van in het begin al lastig gevallen. Een jongen wilde ons zijn bootje verhuren en volgde ons met zijn bootje de hele tijd langs de oever. Hij had ons op voorhand gezegd dat het pad ging doodlopen, maar we veronderstelden dat hij dat zij zodat hij ons zijn bootje zou kunnen verhuren. Het liep inderdaad dood en hij lachtte ons dan ook vierkant uit, zo ambetant kunnen ze hier zijn. Weg daar. Naar de twee rustiger meren. We moesten wel betalen om onze auto te parkeren en natuurlijk probeerde hij dit tweemaal aan te rekenen, zogezegd voor twee personen, maar dat pakt niet bij ons. Het was er gezellig wandelen, langs het meer en door een bos, tot aan een steiger. We wilden tot aan het einde gaan waar tafels en stoeltjes stonden, maar werden verhinderd door een ophaalbrugje. Onnozel weer, maar goed, dan maar op de steiger van de ondergaande zon genieten, die glinsterde in het meer.
Bij het terugrijden kwamen we vele apen tegen op de weg. We moesten zelfs claxoneren, want ze zaten midden op de weg. Opeens zaten we midden in de mist, die rood-geel gekleurd was door de ondergaande zon, een spookachtig, raar zicht.
Pascal was vroeg wakker (6h30) en ging wandelen in de bergen. Langs kleine paadjes door de koffieplantages tot aan de waterval van gisteren en terug door het dorpje Munduk, waar de school juist begon na twee weken vakantie. Alle kindjes stonden op de koer voor het morgengebed. Imponerend, zo'n bende kinderen die allen aan het zingen waren.
Kathleen bleef nog wat suffen in bed, enfin, dat probeerde ze toch. Want nadat Pascal vertrokken was, ging ze efkens naar het toilet (naast de slak), maar toen ze terug kwam zat er een kanjer van een spin op de vloer. Ze verschoten allebei van elkaar. De spin kroop onder het bed en Kathleen ging boven op een stoel staan. De spin kwam stilletjes aan tevoorschijn en nu zag ze pas echt hoe groot ze was, wel 10 cm diameter! Ze durfde ze niet te doden en de spin liep naar de hoek van de kamer. Ze was verdwenen. Kathleen kroop voorzichtig weer in bed, maar kon natuurlijk niet meer slapen.
We genoten de hele voormiddag van onze bungalow en tuintje met vijver alsof het van ons was. Jammer dat we geen barbecue hadden en een deftige supermarkt, anders bleven we er de hele dag op het gemak genieten. Het zonnetje scheen ook vandaag in de bergen.
In de namiddag reden we naar de kust en passeerden zo langs Lovina Beach, waar we de volgende dagen wilden logeren. We gingen er even op internet en reserveerden een hotel.
's Avonds ontdekten we de spin achter een houten balk. We hoopten dat daar haar bedje was, want zo'n spin dood krijgen is moeilijk, ze lopen zo ongelofelijk snel weg.
De hele morgen genoten we weer van het lekker weer en ons tuintje. Tegen de middag moesten we er weg, tegen ons goesting. De hotelbaas moest zonodig weer ambetant doen, door ons een heel slechte koers te geven voor onze traveller cheques. Gelukkig hadden we nog juist genoeg cash geld. Altijd proberen ze je op te lichten, die inboorlingen!Terug de mooie route door de bergen naar de kust, langs de vele groene rijstvelden, die iedereen wel kent van de postkaartjes. Onderweg kwamen we ook nog enkele mannen tegen die met een bed op een karretje aan het sleuren waren, een grappig zicht.
Lovina is de verzamelnaam voor een strook van ongeveer acht kilometer langs de kust waar er overal hotels zijn. Het is de budgetplaats voor een strandvakantie, na Kuta, natuurlijk. Het hotel lag helemaal in het centrum, maar was toch rustig. Ze garandeerden ons "a good sleep". Het hotel "Pulestis" was heel kleurrijk aangekleed. Echt Balinees, maar dan een tikkeltje overdreven in de plezante zin. In onze badkamer was een gat in het dak, met daaronder op de grond keien en dit was opnieuw een "natural shower". Eén muur van onze badkamer was een nep rotswand, heel mooi gemaakt allemaal.
