Huwelijks-wereldreis |
| Oppervlakte | : | 517.000 km2 (+/- Frankrijk) | Bevolkingsaantal | : | 58.000.000 |
| Hoofdstad (inwoners) | : | Bangkok (6.000.000) | Talen | : | Thai + dialecten |
| Mensen | : | 75% Thai
14% Chinees 3,5% Malay, ... |
Geloof | : | 95% Boedist
4% Moslim 1% Christen |
| Geld | : | Thai Baht
1 BEF = 1 Baht |
Tijd (tov België) | : | winter: +6
zomer: +5 |
We stonden versteld van de moderne en vooral zeer grote luchthaven. Op twintig minuten stonden we met onze rugzak buiten, nog nooit meegemaakt. We kochten een ticketje voor de bus die ons direkt naar de backpackers-streek in Bangkok, genaamd Banglamphu, bracht.Tijdens de busrit over de highway, letterlijk dan, want de snelweg zweefde tientallen meters boven de grond, zagen we hoge buildings waar zelfs helicopters op kunnen landen. Alles leek mooi geregeld, eindelijk zagen we ook weer eens sjieke wagens, enfin, we waren overweldigd.
We werden gedropt aan de Kao San Road, een gezellige straat met vele winkeltjes en terrasjes. Kathleen zette zich op een terrasje bij de rugzakken, terwijl Pascal ons guesthouse J & Joe ging zoeken. Het was een oud teak huis, maar de badkamer was wel gemeenschappelijk. Maar wat wil je voor 180 BEF per nacht.
We pakten alles uit en gingen nog een pintje drinken in de Kao San Road in een barretje met goeie disco muziek. Het bier noemt hier Chang en is best wel lekker. Het weer was lekker warm (boven de 30 graden) en vochtig.
Vandaag zouden we een paar dingen willen regelen: eventueel een moto kopen, vliegtuigtickets kopen, maar dit ging niet zo gemakkelijk. We starten met een mailtje naar onze ouders te sturen om ze in te lichten dat we veilig in Bangkok waren geraakt, na al die problemen in Kathmandu.Tijdens het rondwandelen zagen we tal van massage- en schoonheidssalons en daar bezweek Kathleen natuurlijk voor. Ze liet haar okseltjes ontharen met was voor een derde van de prijs van Belgie.
Vlak erbij was een reisbureau dat te vertrouwen was. Dit hadden we gehoord van een Engels koppel op Sri Lanka. Maar natuurlijk was de uitbater er juist deze week niet. Hij had wel een vervanger gevonden, een Japanner die slechts een half woord engels verstond. We hadden namelijk graag geïnformeerd voor een stop-over ticket Sydney - Tahiti - Los Angeles. Dan maar wachten, want de andere reisbureau's kan je niet vertrouwen.
In de Lonely Planet stond ook nog een reisbureau dat te vertrouwen was, maar dit was een heel eind verder in de stad. Tijdens het wandelen kwamen we verschillende tempels tegen. De eerste tempel (een "Wat" noemt dit hier) was klein, maar toch mooi, en gratis. De volgende was direkt een topper, namelijk het "Grand Palace" en "Wat Phra Kaew". Een heel prachtig kleurrijk geheel van tempels, prachtige tuinen en ook nog een paleis dat niet meer de woonst is van de koning, maar wel nog gebruikt wordt voor ceremonies. Het was niet duur (200 BEF) en met het ticket kon je nog naar twee andere bezienswaardigheden in Bangkok gaan. Dit was nogal een verschil met Indië, daar betaal je vijf maal meer, het monument is helemaal niet onderhouden, de vijvers staan droog en ga zo maar door, geef ons dan maar Thailand.
Een van die twee andere bezienswaardigheden die we konden gaan bekijken was een grote teak-houten villa, de grootste ter wereld, "Vimanmak Mansion". We namen een tuk-tuk door het heel drukke verkeer en Kathleen werd bijna misselijk van de uitlaatgassen. Want die driewielers hebben twee-tak motoren die dan nog eens opgedreven zijn, en zodoende een heel eigenaardige blauwe walm uitspuwen, die we nog nooit geroken hadden. Moesten ze deze verbieden, zou er al heel wat minder smog in Bangkok hangen. Daarnaast is er dan nog geenenkel brommertje dat met de originele uitlaat rijdt, het zijn net pubers die juist een nieuw brommertje hebben gekregen en dit maximaal willen opdrijven.
