Huwelijks-wereldreis |
| Oppervlakte | : | 1.904.000 km2 | Bevolkingsaantal | : | 210.000.000 |
| Hoofdstad (inwoners) | : | Jakarta (9.000.000) | Talen | : | Bahasa Indonesia + 300 andere talen en dialecten |
| Mensen | : | meer dan 350 ethnische groepen | Geloof | : | 87% Moslim
9% Christen 2% Hindu 1% Boedist 1% Animist |
| Geld | : | Indonesische Roepie
200 Rp = 1 BEF |
Tijd op Bali (tov België) | : | winter: +7
zomer: +6 |
De hoofdstad van Bali noemt "Denpasar" en de luchthaven is wel indrukwekkend. De landingsbaan is namelijk op een steiger tot ver in de zee gebouwd, zodat het lijkt alsof je een noodlanding op de zee gaat maken.Toen we in de douanehal aankwamen, zagen we onnoemelijk veel wachtende mensen. Zes rijen van wel vijftig meter lang. Het duurde dan ook een uur voordat we aan de douane aankwamen. Pascal had al zijn travellercheques klaar om te kunnen aantonen dat we genoeg geld hadden om een returnticketje te kopen, want daar kunnen ze wel eens een probleem van maken. Maar we kwamen er met de schrik vanaf. De douanier vroeg er zelf niet achter en we kregen het 60-dagen stempeltje in ons paspoort.
Onze valiezen lagen natuurlijk al van de band op de grond en we namen een pre-paid taxi naar Sanur. Deze badplaats schijnt rustiger te zijn dan Kuta en je kon er de ferry nemen naar Nusa Lembongan, het eilandje waar we wilden gaan rusten. De chauffeur reed als een gek door het verkeer, alsof we dringend ergens moesten zijn, en iedere keer kan Kathleen er moeilijk aan wennen.
Het eerste hotel wat we op het oog hadden was dicht. We kozen in diezelfde straat een ander guesthouse (Penginapan Agung & Sue) en kregen een zeer gezellige, propere kamer. Het tuintje was ook mooi verzorgd met vele beeldjes in.
De grote vakantie begint in Belgie, maar dat zal ons een zorg wezen, want wij hebben een jaar vakantie. Dit werd onze eerste rustdag van de zovele die we gaan inlassen op Bali, na zeer veel drukke en vermoeiende reisdagen. We zochten een mooi strand en dit was vlak voor een groot toeristenhotel, maar iedereen mocht er gaan liggen. Het was mooi weer en we genoten van het zonnetje.
Onze lunch namen we in een restaurant op het strand en waren dolgelukkig dat we weer voor weinig geld lekker konden eten in tegenstelling met Singapore. Het was zondag en verlofdag voor de Balinezen en dit was ook te zien. Hun hobby is blijkbaar om zeer grote zelfgemaakte vliegers op te laten. Ze lopen er dan ook met tientallen rond en houden de koord tot ver in de zee vast. Bij het naar huis gaan kwamen we voorbij de honderden brommertjes van al die mensen en het was net als een prachtige zomerdag aan de Belgische kust, zo'n drukte.
's Avonds nog even op internet een mailtje gestuurd naar onze ouders want morgen vertrekken we naar een klein eilandje onder Bali en daar zal waarschijnlijk geen internet zijn.
We moesten vroeg opstaan omdat we om halfacht al moesten klaar staan aan het strand om het bootje van 8 uur te halen. Pascal had gelezen dat het een nat boottripje ging worden, dus verpakte Kathleen de foto's goed in plastiek en dan stopte ze nog eens diep weg in de grote rugzak. We moesten vooraleerst al door het water naar de boot stappen, zodat we al nat waren tot boven de knie. Al goed dat er dragers waren die onze zware rugzakken boven hun hoofd veilig en droog tot op de boot brachten.Het ging anderhalf uur duren en Kathleen werd toch weer een beetje mottig van het schommelen van de boot. De zee tussen Bali en het eilandje is zeer diep en heel hevig door de stroming. We kregen tijdens de rit ook steeds heel wat spatwater over ons, en eigenlijk was het nog te koud en te vroeg om de hele tijd nat te worden. We zaten dan ook in de schaduw onder een afdak, zodat de zon ons niet kon drogen en opwarmen.
