Terug naar de startpagina.

Huwelijks-wereldreis

[ Andere reizen | Home | Wie zijn we | Huwelijk | Voorbereiding | Route | Verslag | Links | Contact ]
[ Azië | Oceanië | Amerika ]
[ Australië | Frans Polynesië ]
[ NT-1 | NT-2 | NT-3 | WA-1 | WA-2 | SA | Vic | NSW ]

Australie

Northern Territory

wo 22 augustus 2001: Met vier op pad.

Nog een uurtje wachten in de garage totdat de koppeling vermaakt was en we konden ons dan klaarmaken voor het vertrek. Ondertussen had de vriendin van het Duits meisje ook gevraagd als ze mee mocht. Haar geld was wel nagenoeg op, maar ze zou in Alice Springs wel werk zoeken. Elena en Julia noemden ze. Vooraleerst gingen we tesamen naar de supermarkt "Woolworths". We kochten er veel frisdrank en water en eten voor een week ver. Onze auto zat propvol, de rugzakken van de twee meisjes moesten zelfs op het dak.

We reden de hele dag. Onze kruissnelheid lag ergens rond de 90km/h, sneller ging niet, want dan kreeg de motor te warm. En bovendien zou hij dan te veel beginnen verbruiken. We zaten nu al aan 10 liter diesel per 100 km. De brandstof is hier niet veel goedkoper dan in Belgie, ongeveer 30 BEF/liter voor de diesel en ongelode benzine is iets goedkoper! LPG heb je voor 20 BEF/liter.

We stopten ergens om te picknicken, zagen veel afgebrande gebieden en onze overnachtingsplaats was op de camping van "Kathering Gorge National Park" (Nitmiluk). Juist ervoor konden we nog een plezante foto nemen bij een neergestort vliegtuigje. De camping zelf was weer perfect uitgerust, met o.a. wasmachines en het is altijd proper. Normaal moest je je gaan aanmelden in het visitor-centre om te betalen voor de camping, maar dit "vergaten" we zogezegd. Zo hebben we toch eens twee nachten gratis kunnen slapen. Dat maakt de dure nachten in Darwin een beetje goed (1000 BEF per twee in een slaapzaal).

Tijdens het avondeten kregen we opnieuw bezoek van wallabi's en Kathleen kon ze weer aanraken. Het is iedere keer een ongelofelijk ervaring als die grappige beestjes in de vrije natuur naar jou komen. De volgende dag was gepland om de hele dag in de gorge te gaan kayakken.

do 23 augustus 2001: Kayakken.

Rond half tien waren we al aan de gorge. We reserveerden kayaks voor de namiddag en gingen dan maar eerst wandelen. Met zijn vieren naar een uitkijkpunt over de gorge. Het was er prachtig en zoals altijd zalig weer, 30 graden en perfekt blauwe lucht. Gelukkig maar, want de laatste keer dat we gekayakt hadden was in Thailand en daar hadden we koud gehad. We kregen twee paddels, eentje voor Pascal die ermee roeide en eentje voor Kathleen die het mooi naast haar neer legde. Ook nog een ton voor onze kleren en fototoestel droog te houden en we waren op gang.

De gorge was onderverdeeld in verschillende etappes, doordat er rotsen en rappels tussen waren. Daar moet je dan je bootje door kleine watervalletjes en over de rotsen duwen. In de vijf uren die we ter beschikking hadden kon je maximum 2 tot 3 gorges doen. Er was veel tegenwind, maar we gingen toch goed vooruit. Langs de twee kanten had je steile rotswanden, af en toe een struikje, strandjes waar je niet op mocht, want de krokodillen legden daar hun eitjes. We zagen wel geenenkele krokodil, alleen maar een mooie grote vogel en een vleermuis.

De tweede gorge was de mooiste met de hoogste rotswanden. Af en toe passeerde er ook een grote toeristenboot en zo konden we meeluisteren naar de uitleg van de gids, terwijl we op en neer dansen op de golven veroorzaakt door die voorbijvarende boot.

Een kangoeroe strelen.Het was een prachtige dag geweest. We waren ook mooi bijgebruind en 's avonds kregen we de wallabi's natuurlijk weer op bezoek. Deze keer probeerde ook Pascal ze eens aan te raken en het lukte hem zelfs om er een te strelen. Kathleen kwam natuurlijk ook stilletjes dichter en streelde hem ook. Ze hebben een zachte pels en een dikke staart die er heel sterk uitziet.

Voor de rest die avond wisselden we verhalen uit met Elena en Julia. Zij waren een twintig dagen vroegen dan wij op reis vertrokken, maar direkt naar Sydney. Daar hadden ze een stationwagen gekocht, maar die hadden ze ondertussen alweer verkocht, want die lekte onnoemelijk veel olie. Ze waren ook al een maand naar Bali geweest, hadden twee dagen in Singapore vertoefd, het was er hen ook niet bevallen! Toen wilden ze door Maleisie reizen, maar na een dag gaven ze het op en zijn terug naar Darwin gevlogen. Enfin, hun reis zat nogal chaotisch in elkaar, misschien was dit wel te verklaren door hun jeugdige leeftijd. Ze waren allebei nog maar 20 jaar. Wel bewonderenswaardig eigenlijk, want op die leeftijd zouden wij nog niet rijp geweest zijn om zo lang op reis te vertrekken.

Kathleen belde nog even naar haar ouders om ze een gelukkige moederdag te wensen. Moederdag valt namelijk in augustus op Onze-Lieve-Vrouw-Hemelvaart in Antwerpen, terwijl het in West-Vlaanderen de eerste zondag van mei gevierd wordt. Zo zie je maar dat er ook in ons klein landje al verschillen zijn. Ook wenste ze haar papa een gelukkige verjaardag, en ook veel moed met zijn been, want dat zat nog altijd serieus opgezwollen na zijn val op Sulawesi.

vr 24 augustus 2001: Koppeling weer kapot.

Pascal reed eerst een hondertal kilometer, maar merkte dat ondertussen de koppeling alweer kapot was. Hij kon het rap oplossen door het oliecircuit te ontluchten, maar een tijdje later was het weer om zeep. Er moest dus ergens een lek zijn, waardoor er lucht in kwam. We stopten toen maar een kleine garage die "Willy's" noemde. Daar moest het toch goed zijn, want dat is ook de naam van zijn vader. Die zei dat ook de piston moest vervangen worden, als we nu direkt beslisten konden ze het in Darwin nog op de bus stoppen en dat zou het vier uren later ter plekke zijn. We beslisten om het te laten herstellen en hadden dus opeens vier uren vrije tijd.

Willy, de garagist, vertelde ons waar we ons konden gaan ontspannen. We kozen "Bitter Springs" eruit. Een plaatsje dat niet in de Lonely Planet staat maar wel meer dan de moeite waard is. Het is een kristalheldere bron temidden een oase van groen (met slangen), waar je mag in baden. We kookten er, deden een dutje, en zwommen in de bronnen. De naam "Bitter Springs" komt van de arbeiders die in de vorige eeuw de telegraaflijn aanlegden tussen Darwin en Adelaide. In die bronnen gingen ze baden en dronken van het water, maar op die moment zaten er nogal wat mineralen in het water die het nogal bitter liet smaken, vandaar.