Maar goed, het teak-houten huis: was inderdaad groot, en we mochten er niet alleen doorlopen. Je moest je aansluiten bij een groep, we hadden geen zin om te wachten op de Engelse gids en zijn dan maar meegelopen met een Thaise gids. Dit was best wel grappig, we snapten er geen ballen van, maar het viel ons wel op dat de gids heel veel het woordje "naha" gebruikte, wat het juist wil zeggen weten we nog altijd niet. En wie er in dat huis gewoond heeft weten we dus ook nog altijd niet. We genoten wel van het prachtige interieur, o.a. sjieke vazen (van Belgie), bestek, glazen, muziekinstrumenten, salons, kasten, wapens, dierengeraamtes en vooral ook van het mooi geboende parket.
Er was ook nog een Thaise voorstelling met de typische dansen, sierlijke bewegingen met de handen, vingers en voeten, maar eigenlijk wel een beetje traag en saai.
Door de stop bij deze monumenten, geraakten we niet meer bij het reisbureau, dus wandelden we maar terug naar ons hotel. Daarbij moet je je het trottoir voorstellen met langs de ene kant de winkels en langs de straatkant staat het ook vol met marktkramers die kledij, eten, sieraden, enz proberen te verkopen. Dit is best wel gezellig, behalve dan sommige rare geurtjes die uit de eetstalletjes komen.
Na een lange wandeling kwamen we zeer moe aan ons hotel aan, want we waren de vochtige warmte niet meer gewoon na Nepal. Pascal voelde zich al heel de dag niet in zijn gewone doen, maar toch zetten we onze zoektocht verder. We wilden namelijk in Thailand eens helemaal vrij zijn en hadden dan ook graag een moto gekocht om naar het zuiden van Thailand mee te rijden. Daarvoor moesten we naar de andere kant van de stad. Het werd een helse tocht met een bus en een race-tuk-tuk maar we vonden geenenkele tweedehands-motozaak. We vroegen het vele malen aan de bevolking maar geen kat sprak engels. Zonder moto dan maar terug naar het hotel, deze keer met de skytrain: een heel comfortabele bovengrondse metro die spijtig genoeg nog niet helemaal tot in het oude centrum was doorgetrokken.
Kathleen werd wakker 's nachts omdat Pascal de slaapzak aan het ontrollen was. Hij kroop namelijk bij 32 graden in een dikke slaapzak! Ze meette dan ook direkt zijn temperatuur, en hij bleek 39,6 graden koorts te hebben. Abnormaal hoog dus en reden tot paniek. We probeerden toch nog wat te slapen, maar de volgende morgen lieten we ons met een taxi naar het Bumrungrad Medical Center brengen. Kathleen had dit opgezocht in de Lonely Planet.
Het was een ultramodern hospitaal. Pascal werd er direkt ingeschreven in de computer en de onderzoeken werden direkt uitgevoerd: bloed trekken, in potje pissen, bloeddruk meten, foto's nemen van de borstkas, wegen, ... Tussen elk onderzoek moesten we even wachten en verkleumden bijna van de kou, het was er maar 20 graden, door de airco die veel te hard stond. Nog nooit een kliniek geweten waar het zo koud was!
Het resultaat van het bloedonderzoek wisten ze nog niet direkt. Er kon dus nog geen conclusie getrokken worden en Pascal kreeg gewoon iets om de koorts en de pijn te minderen en we gingen dan maar terug naar ons hotel.
Pascal legde zich te rusten in de bloedhete hotelkamer (36 graden), terwijl Kathleen van het zonnetje ging genieten aan de rivier. Toen ze terugkwam, was Pascal nog niks verbeterd en zag hij het niet zitten om verder in die warme kamer te blijven met zoveel koorts. Hij besloot dan maar om zich te laten opnemen in het hospitaal, de verzekering betaalde toch. Kathleen had deze ondertussen al verwittigd.
In het hospitaal werd Pascal direkt aan een baxter gelegd, er werd nog eens een bloedstaal genomen en iedere drie uur werd de koorts, bloeddruk en hartslag gemeten.
De koorts werd ietsje minder tegen de avond en we keken samen TV: de halve finale op Roland Garros met Kim Clijsters. Daarna moest Kathleen alleen met de taxi naar huis door de grote koekestad.