Het strand is zwart in Lovina, niet van de vervuiling, maar het zijn gewoon vulkanische korreltjes. Het is speciaal, maar niet echt mooi. Daarvoor moet je nu niet naar de andere kant van de wereld komen. Geef ons maar de mooie witte stranden. We vonden maar 1 barreke-restaurant aan het strand en daar gingen we dan ook heel veel eten. Het eten was er ook lekker en je kon er zo goed van de zonsondergang genieten. Zoals altijd waren nagenoeg alle andere restaurants langs de drukke kustweg, hoe is het mogelijk?
's Morgens reden we eens naar een paar tempeltjes. Het waren geen bekende, maar wel mooie, en je moest geen entree betalen. We hadden geluk met onze tempeltocht, want blijkbaar was het juist vandaag een feestdag. Heel veel mensen waren op pad met grote manden op hun hoofd, vol geladen met fruit, rijst, bloemen, een gebraden kip,... Zowel mannen als vrouwen waren prachtig gekleed. De vrouwen met een topje met erover een doorkijkbloes en de mannen met een blinkende sarong (rok) en de typische doek rond hun hoofd, zoals een zweetband. Met al dat eten gaan ze de tempel binnen, bidden er, steken wierrookstokjes aan, besprenkelen hun eten met gewijd water en nemen het dan weer mee naar huis. Op hun brommertje, de man vanvoor, de vrouw langs achter in amazonezit met de offermand op haar schoot en eventueel nog enkele kinderen tussen hen in. Het was zalig om dit alles gade te slaan.
In de namiddag dan op het gemak. Kathleen op het strand, Pascal wat op het internet, een pintje gaan drinken, gaan zwemmen in ons zwembad. Ook iets dat we voor de eerste keer hadden en dat wel deugd deed, want het is hier 34 graden en 80% vochtigheid.
Om 8 uur 's avonds, na het eten, gingen we al slapen. Je komt hier zo moe en lui van het goede weer, dat je vroeg in je bed wil, maar dan zijn we ook wel 's morgens met zonsopgang wakker (6h30). Ons hotel was inderdaad zeer rustig, zoals ze ons beloofd hadden. Het werd enkel een beetje verpest door de andere gasten die met hun deuren slaan in plaats van zachtjes dicht te doen. Het lijkt alsof alle mensen die in de goedkopere hotels gaan geen opvoeding gehad hebben. In dat goedkoop hotel in Singapore werd ook zo met de deuren gesmeten.
Pascal reed op zijn gemak met ons jeepke naar een havenstad even verderop. Onderweg wilde hij even tanken, maar kreeg de benzinedop er niet af. Ook de pomphouders lukte het niet. Dan maar naar de garagist er recht tegenover. Die lukte het ook niet. Pascal besliste toen maar dat hij de dop kapot mocht maken. Hij moest er kost wat kost af, anders konden we niet meer tanken. Hij heeft de dop eraf gekregen, maar alles was natuurlijk verwrongen. Het lipje op de dop die normaal met de sleutel kan ingeklapt worden heeft hij eraf gezaagd en alles weer mooi recht geklopt en nu draait de dop er mooi op en af zonder dat de sleutel gebruikt moet worden. Het resultaat viel goed mee, je kon er eigenlijk niets van zien. De verhuurmaatschappij zal het ook wel niet zien.Zo kon hij uiteindelijk gaan tanken. Hier komen niet veel toeristen, de pomphouders waren dan ook vriendelijk en de benzine kost maar 7 BEF/liter. In Kuta hadden ze ons weer goed liggen gehad, daar hadden ze ons 20 BEF/liter aangerekend. Het is echt erg hier. Continu proberen ze je er op te leggen. Even niet opletten en je betaald direkt enkele honderden franken meer, wat voor hen een fortuin is. Het ergste dat we ooit gezien hebben was de kranteverkoper in Kuta. Die liep door de straten met de "Jakarta Post", de populaire Indonesische krant die in het Engels is. Hij had er prijsetiketjes opgeplakt van 42.000 Roepies. Een slordige 210 BEF voor een krant die normaal 10 BEF kost. Die hebben we dan ook vierkant uitgelachen.