De bus, die ons wisselstuk mee had, was mooi op tijd, en op een kwartier tijd lag onze kapotte piston eruit en de nieuwe erin. Wat een service! We reden dan maar de hele avond verder om toch nog zo ver mogelijk te geraken. Afwisselend Pascal en Kathleen achter het stuur. Toen we in het donker reden zagen we nog een heidebrand. Heel indrukwekkend, al die vlammen in de pikzwarte nacht. Wel minder was, dat onze dashboardverlichting het begeven had en ook onze achterlichten. Het was dus niet meer verantwoord om nog ver te rijden en we stopten dan maar in het eerste beste plaatsje: Elliot.

Achter een benzinestation konden we onze tent opslaan. Er lag zelfs hout om een vuur te maken en dit deden we dan ook, want naarmate we meer naar het zuiden rijden wordt het 's nachts steeds kouder en kouder (12 graden).

za 25 augustus 2001: Devils Marbles.

Pascal was al vroeg wakker en ging toen maar wandelen. Een Aussie was zijn hond aan het uitlaten en begon tegen hem te babbelen. Hij vertelde dat nagenoeg iedereen in de kleine nederzetting tijdelijke werkkrachten waren. Niemand hield het lang uit in zo'n godverlaten gat. Hijzelf was hier voor twee jaar met zijn vrouw. Die gaf les in het lokale schooltje, en als ze dit twee jaar had gedaan, kreeg ze een vaste baan aangeboden in Sydney, vanwaar ze komen. Een goede regeling van de staat, zo garanderen ze dat er overal in het land schooltjes zijn, tot in de verste uithoeken van de outback.

Heel de dag rijden. Voorbij Tennant Creek waar er een straat was genaamd "Kathleen Street". We trokken ook foto's aan een Shell benzinestation waar er juist een gigantische road train diesel aan het lossen was. Hij had maar liefst 4 opleggers mee. In elk ervan kan ongeveer 35.000 liter brandstof. Dit maakt een totaal van ongeveer 135.000 liter diesel ofwel 145.000 liter benzine omdat dit lichter is.

Pascal tussen twee Devils Marbles.Er was een grote tussenstop gepland en dit waren de "Devils Marbles". Onze eerste echt bekende bezienswaardigheid in Australie. Het zijn grote mooi ronde rode rotsen die als knikkers in het landschap verspreid liggen. Je kan er tussen lopen en op klimmen. We besteedden er anderhalf uur en toen was het niet ver meer tot aan de volgende camping in "Barrow Creek". Een ongelofelijk pitoresk benzinestation met bar, restaurant, ruige mensen, kampplaats en de typische windmolen. Neem daar de ondergaande zon en ons kampvuur bij en je zit echt in Australie.

In de bar zelf hingen er overal vergeelde oude foto's, zaten zatte mannen met hun crocodile-dundee-hoeden en was er een boertige sfeer. Op de camping zaten ook nog twee Oostenrijkers die met hun fiets Australie aan het dwarsen waren, en dit gedurende een vol jaar. Je moet het maar zien zitten, om dagenlang door de desert te fietsen.

's Avonds ging Pascal met de jeep off road hout gaan sprokkelen. Daarbij vond hij nog een weggesmeten nummerplaat van de Northern Territory. Die zal in Edegem bij de andere gehangen worden in het toilet. We maakten een kampvuur, want ditmaal koelde het af tot slechts 4 graden. Er kwam dan nog een koude wind opzetten die nacht, zodat we in het holst van de nacht nog de piketten in de grond moesten slaan, die we net voor de eerste keer eens niet gebruikt hadden.

zo 26 augustus 2001: Steak van kangoeroe, emu en kameel.

Vandaag gingen we eindelijk in Alice Springs raken. We reden nog over de kreeftskeerkring, dit werd gekenmerkt door een futuristisch monument. En tegen de middag waren we in The Alice. Helemaal anders dan je je voorstelt, maar zeker niet teleurstellend. De camping "Wintersun Gardens Caravan Park" was weer zeer goed uitgerust voor de campeerders, met zeer propere douches en toiletten, een overdekte gemeenschappelijke keuken met ijskast en vriezer waar iedereen zijn spullen vrij mocht inleggen. Overal kraantjes dicht bij de tenten, enz. Er was wel een ijzige wind vandaag, we zochten dus maar een plaatsje in de zon, om toch nog een beetje op te warmen.

Die dag deden we niet veel meer, eerst uitrusten! Dan de stad verkennen, eerst "Anzac Hill", een heuvel van waarop je een uitzicht hebt over heel Alice Springs. Maar het was er ijskoud door die harde wind en we waren die koude nog helemaal niet gewoon. We kuierden ook nog wat door de haaks op elkaar geplaatste straten op zoek naar een internetcafe, keken onze mail na, en maakten ons daarna mooi om eens te gaan eten.

Voor het diner, liepen we eerst nog een saloon binnen. Er speelde een live band country muziek. Het was er gezellig, met krokodillehuiden aan het plafond, gratis apenootjes, en de typische ruige mensen die aan het dansen waren om het weekend af te sluiten.

In het "Overlander Steakhouse" probeerden we voor de eerste keer kangoeroevlees. Kathleen nam een kangoeroe-steak en Pascal een bord met drie verschillende vleessoorten, nl. kangoeroe, kameel en emu. De emu was iets te hard gebakken naar zijn goesting, de kangoeroe was echt lekker, een beetje zoet, zoals paardevlees, maar de kameel was echt subliem lekker. Er brande een open haard, we dronken Australische rode wijn en op ons tafel werd een vlaggetje van Belgie gezet.

ma 27 augustus 2001: Afscheid van Elena en Julia.

De containers worden v/d trein op de roadtrains gezet.'s Morgens deden we onze foto's binnen. En omdat we niet weer na enkele maanden vijf kilo foto's wilden meesleuren, vroegen we aan de fotograaf om de rolletjes enkel te ontwikkelen en op een blad de foto's in het klein af te printen. We kochten ook nog een slaapzak voor Pascal, want tot nu toe sliep hij enkel onder een deken dat we bij de auto hadden gekregen, maar hier in Alice waar de temperatuur tot net boven nul zakte 's nachts, was dit toch te koud. Ook kochten we nog een kitje om Pascal luchtmatras te herstellen, want daar was al een gat in. Waarschijnlijk doordat we de luchtmatrassen altijd opgeblazen laten en zo in de auto duwen, want met het pompje dat we hebben duurt het uren voor er genoeg lucht in zit.

We liepen ook nog in de shopping mall van Alice Springs en 's avonds kropen we vroeg in onze slaapzak want van zodra de zon verdween werd het zeer koud. Tot slechts 3 graden deze nacht.

