Bijlagen

 
Bijlage A Structuurplan gemeente Zwolle 1961

Bijlage B Oproep Werkgroep 5x5

Bijlage C De 21 items

Bijlage D Aanbevelingen

Bijlage E SWOT-analyse opgenomen in het "WOP 1999"

Bijlage F De Muziekwijk

Bijlage G Zuid-as groen assenkruis

Bijlage H Woonzorgcomplex deltaWonen

Bijlage I Nieuwe winkelcentrum Bachplein

Bijlage J Uitbreiding Deltion College

Bijlage A Structuurplan gemeente Zwolle 1961


Bron: Gemeente Zwolle, 1961

Terug naar boven

Bijlage B Oproep Werkgroep 5x5




Bron: Gemeente Zwolle, 1989.

Terug naar boven

Bijlage C De 21 items

· De positie van Holtenbroek binnen Zwolle, de relatie stad-wijk
· Geografische geïsoleerdheid Holtenbroek
· Tot nu toe dalend bevolkingsaantal
· Veranderde bevolkingssamenstelling, uitstroom gezinnen met kinderen en instroom starters, een- en tweepersoonshuihoudens en etnische minderheden
· Conflicterende leefstijlen
· Eenzijdige functieopbouw
· Geringe werkgelegenheid in de wijk
· Onvoldoende relatie water-wijk
· Slechte oriëntering groenstructuur
· Anonieme maaiveldsituaties
· Spanningsveld tussen (semi)openbare en privé buitenruimte
· Onderhoud en eigendom van openbaar terrein
· In enkele gevallen een onvoldoende kwaliteit van de woningen
· Hoge mutatiegraad
· Grote verschillen in de samenstelling van de woningvoorraad per wijk
· Starheid van de woningplattegronden
· Te weinig mensgerichte benadering/organisatievormen in de relatie bewoner-beheerder
· Een onduidelijke verkeersstructuur
· Afstemming parkeervoorziening op de behoefte
· Openbare voorzieningen sluiten niet meer aan bij de zittende bevolking
· Architectonisch verouderd winkelapparaat

Terug naar boven

Bijlage D Aanbevelingen

Imago:

· Een verbetering van het aanzien van de wijk (met name ten aanzien van vervuiling). · Maatregelen die leiden tot een frequent bezoek van niet-Holtenbroekers moeten worden bevorderd. Hierbij kan gedacht worden aan het aanleggen van recreatieve fietsroutes, maar ook aan het inplanten van functies welke niet alleen voor Holtenbroekers aantrekkelijk zijn.
· In de berichtgeving zijn tot nu toe negatieve geluiden teveel op de voorgrond getreden. Deze eenzijdige berichtgeving moet in de toekomst zoveel mogelijk worden voorkomen.
· Een positief promotiebeleid is wellicht gewenst, bijvoorbeeld door meer aandacht te besteden aan positieve geluiden van tevreden bewoners of aan de kwaliteiten van de wijk.
· Een bureau voor "public relations" zou kunnen worden ingeschakeld om advies te geven omtrent de mogelijkheden ten aanzien van de imagoverbetering van de wijk.

Volkshuisvesting:
· De zittende bevolking dient uitgangspunt te zijn voor het te ontwikkelen beleid.
· Aanpassing en verbeteren van woningen aan wensen van de zittende bevolking.
· Oplossen vochtproblemen, met name in de trapjeswoningen.
· Verbetering van de geluidsisolatie van met name galerijwoningen.
· Maatregelen gericht op verhoging van de stabiliteit, zoals bevorderen van minder starre woningplattegronden en bij toewijzing meer tegemoet komen aan wensen van individuele bewoners, wanneer deze de wens te kennen geven om met vrienden/familie één portiek of galerij te willen delen.
· Het geschikt maken van woningen voor andere doelgroepen, bijvoorbeeld ouderen, door het plaatsen van liften en alarminstallaties, ook in flatgebouwen van minder dan vijf woonlagen.
· Het bevorderen van maatregelen die kunnen bijdragen aan het ontstaan van meer contacten tussen bewoners.
· Verbetering van de kwaliteit van trappenhuizen, liften, entrees en galerijen.
· Maatregelen gericht op het verhogen van de sociale veiligheid, zoals het afsluiten van portieken, het goed verlichten en overzichtelijk houden van ingangpartijen etc.
· Vergroten van de verscheidenheid van de woningvoorraad. Mogelijkheden liggen op het gebied van toevoeging van woningen en de overheveling van woningen van de huur- naar de koopsector.
· De contacten tussen bewoners en beheerders van woningen dienen te worden verbeterd. Gestreefd dient te worden naar een meer persoonlijke benadering.

