Huidig beleid

 
6.1 Inleiding

Tijdens de "Rapportage 2e fase Holtenbroek (1991)" is al duidelijk gesteld dat een groot deel van de wijk aan vernieuwing toe is. Vanwege de felle kritiek van bewoners worden de sloop- en nieuwbouwplannen echter uitgesteld en richt men zich eerst op de korte-termijnproblematiek (criminaliteit, zwerfvuil etc.). Eind jaren negentig besluit de gemeente Zwolle om voor Holtenbroek een vijfjarig "Wijkontwikkelingsplan (WOP)" op te stellen, waardoor de grootschalige herstructurering van Holtenbroek weer ter sprake komt (Gemeente Zwolle, 1999). Dit hoofdstuk zal eerst ingaan op het "Wijkontwikkelingsplan" (§6.1), waarna gekeken zal worden naar de grootschalige herstructureringsplannen (§6.2) en een antwoord gegeven zal worden op de zesde onderzoeksvraag: Is er in de huidige grootschalige herstructureringsplannen rekening gehouden met de ervaringen en resultaten uit het verleden (§6.3)?

6.2 Aanloop herstructureringsplannen

De belangrijkste reden voor het opnieuw herzien van de herstructureringsplannen is de verdergaande achteruitgang van de voorzieningen in de wijk. Uit het "Onderzoek winkelvoorzieningen" (in 1999 uitgevoerd door het "MKB RCVA" in opdracht van de gemeente Zwolle, de winkeliersvereniging Sweelinckplein en Wilma Bouw) blijkt dat het draagvlak voor de voorzieningen in de wijk nog meer onder druk is komen te staan. Belangrijkste oorzaken hiervoor zijn de verdergaande daling van het bevolkingsaantal in de wijk (naar 9801 bewoners in 1999) en de blijvende achterstand, vooral qua inkomensniveau (het gemiddelde besteedbaar inkomen per huishouden ligt in Holtenbroek zo'n 5000 Euro per jaar lager dan het Zwols gemiddelde). Als gevolg hiervan concludeert het "MKB RCVA" dat er in de toekomst slechts plaats is voor één winkelcentrum in de wijk, waarbij een concentratie van de winkelvoorzieningen op het Bachplein de voorkeur geniet (§4.3.2). Wanneer het Deltion College aangeeft om op het Sweelinckplein te willen uitbreiden en zo wil participeren in de herstructurering wordt de keuze voor een nieuw winkelcentrum op het Bachplein definitief (Projectteam Holtenbroek, 2004).

Herstructurering van alleen het voorzieningenaanbod zal echter niet voldoende zijn om de achterstandspositie van Holtenbroek ongedaan te maken. In grote delen van de wijk (met name in Holtenbroek I) is eind jaren negentig nog steeds sprake van een eenzijdig woningaanbod en daarmee samenhangend een eenzijdige bevolkingssamenstelling (Projectteam Holtenbroek, 2004). Om een goed beeld te krijgen van de gehele situatie in de wijk (en dus niet alleen van het voorzieningenaanbod) besluit de gemeente Zwolle eind jaren negentig een SWOT-analyse (bijlage 5) uit te voeren alvorens men overgaat tot de planvormingsfase voor de grootschalige herstructurering (Gemeente Zwolle, 1999). Uit deze inventarisatie blijkt dat Holtenbroek, net als vele andere (vroeg)naoorlogse wijken, te maken heeft met een aantal centrale probleemvelden, zoals problemen met betrekking tot de woningmarkt, woontechnische en sociale problemen en exploitatieproblemen (§2.3.1).

Om optimaal gebruik te kunnen maken van de kansen (en de bedreigingen zoveel mogelijk uit te sluiten) heeft de gemeente voor deze probleemvelden een strategie ontwikkeld en vastgelegd in het WOP. Op fysiek vlak betekent dit dat er binnen de wijk door middel van verkoop, sloop en nieuwbouw meer variatie moet komen in het woningaanbod, waardoor de migratie van koopkrachtige huishoudens tegen wordt gegaan en de anonimiteit op maaiveldniveau doorbroken wordt (de begane grond van flats bijvoorbeeld inrichten als laagdrempelige bedrijfsruimte voor startende en/of etnische ondernemers). Daarnaast is het qua woningaanbod belangrijk dat de startersfunctie (voor delen) van de wijk gehandhaafd blijft. Wat betreft de voorzieningen is het noodzakelijk één nieuw centraal winkelcentrum te realiseren en er zorg voor te dragen dat de groene assenstructuur in de wijk versterkt en beter gebruikt wordt. Qua mobiliteit moet de gemeente ervoor zorgen dat er een duidelijke verkeersstructuur komt binnen de wijk, waarbij de rol van de twee hoofdwegen (de Mozartlaan en de Bachlaan) uitgebreid moet worden (Gemeente Zwolle, 1999).

