Huwelijks-wereldreis |
| Oppervlakte | : | 7.682.300 km2
(5% v/d wereld) |
Bevolkingsaantal | : | 19.000.000
(incl. 350.000 Aboriginals) |
| Hoofdstad (inwoners) | : | Canberra (300.000) | Talen | : | Engels + 15% andere, zoals Italiaans, Grieks, Cantonees, Arabisch en Vietnamees |
| Geld | : | Australische Dollar
1 A$ = 25 BEF |
Geloof | : | 58% Christen
1% Boedist 1% Moslim |

| Oppervlakte NT | : | 1.350.000 km2 | Bevolkingsaantal in NT | : | 190.000 |
| Tijd in NT (tov Belgie) | : | winter: +8,5
zomer: +7,5 |
In de luchthaven werden we, tijdens het wachten aan de douane, besnuffeld door een speciaal opgeleide hond. De hond vond niks maar aan de douanier moesten we wel onze voetzolen tonen om te controleren of er geen zand meer aanhing. Ze willen geen vuiligheid van Azie binnen in Australie.In de aankomsthal kon je een gratis telefoon gebruiken om de guesthouses op te bellen. Er was nergens meer een tweepersoonskamer vrij, dus moesten we tevreden zijn met een bed in een slaapzaal. De airport-shuttle-bus voerde ons naar "Frogshollow"-lodge voor 11 dollar (x25 voor BEF), maar die kregen we terug als we er twee nachten bleven slapen. Het was ondertussen al 7 uur 's morgens en we kregen nog dekens en een zak met bestek en borden. Uitgeput vielen we even later op ons bed in de slaapzaal en sliepen er nog tot 's middags.
Ons guesthouse viel heel goed mee. Iedereen in de slaapzaal deed zijn best om stil te zijn, er was een gemeenschappelijke keuken waar je kon koken en er stonden enkele mega-ijskasten waar we ons eten vers in konden houden. Er was ook een soort living met T.V. die altijd op stond, een zwembadje en tafeltjes op een terras.
In de namiddag liepen we rond in Darwin. De straten waren leeg wat we niet meer gewoon waren na het drukke Azie. Er was een shopping mall, een haventje, de zee en veel vriendelijke mensen. Maar vandaag beseften we het maar half. We hadden weer nieuwe indrukken te verwerken: een andere omgeving, cultuur en een immens groot land. 's Avonds dronk Kathleen nog een wijntje in een Spaans restaurant en proefde Pascal het plaatselijk bier.
Na een lange nacht waren we een heel stuk fitter en schoten in gang. We gingen vooraleerst op internet-cafe wat hier wel overvloedig is maar nogal duur. We lazen dat Kathleens ouders goed waren aangekomen in Belgie maar totaal uitgeput.
We gingen zelfs al voor een auto zien. De verkoper was een Hollander "Stijn" genaamd, die hier al 9 maanden was. Hij verkocht zijn Nissan Patrol van 1984, een 3250cc 6 cilinder diesel, met alle campeergerief en andere rommel, zoals jerrykannen, een surfplank, bijl, schop, opbergkoffers, twee paar schoenen van hem,... We deden er een ritje mee, stelden een hele boel vragen en in feite zag hij er heel goed uit. Er waren wel een paar kleine mankementen, zoals het ene portier moet je een beetje opheffen als je het dicht slaat, de motor kan je niet afzetten met de contactsleutel, maar met een knop onder het dashboard. Bij het starten, moet je een knop nog een dertigtal seconden ingedrukt houden, dit verwarmt de diesel nog eens extra voor. Maar de motor draaide heel soepel en had enorm veel kracht en koppel. We besloten om hem te kopen, maar zouden hem pas de volgende dag komen betalen, want het was zondag en alle banken waren gesloten.
We verkenden ook de haven en zagen er voor de eerste keer in ons leven een watervliegtuig landen en opstijgen. Er lagen vier grote marineschepen en we zagen een klein tweepersoonshelicopter landen van waarschijnlijk rijke Australiers.
