Terug naar de startpagina.

Huwelijks-wereldreis

[ Andere reizen | Home | Wie zijn we | Huwelijk | Voorbereiding | Route | Verslag | Links | Contact ]
[ Azië | Oceanië | Amerika ]
[ Australië | Frans Polynesië ]
[ NT-1 | NT-2 | NT-3 | WA-1 | WA-2 | SA | Vic | NSW ]

Australie

Western Australia

ma 22 oktober 2001: Snorkelen met manta rays.

Onze boottrip was oorspronkelijk van 8h30 tot 16 uur. Een hele dag dus. Het weer viel mee, met minder wind en veel zon. Het vertrekuur werd verlaat met een uur omdat er nog te weinig water in de baai stond en we werden met een klein bootje naar de grote boot gebracht worden over het koraalrif. Anderhalf uur later zaten we met onze trui aan in de wind op de boot. Voor het snorkelen hadden we een wet-suit (een surfpak) gekregen van de organisatoren om het toch nog een beetje warm te hebben in het water dat maar 21 graden was.

Een walvis.We vaarden eerst over het prachtige rif op zoek naar manta's maar die vonden we niet direkt. Ondertussen vloog er een vliegtuigje over de zee om de walvissen te zoeken, het zogenaamde "spotter-plane". Het vliegtuigje had walvissen gezien en dit aan de kapitein van ons schip gemeld en we zetten er dan ook koers naar. Eens over het rif, in volle zee, vaarden we volle gas vooruit.

Vanaf hier begon de enigzins dwaze trip. De zee was woelig, we gingen hoog op en neer, waardoor de horizon regelmatig verdween achter een grote golf. Dit maakte Kathleen al misselijk en ze moest zich goed vasthouden. Achteraan was de boot open en dat was de beste plaats voor haar om te staan zonder misselijk te worden. Het was vlak achter de barbecue. Kathleen stond er juist goed toen het metalen deksel van de barbecue vloog, door de wind. Hij botste tegen haar hoofd, maar gelukkig had ze haar zonnebril op haar hoofd om haar haar bijeen te houden. Die brak de slag en vloog dan ook in stukken vaneen. Wat een geluk.

Op dat moment waren we bij de walvissen gekomen. Iedereen liep dan ook naar voren op de boot om foto's te trekken. De boot zelf ging ondertussen nog altijd hard over en weer. De walvissen waren wel de moeite. Grote vissen die op hun gemak door de golven zwemmen en af en toe spuiten ze water omhoog. Het enige wat we niet te zien kregen was hun grote staartvin. De perfekte foto konden we dan ook niet maken.

Na een uurtje jagen achter de walvissen kwamen we plots bij manta rays. We moesten snel ons natpak en snorkelgerief aantrekken en als ze "go" riepen, uit de boot springen. Een voor een werden we in de wilde zee gedropt, net de evacuatie van een zinkend schip in een wilde storm. Voor Kathleen was dit al serieus beangstigend. Nog maar net bekomen van de sprong in het koude water werden we al terug geroepen door een matroos. Er waren blijkbaar geen manta's meer op die plek. Terug naar de boot zwemmen dus en proberen op het laddertje te geraken dat hevig op en neer ging. Gelukkig trok de matroos, een stoere zeebonk met baard, haar met een arm uit het water.

Een manta ray.Opgelucht zat Kathleen te rillen van de schrik en de koude op een bankje. Ze kon niets meer doen. Pascal hielp haar met aankleden, want ze was verschrikkelijk mottig en het ging haar totaal niet. Tien minuten later moesten we weer in het water, de volgende groep manta rays was gesignaliseerd. Maar Kathleen ging niet meer hoor! Pascal wel en het was de moeite. Grote platte roggen van wel drie meter breed zwommen sierlijk door het water. Hij dook enkele malen naar beneden om er foto's te kunnen van nemen met het wegwerponderwaterfototoestel (wat een woord). Een hele ervaring, zei hij, toen hij uit het water kwam, maar Kathleen kon het niet veel meer schelen.

De zon warmde ons na een tijdje toch op en even later waren we weer in het rustige water tussen het rif en het strand. Daar kon je nog eens boven het koraal gaan snorkelen, maar wij genoten van het zonnetje op het dek en van de Chardonnay witte wijn die we kregen in afwachting van de barbecue. De worstjes smaakten ons en we voelden ons al heel wat beter. Toch waren we blij dat we die avond terug op het vasteland waren. Het was een dagje geweest om niet gauw te vergeten.

di 23 oktober 2001: Stromatolieten.