Op sociaal vlak zal ervoor gezorgd moeten worden dat bewoners meer en beter kunnen participeren in de wijkontwikkeling. Om dit te bereiken zal er een nieuw multifunctioneel wijkcentrum gerealiseerd moeten worden, waarin het aanbod aan jongerenactiviteiten gecontinueerd wordt en aan bevolkingsgroepen de kans geboden wordt om hun eigen cultuur te kunnen beleven (dit kan ook in eigen ontmoetingscentra, zoals de Molukse gemeenschap heeft). Tevens zal er meer woonruimte gecreëerd moeten worden voor de oudere (veelal betrokken) wijkbewoners, zodat deze binnen hun eigen wijk gelijkvloers en dichtbij de voorzieningen kunnen gaan wonen. Om de sociaal-economische achterstand in de wijk te verminderen zal er aandacht besteed moeten worden aan de jeugd (voorkomen achterstanden op basisschool en schooluitval van 12-23 jarigen) en moeten de huishoudens met meervoudige problematiek ondersteund worden. Tot slot zijn er een aantal maatregelen nodig om de leefbaarheid en de veiligheid binnen de wijk te verbeteren, waarbij te denken valt aan meer blauw op straat, bestrijden winkelcriminaliteit, beheersmaatregelen die de wijk "schoon, heel en veilig" moeten houden, keurmerk veilig wonen, bevordering sociale zelfredzaamheid en opvang verslaafden zodat deze niet op straat rondlopen (Gemeente Zwolle, 1999).

6.3 Herstructureringsplannen

Om dit alles te bereiken zal het nodig zijn om een aanzienlijk deel van de wijk te herstructureren. Hierbij richt men zich vooral op Holtenbroek I aangezien de woontechnische problemen (vocht- en tochtproblemen en slechte warmte- en geluidsisolatie) in dit wijkdeel en daarmee samenhangend de concentratie van sociaal-economisch zwakke huishoudens het grootst zijn (§4.2.1). In eerste instantie richten de grootschalige herstructureringsplannen zich vooral op de portiekflats in het oostelijk deel van Holtenbroek I, maar het ligt in de planning van de gemeente Zwolle om over een aantal jaar ook de trapjeswoningen, in het westelijk deel van Holtenbroek I (gebied tussen Händellaan, Beethovenlaan en Klooienberglaan, figuur 6.1) en een aantal portiekflats in Holtenbroek II te slopen en te vervangen door nieuwbouw (Interview met de heer Berends).

In dit hoofdstuk zal alleen ingegaan worden op de definitieve herstructureringsplannen. Om deze plannen te kunnen realiseren is de gemeente Zwolle op zoek gegaan naar een aantal investeerders, waarbij de gemeente voor zichzelf, geheel volgens het principe van stedelijke vernieuwing, een regisseursrol weggelegd ziet en dus de uitvoering van de verschillende plannen aan de overige betrokkenen overlaat (§2.4.4). In het geval van Holtenbroek zijn dit het "Projectteam Holtenbroek I", waarbinnen de woningcorporaties SWZ en deltaWonen (voorheen Savo) samen actief zijn, projectontwikkelaar AM Wonen, het Deltion College en Stichting Driezorg. Doordat deze private partijen zich vooral bezig houden met hun eigen projecten (c.q. belangen) valt op dat er binnen de uitvoeringsfase sprake is van een vrij grote versnippering (Tellinga, 2004). Welke instelling voor welk deel van de herstructureringsopgave verantwoordelijk is wordt duidelijk aan de hand van figuur 6.1. Vervolgens zal kort ingegaan worden op de verschillende projecten.

Figuur 6.1 Herstructurering Holtenbroek I

Bron: Projectteam Holtenbroek I, 2004.

