Huwelijks-wereldreis |
| Oppervlakte | : | 3.287.000 km2 | Bevolkingsaantal | : | 968.000.000 |
| Hoofdstad (inwoners) | : | New Delhi (10.100.000) | Talen | : | Hindisch en Engels + 15 andere + 700 dialecten |
| Mensen | : | 72% Indo-Aryan
25% Dravidian 3% Mongoloid |
Geloof | : | 82% Hindu
11% Moslim 2% Christen 2% Sikh 2% Boedist 1% Jain |
| Geld | : | Indische Roepie
1 BEF = 1 Rs |
Tijd (tov België) | : | winter: +4,5
zomer: +3,5 |
Na drie uren vliegen stonden we al in New Delhi (rond 23 uur). Op het eerste zicht leek de stad goed mee te vallen. Je zag natuurlijk de smog nog niet in het donker! Ons guesthouse "Major's Den" was proper en de week ervoor waren er nog twee Vlamingen geweest die met de fiets van België tot in New Delhi waren gereden, met als eindbestemming Kathmandu in Nepal.
's Morgens zijn we de stad gaan verkennen. Wat een tegenvaller: vuil, vies, stank, vervuiling, smog, koeien in de straat, riksja's en brommers rijden je tenen af, en ga zo maar door. Je kon er amper ademen.
Ons eerste opgave was een treinticketje bemachtigen om naar Agra te sporen (waar de Taj Mahal staat) en verder richting Nepal. Gelukkig was er een toeristische dienst in het station die buitenlanders helpt bij het kopen van een ticket. Want het is echt niet gemakkelijk, er zijn wel 6 verschillende klasses en onnoemelijk veel verschillende treinen. Je moet er geduld hebben en het heeft dan ook een uur geduurd. Spijtig genoeg konden we geen eerste klas zonder airco boeken. Dat wordt dus weer met de trui aan in de frigo zitten.
We ondernamen daarna een poging om het Red Fort te gaan bezoeken. Maar de maandag was de sluitingsdag. Enkel fotootjes van buitenaf dus. Nog even wandelen door de "winkelstraten" daar vlakbij, maar na een halfuur zijn we daar wegvlucht, want het was niet te doen van de vuiligheid. Er is ook geenenkele plaats waar je even rustig kan gaan zitten, alles is vies en je wordt voortdurend lastig gevallen.
's Avonds namen we voor de eerste keer een fietsriksja naar een fatsoenlijk restaurant. Echt comfortabel is zo'n fietszetel niet, maar zo help je toch een heel klein beetje mee aan een minder vervuild Delhi.
Daarna controleerden we nog eens onze mail in een internetcafe als sardinnen in een doosje (wel 12 man op 8 vierkante meter), maar het was wel goedkoop: 10 BEF/uur.
Vandaag was de warmste dag van onze reis tot nu toe: 47 graden in de schaduw en 40 procent vochtigheid. Neem daarbij nog eens de smog, de koeistront in de straat, het feit dat er niets te zien is in Delhi en je begrijpt dat wij er zo vlug mogelijk weg wilden.
Onze trein richting Taj Mahal vertrok om 6 uur in de morgen, opgestaan dus voor de zonsopgang. We stonden verbaasd van de spoorwegen: onze namen hingen uit op een papier aan de treinwagon met het nummer van onze zitplaatsen. De trein was ook heel comfortabel (wel ijskoud) en op twee uren stonden we 200 km verder in Agra. We kregen zelfs eten en drinken op de trein, vegetarische hamburgers met 6 frieten en eieren met frieten, en dit op onze nuchtere maag!
Agra was even vuil en stinkend, de smoglaag was wel iets dunner. Ons guesthouse "Kamal" was proper en van op het dak kon je de Taj Mahal zien. We besloten om die later te bezoeken en trokken eerst naar het Red Fort in Agra. Dit fort was open, maar kostte wel 500 BEF/pers (vuile afpersers).
Je ziet hier ook heel veel misvormde bedelaars. Zo zat er aan de ingang van het fort een jongen met ballonvoeten, die aan zijn lichaam hingen te slingeren. Je ziet hier wat! Later zagen we nog iemand met een voet die naar achter stond, Kathleen zag een jongen met een ballonneus (een bol van 15 cm diameter), mensen zonder benen en armen,... De merendeel loopt ook op zijn blote voeten door de vuiligheid en hebben verschrikkelijk vieze kalknagels. Genoeg erover, want we krijgen er alweer een degout van.