Ondertussen hadden de Duitse meisjes beslist om niet meer met ons mee te gaan. Wij waren namelijk van plan om door de West Mac Donnell ranges en langs de Kings Canyon naar Ayers Rock te gaan en zij hadden liever direkt naar Ayers Rock gegaan. Enfin, de juiste reden weten we niet, misschien reisden we te traag, of vonden ze dat onze auto te veel diesel verbruikte, dat het hun dus te veel geld kostte. In alle geval, volgens ons weten ze niet goed wat ze willen, ze springen maar wat van de hak op de tak. Nu hadden ze een lift gekregen om naar Ayers Rock te gaan en daarna zouden ze direkt terug keren naar Darwin, stel je voor! Ze zeiden ook dat ze werk gingen zoeken, maar geenenkele job was goed. Zo zagen we een job uithangen om minstens een maand op een veeboerderij het huishouden te gaan doen en op de kindjes te passen, maar dit vonden ze ook maar niks. Enfin, ze zijn nog jong, 20 jaar. Langs de andere kant is het wel te bewonderen dat ze op die leeftijd al de moed hebben om voor zo lang op reis te gaan, wij zouden het niet gedaan hebben.

Eigenlijk waren wij wel opgelucht dat we weer alleen waren. Ten eerste was onze auto nu minder geladen, konden we dus sneller rijden en was het ook gemakkelijker om al onze goederen te verspreiden in de laadbak. En ten tweede geeft het ons ook weer onze vrijheid terug, niet meer tesamen afspreken waar we zouden stoppen enz, we konden weer onze eigen gang gaan.

di 28 augustus 2001: Mac Donnell ranges.

De 'Ochre Pits'.Vertrek vanuit Alice Springs naar de Mac Donnell ranges. We deden verschillende tussenstops. Vooraleerst aan het graf van de stichter van de flying doctors. Dit is John Flynn en op zijn graf hadden ze een devil marble gelegd. Dan de "Simpson Gap": een pittoreske gleuf tussen de rotsen. Rond 11 uur kwamen we aan de "Standley Chasm", perfect getimed, want slechts op de middag kan de zon in die nauwe rode gorge binnenschijnen. Na 100 km rijden stopten we aan "Ellery Creek Big Hole", dit is een gezellige waterbron om in te zwemmen, maar het was te koud. Onze laatste stop was aan de "Ochre Pits" waar er rotsen uit verschillende kleuren bestaan, rode, gele en bruine tinten. De aboriginals haalden daar hun kleuren van af om ze te gebruiken voor schilderijen en voor het decoreren van hun lichaam bij festiviteiten. Het was er prachtig.

We brachten de nacht door in "Glenn Helen Homestead". We maakten weer een kampvuur om geen koude te hebben, maar wandelden eerst nog naar de Glenn Helen gorge die vlakbij onze kampplaats lag.

wo 29 augustus 2001: Nachtvorst.

Het had gevroren die nacht (-1 graden), onze tafel zag wit. De eerste keer voor Kathleen dat ze in vriestemperaturen in de tent sliep. We werden gewekt door het prachtige gezang van een vogel dat weergalmde tegen de steile rotsen van de Glenn Helen gorge.

Een grote stofwolk achter onze auto.Bij het doorrijden werden we al opgewarmd door de zon die hier altijd schijnt, we hadden ook zicht op de Mount Sonder (1380 meter), die prachtig verlicht werd door de opkomende zon. De betonnen weg veranderde al snel in een aardeweg. Vanaf hier begon de Mereenie Loop. We hadden hiervoor toelating moeten vragen want dit behoorde tot Aboriginal-land. Er waren veel putten en ribbels in de weg, maar we konden toch over het algemeen tegen ongeveer 70 km/h door het stof scheuren. Het gaf ons een Parijs-Dakar-gevoel. Kathleen reed ook een 100 km en vond het zeer plezant met die rode stofwolken achter onze jeep.

Om te picknicken sloegen we een klein weggetje in langs de stofweg, want anders had het eten ons niet zo goed gesmaakt met al dat stof van de sporadisch voorbijrijdende auto's. De 250 km aardeweg naar de bekende "Kings Canyon" duurde bijna heel de dag. De camping "Kings Canyon Resort" was duurder dan al de andere die we al gehad hadden, maar we stonden wel op een mooi grasperkje. Pascal ging nog naar een diavoorstelling op de camping en Kathleen bleef bij het kampvuur dat we elke avond aan staken vanwege de koude die met de duisternis valt. We sprokkelden dan ook onderweg hout. Dit is altijd kurkdroog en goed brandbaar en het is echt gezellig en romantisch.

do 30 augustus 2001: Golfkarrekes.

De Kings Canyon.Het bezoek aan de Kings Canyon was echt de moeite. We deden er 3,5 uren over om de hele wandeling te doen. Eerst een steile beklimming langs de rotsen omhoog, dan loop je over een plateau en zie je de prachtig rode steile wanden die loodrecht naar beneden gaan. Echt beangstigend als je er vlak boven staat. Op het plateau is er dan nog een doolhof van bolle rotsen, the lost city. Even verder kom je dan in een nauw gedeelte waar de canyon start en daar is de Garden of Eden, met veel groen en dieren: slangen, rotswallabies, vissen, eendjes, vogels, maar we zagen enkel maar de kwakjes en enkele vogels. In het regenseizoen zijn hier ook watervallen, maar daar was het nu te droog voor. De terugweg verliep over de andere rug van de Canyon, opnieuw langs steile rotswanden. Er stond heel veel wind en je moest daarom maar niet te dicht bij de afgrond komen.

De bronnen met Kathleens naam.Na deze uitstap reden we even verder in dit nationale park, naar de "Kathleen Springs". We moesten dit gezien hebben, vooral vanwege Kathleens naam! Bij het rijden er naar toe zagen we op de weg een kleine stekelgecko, ofwel Thorny Devil, zitten. Een prachtig beestje, ziet er beangstigend uit, met grote stekels, maar is in feite zo traag en loom dat je het heel gemakkelijk kan fotograferen. Verder waren de bronnen eigenlijk niet echt de moeite. Je deed er een lange wandeling naar toe, met hier en daar restanten van dranghekkens om het vee bijeen te drijven. En uiteindelijk kwam je dan bij een vijver tegen de rotsen waar je niet in mag, want dan zou je volgens de Aboriginal-cultuur de rainbow serpent verstoren.

Deze avond zochten we een andere camping op in het Kings Canyon National Park, omdat de vorige iets te duur was. Maar eigenlijk sloeg deze camping nog meer tegen: nauwelijks goedkoper, we werden voorgereden door een quad die ons een campingplaats aanwees, mochten voor de eerste keer onze plaats niet zelf kiezen, en er was heel veel wind die voortdurend rood stof in onze ogen blies. We plaatsen dan maar de auto voor onze kampplaats, spanden een zeil ertegen en zaten zo toch een beetje uit de wind. Gelukkig ging tegen de avond de wind liggen, zodat we gespaard bleven van een knarsende zandmaaltijd.

Bij het kampvuur maakten we het nog gezellig en gingen toen maar vroeg slapen, want alle activiteiten daar kosten veel geld. Je kon met de helicopter gaan vliegen, met quads rondcrossen (Kathleen noemt dit golfkarrekes) of een kamelentocht maken. Allemaal niks voor ons.

vr 31 augustus 2001: Trouwfoto's aan Ayers Rock.

Vanaf de Kings Canyon was de weg weer geasfalteerd en konden we tegen 100 km/h (onze maximum snelheid) doorrijden naar de beroemde "Ayers Rock". Dit was nog eens 280 km rijden tot we er waren, drie uren dus.