Sociale veiligheid:
· Technopreventieve maatregelen aan de woningen en de woongebouwen dienen te worden nagestreefd.
· Verhoogde inzet van politie. De wijkagent moet een centrale rol krijgen.
· Het aanstellen van een functioneel toezichthouder in grote galerijflats, en wel zo dat deze per flat continu aanspreekbaar is.
· De routes die de wijk met de stad verbinden dienen veiliger te worden. Dit kan door zonering te doorbreken, maar ook door aanvullende woningbouw langs deze routes te projecteren.
· Het uitzicht op de openbare ruimte dient te worden verbeterd. Dode kopgevels moeten in dit opzicht zoveel mogelijk worden voorkomen. Garages en bergingen, die nu het leven op maaiveldniveau beheersen, dienen vervangen te worden door woningen. Voor de bergruimten en garages die op deze wijze verloren gaan dient een vervangende oplossing te worden gezocht.
· Anonieme situaties moeten zoveel mogelijk worden voorkomen. Het is derhalve zaak om onduidelijkheden ten aanzien van bezit en territorialiteit op te heffen.
· Functieverrijking kan een bijdrage leveren aan het verhogen van de veiligheid.
· Binnen woongebouwen valt veel te verbeteren, met name ten aanzien van de entree. Men heeft niet het gevoel dat daar de woning begint. Entrees, trappenhuizen en liften dienen een vriendelijke vormgeving te krijgen: meer licht, zicht en eventueel meer stijgpunten per gebouw kunnen de veiligheid positief beïnvloeden.
· Afsluiting/opheffing van overbodige woonpaden vergroot het gevoel van sociale veiligheid, kanaliseert de stromen en beperkt het aantal vluchtroutes.
· Het groen dient kritisch te worden beschouwd. In dertig jaar is op veel plaatsen het groen teveel opgeschoten zodat de zichtbaarheid ontbreekt.
· Er dienen naast groene recreatieve dagroutes ook veilige met wonen begeleide stedelijke avondroutes te worden gerealiseerd.

Kwaliteit van de buitenruimte:
· In een wijk waar sprake is van collectieve systemen en waar sprake is van veel ongedifferentieerde ruimten is een gecoördineerde inzet van gemeentelijke diensten van belang.
· Er moet gestreefd worden naar een vorm van wijkbeheer waarin alle betrokken instanties samenwerken.
· De persoonlijke betrokkenheid van mensen bij hun woning en woonomgeving dient bevorderd te worden. Men zou kunnen proberen om, voor kleine delen van de buurt, bewoners te motiveren om zelf een stukje beheer uit te voeren.
· Om de betrokkenheid te vergroten moeten onduidelijkheden in het beheer van de openbare ruimte worden opgeheven. Een duidelijk onderscheid in privé en openbaar is van belang.
· Er moet alert gereageerd worden op vervuiling. Deze moet zo spoedig mogelijk ongedaan worden gemaakt.