Weg uit Coral Bay, volle gas naar Monkey Mia, Shark Bay. Dit was 450 km verder. Enfin, volle gas ging niet goed, want op de camping was het zanderig en hadden we de auto in 4WD moeten zetten en we kregen de versnellingsbak niet meer in 2WD. Na enkele kilometers rammelen, floepte hij er dan toch uit, na het nemen van een scherpe bocht. In Carnarvon stopten we om inkopen te doen en onze e-mail te lezen. Opnieuw de ondertussen alom bekende saaie weg, bosjes links en rechts, slalommen tussen de omvergereden kangoeroe's. Hier en daar schapen en geiten die langs de weg staan te grazen op zoek naar dat beetje gras dat er nog staat.

Monkey Mia is een piepklein badplaatsje dat enkel en alleen bestaat omwille van het feit dat daar al sedert de jaren '60 wilde dolfijnen tot aan het strand komen om gevoederd te worden. Dit plaatsje ligt opnieuw op een schiereiland omringd door prachtig blauw, helder water. In een World Heritage Area, namelijk "Shark Bay".

Stromatolieten in Shark Bay.Net voor we ons einddoel bereikten stopten we eerst even aan een strand waar zogenaamde stromatolieten liggen. Dit zijn kalktorentjes gevormd door Cyano-bacterien en het ongelofelijke eraan is dat hun ouderdom terug gaat tot 3500 miljoen jaren geleden. Dit is tot aan het begin van leven op aarde. Naast die kalktorentjes waren er ook nog andere vormen en soorten. Zoals kleine platte mosstukjes. Als je er op liep was het net een verende, zachte ondergrond. Dan had je nog de puntvormige die, als het water boven hen staat, luchtbelletjes laten ontstaan. Het was iets raars om te zien en vooral de ouderdom ervan was niet te bevatten.

Monkey Mia was echt wel klein. De weg eindigde gewoon op de enige camping. Die was heel gezellig met een zalig grasveld waar we onze tent op mochten zetten. Vlakbij was de zee die het allemaal zo mooi maakte. Het was al laat, maar toch kookte Kathleen nog een Thais rijstgerecht met verse gerookte koraalvis erbij (cod). Het was om duimen en vingers af te likken, zei Pascal. We kregen ook nog wat uitleg van het gezellig Australisch koppel naast ons, over hoe de vis het best klaargemaakt werd. En dit met een glaasje Porto ervoor als aperitief, en het was weer af. Tenslotte kwam er nog een meeuw de restjes oppikken.

wo 24 oktober 2001: Dolfijnen voederen in Monkey Mia.

Kathleen bij een dolfijn in Monkey Mia.Die morgen konden we al om 8 uur naar het voederen van de dolfijnen gaan kijken, maar we waren lui en raakten er pas rond 9h30. Aan de kleine pier daar lagen twee metalen katamarans waar je kon met meevaren om naar de zeekoeien te gaan zien. Dit deden we niet. Kathleen had even genoeg van boten.

De eerste sessie eten geven aan de dolfijnen was net gedaan maar over het algemeen kwamen ze rond 10 uur terug. Je moest dan met zijn allen naast elkaar mooi op een rij gaan staan met je voetjes in het water. Een ranger geeft dan wat uitleg over de dolfijnen terwijl wij ze kunnen zien vlak voor ons. Nicky en Ped waren de twee vandaag. Ze zijn echt schattig en vleien zich rond de benen van de ranger die uitleg geeft. Zo wist hij te vertellen dat dolfijnen 104 tanden hebben, maar ze zullen nooit een mens bijten, tenzij hij zich toevallig net tussen de dolfijn en een prooi bevindt. Verder gaat de mond direkt naar de slokdarm en het gaatje op hun kop gaat naar de longen. Ademen is bovendien geen automatisme, maar daar moeten ze echt aan denken. Slapen doen ze dan ook met slechts 1 oog toe en de ene helft van hun hersenen nog wakker om het ademen te sturen.

Kathleen bij de pelikanen.Na 20 minuten komen er dan drie andere rangers met emmers met dode vissen in. Iedereen moet dan uit het water op een rij gaan staan en zij kiezen willekeurig iemand eruit die een visje aan de dolfijnen mag geven. Wij hadden geen geluk, maar probeerden het later nog eens.