Op de terugweg naar ons guesthouse zagen we nog een busje van de anonieme alcoholisten en grappig genoeg zat het bomvol met Aboriginals. Recht tegenover ons guesthouse was een klein park met veel grasveld. Het was er zeer gezellig en vooral rustig liggen. De hemel was straalblauw met een temperatuur van boven de 30 graden. We genoten van de rust terwijl naast ons onze was in de zon lag te drogen, want we hadden juist alles eens kunnen wassen in een wasmachine in het guesthouse.
Ons eerste werk was het geld bijeen krijgen voor de aankoop van onze auto. Een deel cash gaan afhalen met onze VISA-kaart en de rest met Traveller Cheques. Dan de koop gaan afsluiten, direkt dan maar met die grote bak van een auto naar de supermarkt inkopen gaan doen. Naar de kampeerwinkel om luchtmatrassen te kopen, want dit was het enige wat we nog te kort hadden.![]()
We rusten weer uit in het park. Kathleen liet ook een massage doen van haar rug en nek in een schoonheidsalon. De prijs was hoger dan in Belgie. Alles is hier blijkbaar een beetje duurder, maar hier is dit gemakkelijker te aanvaarden omdat je dan ook waar voor je geld krijgt. Alles is proper en de mensen gedragen zich normaal.
Pascal kocht een telefoonkaart om rond te bellen voor de registratie van de auto en de verzekering. Onze Nissan had namelijk een nummerplaat van South-Australia, maar de registratie was nog geldig tot 5 november 2001. We mochten er dan ook tot dan mee rondrijden, maar moesten er voor zorgen dat we voor 5 november in Zuid Australie passeerden om de registratie op onze naam te laten zetten. Ivm de verzekering: in de registratie zit een verzekering voor lichamelijk letsel van de mensen die je aanrijdt. Daarnaast hebben we dan nog een verzekering afgesloten voor de schade die we eventueel zouden toebrengen aan andermans auto. Onze auto is niet verzekerd, maar met die kanjer van een kangoeroe-bar op de voorkant zal er niet rap serieuze schade aan zijn.
Die avond installeerden we ons in de living van het guesthouse en lieten onze trouwvideo afspelen. De anderen die er zaten keken wel eens raar op, maar wij wilden hem zien. Mag ook wel, drie maanden na datum. Het was leuk om iedereen eens terug te zien, en we genoten ook van de mooie montage van Kathleens mama. Enkele meisjes bleven ook kijken en zeiden dat we mooi waren en dat we leuke muziek hadden uitgekozen, maar dat was het werk van Studio 69, want zo noemt Kathleens mama zichzelf als ze video's monteert. Het gaf ons weer een goed gevoel.
Nog een paar zaken regelen vandaag. De verzekering afsluiten, alles inpakken en sorteren in de auto, inkopen doen om toch op zijn minst een week te kunnen overleven, want we waren van plan om naar het Kakadu National Park te vertrekken. We maakten ook een afspraak in een garage om de auto eens een groot onderhoud te geven. Dit kon niet direkt, dus maakten we dan maar een afspraak voor de volgende maandag, zo konden we eerst Kakadu gaan verkennen. Een groot onderhoud kost wel veel geld, maar tenslotte moesten we toch gans Australie doorkruisen met die auto, en als je ergens in de outback stil valt en je moet je laten slepen, zal het je veel meer kosten.Ook nog even gaan horen bij de automobielclub. Als buitenlander kon je je maar op een manier laten inschrijven. Dit kostte 2000 BEF, en de enige dienstverlening die je kreeg als je in panne stond, was dat ze je 30 km gratis sleepten tot aan de garage. De rest moest je allemaal zelf betalen, je kreeg ook geen vervangwagen. Niet de moeite dus. Je kreeg ook wel korting op wegenkaarten, maar bij onze auto hadden we tientallen kaarten gekregen, dus dat hadden we ook al niet nodig.
Moe van het vele regelen, bekeken we nog eens de route die we gingen nemen door het Kakadu-park. Het zag er de moeite uit en we verlangden dan ook naar de volgende morgen om te vertrekken.
