Huwelijks-wereldreis |
| Oppervlakte WA | : | 2.525.500 km2 | Bevolkingsaantal in WA | : | 1.800.000
80% ervan leeft in en rond Perth |
| Tijd in WA (tov Belgie) | : | winter: +7
zomer: +6 |
's Morgens huurden we ons een kayak om op het meer en de rivier vlakbij de camping te gaan varen. De rivier noemde de "Ord-river" en een dam had het water omhoog gestuwd zodat er veel zijtakken ontstaan waren waarop je zalig kon kayakken. Ze hadden ons gewaarschuwd dat we Freshies konden tegenkomen, de brave zoetwaterkrokodil. Kathleen was er toch niet gerust in, temeer omdat onze metalen Canadese kano nogal wiebelachtig op het water lag.
Het was een leuke tocht. In het water groeien onnoemelijk veel waterplanten en er staan verdroogde bomen in, doordat het water kunstmatig omhoog is gedreven. Op die bomen zie je vele vogels rusten. Sommige ervan zitten met hun vleugels open, dit om ze te laten drogen. Want diezelfde vogels zagen we onder water duiken, ze zwemmen een poosje en komen er pas na enkele tientallen meters weer uit, wel na af en toe even lucht genomen te hebben. Het was prachtig weer en we genoten van onze activiteit.
Na een tweetal uren hadden we er genoeg van, want we wilden diezelfde dag nog helemaal tot in Halls Creek rijden. In de late namiddag kwamen we daar aan. Voor ons geen gezellig gehuchtje. We hadden er veel te trieste herinneringen aan. Hier hadden we namelijk het berichtje gelezen dat ons terug naar Belgie had gebracht.
De camping zelf was ook niet alles. Vlak aan de straat gelegen waar er, naarmate het later werd, steeds meer zatte Aboriginals met veel lawaai voorbij liepen. Naast ons zaten Engelse in een aftands minibusje die de hele avond muziek hadden opstaan en luid lachten en babbelden tot laat in de avond. Er brandde dan nog eens een felle spot over het grasveld, zogezegd voor onze veiligheid, maar dit is juist iets waar Kathleen helemaal niet tegen kan. Voor haar moet het donker zijn 's nachts. Pascal legde dan maar de bache over onze tent.
Nogmaals over die Abo's: in elke gemeente waar veel Aboriginals rondhangen moet je de diesel vooraf betalen. Anders wordt er waarschijnlijk te veel gestolen. Wij moeten er ook niet van weten, ze zijn vuil, stinken, doen niks en hangen er maar wat rond.
Na toch nog een goede nacht, vertrokken we al vroeg in de morgen, want we wilden helemaal tot in Derby rijden vandaag. En dit was nog 550 km verwijderd van ons. Eindelijk weg uit Halls Creek, of zoals wij het noemden: Hells Creek. Vanaf hier begon onze route die we vier weken geleden abrupt hadden moeten afbreken.
Zo zagen we weer nieuwe dingen en een nieuwe omgeving. Het was heel warm vandaag. Op de middag was het 42 graden in de schaduw. We zitten namelijk in de opbouw naar het regenseizoen en dan wordt het alsmaar warmer totdat de regen er met bakken begint uit te vallen. Tijdens het rijden zagen we geregeld een windhoos die alles omhoog deed cirkelen. We zagen ook paarden en koeien langs de weg want er is geen afrastering geplaatst. Je moet dan ook goed opletten dat ze niet plotseling vlak voor je oversteken.
's Middags wilden we weer op een gezellig plaatsje picknicken. In een floodway (dit is de weg die gewoon door de uitgedroogde rivier loopt), probeerden we van de weg af de uitgedroogde rivier in te rijden. Maar ver kwamen we niet. Direkt zakten we een twintig centimeter in het mulle zand en zaten we vast. Rap in 4WD gezet in achteruit er weer uit. Dan maar ergens anders picknicken.
Vlak voor je Derby binnen rijdt kan je de boab-prison-tree bezoeken. Een boab is een boom die enkel in noord-west Australie groeit. Hij heeft een heel dikke stam en in het droge seizoen geen bladeren. Deze boom is in het verleden nog gebruikt geweest om Abo-gevangenen in de holle stam op te sluiten. Plezant om zien, maar niet echt indrukwekkend.