Op de geur van die vis komen natuurlijk ook pelikanen af. Ze krijgen dan ook enkele visjes. Dit zijn echt indrukwekkende vogels. Zo groot en tam. Je kan er zelfs naast gaan zitten poseren voor de foto. In de namiddag toen we op het gemak op het strand lagen kwam er zelfs een pelikaan naast ons zonnen.

We wandelden ook nog langs het strand. Er was veel minder wind en je voelde de zalige stralingswarmte van de zon nog eens. Het zeewater was wel nog altijd koud, maar toch probeerden we er in te snorkelen. Spijtig genoeg zagen we geen visjes, enkel zand en zeegras.

do 25 oktober 2001: Tot 9m diep schelpjes op Shell Beach.

Weer naar de dolfijnen, maar nu al om 8 uur 's morgens. Kathleen wilde namelijk per se aangeduid worden om de dolfijnen te mogen voederen. Na de derde sessie lukte het. Het dolfijntje kwam mooi de vis uit haar hand halen.

Kathleen op Shell Beach.Rond de middag vertrokken we uit Aapje Mia (Monkey Mia). We stopten 26km verder nog even in Denham, de meest westelijke stad van heel Australie en tevens zeer gezellig. Vervolgens nog een stop in "Eagle Bluff", een uitkijkpunt over de mooie kliffen van Shark Bay en een laatste stop in Shell Beach. Dit is een heel breed strand, kilometers lang met onnoemelijk veel witte kleine schelpjes. Ze liggen zelfs tot 9 meter diep. Daarbij drukken al die schelpjes zo hard op elkaar dat ze uit de onderste lagen stenen kunnen snijden die gebruikt worden om huizen te bouwen. We trokken vele foto's op deze unieke plaats.

En dan weer verder, 400 km zuidelijker, naar "Geraldton". Het was al donker toen we er aankwamen. De receptie van de camping was al gesloten, dus wij dan maar gratis een plaatsje gezocht, ergens tussen de andere tenten. Maar toen Kathleen naar het toilet wilde gaan, bleek de deur op slot. Blijkbaar kreeg je de sleutel pas als je registreerde en betaalde. We dachten van nog eens goedkoop te camperen, maar nu hadden ze ons liggen. Dan toch maar betaald en het grappige was nog, dat we een plaats toegewezen kregen juist naast de kampplaats waar we onze tent al hadden opgezet.

vr 26 oktober 2001: Kreeft.

Kleurrijke huizen in Geraldton.Geraldton is een heus stadje en bekend om zijn kreeftenvangst. Die worden van hieruit naar alle uithoeken van de wereld geexporteerd. Maar voor we in de eigenlijke stad gingen rondwandelen stopten we eerst even bij een 4WD-specialist. Vooraleerst voor het probleem dat we de auto moeilijk uit 4WD kregen. Dit was rap opgelost, de banden langs voor waren namelijk iets groter dan langs achter, als je dan alle vier de wielen aandrijft, wringt dat natuurlijk en zullen de wielen iets moeten kunnen doorslippen op de onvaste ondergrond om dat te compenseren. Langs de andere kant worden de tandwielen in de versnellingsbak ook opgespannen. Wat moesten we dan doen? Wel gewoon enkele meters achteruit rijden en hij schakelde als niks van 4WD in 2WD. Ervaren persoon daar, zo leren we elke dag bij.

Daarenboven reden we al zeker 5000 km met de linkerbladveer langs achter die langs de ene kant helemaal afgeroest was. Niet echt veilig dus. We lieten dat mooi weer aan elkaar lassen door een lasser. Zijn vrouw bracht ons naar het centrum zodat we terwijl daar wat konden rondkuieren. Wilde bloemen langs de weg.Op zoek naar een visrestaurant kwamen we een ongelofelijk nette en grote viswinkel tegen. Daar hadden ze nu eens alles, verse en diepgevroren vis, inktvis, kreeften, krabben,... Dit was echt te verleidelijk, we kochten dan ook een kanjer van een kreeft van een halve kilo en diepgevroren vis voor de volgende dag.

We lunchten eens in de Mc Donalds en lieten ons dan afhalen door die vrouw. Onze jeep was mooi gerepareerd voor niet al te veel geld. Zo konden we weer met een gerust hart verder. Nog een kort bezoek aan de supermarkt en het internetcafe en we waren weer weg.

