| |
4.3.2 Voorzieningenplan Holtenbroek
Al sinds begin jaren tachtig hebben de winkeliers in de wijk, als gevolg van een afnemend bevolkingsdraagvlak en afnemende
consumptieve bestedingen, te maken met een sterke omzetdaling. In die periode is er al een aantal aanbevelingen op papier
gezet. Belangrijkste aanpassing was de verplaatsing van de winkelvoorzieningen aan het Bachplein naar elders
(Sweelinckplein en Obrechtstraat). Het Bachplein zou dan ingericht worden voor kantoren en bijzondere doeleinden. Met deze
aanbevelingen is verder nooit iets gedaan, waardoor de situatie begin jaren negentig nog hetzelfde (of zelfs verslechterd)
is. De sterkte/zwakte analyse, die tijdens de inventarisatiefase is gedaan, is reeds in de vorige paragraaf weergegeven
(Gemeente Zwolle, 1991).
Naast de sterkte/zwakte analyse is onderzocht waar de bewoners hun (dagelijkse) boodschappen doen. Hieruit blijkt dat
Holtenbroekers 85% van hun dagelijkse boodschappen (de foodsector) en 25% van hun niet-dagelijkse boodschappen (de
non-foodsector) in één van de drie winkelcentra doen. Voor de jaren negentig voorspelt een consumentenonderzoek dat 84% van
de foodsector en 31% van de non-foodsector in de wijk wordt gehaald. De bezoekers van de drie winkelcentra komen vooral
(70%) uit de wijk zelf, waarbij er een sterk verschil is tussen Sweelinckplein/Obrechtstraat (61%) en Bachplein (88%).
Als gevolg van de verwachte ontwikkelingen binnen Zwolle zullen de bestedingen, zowel binnen de food- als de
non-foodsector, in de drie wijkcentra verder afnemen, waardoor de winkelvoorzieningen nog meer onder druk komen te staan.
Zelfs met de uitbreiding van het woningaanbod (de 1000 nieuwe woningen) zal er onvoldoende draagvlak zijn voor de
voorzieningen om in de huidige vorm te blijven bestaan. Hierdoor zal er gestreefd moeten worden naar de tot standkoming
van één centraal winkelcentrum in de wijk. Tevens is in het consumentonderzoek aan bezoekers gevraagd wat ze van de drie
winkelcentra vinden (tabel 4.5) (Gemeente Zwolle, 1991).
Tabel 4.5 Consumentenwaardering voor de winkelcentra in Holtenbroek.

Bron: Gemeente Zwolle, 1991.
Naast de consumentenwaardering zullen de verschillende locatiemogelijkheden tegen elkaar afgewogen moeten worden om er
achter te komen welke locatie het meest geschikt is voor het nieuwe winkelcentrum (tabel 4.6). Wat is stedenbouwkundig
gezien de beste keuze? De gemeente Zwolle houdt hierbij twee opties open, een nieuw winkelcentrum op het Sweelinckplein of
op het Bachplein. In het uiterste geval kan er zelfs voor gekozen worden om de huidige structuur te behouden, maar dan
zullen er binnen de centra een aantal winkels (gedwongen) moeten sluiten (Gemeente Zwolle, 1991).
Tabel 4.6 Nieuwe locaties winkelcentrum afgewogen ten opzichte van huidige structuur.

Bron: Gemeente Zwolle, 1991.
Uit de tabel blijkt dat herontwikkeling van het nieuwe winkelcentrum aan het Bachplein de meest gewaardeerde optie is. De
definitieve keuze voor één van de twee locaties zal echter pas in de derde fase gemaakt worden. Mocht men kiezen voor het
Bachplein dan kan het Sweelinckplein onderdeel gaan uitmaken van de voorzieningenstrook langs de Zwartewaterallee. Maar ook
andersom kan het Bachplein een kantoorfunctie krijgen mocht men er toch voor kiezen om het nieuwe winkelcentrum aan het
Sweelinckplein te vestigen (Gemeente Zwolle, 1991).