Derby zelf was ook niet overweldigend. Het was ook wel zaterdagnamiddag en alles was al gesloten. Het leek net een spookstad, geen kat te zien. Het enige interessant gegeven daar was dat het verschil tussen eb en vloed er tot 10 meter kon bedragen. Dit gingen we dan ook bekijken op de pier aan de haven. De zee zelf was grijs net als de noordzee.
De camping was wel rustig (hoe kon het ook anders) en gratis! Want de receptie was gesloten toen we er aankwamen, dus dan betalen we niet.
Een 200 km verder ligt "Broome", dat een dag en een nacht verschilt wat betreft schoonheid en bezienswaardigheden met Derby. We bezochten 10 km voor de eigenlijke stad het "Bird Observatory". Langs een rode aardeweg werden we geleid tot daar. Er was een vogel-wandeling tot aan het strand en die verkozen we. De zee zelf was azuurblauw, een heel verschil met de grijze watermassa in Derby. We genoten eigenlijk veel meer van de zee en de kust dan van de vogels, want die waren heel angstig en vlogen bij de minste beweging al weg.
Even later in Broome reden we direkt door naar het bekende "Cable Beach" en zetten ons tentje op op de gelijknamige camping. Een verzorgde camping en vooral rustig. Pascal was doodmoe en ging een dutje doen, terwijl Kathleen naar het strand wandelde. Cable Beach was een prachtig breed zandstrand met slechts om de 50 meter iemand die ligt te zonnen. Heel wat anders dan pakweg Blankenberge op een zomerse dag. Kathleen kon het dan ook niet laten om in de azuurblauwe zee te gaan zwemmen. Het was de eerste keer dat ze in de Australische zee zwom en het beviel haar zeer goed. Het water was dan ook lekker warm. Het enige wat ze minder leuk vond, was een zeeslang die dood op het strand lag.
Na het dutje van Pascal gingen we samen op stap naar het strand. We deden er een wandeling en trokken foto's. Daarna reden we naar het zo bekende "Gantheaume Point", waar je prachtig rode pannekoekrotsen hebt met op de achtergrond de turqoise zee en de felblauwe lucht. We reden ook nog naar het Japanees kerkhof in de stad. Broome is namelijk gesticht door vooral Japanese inwijkelingen die er naar parels kwamen duiken. Maar velen stierven op of in de zee. Eenmaal raasde er zelfs een orkaan over de zee en stierven er 140 parelduikers in een klap. Op het kerkhof zelf lagen 900 Japanners begraven. Onderweg kwamen we nog een grote koeienlosplaats tegen. De koeien worden er van de road-train tussen hekkens geleidt om dan verder verscheept of geslacht te worden.
Tegen de zonsondergang reden we met de zee het strand van Cable Beach op. Dit mag op een bepaald gedeelte en dit wilde Pascal natuurlijk wel eens uitproberen. Natuurlijk waren we nog geen vijf meter ver, of we zaten al vast in het mulle zand. Nochtans stond de jeep op 4WD, dan maar in four-wheel-drive-low gezet. Nog geraakten we er niet uit. Ondertussen was een vriendelijke Australier gestopt en die vertelde ons dat we het differentieel langs voor niet geblokkeerd hadden. Inderdaad, aan de voorwielen moet je een schakelaar verdraaien, zodat het differentieel geblokkeerd wordt. En dan geraakten we er zonder moeite uit.
Op de camping gekomen namen we een douche en kleedden ons op, want we zouden deze avond krokodil gaan eten. Het restaurant had een terras aan Cable Beach en er speelde een live-band. We kregen stukken krokodille-staart in een salade. Het vlees was wit van kleur, malser dan inktvisringen, maar het smaakt natuurlijk anders. We mochten het wel. Het flesje Australische rode wijn Hardys Chiraz-Cabernet maakte het allemaal nog lekkerder. Naar het schijnt zit er heel veel cholesterol in het krokodillevlees, maar daar ondervind je niet direkt iets van. De volgende dag lieten we wel serieuze stinkscheten.