Stedenbouw:
· De ruimtelijke samenhang in de omgeving van het Bachplein en de Obrechtstraat/Sweelinckplein moet verhoogd worden. De voorzieningen liggen tamelijk gespreid en verbrokkeld ten opzichte van elkaar. Verkeerswegen en parkeervoorzieningen versterken deze situatie. Bebouwing kan hier leiden tot een vergroting van de ruimtelijke samenhang.
· Op buurtniveau dient gestreefd te worden naar verhoging van de inrichtingskwaliteit en de herkenbaarheid van delen van de buurten. De stempelverkaveling heeft geleid tot veel eenvormige situaties.
· Tussen de buurten onderling is een fijnmazig net van voet-, fiets-, en wellicht autoverbindingen gewenst om de eilandpositie, die elke buurt op dit moment inneemt, te verminderen. Het groen en het water hebben te vaak een scheidende in plaats van een bindende functie.
· Integratie van het water en het wonen dient bevorderd te worden. Dit kan op twee manieren. Enerzijds kan het water in de wijk, maar anderzijds kan de wijk naar het (Zwarte)water gebracht worden.
· Er dient gestreefd te worden naar betere verbindingen tussen de wijk en het stadscentrum. Eén en ander dient gepaard te gaan met aanvullende woonbebouwing (zie ook onder sociale veiligheid).

Het verkeer:
· De hoofdas Mozartlaan-Bachlaan dient de allure te krijgen van een wijkontsluiting, waarbij menging met fietsverkeer vermeden moet worden.
· Aanleg van recreatieve fietsroutes.
· De hiërarchie moet duidelijk worden vormgegeven: kruispunten dienen helder te zijn met betrekking tot voorrangkeuze.
· De buurten dienen onderling meer verweven te zijn, het imago van eilandjes dient te worden doorbroken. Zowel voor de auto als de fiets dienen directe verbindingen met de buurten te bestaan.
· Overtollige parkeerruimte dient te worden opgeheven.
· Een grotere scheiding tussen auto- en langzaam verkeer op hoofdstructuurniveau ter vermijding van conflicten. Alleen hierdoor kan ook de hoofd(auto)ontsluiting meer allure gegeven worden. De huidige menging is voor beide verkeerssoorten een te mager compromis.
· De Rembrandtlaan zou, overeenkomstig de oorspronkelijke ideeën, alleen toegankelijk moeten zijn voor langzaam verkeer.
· Heroverweging van de busroute over de Beethovenlaan verdient aanbeveling.
· De verkeershiërarchie dient vooral op kruispunten benadrukt te worden.
· Belangrijk is dat de hoofdentrees van de wijk verkeersveiliger worden. Dat geldt met name voor het kruispunt Zwartewaterallee-Mozartlaan. Een ongelijkvloerse kruising is hier gewenst, met dien verstande dat in verband met de sociale veiligheid hier het autoverkeer verdiept dient te worden terwijl het langzame verkeer op straatniveau blijft. Alleen zo wordt een nieuwe langzame verkeerstunnel vermeden.
· De parkeerbehoefte dient nader bepaald te worden. Tekorten dienen te worden opgeheven en overschotten kunnen qua gebruik worden geïntensiveerd.

