Hoofdstuk 8

Pagina 3
Wild Zwijn-le Sanglier
Het Wild Zwijn is van oudsher een dier waarop veel wordt gejaagd. Drie procent van de Fransen is actief jager, wat betekent dat er bijna 2 miljoen Fransen met een geweer rondlopen met het doel beesten voor hun plezier dood te schieten. Dat betekent nogal wat voor de stand van het wild, zeker als men zich realiseert dat in Nederland slechts 25.000 mensen actief jager zijn. In de jachttijd zijn in Frankrijk niet alleen dieren het slachtoffer, maar Franse jagers blijken ook in staat te zijn per jaar ongeveer 50 andere jagers naar de andere wereld te helpen. De schietende jager ziet zijn medejager aan voor een vet Wild zwijn, maar dat pakt dan anders uit. Overigens is bij het merendeel van deze jachtongelukken de schietende jager aangeschoten of bezopen.
Ondanks deze voor het wild en de mens desastreuze toestanden is de afgelopen 15 jaar het aantal Wilde zwijnen in Frankrijk met ongeveer een factor drie toegenomen. Overigens geldt dit ook van de andere belangrijke jachtdieren als Ree, Edelhert, Gems en Vos. Hoe is dit te verklaren? In de eerste plaats gaat de ontvolking van het Franse platteland nog steeds in rap tempo door. Dat betekent dat er in het buitengebied steeds minder Fransen wonen, werken en jagen. Het Franse platteland wordt steeds leger en allerlei dieren profiteren daarvan. Daarnaast is het aantal jagers in Frankrijk de laatste tien jaar met ongeveer een miljoen afgenomen. Dat heeft natuurlijk een grote invloed op het aantal geschoten dieren. Tenslotte kan men er niet aan voorbij gaan, dat de jacht ook in Frankrijk niet meer zo'n vanzelfsprekend verschijnsel is als enkele tientallen jaren geleden. Wilde zwijnen zijn er wel bij gevaren.
Wilde Zwijnen zijn echte alleseters. Hun voorkeurvoedsel is echter plantaardig, eikels en beukennoten zijn hun hoofdvoedsel. Daarnaast eten ze graag ondergrondse plantendelen, knollen, slakken, gras, wormen, kevers, jonge konijnen, vogels, reptielen, amfibie�n, paddestoelen en bosvruchten. Voedselzoeken gebeurt systematisch en op de geur. Ze doen dat door met hun snuit de grond om te woelen. De hierdoor ontstane sporen zijn heel goed te herkennen: het is net alsof er met een grote stofzuiger door de bovenlaag van het terrein is gegaan.
TIP

Deze sporen vind je bijna altijd in de weilanden langs het pad dat naar de Ch�teau Vert gaat. Je bereikt dat door de weg naar Monestier de Clermont af te lopen; dan heb je na de afslag naar Les Deux al snel de Scierie (Zagerij) Martin langs de weg liggen. Vlak daarvoor loopt een gemarkeerd pad dat over de beek naar links gaat. Als je dat een eindje volgt en je kijkt goed in de weilanden erlangs zal je de sporen al snel vinden.
Het gebied rondom Gresse is heel geschikt voor Wilde Zwijnen. Ze leven graag in afwisselende bossen, waar genoeg dekking voorhanden is. De open gebieden tussen de bossen worden gebruikt als foerageergebied. Wilde zwijnen komen dan ook in flinke aantallen voor in de omgeving van Gresse, met een beetje geluk kun je ze onderweg ook wel eens zien. Enkelingen kom je weinig tegen. Wilde zwijnen leven in een groep die rotte wordt genoemd. Zo'n groep is een echt matriarchaal gebeuren. De leidende zeugen zijn meestal zusters van elkaar en maken de dienst uit. Sterke jonge mannetjes hebben minder te vertellen dan zwakke vrouwtjes. De biggetjes blijven bij hun moeder tot na de volgende worp; na ongeveer anderhalf jaar is de moederbinding opgelost. De jonge mannetjes gaan vanaf die leeftijd op zichzelf; ze worden niet meer in de rotte geaccepteerd. Dat zijn de enkele mannetjes die je wel eens tegen komt. Als de bronstijd in de herfst aanbreekt, moeten de alleen levende mannetjes er voor vechten om bij de rotte te worden geaccepteerd. Er zijn steeds genoeg kapers op de kust, want om de zeugen te dekken nemen de mannetjes graag een hoop gezeur en vechtpartijen op de koop toe.
Tussen januari en april worden de jongen geboren; meestal werpt de zeug 7-8 jongen. In het voorjaar kun je in het bos boven het dorp in de richting van de Grande Brisou regelmatig groepjes zeugen met hun jongen tegenkomen. Maar wees voorzichtig. Zeugen zullen hun jongen fel verdedigen: het is beter een beetje uit de buurt te blijven.
Behalve aan hun vraatsporen kan je Wilde zwijnen ook vaststellen aan hun prenten. Deze lijken veel op die van een Ree, maar bij een Wild zwijn is de voorkant veel minder spits dan bij een Ree; bovendien worden bij een Wild zwijn de bijhoeven ook afgedrukt, die staan achter de hoeven en steken naar buiten uit. Je zult ze op veel plaatsen tegenkomen, als je goed leert kijken. Wilde zwijnen zijn ook gewend modderbaden te nemen. Ze proberen hiermee een modderlaagje op hun huid te krijgen dat ze beter beschermd tegen vliegen en parasieten. De plaatsen waar zulke modderbaden worden genomen, herken je direct. Het is net een ondiep kinderbadje met modder. Ik heb ze hier echter nog nooit gevonden. Dat komt waarschijnlijk omdat de regen snel de kalkbodem indringt en daardoor modderstukken ook niet veel voorkomen.

Gems - le Chamois
Toen ik in het begin van de jaren vijftig voor het eerst in de Alpen kwam, was de Gems een uiterst zeldzaam dier. Er waren mensen die hem wel eens een keer hadden gezien, maar daar bleef het bij. Jagers hadden er zeer doeltreffend voor gezorgd dat de Gems in grote delen van de Alpen nauwelijks meer voorkwam. In die toestand is door betere bescherming, vooral in de nationale parken, in de loop van de jaren een aanzienlijke verbetering gekomen. Bijna overal in de Alpen kan men Gemzen waarnemen, maar ze komen nog steeds in de beschermde gebieden in veel grotere aantallen voor dan elders.
In de Vercors is de Gems zeker geen algemeen voorkomend dier. De soort is nog steeds bezig aan een soort herstelprogramma na de decimering die ook hier heeft plaats gevonden. De laatste jaren begint de soort ook in de Vercors weer nieuwe gebieden te bezetten. De beste plaats om gemzen te zien zijn de randen van de Hauts Plateaux tegen de kammen van de keten van de Veymont. Rotsterreinen met een spaarzame begroeiing zijn de beste habitats voor Gemzen. Hun hoeven zijn dan ook zeer goed aangepast aan het springen in de rotsen: ze kunnen hun hoeven heel ver naar buiten spreiden, waardoor ze gemakkelijk houvast vinden op de steile rotsen. Ze zijn in staat door rotsterrein af te dalen waarin je als ervaren klimmer moeite hebt om zonder touw naar beneden te komen.
Hoofdmenu
Hoofdstuk
1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11
<===== Pagina achteruit    Pagina vooruit =====>
Hoofdmenu
Hoofdstuk
1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11
<===== Pagina achteruit    Pagina vooruit =====>
Hosted by www.Geocities.ws

1