Vanaf Geraldton veranderde het landschap met de minuut. Het werd groener en geregeld stonden er mooie wildflowers langs de weg. In "Greenough" stopten we om informatie te krijgen over waar er nog wildflowers staan. West-Australie is er echt bekend voor en in bepaalde streken kan je langs velden rijden die vol staan met bloemen. Maar eigenlijk waren we al een beetje te laat op het seizoen en de uitgestrekte bloemvelden zouden we niet meer te zien krijgen, wel nog hier een daar een bloem. Scheve bomen in Greenough.In Greenough stonden heel wat bomen die letterlijk scheef waren gegroeid door de wind die hier heel het jaar door waait. Zeer speciaal om te zien, net die speciale bonzai-boompjes. We trokken er natuurlijk weer foto's van. Dit deden we eigenlijk heel de tijd. Om de haverklap stopten we langs de weg om bloemen te fotograferen die nog bloeiden. Het was allemaal zo fascinerend omdat het andere soorten waren dan in Europa.

Onze eindstop die dag was in "Cervantes". Een klein dorpje vlak aan de kust gelegen aan het "Nambung National Park". Dit is op zijn beurt dan weer bekend om zijn "Pinnacles". Een zeer merkwaardige plaats in de woestijn die vol staat met spitse rotsen.

's Avonds maakte Kathleen voor Pascal rijstpap klaar en voor zichzelf de lekkere kreeft, waar ze al zolang zin in had. En het was heerlijk! Pascal at er niet van mee, hij is er niet zo zot van. Zijn rijstpap smaakte hem even goed.

za 27 oktober 2001: Gigantische surfduinen.

De Pinnacles in West Australië.De mysterieuze Pinnacles waren echt de moeite. Motocrossers op de zandduinen van Lancelin.Het was dan ook tijd om onze trouwkleren nog eens aan te trekken op deze unieke plaats. Je had van in de woestijn ook zicht op de zee, wat een ongelooflijk contrast is. We bleven er ongeveer twee uren en amuseerden ons.

Daarna trokken we verder richting Perth, met tussenstop in "Lancelin". Dit stadje ligt vlak aan metershoge witte zandduinen waar er op gesurfd wordt. Maar toen we er aan kwamen, zagen we veel meer crossmoto's dan surfers. Die waren zich op de zandduinen aan het uitleven. Toch waren er ook een paar jongeren bezig met een soort van surfplank, maar echt goed lukte dit toch niet. Pascal wilde nog met onze jeep in de duinen gaan crossen maar Kathleen raadde hem dit wijselijk af. Want het zand was wel heel mul en de kans dat we ons zouden vastrijden, was wel heel groot. De stoere motorrijders zouden nogal lachen met ons. We namen er een paar fotootjes, lunchten en reden recht naar "Fremantle", de badstad vlakbij Perth.

Onze camping was zeer gezellig, inclusief een half-openluchtkeuken met microgolfoven, gewone oven, broodrooster, ijskast en diepvriezer. Vermits er te veel wind was, kookten we dus daar. Er lag een Australische krant en daar lazen we dat ons Mathilde bevallen was van een dochter op donderdagavond.

Die avond was er blijkbaar een beach-party, want we konden de muziek horen tot in onze tent. Dit stopte pas om 4 uur 's morgens. Toch goed geslapen.

zo 28 oktober 2001: Elene teruggezien.

Mooie gebouwen in Fremantle.Na ons ontbijt verkenden we Fremantle. We deden onze foto's binnen en kuierden op de weekendmarkt. Wel overdekt maar multi-cultureel. We kochten er fruit en vis. Er lagen weer prachtige exemplaren zodat het moeilijk was om te kiezen. Onze keuze viel op haai. Het zonnetje scheen en we dronken op een terras een potje Italiaans koffie en wie kwamen we daar tegen? Een van de twee duitse meisjes die we een maand geleden hadden meegenomen. Elene vertelde dat ze al wat gewerkt had in Australie, fruit plukken voor 10 A$ per uur, en nu was ze terug op zoek naar werk. Julia was al terug in Duitsland. Geld op of heimwee?

's Middags aten we onze haai op met verse asperges en dit alles gemengd in een rijstgerecht. Daarna terug naar Freo, zoals Fremantle hier genoemd wordt. We strandden op een ander gezellig terrasje nadat Pascal een stuk van het verslag had bijgetypt. We bestelden twee glaasjes witte wijn, maar de garcon zei dat hun alcohollicentie enkel toeliet om alcohol te schenken als je er ook iets bij at. Dan maar een salaatje besteld voor ons tweetjes.