Kletsnat aangekomen op Nusa Lembongan moesten we weer voor een paar meter door het water en daar stonden we weer, op het strand, omringd door lastige mannetjes met altijd dezelfde vragen: "Where do you come from?", "Where do you stay?". Ze liepen heel de tijd met ons mee. Op straat zette Kathleen zich neer en Pascal ging alleen een guesthouse zoeken, dat was veel gemakkelijker.
Kathleen zat op een muurtje naast een emmer, dat vol met etensresten daar stond te pruttelen. Een lekkere geur was het niet. Het zag er haar zeer primitief uit. Een madam die haar zwarte pot probeerde proper te maken, zonder een schuurborstel, maar met 1 of andere tak of een stuk van een kokosnoot. Hanen die in kooitjes zaten te kraaien, geenenkele orde, en kinderen die niet naar school moeten en op hun klein fietske rondrijden, vrouwtjes met potten op hun kop, slecht afgestelde brommertjes, enz.
Na een uur kwam Pascal pas terug. Hij had een paar bungalows gezien, maar ze waren niet zo bijzonder of te duur en er was niet veel strand. Hij had toch op het einde nog een guesthouse gevonden, maar wist niet zeker als Kathleen dit goed ging vinden. Want eigenlijk hadden we graag een hutteke gehad zoals op Ko Pha-Ngan in Thailand. Samen dan toch naar dat guesthouse (Pondok Baruna) gewandeld en toen Kathleen de kamer zag vond ze het er zeer leuk en gezellig.
Er was inderdaad weinig strand, maar wel een klein voortuintje met wat zand en een geweldig zicht op de hoge golven waar de surfers op bezig waren. Er zitten hier veel Australiërs maar ook een heleboel Noren. Die laatste waren hier doordat de week ervoor een Noors koppel op dit eiland op zijn Balinees getrouwd was, en er dus nog enkele genodigden wat langer op het eiland vertoefden.
We babbelden die avond met een Noors gezinnetje, waarvan de man zeer goed kon surfen. Naar het schijnt kan je dit ook op hoge golven in Noorwegen leren. Nachtleven was hier niet (hadden we ook niet nodig), en gingen dus vroeg slapen.
Dit werd een dag van zalig niets doen. Kathleen zette zich op het strandje net voor de kamer en Pascal las in Lonely Planet want veel anders is er hier niet te doen. We hadden toch de juiste plaats uitgekozen om uit te rusten, want het was hier echt zeer aangenaam. Behalve dat ze soms altijd opnieuw hetzelfde cassetje afspeelden in het barretje-restaurant van het guesthouse juist naast ons kamer. Dit was vlug opgelost, want Kathleen vroeg direkt als ze de muziek zelf mocht kiezen.
We moesten ook nooit ver wandelen om te lunchen of te dineren, want we aten gewoon in het guesthouse en lieten het op de rekening zetten. Het eten was zeer lekker, altijd vers en het bevatte vele vitamientjes die we de laatste maanden een beetje tekort hadden gehad. Er zat ook iedere keer veel volk aan ons restaurant.
Blijkbaar was er wel maar 1 persoon in de keuken, want je moest een altijd een hele tijd wachten en je kreeg het eten meestal niet tesamen. Van zodra er een gerecht klaar was werd het opgediend. Wat we er heel graag aten, waren de "Spring Rolls", een soort van vers klaargemaakte loempia's.