Met volle moed vlogen we erin! Maar na een halfuurtje, toen we weg waren van de vele stoplichten, kwamen we op snelheid, maar bij een snelheid van ongeveer 70 km/h begon de auto te dansen en het stuur wild van links naar rechts te slaan. Allesbehalve gezellig. We stopten langs de kant van de weg. Pascal legde zich onder de auto en zag dat de stabilisatorstang die de beide voorwielen verbindt langs de ene kant los was. Normaal kon dit het probleem niet verklaren, want dit had hij ook al met zijn Kadett gehad, en daar merk je eigenlijk weinig van.We wilden het toch laten herstellen (zelf doen ging niet), en reden toen maar bij een garagist in Palmerston binnen. Die zei dat we nieuwe rubbers moesten gaan kopen en hij ging het dan wel monteren. Zo gezegd, zo gedaan. Wij naar Darwin achter nieuwe rubbers, maar toen we terugkeerden had hij opeens geen tijd meer om het te monteren. Pascal probeerde toen maar met hun gereedschap maar de vastgeroeste moeren waren niet los te krijgen.
Het was ondertussen al een stuk na de middag en we wilden Kakadu gaan verkennen. We besloten om aan 60 km/h verder te rijden (dat was de snelheid waarop de auto nooit begon te dansen), en het euvel de maandag in de garage in Darwin te laten herstellen, waar we toch al een afspraak hadden.
We reden over de Stuart Highway die de Noord- met de Zuidkust verbindt, dan over de Arnhem Highway tot aan een camping in het Kakadu National Park. In totaal al 300 km verwijderd van Darwin.
De camping noemde "Kakadu Resort" en was vlakbij de South Alligator River, die vol zit met zowel zoet- als zoutwater krokodillen. Gelukkig wandelden die niet voorbij op de camping. Voor het eerst kookte Kathleen eens ons eigen potje op het gasvuur. Patatjes met een blik peren en gebraden worsten. Het smaakte ons verschrikkelijk goed. Tijdens het eten hoorden we wolven huilen, dat begon hier al goed met de gevaarlijke beestjes. In een tent slapen was wel weer even wennen, na zo lang op hotel te zijn geweest, maar het beviel ons ten zeerste.
We werden hier wakker gemaakt door grote zwarte kraaien die heel grappig kraaiden. Ze kraaiden namelijk enkele keren en dan stierf het geluid uit, alsof de batterij plat was, heel grappig. Na het ontbijt breekten we alles af en reden verder door het park richting "Ubirr".In "Mamukala" stopten we even, want je kon er in verschillende observatiehutten de vogels in de wetlands bekijken. De wandeling was 3km lang en bracht ons langs die observatiehutten, maar ook door een soort woud. We zagen al direkt de bekende witte Kakadu met de gele kuif en ook kangoeroe's. De eerste keer dat we die beestjes in het wild zagen rondhuppelen, onze pret kon niet op.
![]()
Dan verder naar Ubirr, we zetten onze tent er op en gingen toen een ticketje kopen voor een boottocht de volgende morgen op de East Alligator River. De camping "Merl" daar, was een echte bush-camping. Temidden een bos hadden ze twee sanitaire blokken neergepot en errond in het bos, ver van elkaar, waren de plaatsen waar je tent kon opzetten. Iedere campeerplaats had zijn eigen barbecue en 's avonds was het er echt pikdonker.
We hadden onze tijd en lagen dan ook een heel deel van de namiddag op het gemak op onze luchtmatras. Daarna nog even naar de Aboriginal Rockpaintings gaan kijken en naar een uitkijkpunt geklommen. Tegen de avond kookte Kathleen weer, terwijl de vogels een serenade van jewelste gaven. Zalig rustgevend was dat, je kon er uren naar kijken. We zagen ook enkele heel mooi gekleurde vogels rond onze kampplaats vliegen.