Kathleen reed weer alleen met de taxi naar Pascal. Er was goed nieuws: het bloedonderzoek wees uit dat het geen malaria of dengue-fever was, maar een serieuze bakterie in de buik. Want hij had ook lopende diarree vandaag met pijn in de buik.Kathleen bleef heel de dag bij Pascal. Dit was niet zo heel erg, want het was zwaar bewolkt met buien en 's avonds zelfs gietende regen met onweer.
Pascal was al veel beter vandaag. Hij had geen koorts of pijn meer, dus kon hij vandaag naar huis. Maar we gingen eerst nog eens naar het 6de verdiep waar ze een grote tuin gemaakt hadden over de hele lengte van het gebouw, met veel bloemen, banken en vijvertjes.Dan nog iets over Pascal zijn buur in de tweepersoonskamer. Was het toch wel juist een Indiër zeker die naast Pascal lag! Zijn vrouw, een lelijk mens die niet kon lachen, bleef dag en nacht bij hem. Natuurlijk kwamen we er niet mee overeen, want ze deden alles juist averechts dan wij. De airco moest op ijskoud staan, de gordijnen bleven heel de dag dicht, en toen ze wisten welke ziekte de man had (Parkinson), moesten ze de medicamenten van het hospitaal niet hebben, maar gingen ze die ergens anders wel kopen.
Kathleen draaide natuurlijk altijd aan het knopke van de airco om die warmer te zetten, maar telkens we de kamer maar eventjes durfden verlaten, stond het al terug kouder. Een kat en muis spelletje dus.
Het afrekenen verliep heel vlot, want de verzekering had alles al betaald (toch wel een slordige 16000 BEF voor 2 nachten). Je zal ons niet horen klagen over de VAB-reisverzekering.
Op de terugrit met de taxi passeerden we langs een tweedehands motozaak. We lieten ons afzetten en ontdekten een mooie okkasie voor slechts 10000 BEF. Toch kochten we de moto niet want na die ziekte wilden we gewoon uitrusten op een tropisch strand in het zuiden. Het was bovendien weeral aan het regenen en dan wordt het wel gevaarlijk om te rijden.
We beslisten om zo vlug mogelijk met de bus te vertrekken uit Bangkok, maar Kathleen profiteerde eerst nog eens van een lekkere rugmassage. Slechts 80 BEF voor een half uurtje en je krijgt dan nog een kruidenthee en een verfrissingsdoekje acheraf. Het was tevens zalig en professioneel uitgevoerd en Kathleen had er deugd van gehad.
Daarna pakten we een taxi naar het zuidelijke busstation en kochten een ticketje voor een zogenaamde VIP-bus met slechts 24 zetels die je heel plat kon leggen en die rechtstreeks naar het eiland "Ko Samui" reed (ongeveer 1000 km zuidelijker dan Bangkok). Met het eten liep het wel helemaal verkeerd. Vooraleerst dachten we dat we geen eten gingen krijgen, dus aten we rap nog iets in het busstation, maar na een uurtje rijden brachten ze ons een kartonnen doosje met enkele snacks. Dit aten we dan ook maar op, maar later bleek dit ons ontbijt voor de volgende dag te zijn. Nog een uurtje later stopten we aan wegrestaurant voor het avondeten, dat in de prijs inbegrepen was, maar toen hadden we natuurlijk geen honger meer. Er werd nog een grappige film gespeeld en we sliepen heel de nacht.
Om 6 uur 's morgens kwamen we versuft aan de ferryboot die ons naar Ko Samui zou brengen. De bus ging de ouderwetse ferry op, maar wij moesten afstappen en zelf nog een ticketje kopen. Dit hadden ze er natuurlijk niet bijgezegd, maar goed, het kostte niet veel. Na een uurtje varen, arriveerde de boot aan een pier aan een palmenstrand. Heel idyllisch. De bus reed dan nog naar een ander haventje waar de boten vertrekken naar andere bestemmingen, zoals "Ko Pha-Ngan" waar wij naartoe wilden.We moesten een uurtje wachten, dus namen we een ontbijt in een barreke. Kathleen had buikpijn met diarree en ze dacht dat ze hetzelfde zou krijgen als Pascal, maar het was van haar op te jagen de vorige dagen in Bangkok. Om 9 uur vertrok het bootje dat ons op 45 minuten naar het eiland Ko Pha-Ngan bracht. De bagage bleef bovenop de boot en wij moesten met een trapje naar beneden in een airco-ruimte, terwijl we veel liever van de zon en de zeelucht genoten. Wij dus weer naar boven en hebben ons dan maar geïnstalleerd tussen de bagage. Er zat daar trouwens nog een toerist die niets van de airco moest weten.