Pascal ging deze morgen op verkenning op een gehuurde mountainbike. 's Middags ging Kathleen ook mee. De fietsen waren zo goed als nieuw, zelfs met vering, en uiterst geschikt om het eiland mee te verkennen. Het eiland was niet groot (6 x 3 km) en nog zeer primitief. Overal strohutjes en mensen die op hun gemak bezig zijn, vele palmbomen, en een mangrovebos dat een groot stuk van het eiland inpalmt. Alle huisjes hebben hun eigen klein, maar mooi verzorgd, tempeltje. Er waren ook nog enkele publieke tempels die uitermate mooi houtsnijwerk hadden. Meestal staan die tempels bij een oude boom en daar binden ze dan doeken rond, waarschijnlijk om die te eren.
Ook wordt er elke dag overal aan de deuren en op straat kleine vierkante zelfgemaakte mandjes gezet met bloemetjes, rijst en een wierookstokje in. Het staat er hier vol van.
Aan de andere kant van ons eiland was een hangbrug gebouwd die het onze met een nog veel kleiner eiland verbond. We reden er met onze fietsen over het knalblauw en helder water. We gingen er even op een strandje zitten omdat we niet meer verder konden. Er werd er ook ongelofelijk veel "hello" naar ons geroepen omdat er maar weinig toeristen komen.
Op twee uur ben je rond ons eiland met de fiets. Pascal wandelde na de fietstocht nog naar een scheepswrak in de zee. Dat is daar gestrand op het rif, enkele honderden meter voor de kust en als het eb wordt kan je er naar toe wandelen. Zo wandel je tussen de zeewierplantages, want vanaf het strand tot aan het rif hebben de inwoners beddingen gemaakt waar ze zeewier kweken.
Het zeewier krijgt een hele procedure te verwerken, we snapten het eigenlijk niet goed. Ze leggen het te drogen op plastieken zeilen voor hun hutje, brengen het dan naar de zee om het daar aan koorden vast te binden en verder te laten groeien, dan weer eruit, weer drogen,... Het wordt in alle geval geëxporteerd naar Japan en Amerika om er schoonheidsprodukten van te maken. Het was zalig om de mensen gade te slaan vanuit onze luie stoel. Dag in dag uit zeulen zij hier met dat zeewier, terwijl wij maar rondreizen en stinkend rijk moeten zijn in hun ogen.
Pascal zag ook nog een visser die zijn bamboo-gevlochten fuiken kwam inspekteren. In de grootste fuik zaten drie grote vissen, die hij eerst nog met een grote speer dood moest prikken voor hij ze eruit kon nemen. Pascal maakte de opmerking dat het zo wel gemakkelijk vissen was. Gewoon elke dag als het eb is naar je kolf wandelen en de vis eruit nemen. Maar de man replikeerde:"Jamaar, ge weet zeker niet hoeveel dat net mij gekost heeft?! 150.000 Roepiah (750 BEF)."
Elke avond worden we getrakteerd op een prachtige zonsondergang. De zon gaat onder voor ons boven Bali met rechts de machtige vulkaan Gunung Anung op Bali van een dikke 3000 meter hoog.
Een rustdag zoals alle andere. We deden wel eens een wandelingetje naar Coconut Beach en de aanpalende resort met bungalows op de heuvelflank gebouwd. Daar zit je dichter bij de grote golven en kan je de surfers mooi bezig zien.'s Avonds hoorden we een varken krijsen in het hutteke naast ons hotel. En inderdaad, even later sleepte een man een geslacht varkentje naar de zee om het te wassen en daarna het haar er af te branden. Zo primitief allemaal, alles moeten ze zelf doen. Hij vertelde ons dat het de volgende dag feest in het dorp was, want het was volle maan en bovendien was de restauratie van de tempel voltooid.