Kathleen had ondertussen een hooikoortsaanval gekregen van 's middags boven het gras te koken. Het is hier lente en juist zoals in Belgie vliegt er dan vanalles in de lucht of zitten er bepaalde stoffen in het gras waar ze dit van krijgt. 's Avonds dronken we nog lekkere wijn en aten onze overschot van het bangelijke rijstgerecht op. Kathleen was opeens ladderzat van de wijn, hoogst waarschijnlijk door het hooikoortspilletje dat ze genomen had. Slapen was de oplossing.

ma 29 oktober 2001: Supergezellig Fremantle.

Supergezellig Fremantle.Om 11 uur haalden we onze foto's. Ze waren echt mooi. Hoe kan het ook anders, elke dag hebben we een straalblauwe hemel! Pascal tikte weer verslag bij en Kathleen dronk een koffietje op hetzelfde terras van de dag ervoor. Daarna gingen we samen naar een reisbureau om onze ticketten te bestellen voor Bora Bora. We werden er vriendelijk onthaald en kregen een heel goede prijs voor een ticket dat ons helemaal tot in London zou brengen. op 23 november zouden we vanuit Sydney over Nieuw-Zeeland naar Papeete (Tahiti) vliegen. Daarbij dwarsen we de datumgrens, dus de 23ste november zullen we twee keer beleven. Toch raar!

Twee weken later op 9 december worden we naar Los Angeles gebracht om daar een week de filmster te gaan uithangen. En tenslotte de 19de december komen we na een lange vlucht in London aan. Juist op tijd voor de feestdagen in Belgie. We moesten dus wel op voorhand de data al vastleggen maar we hadden dit goed uitgerekend zodat het geen probleem kon zijn. Alleen moeten we zien dat we in Sydney onze jeep op tijd verkocht krijgen.

Voor de skyline van Perth.Dit gedaan, stapten we nog naar een rond gebouw aan de haven. Het heeft ooit nog als gevangenis gediend en is een van de oudste gebouwen in West-Australie. In de 19de eeuw vuurde men vanop dit gebouw elke dag om 13 uur een kanonschot af, zodat de zeelui op hun schip de klok konden juist zetten. Enkele jaren geleden hebben ze deze traditie weer hervat.

In Fremantle zelf staat het eigenlijk vol oude gebouwen die terug mooi geschilderd zijn. Om de haverklap passeren er dan ook nog gerestaureerde old-timers, wat Pascal maar ook Kathleen, graag ziet. Je voelt je hier soms terug in de jaren '50. Dit maakt het hier zo gezellig en knus. Daarnaast zijn er veel moderne winkels waar Kathleen zich zot zou kunnen kopen.

In de namiddag reden we naar de grote koekestad, "Perth". We trokken foto's van de skyline en deden een wandeling tussen de hoge gebouwen. Niet echt overweldigend, want veel oude gebouwen waren onder de slopershamer verdwenen en hadden dus plaats moeten maken voor moderne gebouwen. Je liep eigenlijk gewoon in een grote, nette stad rond, wat overal toch een beetje hetzelfde is. De ene is al wat properder en georganiseerder dan de andere, maar ja, we moesten er toch eens geweest zijn.

di 30 oktober 2001: Bora Bora-ticketjes in handen.

Close encounters met een haai.Tijd om op te krassen. We pikten onze tickets op in het reisbureau (zeer zorgvuldig gedaan), werkten ons verslag bij en reden weer verder. Eerst nog naar het noorden van Perth, naar het "AQWA-center". Een aquarium met alle soorten visjes. Dit ging van gekleurde kleine visjes, over grote kwallen (Jelly-fish), tot manta's en haaien. Deze laatste twee soorten waren zeer knap voorgesteld. Je liep door een tunnel van 98 meter lang onder een basin gevuld met 3.000.000 liter water. Daardoor had je zicht op de vissen die naast en boven je zwommen. Je kon kiezen om zelf te wandelen of om het hele schouwspel aan je te laten voorbijglijden door op een rollend tapijt te gaan staan. We konden de haaien en de manta's dan ook van heel dichtbij bestuderen, wat echt de moeite was.