Naast de winkelvoorzieningen zijn er nog andere voorzieningen in de wijk die geherstructureerd dienen te worden. Allereerst
de overige commerciële voorzieningen, deze kunnen langs het Zwartewater aangelegd worden, waarbij gedacht moet worden aan
toeristisch-recreatieve activiteiten (met name sportvoorzieningen). Daarnaast kan de begane grond (garages en bergingen)
van de (middel)hoogbouw ingericht worden voor kleinschalige bedrijvigheid. Hierdoor komt er meer sociale controle op
maaiveldniveau. Ten tweede zijn er de onderwijsinstellingen. Op basis van het huidige verwachtingspatroon (inclusief de
1000 nieuwe woningen) is er in de toekomst slechts plek voor 3 reguliere basisscholen in de wijk met gemiddeld 112
leerlingen per school (uitgaande van 560 leerlingen in 2003). Hierdoor zullen er op termijn onderwijsgebouwen beschikbaar
komen, welke vervolgens herbestemd kunnen worden (bijvoorbeeld voor bedrijvigheid). Tot slot zullen de groenvoorzieningen
in de wijk heringericht en opgeknapt moeten worden (Gemeente Zwolle, 1991).
4.3.3 Ruimtelijk plan Holtenbroek
In het volkshuisvesting- en voorzieningenplan zijn een aantal ruimtelijke ingrepen genoemd om de wijk te verbeteren. Waar
deze veranderingen precies plaats moeten vinden is in het ruimtelijk plan visueel vastgelegd (figuur 4.3). Hiervoor nam de
gemeente Zwolle architect Fons Verheyen in dienst. Deze stelde voor om de nieuwbouw in de groenstroken, langs de noordrand
en het Zwartewater te plaatsen en als locatie voor het nieuwe centrale winkelcentrum te kiezen voor het Bachplein
(Tellinga, 2004).
Figuur 4.3 Ruimtelijk structuurplan Holtenbroek 1992.

Bron: Gemeente Zwolle, 1994.
Om de stedenbouwkundige kwaliteit van de wijk te verbeteren is het vooral van belang om de ligging van Holtenbroek binnen de
stad te bestuderen. De relaties van Holtenbroek met het overige stedelijk gebied van Zwolle zijn namelijk niet optimaal.
Allereerst de relatie van de wijk met het stadscentrum. De voorzieningenstrook tussen de Zwartewaterallee en de Rijksweg 28
zorgt samen met deze wegen voor een sterke functionele en ruimtelijke scheiding tussen de wijk en het centrum. Tevens zal de
verbinding via de Burgemeester Roelenweg moeten worden aangepast, waarbij een ongelijkvloerse kruising voor het langzame
verkeer de voorkeur geniet (Gemeente Zwolle, 1991).
Ten tweede de relatie van de wijk met de Aa-landen. De wijken worden gescheiden door de Middelweg met aan weerszijden
groenvoorzieningen aan de rand van beide wijken. Er is in de eerste wijkopzet bewust gekozen voor zo min mogelijk
verbindingen tussen beide wijken, hetgeen nu gezien wordt als een minpunt. Nieuwbouw en een nieuwe fietsverbinding zullen
er voor moeten zorgen dat de wijken beter op elkaar aansluiten. Tenslotte de relatie van de wijk met de nieuwbouwwijk
Stadshagen. Deze nieuwe wijk zal aan de andere kant van het Zwartewater komen en daardoor Holtenbroek een centralere
positie geven binnen het Zwols stedelijk gebied. Om de relatie tussen beide wijken optimaal te benutten zal het nodig zijn
een aantal bruggen aan te leggen en het gebied aan weerszijden van het Zwartewater in te richten als groene recreatieve
zone (Gemeente Zwolle, 1991).