Muziekwijk
Het "projectteam Holtenbroek 1" zal 69 koopwoningen en 20 seniorenhuurwoningen bouwen in het gebied ten westen van de Mozartlaan (bijlage 6). Het merendeel van de portiekflats is eind 2003 gesloopt en momenteel is men bezig de grond bouwrijp te maken (fase 1). De buurt zal in 4 fasen gebouwd worden en eind 2007 geheel gereed moeten zijn. De nieuwbouwwoningen zijn voorzien van een privé parkeerplaats en geschikt voor huishoudens met een (boven)modaal inkomen. Voor de verkoop van de koopwoningen is een speciale procedure gestart, waarbij bewoners uit de wijk zelf voorrang krijgen. Als eerste krijgen de bewoners uit de sloopwoningen de kans een nieuwe woning te kopen, vervolgens de overige bewoners uit Holtenbroek I en als derde de donateurs van de "Stichting Vrienden van Holtenbroek". Daarna volgen de bewoners uit Holtenbroek II, III en IV en tot slot de rest van de wereld. Voor de seniorenhuurwoningen geldt dat bewoners uit de sloopwoningen voorrang krijgen op alle overige woningzoekenden (Projectteam Holtenbroek I, 2003).

Zuid-as groene assenkruis
Voor de ontwikkeling van de zuid-as is AM Wonen verantwoordelijk. In dit gebied zullen 50 Singelwoningen en 10 Waterwoningen (bijlage 7) gebouwd worden, die ervoor moeten zorgen dat tweepersoonshuishoudens en gezinnen met een (boven)modaal inkomen voor de wijk behouden blijven (of er naar toe trekken). Met de bouw is men in september 2003 reeds gestart en de woningen zullen dan ook na de zomer allemaal zijn opgeleverd (derde of vierde kwartaal van 2004). Bij de indeling van de woningen heeft AM Wonen de toekomstige bewoners de kans gegeven (via formulieren en gesprekken) hun wensen kenbaar te maken om een zo passend mogelijk aanbod te creëren (AM Wonen, 2004).

Het noordelijke gedeelte van de zuid-as, het oude Wavin-terrein, wordt door deltaWonen ingericht als woonzorgcomplex (bijlage 8) voor senioren. Met de daadwerkelijke bouw van het complex hoopt men voor de zomer van 2004 te kunnen beginnen, waarbij de 12 patiowoningen en 31 koopappartementen meteen verkocht zullen worden. Tevens zal men de 115 huurappartementen (waarvan 34 volledige zorg) direct gaan toewijzen aan de nieuwe bewoners. In het complex zal een aantal voorzieningen (maaltijdverstrekking, zusterpost, wasserij, kapper, dagopvang etc.) gevestigd worden, waarvan alle wijkbewoners gebruik kunnen maken (deltaWonen, 2004).

Uitbreiding winkelcentrum Bachplein
Op het Bachplein zal één centraal winkelcentrum voor de wijk komen. Het huidige winkelcentrum Bachplein is opgesplitst in twee delen, waarbij een uitbreiding van 5600m² ervoor moet zorgen dat beide delen één nieuw geheel gaan vormen (bijlage 9). Het project ligt in handen van AM Wonen en zal in het voorjaar van 2004 van start gaan (zowel de bouw als de verhuur/verkoop). Boven het winkelcentrum zal AM Wonen 126 koopappartementen gaan bouwen, waarvan er 57 gekocht zijn door SWZ en bestemd voor de huursector (waarvan 33 tweepersoons studenteneenheden). Doel van de woningbouw boven het winkelcentrum is ervoor te zorgen dat ook in de avonduren een gezellige sfeer (toezicht en sociale controle) op het Bachplein ontstaat (Projectteam Holtenbroek I, 2004).

Nieuwbouw Deltion College
Het winkelcentrum Sweelinckplein zal eind 2004 gesloopt worden en plaats moeten maken voor een uitbreiding van het Regionaal Opleidingen Centrum (ROC) Deltion College. Men probeert om begin 2005 een start te maken met de bouw van de unilocatie van het Deltion College. Doordat het ROC ook de entree van de wijk (letterlijk via de Mozartlaan, maar ook qua uitstraling) moet worden werkt het Deltion College nauw samen met de gemeente Zwolle om samen een goed passend ontwerp (figuur 6.2) te vinden (Deltion College, 2004).

Figuur 6.2 Visieontwerp Deltion College opgesteld door architectenbureau AGS uit Heerlen.

Bron: Deltion College, 2004.