Een beetje actie vandaag. We maakten een wandeling tot aan het "underground house". We namen smalle paadjes door de bossen en Kathleen had schrik van eventuele slangen, maar blijkbaar leven die niet op dit eiland, want we zagen er geenenkel. Het huis was een toeristische attraktie en nog geeneens de moeite. Gewoon wat schaars verlichte gangen onder de grond en Pascal schoof dan nog op het laatste moment uit, zodat heel zijn arm open lag.Buitengekomen moesten we natuurlijk nog een fixed donation geven van 100 BEF. We gaven hem 50 BEF, hij moest maar wat meer lichten geplaatst hebben. Terug naar het hotel langs een verlaten tempel op de heuvel en langs enkele lokale boertjes. En dan direkt Pascals arm ontsmet.
In de late namiddag wordt het altijd eb, en ditmaal wandelden we tesamen naar het wrak op het rif. We zagen waterslangen en krabbetjes en ook vele grote bollen van wel een halve meter diameter. Het zijn een soort waterplanten, juist een hoop hersenen, maar heel slijmerig als je eraan komt.
Terug aan ons guesthouse aangekomen hoorden we een TV. Naast onze kamer was een soort van televisieruimte gebouwd en daar werd nu gretig gebruik van gemaakt door enkele nieuw aangekomen Australiërs en Grieken. Hij stond keihard en we vreesden dat het gedaan zou zijn met de rust op dit mooie eilandje. We kregen het al op ons zenuwen en vroegen om de TV toch iets stiller te zetten, wat ze ook deden. Hopelijk zou dit niet iedere avond zijn.
's Avonds proefde Pascal nog de plaatselijke whiskey, maar het smaakte meer naar cognac, toch niet slecht. We babbelden ook nog met de uitbaters en kwamen te weten dat iedereen hier nagenoeg dezelfde voornaam heeft. Er is slecht keuze uit vier voornamen en deze worden zowel gebruikt voor jongens als meisjes. Een gezin dat meer dan 4 kinderen heeft, moet dan beginnen nummeren. En op school gebruiken ze de familienaam, anders staat een vierde van de klas recht als ze een naam afroepen.
Om 9h30 vertrokken we met het bootje van het hotel om te gaan snorkelen. We plaatsten ons al direkt op het dak, want er lagen zachte matrassen op. We vaarden langs ons eiland richting het volgende, veel grotere, eiland "Nusa Penida". Het water was er ongelofelijk helder en wij gingen snorkelen, terwijl de anderen met flessen doken.Na een halfuurtje visjes zien kregen we koud en kwamen eruit. De duikers kwamen ook juist boven water en zeiden dat ze vlakbij de boot een haai hadden gezien. Een lieve, ongevaarlijke haai, Pascal dook direkt het water in, maar heeft hem niet meer gevonden. Het was trouwens ook wel een beetje angstaanjagend om zo in je zwembroekje een haai te gaan zoeken. Hoe kwam het dat die haai zo dicht bij de boot was? Misschien wel omdat Kathleen juist pipi in het water had gedaan, en daar (en ook bloed) komen die beestjes normaal gezien op af.
We gingen nog naar een tweede plaats snorkelen en rond 14 uur waren we al terug, want we moesten met het bootje terug kunnen varen voor het eb werd. Kathleen ging als eerste naar onze kamer en viel bijna om van verbazing dat de TV alweer loeihard op stond. Niet te geloven, ze hebben gedaan met surfen omdat het laagtij wordt en daarna zitten ze voor de TV te lunchen, terwijl we hier op zo'n prachtig eiland vertoeven. We zijn dus maar ergens anders gaan lunchen.
Daarna nog een wandeling gemaakt naar een heel mooi tempeltje, enkele foto's getrokken met lokale kindjes en tenslotte teruggewandeld langs het strand tot aan een happy-hour-café. We trokken er foto's van de zonsondergang, want de zon kwam tussen twee wolken terug erdoor, terwijl ze aan het zakken was. Het was een wondermooi zicht met die oranje bol.