De voorzieningen:
· Het aanbod aan voorzieningen moet aangepast worden aan de behoeften van de huidige bevolking.
· Meer functies, ook in de woonbuurten zijn gewenst. Niet-woonfuncties zijn in het verleden veelal uit de buurten geweerd vanuit de gedachte dat ze hinderlijk waren. Echter, functies die relatief weinig hinder veroorzaken kunnen nu een verrijking vormen in een steriele omgeving.
· Overwogen dient te worden dat bundeling en verweving van openbare voorzieningen op centrale plaatsen een meerwaarde oplevert in het licht van de kans op ontmoetingen.
· De elders genoemde veelvormigheid van bewoners in Holtenbroek dient een antwoord te krijgen met betrekking tot de voorzieningen. Te denken is aan bijvoorbeeld de Molukse ontmoetingsruimte, kerken, een moskee, maar ook aan activiteiten vanuit de woning (zoals werkruimten voor vrije beroepen) of een warenmarkt gericht op specifieke bevolkingsgroepen. Deze markt dient dicht bij de gebruikers te worden gehouden (wellicht aan de Obrechtstraat).
· Overwogen dient te worden in hoeverre het mogelijk is om een bovenwijkse, publiektrekkende functie in Holtenbroek te projecteren.
· Het wijkcentrum dient opgetuigd te worden. Het dient opener te worden naar alle kanten in combinatie met diverse in- en outdoor activiteiten.
· Ook het wijkcentrum aan de Beethovenlaan dient de diversiteit van de bewoners van Holtenbroek als uitgangspunt te nemen: jongeren, ouderen, Nederlanders, Turken, Marokkanen, Surinamers en Antillianen moeten hun identiteit kunnen beleven. De ervaring leert dat een eigen ruimte of afspraken over tijdsperioden tegemoet komen aan de behoeften van de verschillende groepen. Paternalisme dient te worden vermeden.
· De bevolkingssamenstelling leidt gekoppeld aan onderwijsvrijheid tot "zwarte" en "witte" scholen. Gestreefd dient te worden naar positieve randvoorwaarden die kwalitatief goed onderwijs mogelijk maken.
· De functie van het Sweelinckplein dient te worden versterkt, ook ten aanzien van niet-Holtenbroekers.
· Enige verdichting/inbreiding van woningen kan leiden tot een vergroting van het draagvlak van de voorzieningen.
· Investeren in kwaliteit van het winkelapparaat is echter van groot belang. De centra zijn vooral architectonisch zeer gedateerd. De naar binnen gekeerde opzet van het Sweelinckplein versterkt dit nog eens.
· Het groen in de wijk dient op een aantal plaatsen meer een gebruiksfunctie te krijgen in plaats van een kijkfunctie.
· Er zou overwogen kunnen worden om één of meer van de nu perifeer ten noorden van de wijk gelegen recreatieve en sportvoorzieningen te verplaatsen naar de groene centrale ruimte. Dit zou de levendigheid in de wijk vergroten.

Werkgelegenheid/sociale zaken:
· Gezien de hoge (jeugd)werkloosheid moet de werkgelegenheid in de wijk worden vergroot. Dit deint te gebeuren door middel van gerichte programma's.
· Het randgroepenwerk dient te worden ondersteund.
· De randvoorwaarden dienen te worden aangepast in de vorm van een herziening van het bestemmingsplan. Er moeten mogelijkheden komen om niet-hinderlijke vormen van werkgelegenheid een kans te geven.
· De onderbouw van flats kan in dit opzicht een belangrijke functie vervullen.
· Het welzijnswerk dient voldoende mogelijkheden te krijgen om te kunnen functioneren. In een wijk waar een geringe stabiliteit onder de bevolking heerst is het van doorslaggevend belang dat er activiteiten plaatsvinden, waardoor mensen de mogelijkheid hebben om contacten te leggen. De wijk heeft nog maar een korte ontstaansgeschiedenis en kan als samenlevingsvorm best wat extra's gebruiken.

Terug naar boven

Bijlage E SWOT-analyse opgenomen in het "WOP 1999"



Bron: Gemeente Zwolle, 1999.

Terug naar boven

Bijlage F De Muziekwijk




Bron: Projectteam Holtenbroek I, 2003 en Projectteam Holtenbroek I, 2004

Terug naar boven

Bijlage G Zuid-as groen assenkruis




Bron: AM Wonen, 2004.

Terug naar boven

Bijlage H Woonzorgcomplex deltaWonen


Bron: deltaWonen, 2004.

Terug naar boven

Bijlage I Nieuwe winkelcentrum Bachplein



Bron: AM Wonen, 2004.

Terug naar boven

Bijlage J Uitbreiding Deltion College


Bron: Deltion College, 2004 en Projectteam Holtenbroek I, 2004.

Bron: Deltion College, 2004.

Terug naar boven

Hosted by www.Geocities.ws

1