| Hoofdstuk 11 Pagina 8 |
| Wie Dwerguilen wil horen, moet hier in september-oktober omstreeks zonsondergang met een bandrecorder de baltsroep laten horen. Dit is namelijk de tijd dat Dwerguilen hun jongen die ze dat jaar hebben grootgebracht uit hun territorium verjagen en ze doen dat door al baltsend de grenzen van hun territorium vast te stellen. Marijke en ik stelden overigens vast dat er ook Dwerguilen huizen aan de oostelijke kant van de Pas de Berri�ves en de Pas de la Ville. De GR 91 volgen we tot aan de Nouvelle Jasse de la Chaude. Overigens betekent 'jasse' in het Frans een open stal voor vee op hun graasgronden. Deze hut is nog door herders in gebruik. Vanuit dat punt gaan we linksaf omhoog naar de Pas de la Ville die we van hieruit goed zien liggen. Als we op de kaart kijken hoe lang de afstand is tussen de twee passen in vergelijking to de afstand van Corren�on naar Archiane, hebben we enig idee van de uitgestrektheid en onherbergzaamheid van deze plateaus. Vanaf de Pas de la Ville volgen we een van de twee paden naar beneden (zie vorige beschrijvingen). Deze tocht kost 6-7 uur. 11. Er loopt een pad door de oostflank van de bergflank van de Veymont. Het begint bij de bronnen van de Gresse. Het loopt dan omhoog tot onder de Pas de la Ville en gaat vandaar op ongeveer dezelfde hoogte door de flank naar het noorden. De beste manier om een deel van dat pad te lopen, is om te beginnen onder de Pas de Berri�ves (zie vorige beschrijving). Als je over het kammetje op het pad door de Oostflank komt, ga je daar naar links. Gelijk in het begin zit een lastig stuk met flink wat lucht onder je. Als je dit toch niet aandurft, kan je nog gemakkelijk terug. Als je het omgekeerd loopt, heb je dit pittige stuk aan het einde. Dat werkt niet goed. Dit pad is niet te missen. Je loopt steeds verder naar het zuiden tot je uiteindelijk bij de bronnen van de Gresse uitkomt. In juni moet je in de almweiden links van dit pad eens uitkijken naar Traunsteinera globosa, een orchidee�nsoort die in het Nederlands Kogelorchis wordt genoemd. Ze staan inderdaad in blauwpaarse kogeltjes op lange stelen. Het is een typische orchidee van overgangsgebieden. In het uitgesproken hooggebergte binnenin de Alpen vind je hem nooit, maar wel aan de randen. Als je vroeger in het seizoen bent, kun je vooral vlak voor de bronnen van de Gresse nogal wat Anemone alpina's vinden. Deze komt in twee ondersoorten voor. In kalksteen zijn ze prachtig wit en in het kristallijn gesteente zijn ze geel. Je herkent ze gelijk aan hun grote witte bloemen en hun fijne vertakte bladeren. Om dezelfde tijd kun je in het bos, waar je naar beneden doorheen loopt heel mooi Primula vulgaris, Stengelloze sleutelbloem, vinden. Ze staan daar in prachtige licht zwavelgele pollen in de halfopen stukken. Reken voor het hele stuk 5 uur. 12. Onder 10 hebben we de tocht tussen de Pas de Berri�ves en de Pas de la Ville over de Hauts Plateaux beschreven. Je kunt deze twee passen ook verbinden door over de tussenliggende toppen te lopen. Het gaat dan om de Rocher de S�guret (2051m), de Roche Rousse (2105 m), en de Sommet de Pierre Blanche (2106 m). Er loopt daar nergens een pad, maar voor iemand die zijn ogen goed weet te gebruiken, is het niet moeilijk te vinden. Alleen het eerste stuk na de Pas de Berri�ves kan even wat moeite geven. Je hebt daar al gauw het gevoel dat je niet goed gaat, dat komt door de onoverzichtelijkheid van het terrein. Je moet dat oplossen door je niets van die onoverzichtelijkheid aan te trekken en gewoon links naar boven door te lopen. Je komt dan echt vanzelf op de rand van de wand. |
| De kammen van de Roche Rouge |
| Eenmaal bij de rand wijst het zich vanzelf. Je loopt steeds verder naar het zuiden. Op sommige plaatsen moet je wat naar rechts uitwijken om kleine ravijntjes te omzeilen, maar voor wie gewend is in de bergen te lopen, geeft dat geen echte problemen. Je gaat daarbij over alle toppen tussen de twee passen. Je hebt een prachtig uitzicht naar beide kanten en het is zeker een van de mooiste tochten die je in de omgeving van Gresse kunt maken. Vlak voor de Pas de la Ville is een paadje naar rechts dat je moet aanhouden, anders kom je niet goed uit. Je komt dan vlak onder de pas op het pad uit dat van de pas naar het westen loopt. De weg terug vanaf de Pas de la Ville vind je in vorige beschrijvingen. De tocht kost ongeveer 7 uur. 13. Vanaf de Pas de Berri�ves kun je ook naar het noorden over de kam lopen. Je komt dan na ongeveer 1 1/2 uur op de top van de Malaval (2097 m). Deze tocht lijkt veel op de vorige. In principe kun je nog verder lopen dan de top van de Malaval. Het gaat steeds op-af en je moet goed uitkijken hoe het moet. Je kunt door gaan zover je wilt. De afdaling naar het pad door de oostflank rechts onder je is echter niet zo eenvoudig. Het beste is het dan ook om net zo ver door te lopen als je aan kunt en dan weer terug te lopen naar de Pas de Berri�ves. Reken tot de top van Malaval en terug 6 uur. |
![]() |