De haven "Celukan Bawang" was wel eens plezant om zien. Geenenkele buitenlander daar, Pascal was er dan ook de attraktie van de dag. Hij ging er op zijn gemak zitten om het lossen van een verroest vrachtschip gade te slaan. Eventjes later durfde de eerste dichterbij komen. Hij kwam naast hem zitten en brabbelde wat in het Balinees. Niets van te verstaan natuurlijk, maar het moet een of andere wijze spreuk geweest zijn. Hij bewees ook dat hij wat Engels kon door in het Engels tot 20 te tellen.
Het vrachtschip zat vol met zakken cement. Die werden door enkele mannen in het ruim op een pallet gelegd. De hijskranen van het schip tilden deze pallet dan op een camion op de kade, waar weer tien man zat die de zakken vervolgens op de vrachtwagen stapelden. Een stoffige bedoening, want om de haverklap viel er een zak van de pallet op de grond. Iedereen was dan ook goed aangekleed en met doeken voor hun mond, om hun longen toch niet te veel te vervuilen.
Kathleen had ondertussen op het strand gezeten en wat rondgewandeld. Ze had eindelijk eens wat Belgen gezien. We hadden nog maar 1 keer op ons reis andere Vlamingen gezien en dat was in Agra in Indië. 's Middags ontmoetten we ook nog Engelse wereldreizigers die juist dezelfde route gedaan hadden als wij.
Als je hier rondwandelt wordt je continu lastig gevallen voor het één of 't ander: "Hello, you want massage?", "See dolphins tomorrow?", "Transport?" En ze blijven ook maar proberen je een sarong te verkopen. De beste die we gehoord hebben was toch wel een verkoper die "didgerido, mister?" naar een Australiër riep, en die antwoordde direkt met: "didgeridon't!".
Bij het avondeten met een glaasje rosé-wijn, begonnen we te babbelen met een jong koppel van de Limburg en het klikte direkt. Die avond hebben we dan ook heel de tijd met hen doorgebracht. We vertelden honderduit over onze wereldreis en wat zij al in Bali bezocht hadden. Om 21 uur was op het strand "Spice Beach" even verderop een party begonnen. Wij er naar toe met zijn vieren. De muziekband was formidabel goed. Ze konden echt alles aan: jazz, funk, disco, slows, ... Zo iets vind je niet gauw meer in België. We dansten voluit en dat deed eens deugd. Om 1 uur lagen we in ons bed.
Onze derde huwelijksmaand-verjaardag! Bij het wakker worden feliciteerden we elkaar met drie dikke zoenen, zoals elke maand.Vandaag zouden we naar de "hot springs" gaan. Natuurlijk met ons eigen jeepke, door kleine straatjes en primitieve dorpjes, waar je plotseling verrassend mooie tempels tegen komt. We waren er zeer vlug en moesten dan nog een klein stukje wandelen tot aan de eigenlijke warmwaterbronnen. Deze weg was natuulijk weer omzoomd met toeristewinkeltjes, kop naar beneden dus, en doorwandelen.
We hadden ons zwemgerief thuis al aan gedaan en konden dan ook direkt in het bad plonsen. Het water was melkachtig van kleur en stroomde uit acht drakenkoppen uit de berg in een basin, vandaar door vijf andere drakenkoppen in een lager gelegen bad dat groot genoeg was om in te zwemmen. Het bovenste bad was natuurlijk het warmst, maar best uit te houden. Ernaast was dan nog een klein badje, met drie warmwaterstralen die uit bamboo-pijpen drie meter hoger, neervalde. Als je daar onder ging staan kreeg je een massage, juist niet te hard.