Op het eiland werden alle toeristen met pick-up jeeps opgepikt om ze naar de verschillende stranden te brengen. We kozen het meest afgelegen strand met de onmogelijke naam "Ao Thong Nae Pan Nai". Het werd een avontuurlijke rit in de laadbak van de jeep door een groene jungle over een moeilijk berijdbare grindweg en op het einde moesten we zelfs door enkele riviertjes rijden.
Het strand viel ongelooflijk mee, het was ook prachtig weer en we konden een gezellig bamboe-hutje met een palmbladeren dak huren. Kathleen ging direkt op het strand liggen terwijl Pascal onze hut zeer gezellig inrichtte: het muskietennet werd opgehangen, een wasdraad binnen en buiten, de rugzakken werden aan een balk gehangen, ... We vonden deze plaats het paradijs om zeker een week uit te rusten en te genieten van de natuur en het strand.
Onze hutjes noemden "Star Hut" en er was ook een gezellig restaurant met houten rieten stoelen in het zand onder de palmbomen en zicht op zee. De zee in de baai was rimpelloos, je kon er dus perfekt in zwemmen, maar af en toe waren er een soort van kleine visjes die je durfden bijten, wat Kathleen al meteen mocht ondervinden. We doopten de visjes "sea-mosquitos".
Vandaag ging Pascal een wandeling maken om de streek te verkennen, want stilzitten op het strand was zijn aard niet. Kathleen daarentegen ging dit wel doen. Toegegeven, het was serieus warm, en ze droop van het zweet zodat ze veel in de zee moest gaan afkoelen.Pascal had mooie watervallen ontdekt. In de late namiddag wandelden we nog over de grote rotsen langs de kust, sprongen in de verleidelijke blauwgroene zee en trokken foto's van de kleurrijke vlaggetjes aan de kiel van de longtail boten. 's Avonds aten we barbeque in een restaurant in het kleine dorpje en verstuurden vlug enkele korte e-mailtjes, want het was er te duur (3 BEF per minuut).
We namen onze trouwkleren en wandelden naar de watervallen die Pascal gisteren had ontdekt. Het was een geklauter naar boven en met dat kleed is dat niet zo gemakkelijk. Na de trouwfoto's gingen we zoals Adam en Eva onder de waterval staan en genoten ten volle van onze huwelijksreis. Het was zalig romantisch. We bleven er dan ook heel de voormiddag en in de namiddag gingen we weer naar ons strand. Kathleen liet zich er masseren. Het kostte wel iets meer dan in Bangkok, maar een lichaamsmassage op het strand onder de palmbomen en het zeegeruis maakte dit goed. Het was trouwens nog altijd spotgoedkoop vergeleken met België.
's Avonds kregen we al vroeg onweer met regen zoals elke avond hier. Maar dat stoorde helemaal niet, want we gingen in het Star hut restaurant lekker Thais gaan eten. Het eten is hier zalig, maar je moet wel oppassen dat je niet te spicy kiest. Daarna hadden we nog een gezellige babbel in een barretje met hangmatten. Het liggen in die hangmat vonden we zo plezant, dat we terstond een hangmat kochten om aan ons hutje te hangen.
Het was weer prachtig weer en we kozen om een boottocht te doen, de honeytrip. Met 8 personen vertrokken we richting "Koh Ma" op een typische Thaise longtail boot. Het zijn lange houten boten met op de achtersteven een automotor met daaraan een hele lange stang en op het einde de schroef. Ze stinken naar de olie en maken te veel lawaai, maar dit hoort bij de sfeer. Aan dat kleine eilandje kregen we anderhalf uur om te snorkelen en zagen vele scholen vissen met veel kleuren tussen mooie koralen. Het water was lekker warm en we konden er lang in blijven.
De longtail boot bracht ons vervolgens naar "Bottle beach" waar we lunchten. Zelfs Pascal lag er naast Kathleen in het zonnetje op het mooie strand. Tenslotte brachten ze ons nog naar een waterval, maar diegene die wij ontdekt hadden, was veel indrukwekkender.