Al vroeg in de morgen reden we met onze jeep terug naar dat Gantheaume point, want nu stond de zon perfekt op de rotsen om foto's te nemen. Daarna gingen we naar het "Chinatown" van Broome, het centrum van de stad. We deden onze foto's binnen en verzonden enkele e-mails en reden dan terug naar Cable Beach. Heel de voormiddag lagen we te bakken. De zon brandt hier meer dan ooit tevoren, dus goed insmeren was de boodschap.
In de namiddag konden we onze foto's al gaan halen en het deed deugd om die weer te kunnen bekijken. Chinatown is net een cowboy-stad, maar dan wel nog echt in gebruik. Lage houten huizen met een overkapping over het trottoir. Er was zelfs een authentieke cinema die al meer dan 80 jaar in gebruik is. Je kan er buiten onder de sterren in ligstoelen naar de film kijken. We kochten een ticketje voor die avond, want ze speelden juist "Moulin Rouge" met Nicole Kidman en die wou Kathleen zeker zien. In Belgie was die film ook juist uit.
Stipt om 16 uur stonden we opnieuw op Gantheaume point. De derde keer al, ditmaal omdat het extreem laag tij was en dan kan je op zoek gaan naar dinosaurus-afdrukken op de rotsen. Na een kwartierje zoeken vonden we ze. Het beestje had drie tenen en de afdrukken waren ongeveer 20cm groot. Megalosauropus Broomensis hebben ze het genoemd, een carnivoor van ongeveer 3 meter groot die hier 130.000.000 jaar geleden moet gepasseerd zijn.
De film begon om kwart voor negen 's avonds. We installeerden ons op de tweede rij onder de sterren met een emmer popcorn. De film "Moulin Rouge" was heel goed. Het begin was wel even wennen. Nogal rommelig en hektisch gefilmd, maar dat wende wel. Het was eigenlijk een romantische musical en het originele was dat het gefilmd was in het Parijs van rond de jaren 1900, maar de muziek waren bewerkingen van hedendaagse liedjes. De zoveelste versie van het klassieke Romeo en Juliet verhaal. Kathleen liet dan ook soms een traantje. Net op een romantisch spannend moment hoorden we opeens het geronk van een vliegtuig. Dit werd maar luider en luider, tot oorverdovend, en plotseling scheurde er een vliegtuig 50 meter boven ons hoofde voorbij. We zaten namelijk juist onder de landingsbaan van Broome. Was ons dat verschieten.
Tijd om te vertrekken uit Broome, 600 km verder lag Port Hedland. Een saaie weg, met slechts 1 roadhouse halverwege waar je kon tanken. We reden wel evenwijdig met de kust, maar die konden we niet zien, want we waren er zo'n 30 km van verwijderd. Toch gingen we eens kijken naar de kust, ter hoogte van het Pardoo Roadhouse sloegen we af en kwamen zo aan "Cape Keraudien". Dit was net op het einde van eighty-mile-beach. Een strand van zo maar efkens 120 km lang met geen kat op.
Toen we met onze jeep op dit strand kwamen viel onze mond open van verbazing. Het was er ontzettend mooi, met echt zo ver je kon zien zandstrand. Het was eb en de zee was wel een halve kilometer verwijderd van het droog strand. We wandelden over het natte strand en zagen rotsen met zoutkristallen en regelmatig vluchtten er krabben weg voor ons. Er was zelfs een octopus die in een klein plasje twee krabben aan het opeten was. Pascal wilde er een foto van trekken, maar kon daarbij niet echt dichtbij komen. Want de octopus spoot water naar hem om zichzelf te verdedigen. Verder vonden we ook nog kanjers van schelpen.
Na deze deugdelijke wandeling reden we verder naar Port Hedland. Op zich niet echt een gezellige stad, maar wel indrukwekkend doordat er hier massaal ijzererts en zout verscheept wordt.
Dit ijzererts wordt met kilometerslange treinen vanuit het binnenland naar de stad gebracht. We hebben zo een trein gezien met 240 wagonnetjes, goed voor een lengte van 2,6 kilometer. Langs voor trekken er 2 locomotieven van elk 4000 pK dit vooruit en ongeveer in de midden duwen nog eens 2 locomotieven. Al deze drukte brengt natuurlijk een heleboel rood stof in beweging. De stad en de auto's zijn dan ook bedolven onder een dun laagje rood stof.