Opvallend in het ontwerp is een honderden meters lange boulevard, die op sommige punten meer dan 50 meter breed is, met als middelpunt een auditorium dat precies boven de Mozartlaan zweeft (bijlage 9). Hierdoor zorgt de boulevard voor een scheiding van het verkeer over de Mozartlaan en de voetgangers, waarbij verschillende plekken ingericht worden om in de aanvoer van mensen (die met de auto, fiets en bus komen) te voorzien. Tevens zal er op de campus plaats zijn voor andere voorzieningen, zoals restaurants en sportruimten, waarvan ook de wijkbewoners (buiten schooltijd) gebruik kunnen maken (Deltion College, 2004).

Wanneer we de verschillende projecten samenvoegen blijkt dus dat er naast een nieuw winkelcentrum op het Bachplein en de unilocatie van het Deltion College op het Sweelinckplein plaats is voor 433 nieuwe woningen. Hiervan zijn er 241 in de koopsector (waarvan 43 seniorenwoningen) en 192 in de huursector (waarvan 135 seniorenhuurwoningen en 33 studenteneenheden). Het merendeel (43 koop en 115 huur) van de seniorenwoningen is echter in het woonzorgcomplex gevestigd, waardoor gesteld kan worden dat de overige nieuwbouw met name gericht is op (jonge startende) gezinnen en tweepersoonshuishoudens op zoek naar een koopwoning of een duurder huurappartement boven het winkelcentrum. In figuur 6.3 is de toekomstvisie van de wijk visueel weergegeven.

Figuur 6.3 Maquette Holtenbroek.

Bron: Ben Vulkers, 2003.

6.4 Verschillen tussen de herstructureringsplannen

Belangrijk punt is om te bezien of de gemeente Zwolle geleerd heeft van haar ervaringen met de kleinschalige herstructureringsprojecten. Om hier een beeld van te krijgen is het noodzakelijk de kleinschalige en de grootschalige herstructureringsprojecten met elkaar te vergelijken, waarbij er een onderverdeling gemaakt wordt tussen de vier (deel)aspecten van het beleid, namelijk het volkshuisvesting-, het voorzieningen-, het ruimtelijk- en het sociaal beheersplan. Voordat deze aspecten behandeld worden zal eerst ingegaan worden op de organisatiestructuur van de beide herstructureringsprojecten, want waar midden jaren negentig de gemeente de planvorming zelf in handen hield en de uitvoering uitbesteedde aan één projectontwikkelaar (Wilma Bouw), zijn er bij de grootschalige herstructureringsplannen naast de gemeente Zwolle vijf private instellingen (§6.2) betrokken bij zowel de planvorming als de uitvoering. Daarnaast is het opvallend dat de inspraak van bewoners nog steeds beperkt blijkt te zijn, terwijl dit juist één van de speerpunten van de "Nota Mensen, Wensen, Wonen" en daarmee samenhangend van de stedelijke vernieuwing is (§2.4.4). De bewoners krijgen door middel van de wijkplatforms en andere informatieavonden wel de mogelijkheid om op de hoogte te blijven van de ontwikkelingen, maar zijn niet als één groep (bijvoorbeeld via de wijkvereniging of een andere bewonersorganisatie) vertegenwoordigd (Projectteam Holtenbroek I, 2004). Nu dit bekend is kan verder gegaan worden met de vier deelaspecten van het beleid.

Wat betreft het volkshuisvestingsplan zijn er weinig tot geen verschillen waar te nemen tussen de kleinschalige en de grootschalige herstructureringsplannen. In beide gevallen wordt er naar gestreefd meer tweepersoonshuishoudens en gezinnen, het liefst met een (boven)modaal inkomen aan de wijk te binden. Wel valt op dat de huidige nieuwbouwwoningen in een duurder segment vallen, het merendeel wordt voor meer dan 200.000 Euro verkocht, dan de nieuwbouwwoningen van de jaren negentig (het onderzoeksgebied) waar de gemiddelde verkoopwaarde 169.323 Euro is (§5.3). Uitzondering hierop vormen dertig appartementen boven het winkelcentrum die voor 110.000 Euro verkocht zullen worden (Projectteam Holtenbroek I, 2004 en AM Wonen, 2004). Een tweede verschil in het volkshuisvestingsplan is het feit dat wijkbewoners voorrang krijgen bij de verkoop van de nieuwbouwwoningen (§6.2) om zodoende de doorstroming vanuit de wijk zelf, hetgeen in het onderzoeksgebied enigszins tegenvalt (§5.2), te bevorderen. Het is echter nog maar sterk de vraag of dit systeem succesvol zal zijn. Verwacht mag worden dat het merendeel van de eerste twee voorrangsgroepen (de bewoners uit Holtenbroek I) financieel niet in staat is om een woning te kopen, waardoor met name leden van de "Stichting Vrienden van Holtenbroek" (de derde voorrangsgroep) een nieuwbouwwoning kunnen en zullen kopen. Echter is het zo dat iedereen, dus ook huishoudens uit andere delen van de stad en/of land, voor 10 Euro per jaar lid van deze stichting kan worden. Voor de doorstroming vanuit de wijk zelf zou het beter zijn geweest als de overige wijkbewoners (uit Holtenbroek II, III en IV) voorrang hadden gekregen op de leden van de stichting.