Yulara noemt de nederzetting die ze er in 1986 gebouwd hebben om alle toeristen op te vangen. Het ligt juist buiten het Uluru National Park. Heel de namiddag rustten we uit op de camping. Kathleen voelde zich niet zo goed en een dutje deed haar deugd.

Rond 4 uur in de namiddag besloten we om op ons gemak naar Ayers Rock te rijden. Kwestie van er juist op tijd te zijn om de rode monoliet met zonsondergang te fotograferen. Aan de ingang van het park kregen we te horen dat we al het brandhout van het dan van onze jeep moesten doen. Want er zouden wel eens beestjes kunnen inzitten en die mochten niet in het park komen. We moesten het naar de camping brengen of in onze auto leggen, in de auto dan maar.

Trouwfoto voor Ayers Rock.In het park moet alles volgens de regels verlopen: je mag niet langs de kant van de weg stoppen, maar moet je op een zogezegde sunset-parking halt houden. Daar staat het dan vol met mensen op een rij die met hun fototoestel op statief aan het wachten zijn op de zonsondergang om toch maar de rots zo rood mogelijk op de foto te hebben. Maar eigenlijk krijg je al een even mooi effekt overdag als je een polarisatiefilter gebruikt.

Naast ons stond een minibusje met Duitsers. Een ervan was een heel ouderwets toestel op zijn statief aan het klaarzetten, we vroegen hem dan ook als hij trouwfoto's van ons wilde trekken met ons toestel. Toevallig was dit een fotograaf. Het was er wel koud om in onze trouwkleren te staan en natuurlijk waren er weer honderden ogen op ons gericht, want iedereen stond daar toch maar te wachten op de zonsondergang. We kregen weer de vragen hoe lang we al getrouwd waren en van waar we kwamen, enz. Eigenlijk maakte het ons een beetje nerveus en we waren blij dat we er vanaf waren. Vlug deden we weer onze gewone kleren aan en bewonderden op het gemak Ayers Rock die alsmaar roder werd.

za 1 september 2001: Uluru en Katja Tutja.

Een te gek vooruitzicht vandaag: Ayers Rock (of "Uluru" in de taal van de Aboriginals) en de Olgas ("Katja Tutja") bezoeken. We reden vooraleerst naar het beginpunt van de beklimming van Ayers Rock. Normaal gingen we de klim niet doen, omdat dit de Aboriginals tegen de borst stoot, want deze rots is voor hen heilig. Maar toen we de ongelofelijk steile, maar knappe beklimming zagen, leek dit zo'n uitdaging dat we het niet konden laten.

De beklimming van Ayers Rock.De rots steekt 300 meter boven de grond en we deden er een uur over om tot het hoogste punt te raken. Onderweg was het juist een maanlandschap en moest er sneeuw op de rots gelegen hebben, zou het een perfekte skipiste geweest zijn. De ijskoude strakke wind deed ons nog wat meer aan een skivakantie denken. Tijdens de beklimming wenste een Australier ons proficiat met ons huwelijk. Hoe wist die dat nu? Wel, hij had ons de dag ervoor trouwfoto's zien nemen. Boven stonden er verschillende mensen met hun GSM naar huis te bellen en te roepen: "I did it, I've climbed Ayers Rock!" Wij genoten van het uitzicht over de vlakte die tot aan de horizon reikte. Enkel hier en daar een eenzame rots, maar wel 40 km verder de mooie Olgas. We bleven er een hele tijd op een plaatsje uit de wind en in de zon van de stilte en de omgeving genieten. Tenslotte doe je dit maar 1 maal in je leven, want het is zo ver van huis, en dan moet je toch ten volle van dit unieke moment genieten.

De afdaling is zo mogelijk nog serieuzer. Je moet je krap zetten tegen het uitschuiven, want het is net niet stijl genoeg om onderuit te gaan. Gelukkig is er een ketting waar je je kan aan vasthouden. Kathleen haar knieen deden er pijn van. En dan nog die koude wind, we hadden ons nooit voorgesteld dat het op Ayers Rock zo koud zou zijn. Je stelt je bij deze rots altijd broeihete woestijntoestanden voor.

De 'Thorny Devil'.Na deze inspanning reden we nog eens helemaal rond deze rots om hem van alle kanten te kunnen bekijken. Het is echt knap. Dan naar de Olgas die nog eens 40 km verder lagen. Dit zijn verschillende rode rotsen waarvan de hoogste nog 200 meter hoger is dan Ayers Rock. Je kon er een prachtige wandeling door maken, die we maar voor een stuk gedaan hebben, we waren te moe en we zouden niet voor donker terug geraken. We picknickten er met zicht op deze rotsen. Enfin, onze dag kon niet meer stuk, want we hadden alles gezien waar we heel onze reis al naar verlangden, want dit vinden we toch het symbool van Australie.

Het eindigen van onze dag deden we met het maken van een tocht van 100 km richting Alice Springs. Op de heenweg hadden we in Curtin Springs gezien dat je er gratis kon camperen en zo waren we ook al een stuk dichter bij The Alice. We maakten er opnieuw een kampvuur en zaten gezellig nog na te genieten. Er kwam ons ook nog iemand vragen als we onze tickets voor Ayers Rock niet wilden verkopen, want die zijn drie dagen geldig. Kathleen twijfelde, want het waren zulke mooie om tussen de foto's in de fotoalbum te plakken, maar Pascal was al aan het onderhandelen over de prijs en even later waren ze voor de helft van de prijs verkocht.

zo 2 september 2001: Loeiende koeien.

Dit is Australië op zijn best.De nacht was lawaaierig geweest door een kudde koeien die heel de nacht hadden staan loeien. Dat doen koeien in Belgie toch niet? Wij dus 's morgens gaan kijken en het bleek dat een hele kudde koeien dicht bijeen stonden tussen dranghekkens te wachten op transport. Ocharme die beestjes, dit verklaarde alles.

We hadden ons voorgenomen om stipt om 8 uur te vertrekken, en dit lukte wonderbaarlijk. We deden de 350 km op ongeveer 6 uren met een tussenstop aan de Henbury meteorietkraters. Deze waren niet echt overweldigend doordat ze volgegroeid waren en ook deels weggeerodeerd. Wel ongelofelijk was het feit dat die kraters van meer dan 100 meter diameter ontstaan waren door de inslag van een fragment uit de ruimte van niet groter dan een olieton. We wandelden er rond, wat reeds een grote inspanning was voor Kathleen, want die was stokstijf van de beklimming van Ayers Rock.

Exact om 2 uur in de namiddag (zoals we het gepland hadden), stonden we terug op onze zelfde camping in Alice Springs. Kathleen kookte er lekkere rijst met groentjes en we gingen direkt internetten en naar de supermarkt. 's Avonds dan nog eens naar dezelfde country-saloon van de week ervoor. Pascal vulde zijn buik weer met apenootjes en dezelfde band was weer aan het optreden. We merkten ook een slang op die daar in een afgesloten hok zat. Je kon er een dollar insteken, die dan op haar kop viel en dan bewoog ze.

ma 3 september 2001: Efkens geen blikvoer meer.