Het deed ons goed en het was heel ontspannend. Er was zelfs een Engels gezin, die hun boma mee hadden in de rolstoel. Die hebben ze uit de rolstoel genomen en in het bad gezet. Je moet het maar zien zitten. We lieten ons drogen in het zonnetje en bleven zo op het gemak nog meer dan een uur zitten, want de baden waren heel mooi gelegen in een tropische tuin in de bergen. En voor 15 BEF/persoon kan je niet sukkelen.
Terug thuis dronken we op ons terras al een beetje van onze rode wijn om onze huwelijksverjaardag te vieren. Daarna gingen we nog eens voor de verandering op het internet ons verslag gaan bijtypen. Pascal las voor en Kathleen typte. We deden foto's binnen, op een uur zijn die klaar en aten een "rijsttafel" in ons restaurant.
Pascal ging ook nog naar een buffelrace kijken. Ze vroegen er 200 BEF ingang, dus liep hij maar wat verder, sloeg een zijstraat in en even later stond hij langs de achterkant gratis het schouwspel te bekijken. Daar stonden ook nog enkele dorpelingen en je zag er ook de deelnemers met hun buffels arriveren. De race zelf is telkens met een tweespan van buffels die een soort eg voorttrekken door een modderpoel. Het gaat er hem niet enkel om de rapste te zijn, maar ook de sierlijkheid speelt een rol. Na een halfuurtje betrokken ze er dan ook de toeristen bij. Iemand uit het publiek mocht langs achter op die eg zitten en kwam even later helemaal onder het slijk terug.
Deze morgen waren Kathleens ouders vertrokken in Belgie, op weg naar ons. De dag op Bali begon met mooi weer, maar in de bergen was het zwaar bewolkt. We reden namelijk naar de "Gitgit-watervallen" in de bergen.
Van de watervallen hadden ze een toeristische attraktie gemaakt en het was geenseens nog niet de moeite. Je moest over vele trappen er naar toe wandelen, langs onnoemelijk veel winkeltjes en dan nog entree betalen ook. De waterval was mooi maar niet overweldigend, terwijl we ze op postkaartjes hadden gezien en ze heel indrukwekkend leek. Waarschijnlijk was die foto in het regenseizoen getrokken.
Even verderop was nog een waterval in verschillende trappen, even mooi of ontgoochelend als de ander, waarvoor je geen inkom moest betalen. Enfin, rap terug naar Lovina, om op het gemak op het strand te gaan zitten, te internetten en van het happy-hour te genieten. 's Avonds heeft het nog even gegoten, de tweede korte regenbui hier op Bali, sedert we hier zijn.
's Nachts kregen we bezoek van een mysterieus huisdiertje. Het had binnengedrongen in onze badkamer, gepist en gekakt op onze lavabo, in onze zeep gebeten en een frisko-stokje uit de vuilbak gehaald en op het bad achter gelaten. Gelukkig was de badkamerdeur dicht.
Terug naar Kuta. Onderweg stopten we nog even in een restaurantje met zicht op de rijstterrassen. We ontbeten er nog eens, want in ons hotel was het gene ene morgend ne vette geweest. Hoe dichter we bij Kuta kwamen, hoe drukker het werd. Na drie uren rijden stonden we toch aan de garage om ons jeepke af te geven. We reserveerden direkt al een grote jeep om de volgende week met Kathleens ouders rond te trekken.
En dan met de taxi naar het hotel "Intan Bali" waar Kathleens ouders drie nachten zouden logeren. Het kon niet mooier uitkomen. We kwamen eraan en Clemy en Robert waren juist aan het inchecken. Kathleen liep met wijde armen naar haar moeder. Het was ongelofelijk plezant en ontroerend om hen weer te zien, want we hadden ze gemist. Haar vader zat even verder aan de receptie en ook hem vielen we in de armen. Eindelijk waren ze hier op Bali, alles was goed verlopen en alle vluchten waren ook stipt op tijd geweest.
We wandelden tesamen naar hun kamer en babbelden natuurlijk honderduit. Clemy pakte de reiszakken al uit, en na een uurtje zaten we al foto's te bekijken aan het zwembad. De tijd vloog en 's avonds gingen we saté's met pindasaus eten. Rond 8 uur konden ze hun ogen niet meer open houden, dus zijn we maar gaan slapen. Zij in hun sjieke resort en wij in een goedkoper hotel er vlakbij.