Aangezien de plannen nagenoeg aan elkaar gelijk zijn mag verwacht worden dat het volkshuisvestingsplan minimaal net zo succesvol zal zijn als bij de kleinschalige projecten. Dit houdt in dat de nieuwbouw ervoor zal zorgen dat Holtenbroek qua bevolkingssamenstelling (nog) dichter bij het Zwols gemiddelde komt te liggen. In het onderzoeksgebied is namelijk gebleken dat het aanbieden van koopwoningen er toe leidt dat er meer jonge (startende) gezinnen en tweepersoonshuishoudens voor de wijk behouden blijven, c.q naar de wijk toe getrokken worden (§5.2). Een nadeel hierbij is dat jonge huishoudens het meest verhuisgeneigd zijn en er dus een vrij groot verloop is (§2.2.1). Binnen het grootschalige herstructureringproject heeft men hierop ingespeeld door een aanzienlijk deel van de woningen in de duurdere segmenten te laten vallen, hetgeen ervoor moet zorgen dat de (duurdere) woning veel vaker het eindpunt zal zijn van de woningmarktcarrière en zodoende het relatief grote verloop, zoals in het onderzoeksgebied heeft plaatsgevonden, voorkomen wordt. Hierbij moet wel opgemerkt worden dat het bovenstaande niet geldt voor het woonzorgcomplex. Dit complex zal, gezien het grote aantal seniorenwoningen, ervoor zorgen dat er binnen het herstructureringsgebied een sterke (over)vertegenwoordiging van de één- en tweepersoonshuishoudens (empty-nest) zal zijn. Om een goed beeld van de bevolkingssamenstelling in het herstructureringsgebied te krijgen is het verstandig het woonzorgcomplex en de overige nieuwbouw apart te behandelen, zodat er geen vertekend beeld ontstaat van de bevolkingssamenstelling in de eengezinswoningen.

Ook wat het voorzieningenplan betreft mag verwacht worden dat de fysieke aanpak succesvol zal zijn. Er is in de wijk, zoals uit de enquête is gebleken, behoefte aan een kwaliteitsimpuls van het huidige voorzieningenniveau. Hierbij moet clustering en verbetering van het winkelaanbod op het Bachplein ervoor zorgen dat bewoners hun dagelijkse boodschappen meer in de wijk zelf zullen gaan doen. Daar komt bij dat de wijkbewoners tevens gebruik kunnen gaan maken van het voorzieningenaanbod in het woonzorgcomplex en op de unilocatie van het Deltion College en zal er dankzij de nieuwbouw meer draagvlak ontstaan voor de winkelvoorzieningen. Met betrekking tot de parkeervoorzieningen heeft men geleerd van de kleinschalige herstructureringsprojecten. In het huidige project is een flink aantal woningen uitgerust met een privé parkeerplaats, waardoor het parkeren in dit nieuwbouwgebied minder problemen moet opleveren. Wat vreemd genoeg niet in de grootschalige herstructurering is opgenomen is het plan om de begane grond (maaiveldniveau) van de middelhoog- en hoogbouw in te richten voor wijkgebonden bedrijvigheid, terwijl dit voor een aantal (etnische) ondernemers die in de wijk wonen en werken zeker interessant kan zijn. In een gesprek met de heer Berends (loco-burgemeester en wijkwethouder van Holtenbroek) kwam echter naar voren dat de gemeente wel degelijk gepolst heeft of er behoefte was aan kleinschalige bedrijfsruimte, maar de belangstelling hiervoor bleek beperkt te zijn (Interview met de heer Berends).