Het zout dient voor export naar Japan, Taiwan, Korea en de Filipijnen. Het is industrieel zout dat gebruikt wordt voor plastiek, chloor, glas, papier,... Slechts 4 procent ervan dient voor tafelzout en de voedselindustrie.
Onze camping "Cooke Point Caravan Park" was wel iets grappig. In plaats van echt gras, lagen er groene matten om je tent op te zetten. Het schijnt dat hier vroeger bungalows stonden op een betonplaat. De huisjes hebben ze verwijderd, wat zant over de betonplaten gesmeten, de matten erboven om zo ook enkele campeerplaatsen voor tenten te hebben. Het moet wel gezegd zijn dat het er proper uit zag, geen insekten of beestjes in het gras, maar het wel serieus artificieel.
Kathleen kookte weer een rijstgerecht en het smaakte ons. Daarna omstreeks 8 uur vielen we als een blok in slaap. Een beetje een zonneslag van de dagen ervoor?
Naast ons stond een Hollands koppel, waar we mee in gesprek raakten. Zij hadden het jaar ervoor ook een wereldreis gemaakt en waren nu naar Australie getrokken om er te gaan wonen. Voorlopig woonden ze nog in hun tentje en reisden door het land om te kiezen waar ze zouden gaan wonen. Ze hadden een visum gekregen van 4 jaar en moesten binnen deze tijd een rendabele zaak kunnen starten met op zijn minst 1 Australische werknemer om daarna nog langer in Australie te kunnen blijven. Een goed systeem, vinden we, zo beperk je het aantal nietsnutten die je land binnen komen.
We bezochten Port Hedland nog die voormiddag, trokken foto's van de ellenlange treinen, tankten en reden weer verder. Ditmaal naar "Karijini National Park". Het was een 300km landinwaarts. In de Lonely Planet stond het bij de hoogtepunten van Australie vermeld, wij er dus naar toe.
Op weg naar het park was weer eens niets anders te zien dan vlaktes langs weerszijden van de auto met bosjes en struikjes. In het park zetten we onze tent op in de "Fortescue Camp Area". Een heel sobere camping waar zelfs geen kraantje was, alleen 1 WC per 4 kampplaatsen.
Voor het slapengaan bezochten we nog de "Dales Gorge", die echt de moeite was met haar "Fortescue" watervallen. Die waterval was een gigantische natuurlijke trap van 15 meter breed en even hoog, met rode treden waarover het water naar beneden hotste. Heel mooi.
Na een avond met veel lawaai en debiel gelach van enkele Engelsen, hadden we echt geen goede nacht gehad. We gaan dan voor de rust in een nationaal park camperen! We reden over aardewegen dieper het park binnen om alle hoogtepunten te gaan bezien.
Vooraleerst de "Kalamina gorge". Mooi, maar toen we er een wandeling in wilden maken vonden we de weg niet goed. Er was wel een kristalheldere lagoon waar je kon in zwemmen.
De laatste stop was het best. Je had er een uitzicht over vier gorges die op een punt bij elkaar komen. Ze hadden indrukwekkende namen, zoals de "Weano Gorge", "Knox Gorge", "Wittenoon Gorge" en de "Hancock Gorge". Dit alles zag je vanop de "Oxer-lookout", genaamd naar de blanke persoon die dit alles voor het eerst gezien heeft. De Aboriginals die het park uitbaten kennen deze wondermooie plaats natuurlijk al eeuwen.
In de Hancock Gorge deden we een wandeling die al spektakulair bekend stond en dat was ze ook. Eerst een steil pad naar beneden, dan een ladder, dan wandelde je in de gorge naast het kabbelend water. Zo liepen we even tot we aan een diepe lagoon kwamen waar we onze kleren uitsmeten en erin doken. Eerst wel wat fris, maar achteraf deed het vreselijk deugd.
Toen we zaten te drogen, kwam er een man voorbij die zei dat we nog veel verder konden doordringen in de gorge. Al goed dat we zijn raad opvolgden, want dan pas begon het avontuur. We deden deze tocht blootvoets omdat we constant door het water moesten. De rotsen zelf waren afgerond en dus geen probleem om met je blote voeten op te lopen. We moesten door smalle doorgangen waar je jezelf tussen de rotsen moest klemmen. Dan werd het weer heel breed met een volgende lagune. Dan moest je weer meterhoog langs de rotsen klauteren. Het was echt de moeite en Pascal dook nog eens in het kristalheldere water. Heel voldaan kwamen we aan de auto terug.