Terug aan het hotel, stond de TV af. Terug stilte, dus besloten we om in het hotel te eten. Het was er tenslotte heel lekker. Er kwam nog een Duitse jongen mensen ronselen om tesamen naar Nusa Penida te gaan (het nabijgelegen grotere eiland) om er te snorkelen en grotten te gaan bezoeken. Maar we hadden vandaag nog maar gesnorkeld en hadden er geen zin. Onze huid zou trouwens wel eens kunnen verbranden moesten we nog een tweede dag op rij op een bootje zitten.
Pascal schreef een brief naar Frederik. Kathleen had dit eergisteren gedaan voor Bieke. We gaan die dan meegeven met Kathleens ouders die ons over twee weken komen bezoeken.Veel deden we weer niet. Wat wandelen en Pascal koos ook nog de beste foto's uit. Want die geven we ook met Kathleens ouders mee, en onze webmaster Frederik kan ze dan inscannen en op de website plaatsen. Kathleen schreef ook nog het verslag bij, zodat Pascal het kon intypen van zodra we weer op Bali waren, want hier kon je nergens op het internet.
Onze tweede snorkeldag. Eigenlijk gingen we meer mee omdat we het plezant vonden om op het bootje te zitten dan voor het snorkelen. We hoopten enkel maar dat de kapitein eventueel naar de plaats zou varen waar je het meest kans hebt om schildpadden te zien, maar de stroming was er te groot.We haastten ons op het dak van de boot, want Kathleen had gezien dat er nog mensen klaar stonden en het is zo zalig liggen op het dak van de boot, dat we zeker onze plaatsjes niet kwijt wilden.
Gisteren waren er nog twee meisjes aangekomen, enfin volwassen vrouwen eigenlijk, want de ene was zo dik en vet dat we ze "betonblok" noemden. De ander was ook niet echt mager zodat ze wel bij elkaar pasten. We hadden ze al horen opscheppen dat ze elke dag zouden gaan duiken en ze zaten vandaag inderdaag op onze boot. We vroegen ons wel af hoe betonblok ging duiken. In het duikcentrum konden ze toch nooit een duikpak hebben dat haar pastte? Of zou ze haar eigen pak bij hebben?
De eerste duik- en snorkelbeurt was op een andere plaats dan eergisteren. Het water was even helder, maar we zagen minder visjes en koraal. Het was ook kouder en er was een serieuze stroming. Na een kwartiertje besloten we om er al uit te gaan, maar we waren ondertussen al in een kabbelende stroming gekomen die ons bijna tegen de rotsen smaktte. We raakten helemaal niet meer op eigen krachten bij de boot en wuifden dat hij ons moest komen halen, wat hij ook deed. Hij moest daarvoor heel dicht bij de rotsen komen. Een ongezellige en zelfs angstaanjagende snorkelbeurt dus.
De duikers waren ondertussen al zeker 500 meter verder afgedreven en die gingen we dan ook oppikken. De andere snorkelaars liet hij daar maar liggen, die werden later wel opgepikt. En daar zagen we onze betonblok weer en die was toch wel zeker gewoonweg zonder duikpak gaan duiken, terwijl alle andere duikers mooi ingepakt waren. Daarvoor moest je toch echt een dikke laag vet hebben, net een ijsbeer.
Op de tweede snorkelplaats was ook veel stroming en Pascal ging alleen, maar zag nog altijd geen haai, noch schildpadden. Hij kwam vlug terug, want zijn bril dampte aldoor maar aan, en bovendien met die stroming is het echt niet ontspannen snorkelen. We speelden daarna nog samen aan de boot, dit was veel leuker. Want alle boten hier hebben opzij links en rechts een lange bamboo-stengel gemonteerd. Kwestie van stabieler in het water te liggen. En wij maar proberen om ons evenwicht te houden op die balk.
's Avonds onze rugzakken ingepakt en afgerekend. Het waren acht uiterst goedkope en rustige dagen geweest. Nog geen 1000 BEF per dag voor twee personen, alles inbegrepen: slaping, snorkelen, eten, drinken, fietsen, ...