In de namiddag wilden we naar de Taj Mahal gaan, maar het was te heet: 43 graden. We vielen in slaap op ons bed en gingen dan ook enkel maar kijken hoeveel het zou kosten om donderdag 's morgens te gaan. Dit was nog erger dan het Red Fort: 1000 BEF/persoon. We lazen in de krant dat het onlangs verdubbeld was, belachelijk gewoon.
We gingen eten op een dakrestaurant en genoten er van de smog-zonsondergang, want een kwartier voor dat de zon achter de horizon zou verdwijnen, zie je ze al niet meer omdat ze in een grijze smoglaag wordt opgeslorpt. Het eten was niet echt formidabel. Hoe kan het ook anders: alle dieren eten vuilnis van straat, zowel de varkens als de koeien en wij eten dan dat varkens- en koeievlees.
Om de haverklap valt dan nog eens de elektriciteit uit, zodat iedereen zijn dieselgenerator start. Dan zit je lekker te eten in de uitlaatgassen en moet je roepen naar elkaar om elkaar te verstaan.
We gingen toen maar slapen maar moesten eerst nog een hele straat mieren van ons bed vegen. We hadden de koekjes laten liggen. Kathleen voelde ze weer heel de nacht kriebelen (allehoewel de miertjes er niet meer waren).
We gingen met de bus naar een spookstad "Fatehpur Sikri". De stad was in de 16de eeuw gebouwd door 1 of andere keizer die dit de hoofdstad van zijn rijk maakte, maar 20 jaar later viel zijn rijk en verlieten de mensen de stad weer. De overblijfselen waren niet echt een stad, maar een verzameling paleizen, moskeeen en een zwembad. Het was zeer knap, wel weer overdreven duur, maar we kwamen er een beetje tot rust.
Totdat Kathleen een donkere wolk zag afkomen. We vertrokken naar de bushalte, maar opeens werd het donker, de lucht zag bruin, het waaide, het stormde, het zand begon op te stuiven en alle vuiligheid van de straat tesamen met het zand waaide in onze ogen. Na veel zoeken vonden we de busplaats en de juiste bus. Al goed, want Kathleen viel bijna flauw van de warmte en vooral de miserie. Toen we in de bus zaten begon het ook te stortregenen en later zelfs hagel. Al de Indiers in de bus waren door het dolle heen, omdat het eindelijk regende.
Wij zaten wel niet echt op ons gemak, want de bus had geen ruitenwissers en moest constant uitwijken voor ontwortelde bomen.
Op twee uren tijd was de temperatuur met 15 graden verminderd. We kregen zelfs een beetje frisjes. Gelukkig konden we een lekkere douche nemen om alle vuiligheid van ons af te spoelen.
Dan maar gaan eten in een restaurant iets verderop (dat overdekt was tegen de regen), maar we hebben het eten gewoon laten staan. Het was echt niet te vreten. Kathleen had expres frietjes met een eitje besteld omdat ze dacht dat ze dit nu toch niet slecht konden klaarmaken, maar toch, zowel in het ei als de frietjes zat een heel vieze smaak. We gaven de garçon 60 BEF voor de moeite en zijn het afgebold.
Tweede poging dan in het restaurant van ons hotel: vegetarische rijst en dit was eetbaar, maar ook niet meer. Uit pure miserie dan maar in ons bed gekropen.
We stonden extra vroeg op om voor de grote toeristenstroom voor de Taj Mahal te staan. Het regende gelukkig niet meer, maar de grijze smoglucht blijft natuurlijk zodat je nooit een helder blauwe hemel ziet. We stonden natuurlijk midden in de belangstelling toen we met onze trouwkleren voor dit monument liepen.