De grote vakantie in Belgie is weeral voorbij en de school begint, dachten we. Wij maakten er dan ook maar een werkdag van. Heel de dag typen aan ons verslag van Australie en allerlei boodschappen doen, auto kuisen,... We kochten verse groentjes en maakten er een zomersalade van. Lekker na al het blikvoer van de voorbije week. Toch weet Kathleen er altijd iets lekkers van te maken.

Het was al een stuk warmer dan de vorige week en we genoten er dan ook met volle teugen van.

di 4 september 2001: Royal Flying Doctors Service.

Bezoekdag in Alice Springs. Eerst naar de Royal Flying Doctors Service, waar Kathleen al zo lang van droomde. We kregen een filmke te zien van 10 minuten en wat uitleg over het ontstaan en wat ze precies doen. Het is iets minder idylisch dan in de serie op TV. In het gebied van een straal van 600 km rond Alice Springs wonen 90% Aboriginals en slechts 10% blanken. In de serie zie je natuurlijk nooit een Abo, die zijn daar veel te lelijk voor. We vroegen hoe het gaat met een bevalling. De moeder mag kiezen, ofwel komt ze op tijd naar Alice Springs, ofwel belt ze de Flying doctors op, maar de meeste Aboriginals trekken hun plan met de geboorte. Enkel bij complicaties komen de dokters aangevlogen.

We liepen er nog door een klein museum en Kathleen kreeg het natuurlijk weer gedaan om helemaal tot bij de man te geraken die alles coordineert. Jammer genoeg was dit enkel een kantoor waar de orders uitgedeeld werden en wij wilden natuurlijk de echte vliegtuigen zien. De vrouw daar wist ons te vertellen dat je die op de luchthaven kon zien, maar dat je daarvoor een toelating aan de gouverneur moest vragen.

De Royal Flying Doctors Service.Dit deden we natuurlijk niet. Wij naar de luchthaven, we vonden er al snel de hangar van de Flying Doctors. Er stond geen omheining en je kon er zomaar binnenwandelen. Aan de twee monteurs daar vroegen we als we even mochten rondkijken en dit was geenenkel probleem. Zo zagen we toch de vliegtuigen, en dan nog twee stuks, een waren ze uit elkaar aan het halen en een ander stond startklaar voor een eventuele noodoproep. Wat waren we in ons nopjes!

Daarna nog even gestopt aan het "Ghan-railway-museum". Dit is de spoorweg die ze aangelegd hebben van Adelaide naar Alice Springs. De bedoeling was om tot in Darwin te geraken, maar dit is nooit gelukt, over het bestaande deel deden ze al 50 jaar! De paar gerestaureerde wagons en de oude stoomlocomotief waren niet echt overweldigend. We gingen dan maar vlug naar onze camping eten gaan klaar maken.

Kathleen maakte verse zalm met puree en groentjes klaar. We dronken er ook witte wijn bij en dit smaakte ons zo, dat we er teveel van aten en met een overvolle buik daarna ons te rusten legden. Kathleen at 's avonds niks meer en Pascal kon nog net een zelfgemaakt rijstpapje met fruit binnen krijgen, omdat dit toch ook zo lekker was. Daarna nog eens naar de saloon en weer gaan slapen in de koude tent.

wo 5 september 2001: Inkopen doen.

De inkoopdag, want morgen zouden we vertrekken voor een lange tocht door de woestijn die ons weer helemaal in het noorden moest brengen, terug in het mooi weer. Die zandweg noemt de "Tanami Track" en gaat door heel wat Aboriginal grondgebied. De weg begint iets ten noorden van Alice Springs en gaat schuin links naar boven tot aan de "Kimberley". In totaal ongeveer 700 km zandweg tot in Halls Creek.

Vooraleerst naar de supermarkt etenswaren gaan kopen, de gasfles bijvullen, olie en koelwater in de auto doen, ... We lieten ook nog vier foto's inscannen om die via de computer naar huis te versturen. Dit lukte heel goed en zo konden onze ouders en vrienden eens zien hoe we eruit zagen.

do 6 september 2001: Een gezellig koppel ontmoet in de bush.

Vannacht waren er enkele druppels regen gevallen, waardoor iedereen direct uit zijn tent stapte om een zeil erover te leggen. Wij vonden dit niet eens de moeite om ervoor op te staan.

Voor ons vertrek, tankten we, en zonden een e-mail naar huis om te melden dat we een tijdje onbereikbaar gingen zijn. Kathleens ouders zijn vandaag 32 jaar getrouwd en daar stuurden we onze felicitaties naar toe.

De eerste 118 km waren nog asfaltweg. Dan was het gedaan voor 800 km. We reden op dit stuk goed door en moesten maar een keer stoppen voor een vrachtwagen met uitzonderlijk vervoer die zeer breed over de weg hing. Pascal trok er een foto van. Op de rode aarde konden we niet zo snel rijden omdat er veel putten en ribbels kunnen inzitten. We zagen op de weg veel doodgereden kangoeroes liggen, met soms zeer grote, zwarte kraaien op die alles aan het opeten waren. De karkassen worden echt opengereten. Over de weg lagen af en toe ook roosters om de koeien tegen te houden, maar daar reed je vanzelf over. In Australie noemen ze dit "grid". Je hebt ook nog "crest", en we denken dat dit gevaar voor steenslag betekent.

Onze enige echte stop was in een "Yuendumu Aboriginal Community"-dorp. Deze stop was echter niet voor lang, want het was er zeer vuil. Je kan die aboriginals vergelijken met clochards die er zomaar rondhangen, vuil gekleed zijn, zich bijna nooit wassen, ze stinken dan ook van uren ver. Ze drinken daarbij dan ook heel de tijd alcohol en lopen er dus zat bij. Hun auto's vallen bijna uit elkaar en er is weer geen orde. Het is spijtig dat deze originele bevolking de natuur zo om zeep helpt, maar gelukkig dat de blanken Australie overheerst hebben, zodat er maar zeer weinig delen ervan vuil zijn. De Aboriginals zouden er zoals de Aziaten maar een zooitje van maken. Voor de rest is Australie zeer prachtig en vooral proper. Enfin, we reden nog niet direct verder, want tijdens het rijden was het servostuur van onze jeep uitgevallen. Pascal probeerde olie te kopen bij de abo's en dit lukte. Hij vulde de olie bij en we zouden wel zien hoe lang we onze servo zouden behouden, want de olie lekte er uit.

Ondertussen was er een sterke wind komen opzetten die daarbij ook nog koud aanvoelde. We hadden nog niet gegeten en probeerde dit achter de jeep uit de wind te doen, zomaar ergens langs de weg. Er was slechts na 450 km een rest area en planden om daar de nacht door te brengen. We stopten enkel nog op een plaats die bekend was om zijn "mini Devils Marbles". Ze leken erg op die grotere, maar het was natuurlijk niet zo spectaculair.