Gedaan met de vakantie op Nusa Lembongan, we gaan terug naar Bali. Zonder ontbijt vertrokken door het mulle zand, wat geen lachtertje was met de ondertussen veel te zwaar geworden rugzakken. Want we hebben al een heleboel Lonely Planets en ook de pak foto's die we met Kathleens ouders gaan meegeven naar Belgie, maar ondertussen moeten we er wel mee sleuren.De boot zou normaal vertrekken om 8 uur, maar natuurlijk werd dit zoals gewoonlijk 9 uur. De zee was niet te woelig zodat we niet te nat werden toen we met onze rugzakken door het water moesten waden. Iedereen ging vanboven op het dak van de boot zitten, om van de zon te genieten en niet nat te worden, want beneden zit je in de schaduw en word je trouwens nog nat ook.
We mochten er natuurlijk niet blijven opzitten, maar Pascal zei dat zijn vrouwtje misselijk zou worden beneden in de boot, dus mochten we op de boeg blijven zitten, de mooiste plaatsen dus.
De zee was heel raar. Hoge golven maar met een hele lange golflengte. Het was als duinen in de woestijn. Als je in een dal zat kon je zelfs de horizon niet zien. Soms waren er ook draaikolken en dit vonden we toch maar gevaarlijk. De zeeen tussen deze eilanden zijn dan ook heel diep. Tussen Bali en Lombok is de zee zelfs 300 meter diep! Daar loopt dan ook de zogenaamde Wallace-lijn, want de fauna en flora zijn op Bali en Lombok helemaal verschillend. Op Lombok lijken de planten en beestjes meer op die van Australie, terwijl vanaf Bali de Aziatische dieren leven.
In Sanur op Bali aangekomen, werden onze rugzaken door dragers aan wal gebracht en we kwamen een prijs overeen met een bemo-bestuurder om ons naar Kuta te brengen. Bemo's zijn minibusjes die vaste routes rijden en altijd stampvol zitten, maar je kan ook een heel busje afhuren om je ergens naar toe te laten brengen, want zo verdienen ze natuurlijk veel meer geld.
We lieten ons naar een hotelletje brengen in Kuta dat Pascal in de Lonely Planet gevonden had, maar het was al vol. Dan ons maar laten droppen en de klassieke methode: Kathleen wacht bij de bagage en Pascal zoekt. Eerst naar een ander hotel dat ook in de Lonely Planet stond en een heel mooie tuin zou moeten hebben. Maar de tuin was omgevormd tot een bouwwerf, continu lawaai dus. We namen dan maar een goedkoop guesthouse "Puri Beach Inn", wat eigenlijk redelijk tegensloeg tegenover onze kamer op het eiland. Maar ja, in een stad betaal je altijd meer, terwijl je minder krijgt.
We verkenden Kuta nog wat die dag. Maar eerst controleerden we onze e-mail en stuurden een berichtje naar onze ouders, want die hadden acht dagen niets van ons gehoord. Kuta is heel druk met smalle straatjes en onnoemelijk veel knetterende brommertjes, die rakelings langs je heen zoeven, want een voetpad is er niet of nauwelijks. Het echte centrum wordt gevormd door de twee smalle straten "Poppies I en II", daar zijn ook alle goedkope restaurants, hotels en toeristewinkeltjes. In die straten waren ook enkele mooiere hotels met cottages en zwembad. In één ervan liepen we even rond, omdat de Noren van op het eiland ons dit aangeraden hadden, maar het was te duur voor onze portomonee. Wel heel mooi en rustig en toch vlakbij alles.
Loodrecht op Poppies I en II is dan de hoofdstraat met veel verkeer en de iets duurdere maar ook wel betere restaurants. Daar zouden ook de disco's moeten zijn, maar daar hebben we niet veel van gemerkt. We hadden Ibiza of Lloret de Mar toestanden verwacht, maar het is toch een stuk minder als je komt voor het uitgaan.