We hadden die morgen afgesproken aan het zwembad van het hotel waar C&R logeerden. Direkt vertelden ze ons hoe mooi en groot het ontbijtbuffet was. In tegenstelling tot ons ontbijt, dat zoals gewoonlijk een droge toast was geweest. We bekeken tesamen de foto's, zwommen wat en genoten tesamen van het zonnetje.Tegen de middag namen we een taxi naar het centrum van Kuta (kost toch maar 70 BEF). Daar kuierden we rond in de smalle straatjes die omzoomd zijn met toeristewinkeltjes. De uitbaters zitten meestal op een stoeltje voor hun winkel en het zijn net bewegingssensoren. Telkens je passeert, zeggen ze: "Have a look at my shop". Maar als je dit negeert is het er best gezellig.
Clemy kocht er al direkt een bikini met het klassieke Balinees bloemetjesdesign in dezelfde winkel waar Kathleen al een gekocht had. Robert babbelde tegen iedereen en toen we even later ons op het strand installeerden had hij direkt enkele verkopers rond hem waartegen hij maar verder discussieerde. Hij had er echt plezier in om met die mannekes te onderhandelen en kocht terstond een bamboo-blaaspijp voor een habbekras.
Kathleen en haar moeder vonden een kanjer van een kwal op het strand. Ze lag daar uit te drogen op het strand. Een vies gezicht, je mocht er niet aan denken dat je daar tegen zou botsen bij het baden.
's Avonds genoten we van het happy hour. Vers geperst fruitsap voor 10 BEF, stel je voor, en coctails voor 45 BEF. Daarna nog onze auto gaan afhalen om de volgende 6 dagen met Kathleens ouders door Bali te trekken. We kregen het autootje mee dat wij reeds gehuurd hadden, maar de volgende dag mochten we die inwisselen voor een grotere Toyota Kijang. Dit model wordt enkel in Indonesie gemaakt en het ziet eruit als een jeep, maar heeft de allures van een sedan. Er zit ook geen 4WD op, maar dit heb je hier toch niet nodig. Het was een donkergrijze auto met verduisterde ruiten, net "The A-team". We doopten onszelf dan ook terstond "The B-team". De Bali-bende.
Clemy en Robert moesten nog altijd een beetje van hun jetlag bekomen, dus deden we het op het gemak. Een mailtje sturen naar huis dat ze goed aangekomen waren, beetje zwemmen, zonnetje baden, ...
In de namiddag reden we dan met onze zwarte verduisterde jeep naar Tanah Lot. Dit is een tempel op een rots net voor de kust. Heel mooi, maar ook heel toeristisch. Voor je de tempel bereikt moet je eerst door een hectare toeristewinkeltjes. De tempel zelf kan je dan nog niet bezoeken. Het enige dat er te doen valt is foto's trekken van de buitenkant. We bleven er tot de zonsondergang om dan de cliché-foto te nemen van het silouet van de typische toren met de vele dakjes, met op de achtergrond de rode gloed van de zon.
Ons avondmaal sloeg tegen. We gingen naar een restaurant in Kuta, waar we ooit iemand een seafood-basket hadden zien eten en dat zag er toen echt de moeite uit. Wij dus naar daar, twee zo'n zeevruchten-manden besteld, want het zag er zo enorm groot uit dat we het gingen delen per twee. Maar groot was onze verbazing dat de gigantische rieten mand een bolle bodem had (zoals de onderkant van een wijnfles). Bovendien legden ze er vanboven het pantser van een krab op, maar toen we het omdraaiden merkten we dat het leeg was, er lagen enkel wat krabbepoten onder waar weinig vlees in zat. Boerebedrog in de hoogste graad dus, terwijl we er nog eens veel geld moesten voor betalen ook. Een ontgoocheling.