Onze overnachting was in "Bunbury", waar je met de dolfijnen kon zwemmen. Het was een ongelooflijk nette kamping met overal het gras mooi afgereden, douches en toiletten met houten deurtjes,... Kathleen had nog steeds hooikoorts en het gras waar we op stonden deed haar geen deugd. We babbelden dan maar wat in de auto en dan recht de tent in.

wo 31 oktober 2001: Wijn proeven.

Na het ontbijt naar het strand. Het was niet zo idyllisch als in Monkey Mia, want het strand lag in een stad en was ingesloten door fabrieken. We hadden wel change. De dolfijnen kwamen al na een half uurtje naar ons gezwommen, en dit nadat ze al drie dagen niet geweest waren. Het was een grote dolfijn en iedereen moest weer in het water gaan staan onder toezicht van een vrijwilliger. Het water was ijskoud en Kathleen besloot om niet te zwemmen, want je mocht hier met je snorkelgerief een klein stukje met de dolfijnen meezwemmen.

Pascal kwam er bevroren uit maar had geluk gehad, want de dolfijn had wel 5 minuten rond hem alleen gezwommen. Het weer was wel terug wat warmer en we bleven nog wat nagenieten op het strand. Niet te lang, want onze plannen waren om weer verder te rijden, dit keer van de kust weg naar het binnenland.

De Diamond Tree Lookout van 51 meter hoog.We volgden een zeer gezellige kronkelige weg over heuvels. De bomen werden alsmaar groter tot we uiteindelijk in de echte wouden kwamen. In "Manjimup" stond een 300 jaar oude boom, de "Diamond tree" genaamd. Een "Eucalyptus Multicolor" van 51 meter hoog waar je op kon klimmen. In 1940 hadden ze namelijk een platform er bovenop gemaakt dat diende om bosbranden op te merken. Pascal klom natuurlijk langs de steile ladder omhoog terwijl Kathleen beneden bleef, want ze was draaierig van het hooikoortspilletje.

20 km verder, in "Pemberton", stond nog zo'n uitkijkboom, de "Gloucester tree". De hoogste van de streek. Hij lokte dan ook veel meer volk en je moest er bovendien voor betalen, terwijl de vorige gratis was en in feite juist hetzelfde. Juist voor deze uitkijkboom hadden we een prachtige wijngaard gezien en je kon bij die wijnboer gratis wijn proeven, wat we natuurlijk deden.

De garcon was een zeer gezellige rustige jongen en knap, volgens Kathleen. Hij expliceerde ons alles over het maken van wijn in Australie en de verschillen tussen Australische en Franse wijn. Dit maakte dat ook wel interessant. Zo leerden we dat er hier in West-Australie meer zon is dan in Frankrijk, dus is de wijn zoeter, er zit meer alcohol in en vooral is de wijn veel rapper rijp om te drinken (al na 2 jaar). In Frankrijk is de wijn zuurder, door suiker toe te voegen kan je dat neutraliseren, maar de tijd neutraliseert dat eigenlijk het best. Daarom moet Franse wijn langer in de kelder rusten. In Australie mogen ze geen suiker toevoegen.

We mochten ook nog tussen de wijnranken lopen en dit was prachtig. Vooral ook met het zeer mooie weer wat alles toch zo anders maakt. De witte wijn die we kochten was een "Pemberton Classic" van 1999 en de rode was een "Cabernet Merlot", ook van 1999. Je zal ze niet in Europa vinden, want de exportwijnen worden op grote wijnboerderijen in Zuid-Australie gebrouwen.

De witte wijn dronken we die avond al op. Zo was hij nog lekker fris. We logeerden dan ook op een zalige camping in het bos in "Shannon National Park". De camping was gelegen waar vroeger een houthakkersdorpje was. Kathleen maakte een rijstgerecht met verse vis en we vonden het er zalig aan het kampvuur. De volle maan verlichtte alles en we dansten tussen de bomen op een prachtig grasperk.

do 1 november 2001: Natuurwonder.

Grote ram in Wagin."Allerheiligen"! Voor ons was het een zeer ontspannende morgen. Je kon namelijk met je auto een toer maken door het bos. Af en toe waren er dan wandelingen of kreeg je uitleg over de bomen als je de radio op 100.0 afstemde. Wij deden een stuk van een 8 km lange wandeling, gingen kijken naar een dammetje en amuseerden ons met de jeep. We kwamen wel langs een slang die dood op de weg lag. Het zag er geen lief beestje uit.