We gingen weer vroeg slapen. Elke nacht slapen we hier van ongeveer 9 uur 's avonds tot 8 uur 's morgens. Gemiddeld 10 uren per nacht, voldoende om echt uit te rusten.
Voor de tweede dag op rij was de lucht knalblauw, zoals we ze nog nooit gezien hadden, met 34 graden Celcius. We huurden een brommer en reden er mee naar "Thong Sala", de havenstad van ons eilandje. Maar daarbij moesten we natuurlijk over diezelfde aardeweg zoals bij de heenreis met de pick-up. Het was een lange moeilijke weg, steil naar boven en beneden met diepe groeven in van de regen door de dagelijkse onweders. Het was niet gemakkelijk om de brommer recht te houden en niet uit te schuiven en Kathleen had schrik om te vallen. Ze noemde het dan ook de zwarte piste van het eiland. Gelukkig geraakten we heelhuids tot op de asfaltweg en in Thong Sala haalden we met onze mastercard geld af.
Op onze detailkaart van Ko Pha-Ngan hadden we een grote keuze van strandjes die we konden verkennen. Kathleen koos er de "Woktum Bay" uit, maar het was helemaal niet mooi. Er stond bijna geen water en er was geen zandstrand. Verder naar het noorden dan maar. We stopten aan het strand "Haad Son" (Haad betekent strand en Ko is eiland in het Thais). Een mooi wit strand, maar geen water om in te zwemmen, want in het begin was het water ondiep en bloedheet en verderop te veel scherpe rotsen. Juist als we ons wilden installeren op onze handdoek, begon er een luidspreker vollebak Thaise muziek uit te spuwen. Dus wij weer weg.
Naar hete salade of "Haad Salad", en daar was het eindelijk rustig met een prachtig strand en kristalhelder water. Als je erin liep, zwommen er overal visjes weg en er lag een oude gestrande boot in het water. We aten en dronken er iets en Kathleen lag in de zon.
Op de terugrit stopten we nog even aan de "Wat Khao Noy" (tempel), maar die was niet echt indrukwekkend. Voorzichtig reden we terug langs de moeilijke weg en op de allerlaatste steile helling schoven we toch wel uit, zeker. Het was niet zo erg, Pascal zijn handpalm bloedde een beetje en Kathleen had een spier in haar bil geforceerd door zich te willen verzetten.
In ons hutje die avond werden we geplaagd door een mot die alsmaar wilde rondvliegen, maar overal tegenvloog, met andere woorden we hadden weer een nieuw huisdiertje.
Onze laatste dag hier om te genieten. We deden dan ook niets, behalve wat schrijven, in de hangmat hangen en lezen in de Lonely Planet-boeken over ons volgend doel: Krabi en daarna Maleisie. We vonden het wel een beetje spijtig dat we van dit mooie eiland weg moesten.
Na een nacht slecht slapen door de discomuziek, vertrokken we met de pick-up richting haven. Het had heel de nacht geregend en de weg was soms een beetje weg(gespoeld). Het begon ook weer te regenen en toen we op de ferryboot zaten, waaide het hard en regende het zodanig pijpestelen dat iedereen aan de ene kant van de boot ging zitten. Kathleen begon zelfs een beetje mottig te worden van het schommelen van de boot en deed voor de eerste maal haar polsbandjes aan, en het hielp wel.De boottocht duurde 3 uren en terug op het vasteland konden we direct op de bijhorende bus (met airco) naar "Surat Thani". Het was weer gene vette, deze stad, zoals alle andere niet-toeristische steden in deze landen. Want als het niet aantrekkelijk is voor het toerisme, maken ze er maar een zootje van.
Enfin, we vonden er een plaatselijke bus zonder airco. Je kon ook een bus met airco nemen, maar waren er niet op gekleed. Het nadeel is dan natuurlijk dat die bus om de haverklap stopt en dat ze hem propvol willen stoppen met mensen.
We zaten juist na de achterste ingang. De mensen hingen bijna tot op onze schoot, er stond een ventilator te blazen op ons hoofd en de Thaise popmuziek stond keihard te kwelen uit een luidspreker boven ons. Niet comfortabel dus, en je wordt er zo moe van. De volgende keer zullen we maar weer voor de airco bus opteren, die stopt tenminste zoveel niet. Spijtig dat je geen snelle bus zonder airco hebt.