We vertrokken vandaag voor onze trip door Bali. De eerste bestemming werd Ubud. Maar voor we daar raakten, stonden we wel nog een uurtje in de file ergens onderweg. Kathleen en haar vader stapten terstond uit en wandelden langs de vele winkeltje naast de file. Er kwamen twee wegen bij elkaar en er was ook een accident gebeurd, vandaar...Onderweg kom je langs verschillende kunstenaarsdorpen. In het ene dorp vind je enkel goudsmeden, in een ander dorp houtsculpteerders, enz. We stopten enkele keren, maar van zodra je de auto ergens parkeert, vliegen de aasgieren op je af. Toch zagen we enkele prachtige kunstwerken, zoals massieve boomstronken die wij normaal zouden verbranden, maar waar zij nog prachtige beelden van maken.
Ubud tenslotte is zowat het centrum van al die kunstenaars. Het is er wel druk en door de vele toeristen heeft het wat van zijn eigenheid verloren, maar wij vonden het er toch nog best gezellig. Vooral doordat we een guesthouse "Gerebig Bungalows" hadden gevonden een kilometer verwijderd van het centrum. Daar hadden we elk een bungalow gekregen met zicht op een rijstveld.
We vonden het er supergezellig en Pascal en Kathleen gingen dan ook terstond luieren op het gras tussen de bungalow en het rijstveld. Want na drie maanden reizen doe je het al heel wat kalmer aan. Clemy en Robert die nog vol energie zaten, gingen terstond op verkenning in Ubud.
Ze bezochten het koninklijk paleis daar en het Lotus-café met de prachtige lotusvijver. Kochten kaartjes voor de Barong-dansen 's avonds en kwamen vol enthousiasme terug bij ons.
Wij gingen niet mee naar de dansen, dat boeit ons niet echt. In de plaats daarvan gingen we iets drinken en bezochten op ons beurt de Lotus-tuin. Juist ervoor kwamen we nog langs een prieeltje met een gamelan-orkest. De spelers waren al weg, maar in de plaats daarvan zaten een heleboel kinderen op de instrumenten lawaai te maken. Een ideale gelegenheid voor ons om ook eens op die schijven te slaan. Het instrument moet je je voorstellen als een rij horizontaal geplaatste koperen schijven, met in het midden een bol uitsteeksel. En het is de bedoeling om op die bulten te kloppen.
De huisdiertjes ditmaal waren opnieuw kikkers. Ze waren met tientallen die in het rijstveld voor ons deur een kwaak-cerenade ten beste gaven.
We ontwaakten onder ons muskietennet en wasten ons, wat heel primitief was ditmaal. In de "badkamer" stond in een hoek een gemetselde vierkante bak, bekleed met fiance-steentjes. Deze vul je met proper water, en met een klein emmertje met een steel giet je dit water over je heen. Onderaan de bak is een stop, en als je die er uit trekt, stroomt het water over de badkamervloer naar een gat ergens in een hoek. Dit is de echte Indonesische badkamer. De grote bak vullen ze met water als er water beschikbaar is en het is de bedoeling dat het water in die bak proper blijft. Zo hebben ze een water-reserve voor als er even geen water uit het kraantje komt.Als we dan onze slaapkop buiten steken, zien we een bende eendjes door het rijstveld wiegelen. Juist hun kop steekt er bovenuit, maar telkens als Pascal er een foto van wilde trekken verdween hun kop tussen de rijstplantjes. Geen foto dan maar.
Het ontbijt werd op ons terras gebracht door de vriendelijk uitbaatster. Dit was echt de gezellige guesthouse-sfeer met de moederlijke eigenares. Zo hadden we energie genoeg om een grote wandeling aan te vatten door het heuvelige landschap in Ubud. We namen de klassieke wandeling die in iedere reisgids beschreven staat en die start aan de mooie hangbrug ten westen van Ubud. Je start aan een rijk versierde tempel en het pad loopt dan verder op een heuvelrug tussen twee rivieren. Eerst passeerden we nog een schooltje en blijkbaar was het juist speeltijd, maar in plaats van te spelen, stonden nagenoeg alle kinderen rond een snoepstalletje lekkernijen te kopen.