Het ruimtelijk plan is een ander verhaal. In dit plan zijn geen verschillen waar te nemen tussen de kleinschalige en de grootschalige herstructureringsplannen aangezien in dit plan beide fasen samengevoegd zijn. Zo gaat men in het plan uit van de realisatie van ongeveer 1000 nieuwe woningen (§4.3.2 en §4.3.3), waarvan er tijdens de kleinschalige projecten reeds 269 gerealiseerd zijn en er tijdens de grootschalige projecten nog eens 433 gerealiseerd zullen worden. Rekening houdend met het feit dat men in de toekomst nog van plan is om ook de trapjeswoningen (het westelijk deel van Holtenbroek I) en de portiekflats aan de Bachlaan (Holtenbroek II) te vervangen door nieuwbouw kan er van uitgegaan worden dat het aantal van 1000 woningen wel wordt gehaald (Interview met de heer Berends). Ook wat betreft de kwaliteitsimpuls van de voorzieningen is reeds in het ruimtelijk plan gesteld dat deze pas tijdens de 3e fase doorgevoerd zal worden, waardoor het geen verrassing is dat er tijdens de kleinschalige projecten niets aan de voorzieningen gedaan is (alhoewel er wel een aantal sportvoorzieningen gerealiseerd zijn aan de Middelweg).

Tot slot het sociale beheersplan, hetgeen tot doel heeft het imago van de wijk (en daarmee samenhangend de objectieve en subjectieve sociale veiligheid) te verbeteren. Voor de grootschalige herstructurering zijn geen nieuwe sociale plannen opgesteld. Het huidige beheersplan, dat volgens de bewoners in het onderzoeksgebied nog niet echt succesvol is geweest, zal doorgezet worden in de toekomst. Dit houdt in dat de gemeente verder zal gaan met een aantal gerichte sociale projecten (waaronder "Holtenbroek, schoon, heel en veilig" en "Watchout") om de leefbaarheid in de wijk te verbeteren. Daarnaast is het belangrijk ervoor te zorgen dat de schooluitval onder 12-23 jarigen beperkt blijft en huishoudens met meervoudige problematiek goed ondersteund worden (hetgeen overigens voor de hele stad geldt en niet alleen voor Holtenbroek). De gemeente (en in mindere mate de private partijen) verwacht, net als de bewoners in het onderzoeksgebied (§5.4), dat het imago van de wijk als gevolg van de herstructurering een positieve impuls zal krijgen (Interview met de heer Berends), hetgeen gezien de vele nieuwbouw en het opwaarderen van het voorzieningenniveau een reële gedachte is.

Voor verbetering van het imago is het echter veel belangrijker ervoor te zorgen dat de (nieuwe) bewoners zich betrokken voelen bij de wijk, zodat de onderlinge acceptatie en sociale controle (gesteund door het toezicht van de politie) toenemen. Een centraal punt hierbij is dat de mensen weer gebruik willen maken van de voorzieningen (zowel de winkels als de niet-commerciële voorzieningen), waarbij het vooral belangrijk is dat de nieuwe (autochtone) huishoudens hun kinderen weer in de wijk naar school doen en de oververtegenwoordiging van allochtone kinderen op de basisscholen in de wijk teruggebracht wordt. Tevens zorgt dit ervoor dat de kinderen uit de nieuwbouwbuurten en de reeds bestaande wijkdelen met elkaar in contact komen en dus samen opgroeien (in plaats van naast elkaar). Wanneer bewoners zich betrokken voelen bij de wijk is het ook makkelijker voor de gemeente om in samenwerking met de bewoners er zorg voor te dragen dat de openbare ruimte, waaronder het vele groen in de wijk, goed onderhouden wordt en zodoende het zwerfvuil bestreden wordt.