Na drie en een half uren rijden waren we in Krabi. Op het eerste zicht best een gezellig stadje (op het tweede zicht ook). En we konden logeren in "Chao Fa Valley", een groep houten bungalows op palen. De bungalow was ruim en gezellig met een badkamer, maar onder en rond het huisje lag het vol met rommel. Een groot verschil met ons zalig hutje op het strand van Koh Pha-Ngan.
Opgestaan met kraaide hanen onder ons hutteke dat op palen stond. Slecht ontbeten: in de boter zaten mieren en in de koffie kon je je lepel recht zetten, zo straf. We huurden een brommer om de prachtige bekende rotsformaties hier in en rond Krabi te bekijken. De dag begon met prachtig halfbewolkt weer, maar tijdens het rijden kregen we al een onweersbui op onze nek. Gelukkig passeerde we juist een half-afgewerkt huis waar we met de brommer konden binnenrijden en schuilen.Een halfuur later konden we al verder rijden richting "Shell Cemetary". Er waren drie stranden met zogenaamde eeuwenoude schelpenfossielen. We gingen eerst naar het gratis strandje en het stelde niks voor. Het waren juist afgebrokkelde betonplaten met wat putjes. Van in de verte zagen we dat de andere stranden juist hetzelfde waren en hebben dus gelukkig die 200 BEF entree niet betaald.
Onze volgende stop was het strand "Ao Nang". We zagen al direkt de indrukwekkende rotsen tot in de zee en namen direkt een long-tail boot naar nog meer moois. Het bootje zette ons af aan een strand genaamd "Hat Ray Leh West". Dit was een van de drie stranden op een soort schiereiland. Door 200 meter te wandelen door een resort kwamen we al aan de andere kant, "Hat Ray Leh East". Hier zat geen kat, want dit was meer een mangrove dan een strand, en er stonden trouwens enkele dieselgeneratoren te ronken. Op de grond liepen er duizenden kleine krabbetjes elk met slechts 1 schaar. Je moest langs daar passeren om op het derde strand te geraken, wat zonder twijfel het mooiste was, "Hat Than Phra Nang". Want naast het strand zag je mooi de "Laem Phra Nang Caves", ofwel de "prinses-grotten". Dit was een heel grote over de zee hangende rots met meterslange stalagtieten. Maar wel niet de klassieke druipstenen, maar gevormd van gestolde lava.
Kathleen installeerde zich op het strand, terwijl Pascal de rots ging beklimmen. Hij kwam terug met schaafwonden, want vermits er een verborgen lagoon lag boven op de rots, was het er vochtig en glad.
Tegen de avond zagen we het in de verte zeer donker worden en we vertrokken maar, want we hadden nog een lange terugrit voor de boeg. Vooraleerst terugwandelen over de drie stranden, dan een long-tail boot nemen en tenslotte nog terugrijden met de brommer. De zee was al wilder geworden en op de long-tail boot werden we dan ook kletsnat. De boot ging wild tekeer en Kathleen was blij dat we veilig aankwamen. Aan het strand moesten we nog 10 meter door de zee lopen en Pascal stapte heel elegant uit de boot, zodanig dat onze rugzak half in de zee viel, en dit nadat we hem zo goed hadden beschermd op het bootje. Wij vlug het fototoestel nazien, maar het was niet nat. Dat was voor Kathleen het belangrijkste. We probeerden ons wat af te drogen om geen kou te vatten op de brommer. Toch moesten we met natte kleren op de brommer kruipen, het begon dan onderweg nog te regenen, maar gelukkig hadden we onze regenjas bij en zo was het toch ietsje warmer.
In onze bungalow deden we vlug warme kleren aan (een warme douche konden we niet nemen). Die avond hadden we zin in eens iets anders dan rijst en gingen dan ook bij een Italiaan eten. Dit smaakte, ook wel door het glaasje wijn. Na het eten liepen we nog even langs het water en botsen op een soort van dorpsfeest: Vele tafels en stoeltjes met errond tientallen kraampjes met allerlei eten. We lazen op een spandoek dat het een "Local (sea)food festival" was, maar natuurlijk hadden we juist gegeten! Spijtig, want het zag er lekker uit, morgen zouden we zeker hier eten. Toch dronken we er nog enkele lokale pintjes en hadden een diepgaang gesprek met elkaar hoe we onze reis verder moesten aanpakken.