Het pad leidde ons door grote velden met olifantegras van wel een meter hoog. Een bewoner was dit aan het afsnijden en legde het in bundeltjes te drogen, waarschijnlijk om er dakbedekking van te maken. Want later op de wandeling zagen we vrouwen in de schaduw dit gedroogd gras aan stokken binden.
Even verder kwamen we tussen de wondermooie rijstterrassen. We waren er zo door gefascineerd dat we veel te ver wandelden. Terug dan maar en we sloegen ergens af om de hoofdweg te vinden. Die kwamen we niet direkt tegen, dus pauzeerden we even om wat nootjes te eten en een cola te drinken.
We waren op het gemak aan het babbelen met de drankverkoper toen er een sjiek minibusje stopte. De drankverkoper zei er vriendelijk goeiendag tegen en wij maakten van de gelegenheid gebruik om aan die bestuurder te vragen als we niet mee mochten tot in Ubud. Geen probleem. We installeerden ons in de leren zetels en babbelden met de chauffeur.
Groot was onze verbazing even later toen we te weten kwamen dat we bij de zoon van de koninklijke familie zaten. Hij onderhield het koninklijk paleis dat Clemy en Robert de dag ervoor bezocht hadden. Zijn ouders hadden er gewoond en hij was ook eigenaar van een groot hotel in Ubud. Wat een eer om door die man thuis gebracht te worden!
Na het middageten rustten we even en gingen dan trouwfoto's trekken in het koninklijk paleis. Mama Clemy filmde en papa Robert trok de foto's. Het was de eerste keer dat iemand die we kenden de foto's kon trekken, anders moeten we het altijd aan een voorbijganger vragen en meestal sta je dan scheef op de foto, of zo. Daarna nog wat foto's in het Lotus-café en de vele mensen die daar iets zaten te drinken feliciteerden ons. Plezant wel.
Na dit plezierig maar toch ook wel vermoeiend werk, hadden we een bananepannekoek wel verdiend. En daarna reden we naar een dorpje ten noorden van Ubud, "Petulu" genaamd. Dit staat bekend voor het feit dat daar telkens met valavond honderden witte reigers aankomen om in de bomen daar de nacht door te brengen. Het was een fantastisch zicht om al die witte, slanke vogels in de loof- en palmbomen te zien zitten.
Bij het terug naar huis rijden, zagen we hoe de primitieve bevolking zich baadden in de riviertjes en de afwatering van de rijstvelden.
Inpakken vandaag, en het B-team vertrok met de zwarte jeep richting Lovina. Kathleen zorgde als co-piloot dat we de weg vonden door de bergen. We stopten even aan een reptielenpark, maar vonden het te duur. We beperkten ons dan maar tot het nemen van enkele foto's van het B-team op de gigantisch grote namaakreptielen.
Even later reden we al met de auto door een grote botanisch tuin. Ooit moet het mooi geweest zijn, maar nu was het een verwilderd bos geworden. De serres met de honderden orchideeën en mooie cactussen, zoals het in de reisgids beschreven stond, waren vervallen en bovendien op slot. Het park wordt heden ten dage blijkbaar enkel nog gebruikt door de lokale bevolking die op het groot grasveld in het centrum allerlei activiteiten kan organiseren.
Er was een soort badmintontoernooi met een commentator die in een micro babbelde. Toen we er langsheen wandelden zagen we een elektriciteitskabel over het gras passeren. Robert kon het niet laten om even de stekker uit te trekken. En inderdaad, je hoorde even de commentator niet meer. De verlengkabel liep dus naar de versterker van die commentator. Het enige wat eigenlijk de moeite was in dit park, was een gigantisch groot wit beeld van een soort reus die de lokale mensen opeet.
We rijden teleurgesteld verder tot het meer aan Bedugul. Pascal en Kathleen waren hier twee weken ervoor ook geweest, maar toen hadden we de idylische tempel aan de oever van het meer niet bezocht. Heel mooi, maar op de achtergrond hoorden we het gezang van een moskee. Dit hoort hier helemaal niet thuis, vinden we. Geef ons maar de schattige Balinese tempeltjes!
