Bij de hut ga je linksaf naar het zuiden; je volgt de GR 91. Het pad loopt tussen de verweerde Pinus uncinata's over de uitgestrekte kalkplaten. De bomen kunnen het hier nog net bolwerken en we zien onderweg dan ook veel dode en afgeknapte bomen. Dit hele gebied bleek onlangs een flinke populatie Dwerguilen te herbergen. Dwerguilen zijn kleine uiltjes die hun hoofdverspreidingsgebied in het Baltische bekken hebben. Ze zijn strikt territoriaal, wat betekent dat ze hier in hun territorium de winter met meters sneeuw moeten zien door te komen. Ze hebben open plekken nodig om muizen te vangen. Omdat dat in de winter niet goed lukt, vangen ze voor de winter invalt meer muizen dan ze op kunnen eten. Het overschot wordt in een soort voorraadschuur in holle bomen ondergebracht. Omdat het 's winters flink vriest fungeren die holle bomen als een soort diepvrieskist. Daarnaast hebben ze holtes nodig voor een broedplaats. Door deze aanpassingen kunnen ze in het Baltische gebied met zijn strenge en sneeuwrijke winters goed overleven. Maar ook in een langgerekte strook ten zuidwesten van de Oostzee broeden Dwerguilen. Alleen zoeken ze daar de middelgebergtes op, omdat ze in de barre omstandigheden daar relatief weinig concurrentie van andere uilensoorten hebben. Hoe verder ze naar het zuidwesten gaan, hoe hoger op de hellingen ze gaan broeden. De hier broedenden populatie is de meest Zuidwestelijke in Europa. Ze zitten hier veel hoger dan elders. Als ze lager zouden broeden, waar de winters toch wat minder streng zijn, leggen ze het af tegen Ruigpootuilen en Bosuilen, die een Dwerguil op hun menu niet versmaden. Op de Hauts Plateaux is het dus de enige uilensoort die nog in staat is om de barre omstandigheden het hoofd te bieden. Deze populatie is kort geleden ontdekt en blijkt tot de belangrijkste van Frankrijk te behoren. |