In het plan is geprobeerd om de ruimtelijke structuur (opdeling in vier wijkdelen) te handhaven en waar mogelijk te
versterken. In eerste instantie zullen de wijkdelen qua opzet niet veranderen en zal alleen inbreiding (nieuwbouw),
renovatie van bestaande woningen en herinrichting van de openbare ruimte plaatsvinden. Mocht in de derde fase blijken dat
in sommige wijkdelen renovatie niet of nauwelijks heeft geholpen, dan zal er alsnog sloop en nieuwbouw plaatsvinden. Ook het
groene assenkruis moet als openbaar en structurerend element worden gehandhaafd. Echter zal een aanzienlijk deel van het
groen onder handen genomen moeten worden (herinrichting en herwaardering) om de belevingswaarde, de gebruikswaarde, de
doorkruisbaarheid en de sociale veiligheid te vergroten. Ten derde zal de verkeersstructuur verbeterd moeten worden, waarbij
de Bachlaan en de Mozartlaan als hoofdwegen moeten functioneren. De noordrand van de wijk zal in de 2e fase het meest aan
verandering onderhevig zijn. De Middelweg zal doorgetrokken worden om Stadshagen met de stad te verbinden en rondom de
hoogbouwflats aan de Palestrinalaan zullen eengezinswoningen gebouwd moeten worden. Hierdoor wordt de eenzijdige wijkopbouw
doorbroken en is de wijk beter verbonden met de groene gebieden ten noorden van de Middelweg en (via een nieuwe fietsroute
met) de Aa-landen (Gemeente Zwolle, 1991).
4.3.4. Sociaal beheersplan (wijkbeheer/sociale vernieuwing)
Vooral dankzij de Werkgroep 5x5 is wijkbeheer in de belangstelling gekomen. De verschillende partijen zijn zich gaan
realiseren dat alleen een fysieke aanpak geen sociale problemen oplost, maar dat er ook sociaal beleid (sociale vernieuwing)
nodig is om de positie van achterstandswijken te verbeteren. Zo komt de Tweede Kamer eind jaren tachtig met de volgende
notitie over beheer: in relatie tot sociale vernieuwing is vooral ook het beheer van de dagelijkse leefomgeving van belang.
Beheer is nodig om de kwaliteit van het leef-, woon- en werkmilieu te behouden en dreigend verval tegen te gaan. In die zin
is beheer een permanente aangelegenheid. Onderhoud van de gebouwde omgeving maakt daar deel vanuit, maar is niet het enige
(Gemeente Zwolle, 1991).
Ook binnen Holtenbroek is het beheer, voor zover toegepast, in de jaren tachtig uitsluitend gericht geweest op fysieke
problemen. Tijdens de inventarisatiefase is men er echter achter gekomen dat de problemen binnen de wijk zich niet alleen
op fysiek vlak afspelen. Met name de slechte leefbaarheid (c.q. onveiligheidsgevoelens) heeft er toe geleid dat een beter
wijkbeheer noodzakelijk is geworden. Door met de verschillende partijen (bewoners, gebruikers, beheerders en de gemeente)
het beheer op wijkniveau af te stemmen en te organiseren kan geprobeerd worden om met behulp van extra inspanningen
(investeringen en extra maatregelen) achterstanden in beheer weg te werken tot een aanvaardbaar niveau of zelfs een hoger
(dan aanvaardbaar) niveau. Belangrijk is om daarna dit niveau te handhaven (Gemeente Zwolle, 1991).
Om zover te komen zal er gebruik gemaakt worden van sociale, technische en organisatorische beheersmaatregelen. Bij de
sociale maatregelen gaat het om maatregelen die betrekking hebben op mensen (specifieke doelgroepen) in relatie tot
onderwijs, voorzieningen, veiligheidsgevoelens, werkgelegenheid en dergelijke. Concrete voorbeelden zijn het verbeteren van
de kinderopvang, opzetten van werkgelegenheidsprojecten, stimuleren van buurtcontacten, weerbaarheidstrainingen voor
bijvoorbeeld vrouwen en ouderen en stimuleren van een hulpverleningsnetwerk. Vervolgens de technische maatregelen, hierbij
gaat het om maatregelen die betrekking hebben op verbetering van de inrichting en het onderhoudsniveau van de directe
leefomgeving. Hierbij valt te denken aan het "project Hekwerk", aanstellen van hulphuismeesters (waardoor extra toezicht,
onderhoud en beheer plaatsvindt). Tot slot de organisatorische maatregelen, waarbij het gaat om, door middel van goede
afstemming tussen beheerders en gebruikers, de efficiency te vergoten. Concrete voorbeelden zijn een periodiek
afstemmingsoverleg tussen beheerders onderling, opzetten van een centraal meldpunt, aanstellen van een buurt- of
wijkcoördinator en territoriaal organiseren van het onderhoud en beheer (Gemeente Zwolle, 1991).
