Hoofdstuk 8

Pagina 4
Prenten van Gemzen zul je niet zo makkelijk vinden omdat ze zich meestal in de rotsen of in het puin ophouden. Maar hun waarschuwingsroep is wel erg goed herkenbaar. Het is een vrij harde fluittoon, die net klinkt alsof er lucht uit een bandenventiel ontsnapt. Als je dat hoort, zijn de gemzen niet ver weg. Je moet deze waarschuwingsroep wel goed onderscheiden van die van Alpenmarmotten. Die klinkt ook hard, maar lijkt in het geheel niet op ontsnappende lucht. Dat klinkt meer als 'pieuw-pieuw.
Het is een misvatting dat Gemzen alleen maar of in hoofdzaak in het hooggebergte voorkomen. Je kunt ze ook in de zomer op open plekken in het bos tegenkomen. Dat is ook niet zo verwonderlijk want een bos heeft een overdaad aan voedsel voor Gemzen zoals eiwitrijke knoppen aan laaghangende takken. Hogerop in de rotsen eten ze vooral gras en kruiden. Dat Gemzen ook buiten het hooggebergte goed kunnen gedijen, blijkt uit het recente voorkomen in de Vogezen, het Zwarte Woud, de Schw�bische Alb en het Elbsandsteingebirge. In de zuidelijke Dr�me leven bijvoorbeeld meer dan 100 Gemzen in lage rotsen, waar je ze zo tussen de olijfboomgaarden kunt tegenkomen.
's Winters dalen ze af naar beneden; ze zoeken dan vaak de beschutting in het bos of onder hoge rotswanden. Zo zagen we een keer 's winters zeven Gemzen oostelijk onder de top van La P�le, waar weinig sneeuw lag en de beesten beschut waren tegen felle noorden- en westenwinden. Met hun hoeven kunnen ze daar de sneeuw wegschuiven, waardoor het gras bereikbaar wordt. Daarnaast eten Gemzen in de winter ook korstmossen, naalden, de bast van bomen en de bladeren van bramen. Dit houdt in dat het bos voor de Gemzen in de winter als voedselgebied veel belangrijker is dan in de zomer, als ze het gras en de kruiden van de berghellingen gemakkelijk kunnen bereiken.
Meestal zien we Gemzen in roedels. Het gaat dan om ��n of meerdere wijfjes met hun jongen. De mannetjes zijn net als bij Wilde zwijnen alleen maar in de bronsttijd belangrijk. Ze zijn dan nodig om te zorgen dat de geiten drachtig worden. Als dat geregeld is, kan de bok weer gaan. Ook hier vinden forse gevechten plaats tussen de oudere bokken; de overwinnaar mag dan het geluk smaken de geiten te beslaan.
Een Steenarend of een Oehoe zijn zeer wel in staat een jonge Gems te pakken, maar Wolf en Lynx zijn de belangrijkste predatoren van Gemzen. Nu deze weer in de Vercors voorkomen, is het mogelijk dat deze een rol gaan spelen in de opbouw van de gemzenpopulatie. Maar in de Mercantour, waar sinds enige jaren weer 20 Wolven leven, neemt het aantal Gemzen niet af, wel worden er minder oude dieren waargenomen. Waarschijnlijk vreten Wolven vooral oudere beesten die niet zo goed meer uit de voeten kunnen. Dat zijn voor hen ook de gemakkelijkste prooien. Daarnaast eten Wolven en Lynxen in de tijd dat de jongen worden geboren de nageboorten, terwijl pas geboren jongen die nog niet goed uit de voeten kunnen eveneens een gewilde prooi zijn.

Steenbok - le Bouquetin
Vroeger kwamen Steenbokken overal in de Alpen voor. Het verhaal begint eentonig te worden, want jagers hadden ook deze dieren zo intensief bejaagd dat omstreeks 1850 er alleen nog in de Grand Paradiso in het Valle d'Aosta Steenbokken voorkwamen. Dit was het jachtgebied van de koningen van Itali�. Hoewel die ook fors hadden meegedaan aan de decimering van de Steenbok, kregen ze toch wat andere idee�n en vaardigden een jachtverbod uit op Steenbokken, dat overigens niet voor henzelf en hun genodigden gold. Het was in ieder geval een maatregel die algehele uitroeiing heeft voorkomen. Aan het begin van de twintigste eeuw werd de Grand Paradiso tot nationaal park uitgeroepen en was het voortbestaan van de Steenbok definitief veilig gesteld.
In de loop van de twintigste eeuw is men in allerlei delen van de Alpen overgegaan tot het uitzetten van Steenbokken, die allemaal afkomstig zijn van de populatie in de Grand Paradiso. Nadat de Vercors een Parc Naturel R�gional werd, heeft men ook hier Steenbokken ge�ntroduceerd. Die introductie is goed gegaan, waardoor er nu weer ongeveer 150 Steenbokken aanwezig zijn.
Steenbok
Steenbokken leven over het algemeen hoger dan Gemzen; bovendien zitten ze vaak meer in de rotsen. Gemzen zie je vooral in de puinhellingen onder de rotswanden. Steenbokken zitten in de Vercors vooral ten zuiden en ten zuidwesten van de Grand Veymont. De rotsterreinen die daar liggen, zijn zeer geschikt voor Steenbokken. Je zult ze zelden of nooit in het bos tegenkomen. Als dat al zo is, dan zijn het open bossen met rotsformaties. Ze rusten vooral in rotsnissen en onder overhangende rotsen; als ze gaan foerageren, zie je ze door de rotsen klimmen. Ze gebruiken daar ongeveer hetzelfde voedsel als Gemzen: gras en kruiden.
Steenbokken zijn veel minder schuw dan Gemzen. Vaak kan je ze tot op enkele meters benaderen. Zo moesten Marijke en ik een keer in de Alpes Maritimes, waar een flinke populatie Steenbokken huist, via een klein pasje in de rotsen naar het andere dal. Precies midden op het pasje, dat maar enkele meters breed was, stond een grote mannetjes Steenbok. Hij keek ons aan of we niets voorstelden en was niet van plan een stap op zij te doen. Toen er nog maar enkele meters tussen ons en de Steenbok waren, was ik niet meer zo zeker van mezelf. Stel je voor dat hij even zijn kop zou buigen en met zijn twee formidabele hoorns een klein uitvalletje naar ons zou doen. Net toen ik er heel erg aan twijfelde of doorgaan wel verstandig zou zijn, deed hij een enkele langzame pas opzij en konden we snel de pas gebruiken. Het zijn vooral deze solitair levende oude bokken die zich zo gemakkelijk laten benaderen.
Hoofdmenu
Hoofdstuk
1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11
<===== Pagina achteruit    Pagina vooruit =====>
Hoofdmenu
Hoofdstuk
1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11
<===== Pagina achteruit    Pagina vooruit =====>
Hosted by www.Geocities.ws

1