Huwelijks-wereldreis |
| Oppervlakte SA | : | 984.000 km2 | Bevolkingsaantal in SA | : | 1.480.000
80% ervan leeft in en rond Adelaide |
| Tijd in SA (tov Belgie) | : | winter: +9,5 uren
zomer: +9,5 uren |
's Morgens waren we direct klaarwakker want er zat een kanjer van een spin tussen de binnen- en buitentent. Kathleen kroop maar dieper in haar slaapzak, terwijl Pascal de spin zo vlug mogelijk probeerde te verwijderen. Even later was de spin plat, de tent opgevouwen en stipt om 7 uur konden we al vertrekken. Na enkele bochten kwamen we op het langste stuk rechte weg van Australie, namelijk 146,6 km. Deze oersaaie rechte weg loopt dan nog door de "Nullarbor Plain", wat zoveel wil zeggen als "vlakte zonder bomen".
We passeerden op een gegeven moment door een heuse sprinkhanenplaag. Deze beestjes spatten echt als regendruppels tegen onze auto uiteen. Een geluk bij een ongeluk, even later begon het te regenen en was onze jeep weer gewassen.
In "Eucla" reden we over de grens en kwamen zo in Zuid-Australie. Al een uur voor de grens was het weer veranderd. Van prachtige zon die we al zo gewoon waren in Australie, naar onweerswolken met wind en regen. Aan de grens stond een bord dat we onze klok drie kwartier voorruit moesten zetten, zodat we al zeven uur en drie kwartier voor stonden op Belgie.
Juist achter de grens kwam de highway tot vlak aan de zee waar er tal van uitkijkpunten waren. We stopten al direct op de eerste parking en stonden hoog op de kliffen te kijken naar onweerswolken boven de zee waar de regen met bakken uit viel. Op een van de voorlaatste uitkijkpunten hielden we nog eens halte. Ondertussen was de zon weer van de partij die wel al goed gezakt was. We kregen er een geweldig zicht over de steeds uitspringende rotsen die als kliffen boven de oceaan uitkomen. Ze werden roze gekleurd door de zon en de verste kliffen verdwenen in een nevel van opspattend zeewater. We vonden dit al even schoon als de 12 apostelen die we later nog gingen zien.
Vandaag konden we 750 km afleggen. In Nullarbor Roadhouse zetten we onze tent op. Het onweer was terug op komst, alsof de wind gedraaid was. Het was daarbij dan nog een verschrikkelijke ongezellige camping en we stonden op een vlakte waar de wind vrij spel had. Na een tijdje was het zover en we moesten onze tent inspurten. Het onweer was losgebroken en niet veel later was onze tent door en door nat. We moesten dat natte tentzeil dan nog telkens van ons wegduwen want de hevige rukwinden blaasde ons tentje bijna plat. Uiteindelijk vielen we toch in slaap en 's morgens dobberde onze luchtmatrassen op een plas in de tent.
Toch een beetje zon deze morgen zodat we alles konden drogen. De tent legden we languit in de auto en tegen 's middags was die droog. Het was wel zeer warm die dag. Voor de tweede dag op rij legden we 750 km af, helemaal tot in "Port Augusta". Eenmaal de Nullarbor vlakte voorbij, waren er heel veel graanvelden. De dorpjes herkende je dan ook aan grote silo-torens in plaats van kerktorens. Die avond bleef het 30 graden maar 's nachts begon het weer te regenen.

Onze wekker liep al om 5u30 's morgens af, want we wilden ten laatste om 13uur in Adelaide arriveren. Zo zouden we toch nog op tijd zijn om onze auto op onze naam te laten registreren. De laatste dag dat we konden gaan, want vandaag de 5de november liep de registratie ten einde.
Toch konden we het niet laten om nog een ommetje te maken langs een magnetische heuvel. Daarvoor moesten we wel een bergketen over en zo ondervonden we voor de eerste maal dat onze diesel toch al een beetje oud werd: aan 60 km/h tuften we de berg op. Wel een prachtig gebied, maar het regende en het bleef regenen. Net een grijze dag in Belgie waar je het einde niet van ziet.
In "Peterborough" was er de "Magnetic Hill", een heuveltje waar magnetische aantrekkingskracht in de grond zit. Je moest je auto afzetten, de versnellingspook in neutraal, uitstappen en dan zag je de auto vanzelf de berg oprijden. Daarbij krijgt hij wel wat snelheid, je moet al lopen om hem nog in te halen, maar gelukkig stopt hij juist voor de top. We deden dit een paar keer opnieuw omdat we het niet goed konden geloven, maar iedere keer reed onze jeep vanzelf weg. Merkwaardig.
In "Burra", een mijnstadje, bezochten we een open mijn. Enfin, bezoeken kon je het nauwelijks noemen, het regende en waaide, dus bleef ons bezoek beperkt tot uitstappen, even kijken en terug instappen in de auto. Het was gewoonweg veel te koud, nat en winderig. We reden dan maar direkt in een stuk door naar Adelaide.