's Middags stopten we al met ons bezoekje door dat geweldige bos, want die dag hadden we nog wat kilometertjes af te leggen langs geen echt grote wegen, meer bepaald door kleine dorpjes, over heuveltjes, langs meertjes en bloemenvelden en door ouderwetse cowboydorpjes. Langs deze wegen stonden schapen, helemaal anders dan in Belgie. Hun pels is meer bijeen gerimpeld en ze zijn niet zo dik.

Vossen komen in deze streek ook voor. We zagen er een doodgereden langs de weg liggen. Kathleen reed, tot haar grote spijt, een prachtig groen vogeltje omver dat tegen onze jeep vloog. In "Wagin" hielden we een tussenstop om naar een groot beeld van een ram te gaan kijken, helemaal uit polyester gemaakt. Misschien een beetje kitscherig maar het typeert wel Australie waar ze alles in het groot zien.

's Avonds dachten we een natuurwonder te zien. Eerst was er de zonsondergang: een rode bol die we nog nooit zo groot hadden gezien. We stopten dan ook vlug om foto's te trekken. En tien minuten later zagen we aan de tegenovergestelde kant de maan opkomen. Een even grote bol, net het spiegelbeeld van de zon, die prachtig roos gekleurd was. Het was net of het irreeel was. Naarmate de maan steeg, kreeg ze weer haar klassieke witte kleur. Nog nooit hadden we dit gezien en dit is juist wat ons zo boeit in Australie. Je ziet hier gewoonweg alles, alles!

We reden nog door tot in "Hyden". Dit is bekend voor zijn "Wave Rock". Het is een overhellende rots in de vorm van een golf die gaat overslaan. In het licht van de volle maan keken we ernaar. De volgende morgen zouden we dit in het zonlicht zien. We belden ook nog naar huis om te weten hoe Allerheiligen was.

vr 2 november 2001: Met de surfplank op Wave Rock.

Surfen op wave rock.Vandaag was de eerste dag van drie saaie en vermoeiende rijdagen. We moeten zowat 2000 km afleggen op een weg waar er echt niets meer te zien is, zelfs geen bomen! Maar eerst bezochten we de Wave Rock. We haalden onze surfplank van het dak van de jeep en trokken daarmee foto's onder de golfrots.

En we haalden er succes mee! Iedereen wilde ook een foto op onze surfplank en er werd zelfs een foto van ons getrokken. We vertoefden er ongeveer 1 uur, klommen nog op de rots en bezochten ook nog een andere rots er vlakbij in de vorm van de bek van een nijlpaard. We hielden het kort, want er waren onnoemelijk veel vliegen en zelfs muggen overdag. En ze staken! We stonden vol muggebeten tegen de middag. Hier zagen we ook voor de eerste keer in Australie een levende slang tussen de rotsen wegglibberen.

Na Hyden was er eerst nog een "unsealed road" of niet-geasfalteerde weg van 300 km lang tot aan de highway. Dit is gewoon Belgie doorkruisen zonder 1 benzinestation tegen te komen, m.a.w. eigenlijk niets tegen te komen. De weg was wel in goede staat, geen ribbels erin en soms zeer kronkelig zodat het toch nog boeiend was. Deze weg bracht ons tot in "Norseman". Daar hadden we terug asfalt.

Skylab dat in 1979 op Australië viel.Norseman zelf was weer juist een spookstadje, geenenkele mens op straat. Er staan wel huizen die er verlaten bij liggen, maar toch wonen er mensen. Dit was de laatste stad in West-Australie, vanaf hier begon een lange trip naar Ceduna, de eerste stad in Zuid-Australie, 1200 km verder, door de "Nullarbor" vlakte.

We waren nog fit en reden nog iets verder tot aan het eerste roadhouse, "Balladonia" genaamd. Daar sliepen we op een camping waar er zelfs een museum was met uitleg en foto's over vroegere tijden. Zo kwamen we er te weten dat er in 1979 vlakbij het roadhouse een ruimtelabo neergestort was, SkyLab, gelanceerd in 1973. En het mooie aan de hele historie is dat de toenmalige president van Amerika Jimmy Carter persoonlijk naar het roadhouse heeft gebeld om zijn excuses aan te bieden voor het ongemak.


Terug naar de startpagina. http://www.geocities.com/kathleen_pascal
De huwelijks-wereldreis van Kathleen en Pascal

Hosted by www.Geocities.ws