Vanop het strand zie je de vliegtuigen landen en opstijgen, want de luchthaven is maar een vijftal kilometer verder en zoals reeds gezegd is de landingsbaan voor een stuk op een pier in de zee gebouwd.
's Avonds gingen we eens in die hoofdstraat in één van die duurdere restaurants eten. Duur is dan nog relatief, het is nog altijd de helft van in België. Het was er zeer gezellig, lekker en perfect in orde. We kregen weer eens terzelfdertijd ons eten, wat we niet meer gewoon waren na Nusa Lembongan. De tafel naast ons had een "seafood-basket" besteld en dit was werkelijk een grote rieten mand met zeer veel soorten vis, kreeft en een berg frieten. Mag wel voor 800 BEF.
Bij het naar huis wandelen kwamen we het Noors gezinnetje tegen van op het eiland. Die avond en nacht was er veel lawaai aan ons hotel. Eigenlijk sloeg het hotel serieus tegen en was onze kamer vuil. Het probleem is, als je er een dag bent, heb je geen zin, om opnieuw je rugzak in te pakken, naar een beter hotel te zoeken, en je rugzak er dan nog naar toe te sleuren. Dus bleven we er maar. Maar die vuile kamers maken onze reis wel lastig, want het is echt niet plezant om 's avonds in een vuile kamer aan te komen, zo voel je je echt niet thuis en is het moeilijk om tot rust te komen.
We gingen vandaag direkt op het internet ons verslag verder uittypen, want we waren twee weken achter. We lazen ook de antwoorden op onze mails van gisteren, wat altijd leuk is. We merkten dat onze ouders precies blij waren dat ze weer iets van ons gehoord hadden. Kathleen hielp even mee met het verslag en ging daarna naar het strand.Op het strand stonden vele surfplanken recht in het zand. Je kon deze huren, want de golven zijn hier echt de moeite, maar de surfers zijn meer beginnelingen dan op het eiland, waar we enkele dagen geleden nog waren. Hier is het ook niet zo gevaarlijk als je van je plank valt en door de golf wordt meegesleurd, maar op ons eiland, sloegen de golven over een ondiep en vlijmscherp rif. Als je daar dus viel, lag je vel mooi open.
We vonden 's middags een zeer goedkoop en lekker restaurant vlakbij het internet-café. Een gerecht kostte er maar tussen de 30 en 40 BEF. Pascal had ondertussen in het cybercafé al een prijs overeen gekomen, want we zouden er een hele tijd typen. In Kuta vragen ze allemaal 2,5 BEF/minuut, maar Pascal kreeg het gedaan om voor 90 BEF/uur te kunnen typen. Wat nog veel is in vergelijking met de 30 BEF/uur in Nepal.
We gingen die dag ook nog eens met de taxi (kost toch niet veel geld) naar het hotel waar Kathleens ouders drie nachten zouden logeren als ze hier aankwamen. Merkwaardig genoeg zat in die hun vliegtuigticket drie nachten in een hotel inbegrepen. Maar dat was op zich geen probleem, zo konden ze bekomen van hun jet-lag en konden we honderduit vertellen. Hun hotel lag helemaal aan het uiteinde van Kuta. Een rustige resort, maar ver van alle faciliteiten. We vonden er vlakbij een ander mooi hotel, dat precies geen werk meer had door de komst van die grote resort. Zo konden we de helft afbieden op die hun prijs, zodat we een reservatie maakten om goedkoop vlakbij Kathleens ouders te kunnen logeren.
's Avonds aten we in een restaurant waar het happy-hour van 6 tot 9 was. Cocktails kon je krijgen voor slechts 45 BEF, en ze maakten er een heel grappig gerecht, namelijk saté's (brochettekes) die op een mini-barbecuetje opgediend worden. "Satay" is hier het nationale gerecht, en er zijn nog woorden in het Indonesisch die nagenoeg identiek zijn aan het Nederlands. De Hollanders zijn hier dan ook lange tijd de baas geweest (tot 1949). "Handdoek" is ook hetzelfde in hun taal, en in een restaurant kan je gewoon de "rekening" vragen, ze begrijpen het zonder probleem.