Vroeger opgestaan dan gewoonlijk, omdat we een zee-kayak-trip geboekt hadden. We werden voor het hotel opgehaald door een airco-minibusje. Onze eerste vraag was al direkt: "Can you switch off the airco, please?" Het was namelijk geen mooie dag met overal wolken en we hoopten dat het nog ging beteren. Na de peddels en de gids opgeladen te hebben, kwamen we in een huisje waar we eerst nog koffie mochten drinken, terwijl ze onze kayak op de long-tail boot legden.
Het bootje vaarde tussen de rotsen naar het zogenaamde "Hong Island". Ondertussen kregen we een rijstpapje overgoten met een zoete stroop en verpakt in een bananeblad. Heel lekker. Op een strandje van Hong Island werden de kayaks te water gelaten en begon onze peddeltocht. Het eiland moet je je voorstellen als een grote C, met een smalle ingang naar een ondiep lagoon binnenin. Het was er paradijselijk, enkel spijtig dat het zonnetje niet ten volle scheen. In de lagoon stond een klein mangrove-bosje waarbij de wortels van de bomen volhingen met oesters. Enkele lokale vissers waren de oesters er met een hamertje aan het afkloppen.
Zo peddelden we het hele eiland rond. Enfin, Pascal peddelde en Kathleen keek rond. Ze had namelijk nog altijd een verrokken spier in haar bovenarm van het raften in Nepal. Door het laagseizoen hadden we als het ware een privé-excursie. Naast ons bootje was er nog de kayak van de gids en een derde kayak met nog een jongen van de organisatie (Mr. Kayak) met zijn liefje. De gids was wel een plezant ventje, maar kon wel nagenoeg geen Engels, behalve dan "Oh yeah". We merken dat de meeste Thaise mensen weinig of geen Engels spreken.
Met ons bootje langs de rotsen zagen we veel krabben, zeesterren, koralen en visjes in het water. Onze lunch, die ze 's morgens hadden gekocht, werd geserveerd op een kayak onder een overhangende rots op een zalig strandje. We ontdekten sporen in het zand van een varaan, maar hij heeft ons geen bezoekje gebracht. We wisten dat ze er leefden, want net voor de lunch hadden we er 1 zien lopen op een ander strandje.
Daarna bracht de long-tail boot ons naar een rots om te snorkelen. Kathleen bleef op de boot, want de hemel was ondertussen volledig overtrokken. Na drie kwartier werd Kathleen wel serieus misselijk van de walgelijke oliedampen die uit de vuile motor kwamen. Pascal merkte het ook direkt toen hij uit het water opdook. Gelukkig vertrokken we toen, zodat we weer verse zeewind konden inademen. We vaarden naar een heel verborgen strandje tussen al die andere rotsen, waar als het ware een gezin was aangespoeld en alles gebouwd hadden om in leven te kunnen blijven. Natuurlijk was het wel weer erg rommelig. Alles was opgebouwd onder overhangende rotsen: de eetruimte, het bed, de keuken, ... Aan een boom lag een heleboel afval, aan diezelfde boom hingen enkele schommels, wat verder was een moestuin. Het was eigenlijk een heel idyllische plaats, maar wij zouden het toch wel iets properder inrichten, want je kan toch zo een mooie hutjes maken met de lokale bouwmaterialen hier. Ondertussen was het ook beginnen regenen en dat maakt het ook nog wat minder mooi. Met volle zon moet dit wonderbaarlijk zijn.
Het zag niet er naar uit dat het zou stoppen met regenen, dus voor ons was de pret er van af en vroegen aan de gids om terug naar huis te keren. Terug aan wal kregen we nog een dampende koffie. Zalig, want niettegenstaande het hier warm blijft als het regent, krijg je het toch nog koud door de 100% vochtigheid. Tijdens het nuttigen van de koffie hadden ze de motor van het busje al opgezet. Kathleen vreesde dat ze de airco al volle bak hadden opgezet, en inderdaad: we stapten het busje in en zijn direkt in vliegende colère weer uitgestapt. Snappen die niet dat we de laatste uren continu nat waren geweest, zonder zon, hadden frisjes gehad en waren bang om een verkoudheid op te lopen en dan doen zij al de moeite van de wereld om het busje koud te maken!