Nog voor we onze tent begonnen op te zetten, kwam er een auto aan vol met abo's. Ze stapten uit, pisten vlak voor hun auto, pluimden een kip en de kinderen liepen erbij als ongekamde vuilaards met snottebellen aan hun neus. Onze conclusie was vlug getrokken, nadat ze zeiden dat ze wachtten op nog een paar auto's met hun vrienden in, want dit kon nog lang duren eer ze er waren. Ondertussen was er een andere auto aangekomen met blanke Australiers, een koppel van rond de 60 jaar. Zij wilden daar ook overnachten, maar zagen dit niet zitten zoals wij. Kathleen stelde voor om samen verder te rijden en te zoeken naar een rustigere plaats. Dit vonden zij ook het beste.

30 km verder was er "Refrigerator Well", een baantje dat ons leidde naar een groot stuk land waar we ons tentje wel konden opzetten. We praatten heel de avond met elkaar. Zij (Pad en Mardy) wisten ons wat meer te vertellen over Australie, en wij vertelden over onze huwelijkswereldreis. Toen het donker werd, werden we aangevallen door allerlei insekten zoals motten, muggen,... Ze vielen echt als regendruppels uit de lucht. Het was er na 5 minuten niet meer uit te houden en we beslisten om in onze tent te kruipen waar het veiliger was. Het was toch al donker om 8 u 's avonds en wat kan je nog meer doen dan te gaan slapen. We spoten met onze gekochte spuitbus al de mogelijke beestjes in onze tent dood. Die nacht sliep Kathleen niet formidabel, want er was onder haar matras een gezoem dat maar niet weg ging.

vr 7 september 2001: Tweede grootste meteorietkrater van de wereld bezocht.

Het benzinestation van Rabbit Flat.Bij het opruimen van de tent zagen we uiteindelijk wat het gezoem de ganse nacht geweest was. We vonden namelijk een soort van duizendpoot. Blijkbaar wilde die ontsnappen onder de tent en lukte dit niet. Om af te wassen, kregen we van het koppel water, want dat van ons was uitgelopen in de auto door het schokken. In onze waterbidon was een gat gekomen. Het koppel wilde heel graag onze trouwfoto's eens zien die we al heel onze vakantie trekken. Ze vonden het een goed idee wat wij deden. We namen afscheid van elkaar, maar gingen elkaar waarschijnlijk nog terug zien aan het volgende naftstation wat "Rabbit Flat Roadhouse" noemde.

Dit was ook het geval aan dit gehuchtje. Het ligt namelijk echt in de middle of nowhere, een slordige 600 km van Alice Springs en 450 km van Halls Creek. Er woont maar 1 koppel, een Australier die met een Francaise Jacqueline getrouwd is. In '69 zijn ze er gaan wonen en 6 jaar later verdubbelde de bevolking van Rabbit Flat, want Jacqueline moest bevallen van een tweeling. De Flying Doctors moesten er zelfs bij komen.

We passeerden nog langs Mount Frederik, maar veel berg was er niet aan. Kathleen reed ook 100 km over die zware weg, ze amuseerde zich. Het was 40 graden in de auto en we konden onze venster niet open zetten, want dan verzopen we in het stof. Sporadis passeerde er een road train en gemiddeld om het kwartier kruisten we een ander jeep. Eigenlijk hadden we het nog eenzamer verwacht, maar goed, langs de andere kant is het wel veiliger als er af en toe een andere auto langs komt.

In de namiddag reden we over de grens van West Australie en moesten ons uurwerk anderhalf uur terug draaien. Raar eigenlijk, want de zon kwam al zo vroeg op. Nu met die tijdverschuiving begon de dag al om 5 uur 's morgens en de zon ging om 17 uur al onder. Even later kwamen we nog een eenzame wandelaar tegen. Het was een blanke persoon en hij deed helemaal geen teken dat we moesten stoppen, nochthans had hij geen water bij en was het snikheet. Wat hij daar deed is een groot vraagteken.

Nog net voor de zon onder ging, bereikten we de "Wolfe Creek Meteorite Crater". We bezochten de krater dan al meteen en dit was echt de moeite. Hij heeft een diameter van 800 meter en is 25 meter diep. De meteorietstukken zijn hier ooit op de aarde gevallen met een snelheid van 900 km/h. Oorspronkelijk was de krater 120 meter diep maar in de loop van de tijd is hij volgewaaid met zand en er groeien nu zelfs struiken in.

Er vlakbij was een gratis primitieve kamping. Gelukkig stond er een grote waterbidon met een kraantje zodat we ons konden wassen. Want veel water hadden we niet meer doordat onze bidon lek was, zoals gisteren al gezegd.

za 8 september 2001: River-crossings.

Heel de voormiddag gereden over de resterende 137 km naar Halls Creek. Daar kwamen we op de enige asvaltweg tussen Darwin en Broome. Halls Creek stelde weer niet veel voor, slechts 1300 mensen en de helft ervan zijn dan nog abo's. Geen interessant dorpje. We deden er wel onze tank vol en gingen naar de supermarkt. Daar kochten we een nieuwe waterbidon. We wilden er ook ijs kopen maar dit was veel te duur (75 BEF), dus stelde Pascal voor om ingevroren spruitjes te kopen. Zo konden we de frigobox afkoelen en hadden we terzelfder tijd ook eten voor 's middags.

We reden verder richting "Bungle Bungle". Onderweg maakte Kathleen de spruitjes klaar op een picknickplaats langs de weg. Tijdens het eten stopte er een Australier die helemaal alleen met zijn zelfgemaakte mobilhome aan het rijden was. Hij vroeg hoe het met ons ging en legde ook zijn eigen situatie uit: hij had nog maar enkele maanden geleden zijn vrouw verloren en nu moest hij dus helemaal alleen rondreizen in zijn mobilhome. We hadden er compassie mee. Hij zei ook nog dat we goed op elkaar moesten letten en verdween toen met de country-muziek vollen bak op. We vonden het een grappige en terzelfdertijd een vertederende situatie.

Iets later kwamen we aan de ingangspoort van het nationale park. We moesten de poort zelf open doen en achter ons sluiten. Een bord waarschuwde ons nog dat je er enkel met een 4WD kon geraken en dit stelden we dan ook direct vast. Met de jeep door de rivier.Het begon met ribbeltjes op de weg, scherpe bochten, rood zand, door steile uitgedroogde grachten en na enkele kilometers stonden we zelfs voor een rivier. Pascal had in een boek gelezen dat je eerst te voet door de rivier moet wandelen om eventueel scherpe keien op te merken die je niet kan zien liggen onder het wateroppervlak. Daarna zetten we de jeep in 4WD low, de versnellingspook in eerste, ontkoppelingspedaal laten komen zonder gas te geven en de auto ploegde zich erdoor. Geen enkel probleem, het water kwam zelfs tot boven de tredeplank. Zo hadden we nog een 7-tal river-crossings. Het duurde drie uren voordat we de 53 km naar het park hadden afgelegd, maar we hadden ons wel ongelooflijk geamuseerd. Voor Pascal was dit een van de hoogtepunten van de reis.

Onderweg zie je heel wat mooie landschappen, zoals heuvels die vol staan met groene, stekelige grasbosjes en vele mooie bloemen. Zelfs op afgebrande struiken groeien op het topje van hun takken gele bloemen die zo afsteken t.o.v. het dorre landschap. Er vliegen zeer kleurrijke vogeltjes rond. Zo zagen we er eentje met een groen lijf en een blauwe kop.