Maar toen het donker werd, kwamen de muggen op gang. Het was er niet te doen. We moesten ons helemaal aankleden, niet voor de koude, maar om niet gebeten te worden. 's Nachts ging Kathleen naast de tent pissen, maar dit heeft ze later niet meer gedaan. Want haar billen stonden vol van de muggebeten, ze was echt aangevallen geweest door die beestjes, en twee weken later kon je nog die hardnekkige beten zien.
Om 9 uur vertrok de boottocht. De metalen boot met aan het roer een aboriginal vaarde stroomopwaarts op de "East Alligator River". Het was voor ons de eerste keer dat we krokodillen in de vrije natuur zagen. In Kakadu leven er twee soorten krokodillen: zoetwater (freshies) en zoutwater (salties) krokodillen. De freshies hebben een smalle bek en zijn relatief ongevaarlijk. De salties daarentegen zijn groot met een dikke bek en durven al eens aanvallen. Ze noemen zoutwaterkrokodillen omdat ze de mogelijkheid hebben om zout water te filteren tot drinkbaar water, maar eigenlijk leven ze liever in rivierwater dan in de zee.De eerste krokodil die we zagen was tamelijk groot en lag muisstil langs de kant met zijn bek open. Onze gids vertelde ondertussen over de aboriginals, hoe zij hier leefden. Want langs de andere kant van de rivier lag Arnhemland, het grootste stuk aboriginalland van Australie. Een van de zijrivieren, zei hij, was dieper dan onze rivier en daar zat een zeer grote krokodil die ze de naam "Eric" hadden gegeven. Ze was zo groot omdat in de diepe zijtak hele grote baramundi-vissen leven en hoe groter de vissen, hoe groter de krokodil. Hij wist ook te vertellen dat het krokodillevlees dat je op restaurant krijgt naar kip smaakt, omdat ze op de kwekerij kip aan de krokodillen te eten geven. Terwijl een echte krokodil meer naar vis smaakt omdat dit het natuurlijk dieet van de krokodil is.
Om de 100 meter zagen we wel een krokodil liggen. Het was een gezellig tochtje en op het einde gaf de gids ook nog wat uitleg over de didgeridoo en speelde er op. Hij zei, als de vrouwen er op kunnen blazen, dat ze dan in verwachting zouden geraken. En Kathleen maar proberen om er enig geluid uit te krijgen.
Twee uur later was de tocht afgelopen en we reden direct verder naar het begin van een wandeltocht, de "Bardedjilidje walk". De rotsen daar waren net allemaal stapels pannekoeken. Het eerste kwartier moesten we wel langs de rivier wandelen, waar we net al die krokodillen hadden gezien en we hadden toch wel een beetje schrik.
We reden verder richting "Jabiru", de enige stad in het park en tankten daar. We zagen er het bekende "Crocodile Holiday Inn" hotel. Dit was gebouwd in de vorm van een krokodil maar van op de grond zie je daar niet veel van. Alleen zijn bek was te herkennen omdat die de ingang vormde.
Na het bezoek aan het "Bowali Visitor Centre", waar we informatie opdeden over het park, reden we verder naar onze derde kampingplaats aan "Yellow Water". Onze laatste wandeling die dag was weer naar een uitkijkpunt, de "Mirrai Lookout". Een korte, gemakkelijke wandeling met een ontgoochelend uitzicht. Want door de bomen op de top, zag je eigenlijk niet veel meer.
De kamping was de drukste van de drie tot nu toe, het voordeel was dan wel weer dat we onze gasfles konden laten opvullen en bier kopen. Het bier kochten we, want we hadden na drie dagen wel eens goesting in iets anders dan water of cola.
Na het ontbijt pakten we weer alles in en zouden iets verder rijden naar Yellow Water. Maar we waren nog geen honderd meter ver toen onze koppeling het begaf. We zagen het even niet meer zitten. Pascal bekeek het even en zag dat niet de koppeling zelf kapot was, maar de bekrachtiging ervan, de cilinder lekte en het olievatje stond helemaal leeg. Gelukkig kon Pascal dan toch verder rijden door op het juiste moment te schakelen. Als het toerental van de motor namelijk hetzelfde is als het toerental van de wielen, kan je schakelen zonder te ontkoppelen. Het enige probleem is om hem in eerste versnelling te krijgen, want dan staan je wielen stil. Dit lossen we op door de auto in eerste te zetten en dan te starten, want gelukkig hadden we een heel krachtige batterij die zo de auto kon op gang kon brengen.