Belangrijkste project binnen de sociale maatregelen is het "project Hekwerk". Letterlijk staat Hekwerk voor "herstel en
kwaliteitsbeheer werkzaamheden". Het is een banenpoolproject, waarbij tussen de 20 en 30 langdurig werkloze wijkbewoners
worden aangesteld voor het verrichten van kleine werkzaamheden en het signaleren van grote problemen in de openbare ruimte.
Ze krijgen dus vooral toezichthoudende taken in de wijk (of een flatcomplex) en moeten kleine problemen met betrekking tot
vandalisme, vervuiling, overlast en criminaliteit voorkomen en/of oplossen. Indien de problemen groter van aard zijn vormen
de "Hekwerkers" het aanspreekpunt voor bewoners en staan ze in directe verbinding met andere hulpinstanties (zoals politie,
brandweer en de vuilophaaldienst) (Gemeente Zwolle, 1991).
4.4 Rapport "Aanpak naoorlogse wijk Holtenbroek" (1994) en nieuwbouw
De 2e rapportage is tijdens een viertal discussieavonden aan de wijkbevolking gepresenteerd. Hierbij kwam er felle weerstand
tegen het ruimtelijk plan. De bewoners waren van mening dat er juist niet meer (gestapelde) woningbouw bij moest komen,
maar zagen liever een vergroting van het draagvlak van de voorzieningen, beter grondgebruik, vergroting van de sociale
veiligheid en dergelijke. De gemeente en corporaties konden zich beter richten op verbetering van het bestaande en het
aanpakken van "alledaagse" problemen zoals criminaliteit, vandalisme en verpaupering aldus de bewoners. Als reactie hierop
hebben gemeente en corporaties besloten om eerst de door de bewoners gesignaleerde korte-termijnproblematiek aan te pakken.
Zo is er een politiebureau en een coördinator sociale vernieuwing gekomen en is men gestart met het "project Hekwerk"
(Gemeente Zwolle, 1994).
Hierdoor is de sociale controle binnen de wijk langzaamaan verbeterd, waardoor steeds meer bewoners gemotiveerd en bereid
raken actief deel te nemen aan verschillende projecten. Nadat de korte-termijnproblematiek aangepakt is, zijn de gemeente
en de corporaties met de bewoners gaan overleggen over de structuurschets (het ruimtelijk plan) om nieuwe problemen in de
toekomst (lange-termijnproblematiek) te voorkomen. Eind 1992 is dan ook de structuurschets "Een aangepast plan voor de
verbetering van Holtenbroek" vastgesteld. In dit plan streeft de gemeente naar inbreiding (nieuwbouw) op een viertal
plaatsen in de wijk en renovatie van de bestaande woningvoorraad, hetgeen midden en eind jaren negentig voltooid is
(Gemeente Zwolle, 1994).
Nieuwbouw jaren negentig (onderzoeksgebied)
In figuur 1.1 zijn de vier nieuwbouwbuurten (c.q. het onderzoeksgebied) reeds weergegeven. Figuur 4.4 laat de vier buurten
zien zoals ze uiteindelijk zijn geworden. Buurt A bestaat uit de Pergolesistraat (86 koopwoningen) en de Philidorstraat
(28 koopwoningen). Buurt B bestaat uit de Donizettistraat (18 koopwoningen), de Puccinistraat (18 koopwoningen) en de
Rossinistraat (24 koopwoningen). Buurt C bestaat uit de Kuhnaustraat (14 koopwoningen), de Morleystraat (14 koopwoningen)
en de Telemannstraat (33 seniorenhuurwoningen). Tot slot buurt D, bestaande uit een deel van de Beethovenlaan
(8 koopwoningen) de Sibeliusstraat (7 koopwoningen) en de Smetanastraat (19 koopwoningen). In totaal zijn er in de vier
buurten 269 woningen gebouwd. Het volgende hoofdstuk zal dieper ingaan op de bevolkingssamenstelling van de vier buurten
en in hoeverre de doelstellingen uit de "Rapportage 2e fase" bereikt zijn (Gemeente Zwolle, 1994).
Figuur 4.4 Nieuwbouw van de jaren negentig.
Buurt A 
Buurt B 
Buurt C 
Buurt D 
Bron: Gemeente Zwolle, 2004.
Terug naar boven
|