Echter zal het nog zeer moeilijk worden om ervoor te zorgen dat de (nieuwe) bewoners meer betrokken raken bij hun wijk. De wijkgedachte is allang niet meer van toepassing op de huidige samenleving. De individuele welvaart en mobiliteit is de laatste decennia sterk toegenomen, waardoor veel huishoudens tegenwoordig weinig binding hebben met hun woonwijk. Daar komt nog eens bij dat een flink deel van de nieuwkomers geen verleden en daarmee samenhangend weinig sociale contacten heeft binnen de wijk (§2.3.2). De "Stichting Vrienden van Holtenbroek" zal na voltooiing van de herstructureringplannen moeten bewijzen dat ze niet alleen in het leven geroepen is om nieuwe bewoners (zowel van binnen als buiten de wijk) voorrang te geven bij de verkoop van de woningen, maar dat ze wel degelijk tot doel heeft om als bewonersorganisatie te gaan functioneren. In het verleden is echter gebleken dat bewoners, nadat ze zich gesetteld hebben, minder behoefte hebben aan belangenbehartiging. Zo liep het aantal leden van de wijkvereniging Holtenbroek begin jaren zeventig, niet toevallig het moment waarop de bouw van de wijk voltooid was, sterk terug (Stichting Wijkgemeenschap Holtenbroek, 1986). Vanuit dit oogpunt bezien is het dan ook maar de vraag hoe lang de "Stichting Vrienden van Holtenbroek" een rol blijft spelen in het leven van de nieuwe bewoners.

Tot slot rest nog de tevredenheid van bewoners over hun woning en woonomgeving. In het onderzoeksgebied is gebleken dat de huishoudens over het algemeen tevreden zijn over hun woning en hun directe woonomgeving, c.q. hun nieuwbouwbuurt (§5.3). Aangezien het nieuwbouwbeleid tijdens de grootschalige projecten hetzelfde is als tijdens de kleinschalige projecten mag verwacht worden dat de nieuwe bewoners ook tevreden zullen zijn over hun woning en hun nieuwbouwbuurt. Belangrijk verschil is dat na voltooiing van de grootschalige projecten het grootste probleemgebied van Holtenbroek geherstructureerd is, waardoor ook verwacht mag worden dat de nieuwe bewoners meer tevreden zullen zijn over de rest van de wijk dan de bewoners in het onderzoeksgebied (deze wijzen veelal naar de huidige problemen in sommige delen van de wijk en gaven daarom aan in mindere mate tevreden te zijn over de rest van de wijk in vergelijking met hun eigen nieuwbouwbuurt). Als over een aantal jaar ook de trapjeswoningen en de portiekflats aan de Bachlaan vervangen zijn door nieuwbouw zal de tevredenheid over de wijk als geheel helemaal toenemen. Hierbij is het voor de gemeente en de woningcorporaties belangrijk dat men voorkomt dat de problemen, die er in Holtenbroek I speelden, zich verplaatsen naar andere (bestaande) delen van de wijk, waarbij veel bewoners uit het onderzoeksgebied wijzen naar het gebied rond de Klooienberglaan en de Palestrinalaan in Holtenbroek II als mogelijk nieuw probleemgebied.

Wanneer we de vier deelaspecten gezamenlijk bekijken kan dus gesteld worden dat de gemeente (en in mindere mate de private partijen) wel degelijk rekening gehouden hebben met de ervaringen en resultaten van de kleinschalige herstructureringsprojecten alvorens men is begonnen met de planvorming voor de grootschalige herstructurering. Het succesvolle volkshuisvestingsplan wordt herhaald, waarbij men geleerd heeft van de tekortkoming op het gebied van de parkeervoorzieningen en tevens probeert het grote verloop (zoals in het onderzoeksgebied heeft plaatsgevonden) tegen te gaan door een aanzienlijk deel van de huidige nieuwbouwwoningen in een duurder segment te plaatsen. Opvallend is wel dat men geen veranderingen aanbrengt in het beheersplan, terwijl uit de enquête is gebleken dat de bewoners, tien jaar na de "Rapportage 2e fase" nog steeds dezelfde problemen ervaren binnen hun wijk. De gemeente houdt zich echter vast aan de verbetering van de objectieve sociale veiligheid van de afgelopen jaren en is van mening dat de subjectieve sociale veiligheid de komende jaren ook sterk zal verbeteren (in samenhang met het imago van de wijk). Hierbij is het belangrijk dat niet alleen maar de negatieve verhalen over Holtenbroek in het nieuws komen, maar dat ook een keer de positieve ontwikkelingen belicht worden. Of de diverse herstructureringsprojecten in de wijk daadwerkelijk succesvol zijn geweest (of nog zullen zijn) zal in het volgende hoofdstuk aan bod komen.

Terug naar boven

Hosted by www.Geocities.ws

1