Daar stapten we een registratiekantoor binnen en op vijf minuten was alles geregeld en stond de jeep op onze naam! We waren allebei gelukkig dat het zo gemakkelijk ging, zonder dat we eerst nog de auto technisch moesten laten keuren. Het enige wat ze moesten hebben was een adres in Australie, dus gaven we maar het adres van de camping in Adelaide op.
In het winkelcentrum daar merkte Kathleen opeens op dat het al 15u30 was, zo maar even een uur en drie kwartier later dan op ons uurwerk. Wat een geluk dat we vroeg genoeg waren vertrokken deze morgen of we waren nog te laat geweest om de auto te laten registreren. Blijkbaar is er 2,5 uren verschil tussen Zuid en West Australie en niet de drie kwartier zoals op het bord aan de grens.
De camping, die dus tevens ons adres in Australie is voor de autoregistratie, was vlakbij het stadscentrum. Pascal stelde voor om een bungalow te nemen, want onze tent was deze keer niet droog geraakt en wijzelf waren ook aan een droog dak boven onze kop toe. Het huisje viel heel goed mee, voor ons was het eigenlijk als een paleis, als je zo weken aan een stuk gecampeerd heb, altijd gemeenschappelijke ruimtes moet delen en op het laatste dan nog in de regen moet zitten klodderen dan is dit wel subliem. De chauffage zetten we direkt op maximum, en spreidden alle natte spullen uit om te drogen. Het deed echt deugd om nog eens in de luxe te zitten. Alles was er in dat kotje, van de keuken met alle mogelijke gerief, tot TV en vooral een zalig bedje!
Het weer zag er veel beter uit, wel fris, maar voor de goedkoop zetten we dan maar weer ons tentje op. We kochten ons een busticketje, stapten juist voor de camping op de bus en die bracht ons tot in het centrum van Adelaide. Het was er heel gezellig. Er loopt een brede winkelstraat door het stad, die reeds vol stond met kerstversiering. Er staan ook tal van oude Victoriaanse gebouwen, en rond het centrum is er 1 groot park, waardoor de stad heel groen lijkt. Een rivier kronkelt door die groenzone.
Aan het Adelaide Festival Center stonden een heleboel fel gekleurde blokken, daar trokken we trouwfoto's, want Kathleen had graag in iedere staat van Australie waar we door passeerden een typische foto met onze trouwkleren gehad.
In de namiddag stapten we de openbare bibliotheek binnen om onze e-mail te controleren. In Zuid-Australie kan je namelijk gratis internetten in iedere bibliotheek. Het was er prachtig, antieke boekenrekken tot twee verdiepingen hoog met balkonnetjes. Ook een parketten vloer, jammer eigenlijk dat er midden in deze zachte houten atmosfeer tientallen beige computerschermen stonden. Ze hoorden er eigenlijk helemaal niet thuis, maar wij konden er toch handig gebruik van maken.
Daarna terug naar ons tentje, maar ondertussen was het harder beginnen waaien, zodat we ons helemaal niet meer konden opwarmen. Dan maar een aperitiefje gedronken in de auto, met wat muziek op. We besloten dan maar om naar de cinema te gaan, ons busticketje naar het centrum was toch heel de dag geldig. De films die ze speelden trokken ons niet echt aan en bovendien zouden we nog anderhalf uur moeten wachten. Het was er wel lekker warm en we bleven dan maar wat zitten in de entree van de cinema. Uiteindelijk zijn we naar geenenkele film gaan kijken en terug naar de camping gegaan, om diep in onze slaapzak te kruipen, daar is het altijd warm.
"Mount Lofty" is een berg juist naast Adelaide vanwaar je een subliem uitzicht hebt over de stad. We stonden er dan ook op 727 meter boven de oceaan die we ook zagen liggen.
Op diezelfde berg, een beetje lager, was er een dierenpark: "Cleland Wildlife Park". Een uitgestrekt park met vooral koala's en kangoeroe's. In de voor- en namiddag was er telkens een twee uur durende sessie waarbij je de koala's kon strelen. Om de 15 minuten worden de streel-koala's gewisseld, om ze niet te veel uit hun gewone doen te halen, want normaal slapen die beestjes overdag. Het ging er allemaal heel natuurlijk aan toe, maximum drie personen mogen bij die koala en opzichter en je krijgt ongeveer vijf minuten om die teddybeer te strelen. Want zacht zijn ze en ongelofelijk schattig. Ze krijgen alleen maar eucalyptus blaren te eten en dat is ook het enige wat ze lusten. Daar halen ze zelfs hun water uit, een koala heeft normaal geen extra drinkwater nodig.
We kuierden verder rond in het park en kwamen zo voorbij de open verblijfplaatsen van de koala's. Af en toe moest je door een hekje en kwam je op een groot grasveld waar je vrij tussen de emu's en kangoeroe's kan lopen. Zo konden we tot op een halve meter bij de grootste kangoeroe's komen, zonder dat ze zich bewegen. Als hij dan rechtstaat, is hij even groot als Kathleen.