De camping "Kurrajong camp" was heel elementair: een composttoilet en een kraantje en dat was het zowat. Maar dit avontuurlijk aspect vonden we heel gezellig. Onze auto hing ondertussen wel half uit elkaar. Van de porte bagage was de voorste stang afgebroken en de kangoeroebar langs de voorkant hing los. Onderweg waren we een aantal keer een koppel tegengekomen die met een jeep met aanhangwagen onderweg waren. Toevallig zetten ze hun plooicaravan juist naast ons. We maakten kennis met deze toffe Australiers en vernamen dat ze zelfs al in Belgie waren geweest.

zo 9 september 2001: Tijgerrotsen.

De natuur is hier 's morgens geweldig. De opgaande zon en de fluitende vogels waarmee je wakker wordt, zijn gewoonweg zalig. Je staat op om 6 u 's morgens, als het licht wordt, zet op het gemak koffie en je bedenkt wat je die dag zou bezoeken. Zo is het elke dag. Je gaat slapen in je tentje na de zonsondergang om 6 u 's avonds. We steken ook altijd een kaarsje aan in de tent. Heel voorzichtig gaan we er dan rond zitten en dit alles maakt het zo gezellig.

Vandaag gaan we met onze jeep de echt "Bungle Bungle" rotsen bezoeken. Die zijn gelegen rond en aan de "Cathedral Gorge". Het was 16 km verwijderd van onze camping, dus weer bijna 2 uren onderweg, want de weg was vol ribbels. Hierop rijd je ofwel zeer traag om je auto te sparen ofwel vlieg je er als het ware over. Maar het laatste was niet mogelijk, want er waren te veel putten en bochten.

De Bungle Bungle rotsen.De ronde hoge rotsen hebben horizontale gekleurde strepen zoals een tijger, bruinrood afgewisseld met zwart. Het staat er hier vol van. De mensen die hier niet met een 4WD geraken, kunnen dit met een klein vliegtuigje of helicopter bezoeken, of overvliegen. Allemaal dure opties natuurlijk.

We parkeerden ons op het "Picaninny Car park". Van hieruit kunnen de sportievelingen een wandeling maken van 30 km die twee dagen duurt. Heel mooi waarschijnlijk, maar dit deden we niet. Wel maakten we eerst een simpele maar mooie wandeling van 500 meter tussen de Bungle Bungle rotsen. Daarna liepen we naar de "Cathedral Gorge". Het was ondertussen zeer warm aan het worden en we hadden voor het gemak geen water meegenomen. Na afloop van onze wandeling vlogen we wel op onze waterfles. We voelden ons nog slapjes en verorberden ook nog een pakje chips. De gorge zelf was prachtig met aan het uiteinde een grote uitholling in de rotsen, zoals een kathedraal, en een gezellig watertje.

Terug op weg met de auto stopten we aan de rotsen die op foto staan in de Lonely Planet en onverwachts trokken we er trouwfoto's. Na twee uur waren we weer op ons gemak op de camping. We deden niets meer die dag behalve de ontelbare vliegen van ons wegkloppen. Ze waren zelfs zo lastig dat Kathleen er voor in de tent kroop. Maar daar was ze vlug weer uit, want dit was niet uit te houden van de hitte. Gelukkig had Pascal ondertussen het muskietennet geinstalleerd met een stok aan de auto. We legden de luchtmatrassen eronder en konden ons eindelijk ontspannen neerleggen.

ma 10 september 2001: Heel nauwe en hoge rotsspleet.

Echidna Chasm.Vannacht waren er een paar druppels uit de hemel gevallen, maar we stonden op met weer knalblauwe lucht en de stralende zon natuurlijk. Deze keer reden we de andere kant op in het nationale park, naar "Echidna Chasm". We kwamen aan een spleet in de rots die alsmaar nauwer werd. Op ons gemak wandelden we erdoor tot we niet meer verder konden. Op sommige plaatsen werd het echt wel zeer smal en telkens dachten we dat we niet meer verder zouden geraken.

De zon stond nog niet op zijn hoogst zodat ze nog niet tot verticaal tussen de rotsen geraakte. Zodoende gingen we terug naar de auto, zaten er wat te lezen, en deden de wandeling opnieuw op het middaguur. Dit maakte een heel verschil, want de zon kleurde de rotsen perfekt rood. We bleven er een heel tijdje, trokken foto's en Pascal vond dit een zeer mooie plaats om te bezoeken.

Kathleen reed met de jeep door een droge rivierbedding naar onze volgende wandeling: de "Mini Palms trail". Het was er zeer warm en de vlieger waren ook weer massaal van de partij, zodat we ons zelfgemaakt rijstpapje niet konden opeten. Het was een zware wandeling over losliggende keien van een rivierbedding en dan nog eens omhoog door een vallei vol met palmen tussen de gigantische rode rotsen. Zeer knap allemaal, maar de feitelijke mini-palms sloegen wel tegen. Ze stonden er maar verwelkt bij. We waren er dan ook op het einde van het droge seizoen. Daarbij kwam nog dat er opeens een keitje van honderden meter hoog net naast ons naar beneden kwam gesuisd. Net een kogel. We maakten dat we er weg kwamen, want misschien kwamen er nog.

Op de camping lagen we even later weer zalig onder het muskietennet en Pascal had ook voor een badkamer gezorgd, zodat we ons van kop tot teen konden wassen. Hij had namelijk een zeil rond drie bomen gespannen, met in de midden het kraantje van de camping. Zalig om je zo te wassen in de vrije natuur. Kathleen kookte dan nog lekker en we dronken porto en wijn.

di 11 september 2001: Mams alleen.

De boab-boom.Terug vandaag over de hobbelige weg van 53km lang om uit het nationale park te geraken. De rivierbeddingen waren iets dieper dan op de heenweg, want de voorbije nacht had het een hele tijd geregend. Het was leuk, maar op de duur gaat dat hobbelen toch ook wel vervelen. Dan nog een uurtje over een asfaltweg tot in Halls Creek. Onderweg trok Pascal nog een foto van de typische boab-bomen die enkel in dit gebied van Australie groeien. Daarbij zakte hij onverwachts tot aan zijn knieen in groen slijk. Het fotootje nemen, werd een stop van een halfuur tegen dat hij alles eraf had gewassen.

Halls Creek was nog altijd het lelijke dorpje vol met vuile Abo's. We gingen snel tanken en trokken dan naar een andere supermarkt dan de vorige keer. In dat warenhuis zag Pascal op het prikbord een affiche hangen over een nieuw internetcafe in dit gehuchtje. We trokken er dan ook prompt naartoe en openden onze e-mail. Daar zagen we het bericht van Pascals moeder met als onderwerp "mams alleen". Het was verschrikkelijk te lezen dat de vader van Pascal plots overleden was. We belden onmiddellijk naar Pascals moeder en zeiden dat we naar huis kwamen. Dan belden we naar Kathleens ouders want die hadden al vanalles geregeld met de reisverzekering. We hadden twee mogelijkheden: een ticket heen- en terugreis voor twee personen, of twee enkele reisticketjes naar Belgie.