Yellow Water was een groot meer waar je naar de vogels kon kijken. We zagen er vele gekleurde vogels maar bordjes waarschuwden ons weer voor de krokodillen. Gelukkig kruiste er geen enkele ons pad.
Dan naar een hele mooie billabong. Een billabong is een meer dat overblijft in een opgedroogde rivierbedding, waar de vissen dus kunnen overleven. We wandelden er rond en op de achtergrond zagen we de indrukwekkende Nourlangie-rots. De billabong noemde "Anbangbang billabong" en stond vol met waterlelies, heel mooi. De Nourlangie-rots was beschilderd met Aboriginal paintings. Ditmaal hele mooie, de typische X-stralen tekeningen van de dieren en ook de handafdruk die ze erbij plaatsen, dit is hun handtekening.
Op het gemak aan 60 km/h (anders ging onze auto dansen) en zonder koppeling reden we terug naar onze eerste kampplaats. Het was nog licht toen we er aankwamen, en zo kon Kathleen eens het avondmaal bereiden met natuurlijk licht. Ze maakte lekkere pureepatatjes (van vlokken) en we kregen bezoek van twee kangoeroe's. Bij de camping was ook een zwembad, maar tot onze grote verbazing hadden ze een zeil over het zwembad gespannen om het in de schaduw te leggen. Op wat trekt dat nu? En dit doen ze hier regelmatig in Australie.
Het was een boeiende ochtend want we werden omringd door kangoeroe's. Tijdens het ontbijt kwamen ze gewoonweg tot bij ons gehuppeld. Kathleen kon er een kleintje aan zijn neusje aanraken. De wallabi ging direkt tot bij zijn mama en drukte zijn neusje tegen dat van haar. Het was zo schattig, alsof de baby het ging vertellen aan zijn moeder dat ze aangeraakt was door een mens. Zo'n lieve beestjes die kangoeroe's, enfin deze soort noemt eigenlijk wallabi.Direkt daarna vertrokken we naar Darwin. Het was een saaie rit zo traag en op het eind moesten we wel twintig verkeerslichten passeren en dat is geen lachertje als je niet kan schakelen. Als het rood is moet je je laten uitbollen en ongeveer proberen in te schatten dat het juist groen zal worden als je eraan komt, om toch maar in vierde versnelling te kunnen blijven rijden.
We raakten toch veilig in ons "Frogshollow"-hotel. We vroegen dezelfde kamer als de week ervoor en geloof het of niet, maar we konden zelfs in hetzelfde stapelbed slapen. Het is altijd plezant om ergens terug te keren waar je al geweest bent, dan kom je als het ware weer een beetje thuis.
Onze vierde huwelijksverjaardag! Om 8 uur 's morgens moest Pascal al met onze jeep in de garage zijn. Kathleen bleef thuis, deed de was in de wasmachine en ruimde wat op. In de garage gaven ze de auto een groot onderhoud, maar het pompje voor de koppeling konden ze nog niet vervangen, dat zou pas de volgende dag binnen zijn, en pas woensdag hadden ze tijd om het te plaatsen. Voor de losse stabilisatorstang stuurden ze mij naar Pedders Suspension, daar zou ik goedkoper bediend worden, wisten ze mij te vertellen.
Tijdens het wachten had Pascal nog een babbel met een Australier. Hij woonde in Darwin, maar werkte in Alice Springs. Zo maar eventjes 1500 km verder! Hij werd met het vliegtuig gebracht, werkte er twee weken twaalf uren per dag, kwam dan terug en had een week vrijaf. Hij reed er met een road train, zo'n gigantische truck met wel vier opleggers erachter, van de goudmijn naar het bedrijf waar ze uit de aarde het goud ziften. Hij werkte er nu al vier jaar, maar had nog nooit goud gezien, het zit gewoonweg in heel kleine partikeltjes in de aarde. Ik vroeg hem ook nog als je met zo'n road train achteruit kon rijden en hij antwoordde dat je slechts enkele meter achteruit kon, daarna sloeg alles toe. Je moet er dus voor zorgen dat je altijd vooruit kan. Fascinerend.