Die dag wilden we nog in "Tom Price" geraken. Een mijnstad 200 km verder. De stad is opgebouwd in eigendom van de firma die de mijn uitbaadt. Bij het binnenrijden van de stad, zagen we al direct zo een gigantische mijncamion staan. Kathleen vond het een zeer grappig voertuig op ongelooflijk grote wielen. Ze waren wel drie meter hoog, 2m90 om exact te zijn. Nog wat cijfers over dit indrukwekkend voertuig: Leeg weegt het 98 ton, vol tot 255 ton. De 16 cilinder diesel-motor weegt bijna 5000 kg en levert 1200 kW op 2100 toeren. De vrachtwagen is 12 meter lang, 7 meter breed en 6 meter hoog en heeft slecht een draaicirkel van 13,6 meter! Als hij even zijn tank gaat volpompen kan er 2877 liter diesel in.
Het weer was ondertussen omgeslagen en voor de eerste keer moesten we onze tent in de regen opzetten. Om een beetje binnen te kunnen zitten, probeerden we nog op internet te gaan, deden inkopen in de supermarkt en belden naar huis. Pascal maakte het 's avonds toch nog zeer gezellig. Hij spande namelijk een zeil van de auto naar de tent, zodat we een afdak boven onze kop hadden om te koken en te eten. Het lekte af en toe wel binnen, omdat er een paar gaten in het zeil waren, maar dit kon de gezelligheid niet bederven.
Ons huisdiertje vanavond was een roodgrijze kakatu die aan ons druppend waterkraantje kwam drinken.
Vanuit Tom Price vertrokken we al zeer vroeg in de morgen, want we hadden weer 550 km voor de boeg tot in "Exmouth", dat terug aan de kust lag. Het weer was terug zonnig en we konden goed doorrijden. De eerste 100 km was trouwens nog op "unsealed road", wat zoveel wil zeggen als rode zandweg. De omgeving was weer zoals altijd, dor met hier en daar een struikje. Wat wel boeiend was vandaag, was de verscheidenheid aan dieren die we zagen. Je ziet ze grazen naast de weg of ze lopen voor je auto over. Zo zagen we emu's (zoals struisvogels), kangoeroes, kraaien die aan karkassen aan het pikken zijn, koeien, geiten, schapen, paarden. Zelfs varanen van wel een meter lang dwarsten onze route. Kathleen zag ook weer een dode slang.
Het is soms net een dierendocumentaire waar je temidden in zit. Als je dan stopt op een parking, vliegen er dan weer witte of roze kakatu, luid krijsend, over je heen. Het is echt een fascinerend land, continent moeten we eigenlijk zeggen.
Op de North-West-Coastal-Highway ter hoogte van het Nanutarra Roadhouse stond er plotseling een verkeersbord met de waarschuwing dat de rechte weg daar in een noodgeval door de flying doctors als landingsbaan kon gebruikt worden. En inderdaad, even later waren die typische zebrastrepen op de weg geschilderd die het begin van een landingsbaan aangeven. Het zal je maar overkomen dat er een vliegtuig op je af komt!
Net voor Exmouth sloegen we even van de weg af om door de zoveelste canyon te rijden. De Charles Knife Canyon noemde het, en het blijft toch indrukwekkend. Exmouth ligt op een schiereiland in het noordwesten van Australie en er vlakbij is het prachtige Ningaloo-rif, dat omschreven wordt als het Great Barrier Reef in het klein. Het staat ook bekend voor zijn whale-sharks (walvishaaien) en manta's (grote roggen) waarmee je kan gaan zwemmen, snorkelen of duiken. We informeerden in het toeristebureau waar we dit konden doen, maar we hadden pech, want het seizoen om met die lieve, grote haaien te gaan zwemmen was voorbij. Je kon wel nog naar de walvissen gaan kijken vanop een boot, maar die was al voor enkele dagen ver volgeboekt. Ontgoocheld gingen we dan maar de camping. De camping was ook al gene vette. Er stond nagenoeg geenenkele boom, want twee jaar geleden was er hier een orkaan gepasseerd. Daarenboven stond er een heel strakke, ijzig koude wind. Het stadje stelde ook weer niet veel voor, niks gezelligheid, terwijl we vlakbij een naar-het-schijnt prachtig rif vertoefden. 's Avonds kropen we dan maar vroeg in de tent om uit die vervelende wind te zijn.