In de tuin voor de tempel stonden enkele mannen met allerlei getemde beesten. Ze hadden vleermuizen bij, een aapje, toekans, en ook twee pythons. Na even onderhandelen met de mannen kwamen we tot een goede prijs voor een foto met de slang. Maar toen moest Kathleen nog overtuigd worden om een wurgslang op haar schouders te nemen, terwijl ze een doodse schrik heeft voor slangen. Ze deed het toch, en voelde zich achteraf als een overwinnaar. Maar een gifslang zou ze toch nog altijd niet durven vastnemen. Die pythons vertrouwde ze wel, want die worden volgestopt met eten en zijn dan heel lui, terwijl dat eten verteert. Om de twee weken krijgen ze drie kippen te eten. Toch stond ze een uur erna nog te trillen op haar benen.
In de namiddag kwamen we dan in het hotel "Pulestis" in Lovina aan. De uitbaters riepen al direkt "Hey, Pascal" naar ons, want ze kenden ons nog. In het barretje op het strand waren de menu-kaarten vernieuwd en ze hadden de prijzen ook opgeslagen op deze korte tijd. Op het strand werden de vertrouwde zinnetjes alweer geroepen: "Do you want massage?", "You wanne see dolphins tomorrow?", enz. We moesten er mee lachen. In het restaurant waar we gingen voor het avondeten herkenden ze ons ook en wisten ze al direkt wat we wilden drinken: een glas Hatten rose wijn en een arack attack.
Het ontbijt was nog altijd even pover, rap naar het strand dan maar. Kathleen bleef er de hele dag, terwijl Pascal in de namiddag met zijn schoonouders op stap ging. De tocht leidde ons naar de enige Boedhistische tempel op Bali, genaamd "Brahma Viharama". Een oase van rust, waar monniken en ook gewone zielen zaten te mediteren onder muskietennetten om niet afgeleid te worden. Er was een mooie lotusvijver en het was grappig om de Balinees versierde stupa te vergelijken met de vele stupa's die we in Nepal hadden gezien. Op de heuvel was dan nog een grote, in grijze steen opgetrokken, stupa. Net zoals de bekende op Java, maar dan in het klein.
Daarna naar de Hot Springs in de tropische tuin, zoals we ook acht dagen geleden bezocht hadden (zie hoger). 's Avonds eten we met zijn allen een Indonesische "rijstafel".
We vangen de terugrit aan naar Kuta, want morgen vliegen we naar Sulawesi, een ander groot eiland van Indonesië. We nemen dezelfde route zoals acht dagen geleden en ontbijten zoals toen in een restaurant aan prachtige rijstterrassen, waar elke toerist stopt om foto's te nemen. Dan verder naar Kuta, maar we rijden verkeerd en komen aan de kust aan de Tanah Lot tempel. Niet erg eigenlijk, want Kathleens ouders hadden hier de vorige keer een prachtige houtsculptuur gezien die Jayaprana en Layonsari uitbeeld. Dit is de Balinese versie van de bekende Romeo en Juliet liefdeshistorie. En ditmaal beslisten ze om het te kopen.Rond de middag kwamen we aan in Kuta (voor P&K de derde maal) in ons gereserveerd hotel "Masa Inn". Het is een klasse hoger dan de backpacker-hotels, maar het kost nog altijd niet echt veel. Zo hebben we eens een proper gekuiste kamer, een nette badkamer met bad en douchegordijn, twee zwembaden. Het is een verademing.
De namiddag wordt doorgebracht met rusten aan het zwembad. Clemy en Robert schrijven kaartjes en Pascal en Kathleen kijken nog eens naar de foto's. We kregen de foto's van Robert met onze trouwkleren. Want alle trouwfoto's stoppen we bij elkaar in 1 boekje en nemen dit de hele reis mee. Af en toe als we plezante mensen ontmoeten kunnen we dat dan tonen.
Tot zover Bali, morgen vertrekken we naar Sulawesi tesamen met Kathleens ouders.
| http://www.geocities.com/kathleen_pascal
De huwelijks-wereldreis van Kathleen en Pascal |