Zoals reeds gezegd betaalden we 2000 BEF om er te mogen rondlopen en dat is eigenlijk helemaal zijn geld niet waard. Binnenin staat zelfs nog geen verlichting en om het museum(pje) te bekijken moest je nog eens 5 BEF betalen en dit werd mij (Pascal) te veel. Ik duwde die man aan de ingang opzij en ging binnen, er was niets te zien: twee kamers met foto's van de Taj Mahal, dat was alles. Al gauw kwam er een bewaker om mij buiten te werken, maar dat deed ik wel uit vrije wil. Wel heb ik nog de mat weggeslingerd, kwestie van mij af te reageren, want dan vragen ze zoveel geld om binnen te mogen, maar wat gebeurd er met dat geld? Het gaat zeker niet naar de Taj Mahal of de Indiërs, maar wel naar de corrupte regering! Later hoorden we van andere toeristen dat alle bezoeken over het ganse land zo duur zijn geworden. Op die manier wordt India helemaal niet meer interessant om te bezoeken: vuil en duur, wie wil daar nu nog naar toe?
Nog een grappige anekdote: Om op het witte marmer van de Taj Mahal te wandelen moet je je schoenen uitdoen. Kathleen haat dit, want dan moet je op je blote voeten in de vuiligheid lopen, want denk niet dat het marmer blinkt zoals de vloer in de luchthaven van Zaventem! Zo kwam er ook een vrouw in een rolstoel die ook haar schoenen moest uitdoen, terwijl ze nochtans met haar rolstoel voortgeduwd werd! Stommelingen.
Terug in het hotel probeerde Pascal Kathleens benen te scheren, maar halverwege viel de elektriciteit natuurlijk weer uit, uitgesteld dus.
In de namiddag begonnen we aan de lange trip naar Kathmandu in Nepal. Eerst met de bus naar Tundla, een stad 35 km van Agra, want van daaruit vertrok onze trein. De buschauffeur reed weer totaal onverantwoord, het scheelde geen haar of we zaten frontaal op een bestelwagentje. Kathleen hield al haar ogen dicht.
We waren veel te vroeg aan het station, 6 uren namelijk. Je kon er niks anders doen dan wachten, want in het hele dorp was weer niets anders te zien, buiten vuiligheid. We hielden dan maar de mensen in het oog, maar dit was op zijn zachtst uitgedrukt, onsmakelijk hoe zij leven, lopen, hangen, drinken, slijmen uit hun mond tuffen, ... We aten weer niks, buiten enkele gezouten koekjes, want door die walgelijke mensen bezig te zien, krijg je helemaal niks door je keel, je moet er eerder van kotsen.
De treinen die op en af kwamen zaten stampvol en wij noemden ze beestenwagons. Ramen zaten er niet in, er waren tralies voor gelast, waar ze met hun armen uit hingen en licht was er ook niet in, terwijl het buiten al donker was. De uren gingen traag vooruit en met een halfuur vertraging vertrokken we om halftwaalf 's nachts.
De trein viel wel goed mee, zachte bedden, propere lakens, een dekentje en geen al te wansmakelijke mensen bij ons in eerste klasse. De airco stond wel op, maar zo werd het niet vochtig heet door al die slapende mensen. We kregen wel geen eten.
Negen en half uren later stonden we in Gorakhpur. Een even vieze stad als al die andere steden, iets eetbaars vonden we dus weer niet. We vonden direkt de bus die ons tot aan de grens van Nepal reed.
Het stadje noemde Sonauli, één kant was Indisch, de ander Nepalees. We kochten ons Nepalees visum en dit ging vlotjes. Die dag konden we wel geen bus meer nemen naar Kathmandu. Er reed wel een nachtbus, maar dat wordt afgeraden, omdat je een gevaarlijke bergroute neemt. Dan maar daar blijven logeren in guesthouse "Paradise".
Dit was onze korte trip door Indië, want zoals een reiziger ooit zei: "Je houdt van Indië, of je haat het". Wel, wij HATEN het.
Vaarwel Indië, tot nooit meer!
Noot: Misschien vind je onze kritiek op Indië nogal negatief, laten we het misschien zo stellen: Indië is voor een normale Westerse mens nagenoeg niet low-budget te bezoeken. Met een groter budget is het beter te doen, omdat je dan niet het lokale vervoer moet nemen en 's avonds toch lekker kan eten in je proper hotel. Toch blijft het een extreem vuil land.
| http://www.geocities.com/kathleen_pascal
De huwelijks-wereldreis van Kathleen en Pascal |