We waren nu juist een beetje droog en opgewarmd. Ze waren precies wel erg verschoten van ons, want tijdens de terugrit dampten natuurlijk de ramen aan, want het was aan het gieten, en ze durfden de airco niet meer opzetten. Poeslief vroegen ze als de airco een beetje op mocht. Natuurlijk mocht dit, hoe kan je anders de ramen ontdampen. Kathleen had trouwens al opgemerkt dat de chauffeur moeite had om wakker te blijven, een beetje frisse lucht zou hem goed doen.
Het was al bij al toch een fijne dag geweest en we waren blij dat we nog eens een excursie hadden gedaan. 's Avonds naar het local food festival met onze zelf-gekochte fles wijn. We amuseerden ons, het was juist als een gigantisch buffet en probeerden vanalles uit: scampi's, schelpjes, loempia's, gefrituurde sate's, een gegrilde vis en nog enkele dingen die we moeilijk kunnen beschrijven maar toch lekker waren. Om de avond te beeindigen dronken we nog een ananassapje uit een afgezaagde bamboepijp. We genoten er met volle teugen en voelden ons helemaal thuis in dit provinciestadje, jammer dat het regenweer stokken in de wielen kwam steken.
Weer regen vandaag, besluit: wat rondwandelen, internetten en het verslag bijschrijven. Ontbijt in een Italiaans restaurant waar Pascal genoot van een broodje met echte Nutella-choco, want in België eet hij dit iedere morgen.De regen viel er echt heel de dag met bakken uit en we besloten om morgen verder te trekken naar Maleisië. Het regenseizoen was hier wel echt bezig. Spijtig, want we hadden graag wat langer in Thailand gebleven.
's Avonds ontdekten we nog een goedkoop, gezellig restaurantje en babbelden met andere reizigers.
Weer op de bus vandaag, en voor lang! We lieten ons brengen naar de bushalte en dronken daar een koffie. De bus bracht ons naar "Hat Yai" en het was eens een comfortable rit met een goed afgestelde airco. Enkel de vering was een beetje slapjes, we wiegden heen en weer net als op een boot. We deden er 6 uren over.In het busstation van Hat Yai moesten we zoeken naar de juiste internationale bus die ons naar "Penang" in Maleisie kon brengen. We doen het dan altijd als volgt: iemand van ons twee let op de zware bagage en de ander gaat op zoek, zodat we niet met die rugzakken van hier naar daar moeten lopen. Want het is zo al vermoeiend genoeg, die steeds terugkerende busreizen. Pascal kwam teleurgesteld terug met het nieuws dat er enkel minibussen van privémaatschappijen over de grens rijden. En met die privé-organisaties heb je bijna altijd miserie, ze zijn enkel op het geld uit en niet de tevredenheid van de klant. Zeker niet de voldoening van toeristen want die zien ze toch nooit meer terug.
We kozen er lukraak een busfirma uit die er iet of wat betrouwbaar uit zag. En ze hadden ons inderdaad weer liggen. We moesten een uur langer wachten dan voorzien. Als je aan die vent vroeg waarom, ofwel kon hij geen Engels, ofwel had hij geen goesting om te antwoorden, ofwel had hij een uur ervoor vergeten te zeggen dat het busje er was. In ieder geval kregen we het op onze zenuwen van zo een soort situaties. Zijn vrouw zat dan nog heel de tijd aan een tafeltje op het trottoir met hun zoontje. Wat zij er zat te doen, weten we niet goed. Ze had wel vier GSM's voor haar liggen en blijkbaar probeerde ze die te verkopen aan passanten. Toen ze een GSM verkocht had, was ze dolgelukkig met het geld aan het zwaaien en vertelde het dolblij aan iedereen. Haar zoontje kreeg geen aandacht en hing maar wat op straat.
Enfin, een uur te laat op het busje, maar eens vertrokken ging het wel vlot. Anderhalf uur later waren we al aan de Maleisische grens.
Dit was Thailand. We zijn er veel te kort geweest (vooral door de regen), maar hebben toch gezien dat het prachtig is. Hier gaan we nog proberen terug te keren.
| http://www.geocities.com/kathleen_pascal
De huwelijks-wereldreis van Kathleen en Pascal |