| Hoofdstuk 11 Pagina 6 |
| 9. De beklimming van de Grand Brisou (1674) is eenvoudig. Je kunt er vanuit La Ville langs de skilift zo tegenop lopen, maar een veel leukere route loopt via de Col de l' Allimas. Van het kleine parkeerplaatsje zuidelijk van de col loopt een pad min of meer horizontaal naar het zuidwesten. Volg dat tot er een pad rechts naar boven gaat. Daarvoor gaat het pad met een klein spoortje door het puin. Het gaat langs een randje, waar je links een aardig gat onder je hebt. Je komt daarna in het bos. Na de afslag rechts gaat het pad zigzaggend door het bos en komt uiteindelijk uit op de westgraat van de Grand Brisou. Vandaar ga je rechtsaf en ben je via een smal paadje in 20 minuten op de top. Langs dit paadje vind je volop Alpenasters. Vanaf de top heb je een prachtig uitzicht vooral op de wanden van de Veymont. Hier jagen nogal eens Alpengierzwaluwen. De terugweg gaat weer over het graatje, maar je gaat niet weer links door het bos naar beneden, maar je blijft doorlopen tot je rechtsonder het pad langs de skilift ziet liggen. Daal daarheen af. Je volgt dat pad tot aan het dorp. De almweiden die hier liggen zijn zeer rijk aan planten. Je vindt hier bijvoorbeeld de relatief zeldzame Campanula thyrsoides, een wit klokje waarvan de bloemen in een soort kluwen bij elkaar aan een rechtopstaande steel zitten, terwijl je in begin juni hier ook veel Turkse lelies en witte Paradijslelies vindt. Mooiere bloemen kun je in de Alpen nauwelijks vinden. De totale tocht kost ongeveer 4 uur. 10. De Hauts Plateaux die ten westen van de kam van de Grand Veymont liggen, kennen hun weerga in Europa niet. Het zijn kalkplateaus tussen 1100 en 2000 meter. Ze strekken zich uit van Corren�on tot aan de toppen van de Glandasse, die boven Die in de vallei van de Dr�me de rand van de Vercors markeren. Dat is een afstand van ongeveer 35 kilometer. Het gebied is geheel onbewoond, zij het dat enkele schaapherders hier met hun kudden de zomer doorbrengen. Zij slapen in speciale hutten. Enkele van deze hutten zijn niet meer in gebruik; men kan er in overnachten. Er zijn maar enkele bronnen op het plateau en soms geven die aan het einde van de zomer geen water. De ori�ntatie op deze plateaus is zeker bij sneeuwval of nevel zeer moeilijk, zelfs voor de schaapherders. Er is heel weinig humus op deze kalkplaten. Begroeiing is dan ook schaars. De boom die het in deze barre omstandigheden nog kan volhouden is de Pinus uncinata. Alle naaldbomen die je op de plateaus ziet, behoren tot deze soort. Dit gebied herbergt de meeste westelijke populatie van het Korhoen in de Alpen. Er is hier een flinke populatie die ieder jaar wordt geteld. Overigens zijn de Hauts Plateaux een strikt natuurreservaat; het is met 180 km2 het grootste natuurreservaat van Frankrijk. Maar dat mag ook wel met het belangrijkste wildernisgebied van Frankrijk en wellicht van West-Europa. Een tocht over dit plateau zal voor iemand die weet wat natuur en landschap is onvergetelijk zijn. De mooiste tocht die men door deze uitgestrekte wildernis kan maken is een doorsteek van Corren�on naar Die of Archiane. Je kunt daar het beste drie dagen voor uittrekken. Je kunt dat 's zomers te voet doen, maar ook 's winter op de langlaufski is dit mogelijk. Dit kan alleen maar bij stabiele weersomstandigheden, want als je halfweg in slecht weer verzeild raakt, kom je waarschijnlijk in problemen. Bovendien moet je vooral het water goed plannen. Een korte tocht over de plateaus, die vanuit Gresse is te maken, gaat via de Pas de Berri�ves en de Pas de la Ville. Het pad naar de Pas de Berri�ves vind je vlak onder de Col des Deux, waar een wegwijzer een paadje naar links aangeeft. Dit loopt eerst door de weiden en dan door het bos steeds verder omhoog. In dit bos zitten Eikelmuizen, maar je moet wel erg veel geluk hebben, wil je die zien. Op een gegeven moment wordt het bos steeds lichter en loopt het pad door een grashelling zig-zag naar boven. Op dit stuk kun je heel fraai zogenaamde sollifluctie zien. Dat is het verschijnsel dat grond die in de bergen op de rotsen ligt in principe de tendentie heeft om onder inwerking van de zwaartekracht naar beneden weg te glijden. Dit kan natuurlijk alleen als de hellingshoek vrij groot is en de samenstelling van de humus zo flexibel is dat de aarde als het ware naar beneden kan 'stromen'. Je kunt het optreden van dit verschijnsel vaak aan de bomen zien; de wortels 'stromen' dan naar beneden, maar de stam probeert dit te corrigeren. Het gevolg is dat de boom in een boogje weer naar boven groeit om de normale toestand te herstellen. Deze vorm van sollifluctie kan je bijvoorbeeld heel goed zien als je vanaf La Ville door het bos naar de bronnen van de Gresse loopt. Langs het pad naar de Pas de Berri�ves zien we ook dat de grond naar beneden glijdt en dat er scheuren ontstaan als gevolg van het afglijden van de bodem. Het ligt voor de hand dat hier op den duur een afglijding van hele aardlagen zal plaats vinden. Overigens laat het ravijn aan de linkerkant van het bos zien hoe dat er op den duur uitziet. Het pad komt via de flank uiteindelijk uit op een kammetje. Links van het pad over het kammetje staat in het begin Struikheide en Blauwe Knoop. Vooral Struikheide is een kalkmijder, maar hier vinden we hem toch op de kalk. Dat komt omdat hier bovenaan de helling de grond onder invloed van het steeds wegsijpelende water sterk uitgeloogd is en de kalkinvloed bijna is verdwenen. Bovendien staan hier lage Jeneverbessen, die met hun afgevallen naalden de bodem enigszins verzuren. Het is de enige plaats in de Vercors waar ik ooit Struikheide vond. We lopen verder over dit kammetje en bereiken op die manier het pad dat door de oostflank van de rotswand loopt. Dat volgen we naar rechts tot aan een wegwijzer, waar we door het puin linksaf naar boven gaan. Het pad loopt door het puin zig-zag naar boven naar de pas. Het ziet er onoverzichtelijk en moeilijk uit. Maar als je even uitkijkt is het niet moeilijk en ben je al snel op de Pas de Berri�ves. |