De dichtstbijzijnde internationale luchthaven was Darwin, maar dit was nog 1100 km verwijderd van ons. Volledig verslagen begonnen we direct aan onze trip naar Darwin. Het werd een stille rit tot aan de eerste camping, zeer warm en saai, waarbij Kathleen enkele malen het stuur moest overnemen van de verdrietige Pascal. Het was al donker toen we aan de camping in Kununurra aankwamen. Het "Kimberleyland Caravan Park" lag aan een groot meer. De receptie was al gesloten en we zetten onze tent dan maar zo op zonder te betalen.

We telefoneerden natuurlijk nog eens naar onze beide ouders. De mama van Pascal was zeer blij geweest om ons deze morgen te horen want ze waren 6 dagen naar ons op zoek geweest (Pascals papa Willy was op 6 september gestorven). Zelfs Interpol en de Belgische Ambassade hadden ze er bij betrokken, maar dit had niet geholpen. Want ze hadden veel te weinig gegevens van ons: de kleur van onze auto wisten ze niet, geen nummerplaat, nauwelijks een bestemming. Kathleens vader had ondertussen de tickets al geregeld: we kregen gratis twee heen- en terugticketjes, want het kostte de verzekering evenveel als twee enkele. Alweer een reden te meer om op een lange reis de VAB-verzekering te nemen.

Aan ons tentje babbelden we nog tot 's nachts omdat we toch niet goed in slaap konden geraken.

wo 12 september 2001: WTC-torens in New York plat.

Na een slechte nacht, stonden we al om zes uur op. Pascal was er voor al gaan wandelen en Kathleen stond daar maar te suffen. Onze tent stond vlak naast het water opgesteld en er zaten vele mooie vogels op de waterplanten. Pascal wist te zeggen dat hij in het water een krokodil voorbij had zien drijven. Alee, we stonden daar dus vlak bij met de tent. De camping was anders wel mooi gelegen vlak aan het water. We reden maar vlug door om weer de nodige kilometers af te leggen die dag. De vorige dag hadden we 500 km afgelegd. Vandaag streefden we ernaar om tot in Katherine te rijden (300 km verder). Echt gehaast waren we niet meer want ons vliegtuig zou toch maar vrijdagavond opstijgen.

Verhuis van een huis.Eens in Katherine gingen we naar de Woolworths supermarkt om frisdrank te kopen, want het was de vierde dag op rij 38 graden in de schaduw en daar krijg je dorst van! We gingen nog op internet om een berichtje te sturen naar al onze lezers dat Pascals vader gestorven was en dat we in allerijl terug naar Belgie kwamen. Daar in het internet-cafe hoorden we het ongelooflijke nieuws dat op 11 september enkele vliegtuigen op de WTC-torens in New York waren gevlogen. We kregen van al het slechte nieuws op twee dagen tijd kippevel en wilden zo snel mogelijk naar huis.

Tenslotte reden we nog 100 km verder en zetten onze tent op in "Pine Creek" in het "Kakadu Gateway Caravan Park". Het was een zeer gezellig gehuchtje en op de camping maakte Kathleen een lekker rijstgerecht. Zo probeerde we ons in de mate van het mogelijke een beetje op te vrolijken.

do 13 september 2001: 3de maal in Darwin.

Naast onze camping stond een mooi wit paard, er liep ook een vriendelijke hond rond en we kregen gezelschap van prachtige witte kakatu's die zeker met tienen over onze kop vlogen. We moesten nog 220 km afleggen tot in Darwin. Dit ging goed voorruit en we waren in Frogshollow rond de middag.

In dit backpackers hotel was het precies of je kwam terug thuis. Het was de derde keer voor ons en we werden weer goed ontvangen. We legden de situatie uit en vroegen als we onze auto er mochten zetten voor ongeveer een maand. Dit was geen probleem en het was bovendien gratis. We waren opgelucht.

We vroegen ook weer de zelfde slaapzaal als de keren ervoor omdat die toen zeer rustig was. In de wandelgang ontmoetten we er enkele mannen die er vier weken geleden ook al zaten. Vier ruige jongens en een ervan sliep ervoor bij ons. Ze doen de hele dag niets anders dan maar wat jointjes roken en rondhangen. Wij snappen dit niet en vroegen ons af of dit nu hun leven is.

Tegen de avond gingen we nog op internet, belden naar huis en reden met de auto naar de mooie jachthaven van Darwin (Cullen Bay). We hadden onze fles porto en glaasjes mee en wilden dit daar romantisch opdrinken. Maar eigenlijk waren er teveel restaurants en niet echt een plekje om onze porto gezellig op te drinken. Daarom gingen we naar het strand. Er was juist een mooie zonsondergang en we probeerden toch te genieten van deze momenten, de laatste avond eveneens in Australie.

vr 14 september 2001: Terug naar Belgie.

Pascal kuiste vandaag de auto vanbinnen en vanbuiten, zette hem op de prive-parking en maakte een soort van overeenkomst klaar met de baas van het hotel, zodat we toch nog een beetje zekerheid hadden om onze auto ooit nog terug te zien.

De airport-shuttle-bus kwam ons halen om 15h20. Rond 16 uur waren we er. Onze ticketten lagen mooi klaar, we konden inchecken en omstreeks 17h45 stegen we op richting Parijs met een tussenstop in Singapore. Op deze vlucht werden we vertroeteld door een steward. Een grijzaard van zeker 60 jaar die waarschijnlijk nog puur voor zijn plezier meevloog. We legden onze situatie uit en uit puur medelijden kwam hij na een uurtje toen we aan het indommelen waren, een fles champagne brengen. De fles namen we mee naar huis en gaven de steward nog een stevige handdruk bij het verlaten van het vliegtuig. Het is echt aangenaam dat er nog mensen zijn die eens om je geven. (na de overlevingswereld in Azie zou je beginnen twijfelen)

De vlucht van Singapore naar Parijs was met 1 uur vertraagd. De winkeltjes in de luchthaven interesseerden ons niet, dus legden we ons maar ergens op de grond neer. Pascal viel terstond in slaap. Om middernacht stegen we op, 12 uren vliegen, dan klok 6 uren terug draaien, ondertussen waren we met de nacht meegevlogen, zodat we een donkere periode van 17 uren achter de rug hadden. Na lang wachten op de bagage in Charles De Gaulle konden we eindelijk naar de uitgang gaan waar de taxichauffeur uit Zwijndrecht ons stond op te wachten met een bordje: "Migneau, Waregem".

Het was verschrikkelijk koud en donker, plus nog eens pletsende regen erbij. Wat een verschil met het eeuwig zonnige Australie. Aan 140 km/h dan naar Waregem. Op iets meer dan 3 uren stonden we eindelijk thuis. Het was een triestig, maar ook blij weerzien omdat het voor onze ouders toch wel een lang wachten was geweest en ze nu opgelucht waren dat we goed en wel thuis kwamen!

Het was zaterdagmorgen en maandagmorgen zou Pascals vader begraven worden in Nokere. Juist op tijd terug!


Terug naar de startpagina. http://www.geocities.com/kathleen_pascal
De huwelijks-wereldreis van Kathleen en Pascal

Hosted by www.Geocities.ws