Een half jaar getrouwd vandaag! We probeerden er dan ook een gezellig romantische dag van te maken. We reden om te beginnen naar de uiterste tip van het schiereiland. Daar lag vlak voor de kust het wrak van een gestrand schip, de "S.S. Mildura", die was in 1907 onderweg met vee vanuit de Kimberley toen het daar voor de kust strandde. We hadden change, het was juist eb, en we konden dan ook mooi het verroest karkas zien liggen.
Daarna passeerden we het "Vlaming Head Lighthouse". Niet echt de moeite, maar als Vlaming moet je dit toch bezocht hebben, zeker?!
Na deze twee korte bezoekjes, reden we langs de andere kant van het schiereiland richting de prachtige stranden vlakbij het Ningaloo-rif. We reden het Cape Range National Park binnen en moesten 9A$ inkom betalen. We hielden halt aan "Turquoise Bay".
Een prachtig wit strand met kristalhelder diepgroen water. Het water was wel koud en die strakke wind was er ook nog altijd, Pascal ging dus maar alleen snorkelen. Daarenboven was er een heel sterke stroming dus installeerde Kathleen zich maar in het zonnetje en dat was zalig. We bleven er een viertal uren en Pascal was ondertussen in de zon in slaap gevallen.
Een beetje versuft reden we verder naar de volgende snorkelplaats aan "Oyster Stacks". Geen zandstrand maar wel rotsen. Pascal ging opnieuw snorkelen, dit keer heel kort, slechts 10 minuten, bevroren kwam hij dan ook uit het water. Er was wel prachtig koraal te zien en de vissen waren groot, vertelde hij, een veel mooiere snorkelplaats dan aan Turqoise Bay. Toen we even later begonnen te voelen dat we verbrand waren van de zon, stapten we op en reden weer helemaal terug tot in Exmouth.
We controleerden onze e-mail, kochten lamsboutjes en reden naar een andere camping die toch wel iets beter was. De wind waaide nu nog harder, dus spande Pascal een zeil tussen de bomen naar de auto. Zo kon Kathleen onze feestmaaltijd in een windvrij hoekje klaarmaken. Het was ondertussen al donker geworden en we dineerden dan maar in onze tent. Heel romantisch, lekker uit de wind, met kaarsjes, een glaasje rode Australische wijn en perfekt gekruide lamsboutjes. Voldaan vielen we even later in slaap.
Pascal werkte vanmorgen ons verslag bij op de computer van de camping. We stonden al meer dan twee weken achter en veel meer mag het niet worden om er ons nog doen aan te zien. Daarna reden we een kleine 200 km zuidwaarts naar Coral Bay. Een mini-badstadje aan het Ningaloo-rif. Onderweg werd het wel bewolkt en we kregen zelfs enkele druppels regen. Toen we de ruitenwissers op zetten, vloog er een af. Direkt gestopt en zoeken maar. Kathleen vond hem langs de kant van de weg en Pascal zette hem er weer op.
In Coral Bay was het terug goed weer, maar wel nog altijd die vervelende harde wind. We hoopten dat niet ging blijven duren, want zo is het veel te koud om te gaan snorkelen. Hier konden we wel een interessante boottrip boeken voor de volgende dag. Als de boot zou uitvaren (afhankelijk van de wind en het aantal passagiers) zouden we walvissen zien, met manta rays gaan snorkelen, boven het koraal snorkelen en barbecue eten.
Onze wandeling over het mooie strand was vlug afgelopen, want er waaide continu zand in onze ogen. Nochtans was het er prachtig om uren langs de kust te kuieren. 's Avonds aten we opnieuw in ons klein tentje en dat is toch altijd gezellig.
| http://www.geocities.com/kathleen_pascal
De huwelijks-wereldreis van Kathleen en Pascal |