Na de spaghetti 's middags trok Pascal naar de volgende garage, Pedders Suspension. Een gezellige garage met een olijke dikkerd als garagist. Ze konden er direkt onze stabilisatorstang vast zetten met de rubbertjes die we de week ervoor al gekocht hadden. De bout zelf kreeg ook hij niet los vanwege de roest, ze hebben ze dan maar doorgezaagd en uit een grote doos een nieuwe bout gezocht die paste. Hij controleerde de rest van de ophanging en kon niets abnormaals vinden. Hij raadde ons dan ook aan om naar het City Tyre Centre te gaan om onze voorwielen te laten uitbalanceren zodat het dansen zou ophouden.
Pascal ontmoette bij die garagist een Hollands koppel van tegen de vijftig die met hun eigen Landrover (met Nederlandse nummerplaat) helemaal tot in Australie waren gereden. Eerst over land tot in India, dan de boot op tot hier, Australie doorkruisen, en dan dezelfde route weer terug. Een reis van twee jaar! Ze hadden de Gibb River Road gedaan in de Kimberly (West Australia) en daar hadden hun schokdempers het begeven. Wij hadden ook graag die route gedaan, maar daar zullen we toch nog eens diep moeten over nadenken. Het grappige was dat hij als eerste eigenaar levenslange garantie had op die schokdempers. Hij gaf dus een telefoontje naar zijn garagist in Nederland, zei dat ze kapot waren, die vroeg waar hij zat, en hij antwoordde natuurlijk: Australie! Even stomverbaasd, maar goed, drie dagen later zou hij ze hebben, gratis!
We gingen ook nog een voorraad wijn en bier halen. Dit ligt hier niet zomaar in de supermarkt, maar in een aparte winkel binnen de supermarkt. Zo konden we klinken op onze huwelijksverjaardag, een magere troost want met al die miserie met onze auto waren we eigenlijk niet zo in de stemming. We babbelden ook nog met een Duits meisje en het klikte wel. Ze was geinteresseerd om met ons mee te rijden naar Alice Springs en de diesel te delen. We stelden dit voor en ze was maar al te blij dat ze mee kon. We spraken af om woensdag te vertrekken, nadat de koppeling zou vermaakt zijn.
Slecht nieuws in het City Tyre Centre. De voorwielen waren niet alleen slecht uitgebalanceerd, ze waren ook helemaal versleten. Langs de binnenkant (niet te zien als je auto zo maar bekijkt) waren er diepe groeven in. Als we daarmee off road zouden gaan, hadden we zeker een gescheurde band. Vervangen dus maar, 5000 BEF per band! Ze hadden de achterwielen er ook afgedaan en ontdekt dat de ene remschoen bomvol olie en vet zat. De oliekeerring tussen het differentieel en het wiel was stuk en liet alle olie dus naar de remmen lopen. Gevolg: die ene rem werkte natuurlijk niet meer en was bovendien niet meer te herstellen want de olie tast de remschoen aan. Dus, de twee remschoenen vervangen, want die moet je per paar kopen. En bovendien was de remcilinder ook nog lek. Totaalrekening: 22000 BEF. Enfin, we hadden alles mooi op papier en dus mooie verkoopsargumenten voor over enkele maanden in Sydney.Kathleen had ondertussen weer in het park gelegen tegenover Frogshollow. Ze had nog altijd een beetje heimwee na het vertrek van haar ouders. En al die kosten met de auto en die grote investering dan nog eens als we de auto gekocht hebben, het was haar allemaal een beetje teveel. Pascal verraste haar dan maar met een lekker fris wit wijntje, "Queen Adelaide".
| http://www.geocities.com/kathleen_pascal
De huwelijks-wereldreis van Kathleen en Pascal |