Kathleen dronk er een "banana daquirie" (bananesap, bacardi en citroen) en Pascal een "screwdriver" (vodka-orange). Die nacht was er veel lawaai van de Balinesche jonge ventjes. Maar we proberen het ons niet meer aan te trekken. We stoppen direkt onze oordoppen in onze oren en dat helpt echt wel.
Kathleen ging naar het strand en Pascal typen. Na een paar uren stopte hij ermee, want het werd wat lang. Het verslag was toch al goed bijgewerkt tot aan het begin van Bali. We aten een perfecte Italiaanse pizza in dat goedkoop restaurant en liepen daarna wat rond in Kuta. De vele winkeltjes bieden allemaal hetzelfde aan, maar je kan je er wel zot kopen. Kathleen had al een bikini'tje gekocht en Pascal een salamander in houtsnijwerk. We lieten ook nog wat foto's afmaken maar verder deden we niet veel meer die dag.
's Avonds vonden we een barreke die wijn van Bali had. Het was happy hour en we kregen hem aan halve prijs, toch nog 50 BEF per glas. Nochtans wordt hij hier niet zo ver vandaan geproduceerd en toch kost het nog veel geld. In de straten zagen we ook nog "betonblok" passeren. (weet je nog, anders keer je maar eens terug naar het verslag van Nusa Lembongan)
Onze kamer werd maar vuiler met de dag en Pascal ging dan maar zelf borstel en vuilblik halen om het toch een beetje properder te krijgen. Veel doen die uitbaters hier eigenlijk niet. Ze zitten maar wat op hun gat te roken. Tegen de avond worden ze wakker en begint het lawaai. Ze houden dan ook helemaal geen rekening met hun gasten die willen slapen. Zo ook beginnen ze 's morgens om 4 uur al de auto's te verplaatsen en met de deuren ervan te slaan of hun muziek voor vijf minuten vollen bak te zetten.
We wandelden naar een reisbureau en boekten er ticketten naar Sulawesi en Darwin. We gaan namelijk met Kathleens ouders 1 week Bali doen en 2 weken Sulawesi omdat dat eiland ons heel hard aanspreekt. Een ticket kostte maar 5000 BEF per persoon heen en terug. Het was wel al moeilijk om op de datum te vertrekken die wij wilden door het hoogseizoen en omdat er maar één vliegtuig per dag vliegt. Er waren al vele dagen bezet maar vonden toch nog een vertrekdag. Naar Darwin was geen probleem. Op 11 augustus zullen we in Australië landen.Daarna reserveerden we een huurauto om de resterende negen dagen tot de komst van Kathleens ouders te kunnen rondtoeren op Bali. Het werd een klein Suzuki jeepke. Je hebt in feite maar keuze tussen drie verschillende jeeps. 's Middags in ons goedkoop restaurant gegeten en voor slechts 105 BEF kregen we: 3 cola's, 1 portie frieten, 1 jaffle = croque monsieur, 1 groentensoepje en 1 bananenpannekoek. Ongelooflijk voor zo weinig geld en het is echt lekker.
In de namiddag nog even geprobeerd om op strand te zitten, maar het was niet uit te houden. 36 graden in de schaduw, het zweet loopt van je af. De zee was vandaag heel woelig met golven van wel drie meter, echt knap. Vooral toen de zon erboven onder ging en we dit met een pintje in de hand zaten te bewonderen. Hierdoor vergaten we onze vliegtuigticketten te gaan halen, morgen dan maar.
| http://www.geocities.com/kathleen_pascal
De huwelijks-wereldreis van Kathleen en Pascal |