De kangoeroe's van Kangoeroe-eiland (voor de kust van Adelaide) waren de liefste en hebben helemaal geen schrik. Kathleen streelde ze gewoon, gaf ze gras te eten en Pascal volgde haar met zijn fototoestel. Kathleen kon er nog uren vertoeven, het was echt een hoogtepunt voor haar, zo zalig was het om hun zachte pels aan te raken.
Na de lunch reden we verder naar "Viktor Harbor". Op een rotsig eiland voor de kust komen hier elke avond na zonsondergang honderden pinguins aan land na hun visvangst om er te slapen. Het eilandje is verbonden met het vasteland door een houten pier, waar je kan over wandelen ofwel een authentieke paardetram nemen. Spijtig genoeg komen die pinguins pas als het donker is, je kan er dus moeilijk foto's van nemen en bovendien moet je met een ranger meestappen en er nog voor betalen ook.
Het was koud en winderig, dus besloten we maar om dit pinguinbezoek uit te stellen en lekker warm in onze bungalow te gaan zitten. Kathleen geraakte trouwens niet van haar verkoudheid af, dus was het beter om niet te veel buiten in de wind te vertoeven.
In de ouderwetse bibliotheek van Viktor Harbor konden we een uur gratis op het internet gaan. Het was niet echt een recente computer en we hadden het uur dan ook integraal nodig om enkele e-mails te lezen. Het zonnetje scheen en we deden nog een wandeling in het stadje. Na de lunch vertrokken we te voet over de pier naar Granite Island, waar 's avonds de pinguins komen slapen.
Het was een compact rotsig eiland en we genoten van de stilte en de mooie bloemen en rotsen. Sommige rotsen waren helemaal uitgehold, net als de Remarkable Rocks op Kangoeroo Island, die we niet gezien hebben. Voor de pinguins waren we weer te vroeg en we besloten wijselijk om ons terug te trekken in de warme bungalow zodat Kathleen niet zieker zou worden door in de koude harde wind te wandelen.
"Larry, the big lobster" en crossen met onze jeep over grote duinen, stond vandaag op het programma. De eerste stop was dus aan een zeer grote polyester kreeft, Larry genaamd, in Kinston SE. Veel meer dan er een foto van trekken kon je er niet doen. In het vissershaventje kon je wel verse kreeft kopen maar we vonden nergens een gezellig restaurantje om kreeft te gaan eten. Juist alsof alle kreeften direkt de camion opgaan en de plaatselijke bevolking er niet van geniet.
Dus wij weer verder, naar zeer grote duinen in het Canunda National Park nabij Millicent. Daar zijn 4WD routes uitgestippeld in de duinen, zo kon Pascal zich eens uitleven met de jeep. Maar op de eerste duin die zelfs nog niet echt stijl was, reed de jeep zich al vast. Achteruit dan maar, de banden half laten leeglopen en dan kon je er zo oprijden, wat een verschil! Maar even verder werd het te gortig. Het pad leidde stijl naar beneden, op zich geen probleem, maar hoe zouden we hier ooit uit geraken? We stopten er maar, wandelden wat rond en keerden terug. Pascal was toch tevreden, in Bungle Bungle had hij door rivieren kunnen rijden, in Litchfield door de modder, in de outback over rode stofwegen en hier over zandduinen. Enkel sneeuw hadden we niet gehad met onze jeep.
Langs de weg kwamen we ook nog roze meren tegen, net vergifpoelen, maar het zullen wel mineralen zijn die het zo kleuren. We arriveerden 's avonds in Mt Gambier, de laatste stad voor de grens met Victoria, genaamd naar de vulkaan er vlakbij. Het was groter dan we gedacht hadden en naast de camping was er een helder blauw vulkaanmeer, The Blue Lake.
Op de camping hadden ze geen bungalows meer vrij. We zetten dan maar ons tentje nog eens op. Dit was echter de allerlaatste keer, want het overtrok weer en even later was onze tent alweer nat. Desalniettemin amuseerden we ons wel die avond, want we trokken naar het centrum van Mt Gambier. We gingen iets drinken in een barretje waar ze tot onze grote verbazing eens de verwarming hadden opgezet. Dit, en de goede muziek, maakte het natuurlijk keigezellig.
Kathleen had goesting om te dansen bij het horen van de discomuziek in het barretje. We vroegen waar dit kon, want deze bar ging sluiten en kregen te horen dat er eigenlijk maar 1 plaats was om uit te gaan. Even verder was een soort cowboy-saloon met een live-band. Wij er naar toe en we voelden ons heel goed tussen al die cowboys en -girls.
Kathleen was zo in de stemming dat ze op bepaalde momenten alleen op de dansvloer stond de show te stelen. De anderen konden er volgens haar niet veel van. Ze zijn te dik en staan daardoor maar wat heen en weer te wiegen. Bij het slapengaan regende het en zo wisten met zekerheid dat dit de laatste keer in ons tentje zou worden.
| http://www.geocities.com/kathleen_pascal
De huwelijks-wereldreis van Kathleen en Pascal |