Hoofdstuk 7

Pagina 6
TIP

Zwarte wouwen broeden aan de randen van de Vercors. Als je bijvoorbeeld naar Mens rijdt, zul je ze zeker zien bij de brug over een arm van het stuwmeer. Overigens kun je daar buiten de winter ook altijd Rotszwaluwen en Geelpootzilvermeeuwen aantreffen. In de rots links boven broedt een Oehoe.
Bosuilen broeden op allerlei plaatsen in de bossen. Hetzelfde zou volgens de atlas ook voor de Ransuil gelden, maar die heb ik nooit gehoord of gezien. Ook de Steenuil heb ik hier nooit waargenomen, maar die broedt hier ook niet. Boven 1000 meter komt deze soort, die een strikte standvogel is de winter niet door. Dat geldt niet voor de Dwergooruil, die op een aantal plaatsen op het plateau van de Vercors en aan de randen ervan voorkomt. Maar dit is een trekvogel; hij ontvlucht de voedselschaarste in de winter. Met name de omgeving van Die is een goede plaats voor Dwergooruilen; ze broeden daar tot in de stad. Als je in mei daar gaat luisteren, kun je ze niet missen; dat geldt overigens ook voor de Steenuil, die  rondom de stad volop broedt.

De meest spectaculaire uilensoorten hier zijn Oehoe, Dwerguil en Ruigpootuil. Oehoe's broeden in rotswanden, waar ze het nog wel eens aan de stok hebben met Slechtvalken. Oehoe's moet je niet te hoog zoeken; wij hebben ze hier in het gebergte nooit kunnen vaststellen. Dat is juist wel het gebied voor de Dwerguil. Deze moet het hebben van hoog gelegen half open bossen, waar de Bosuil en Ruigpootuil onvoldoende voedsel kunnen vinden. Beide uilen slaan namelijk met het grootste gemak Dwerguilen. Het plateau van de Vercors is de beste locatie voor Dwerguilen; er zit daar een flinke populatie. Ruigpootuilen moet je vooral zoeken in de dichtere, sombere naaldbossen met Picea abies, maar ik heb ze ook wel eens tegenover het huis gehoord.
De atlas vermeldt van de spechten alleen de Zwarte, de Groene en de Grote bonte specht. De eerste soort is heel goed in de nawinter en het vroege voorjaar vast te stellen, wanneer ze volop baltsen. Je hoort ze dan overal in de bossen. Als de broedtijd eenmaal voorbij is, zie je ze maar zelden. De Draaihals wordt in de atlas wel vermeld, maar het ligt voor de hand dat die opgaven betrekking hebben op de Tri�ves. Draaihalzen broeden namelijk zelden boven de 1000 meter.
Witte kwikstaarten zijn algemeen, evenals de Boompieper die je overal op de hellingen vindt, als het gras wordt afgewisseld met bosschages. Maar pas op, er broeden ook Waterpiepers op de hoger gelegen hellingen. De zang en de baltsvlucht zijn weliswaar afwijkend, maar je gooit ze toch gemakkelijk door elkaar. Graspiepers zijn hier nooit vastgesteld, maar deze soort is in de Franse middelgebergtes aan een duidelijke opmars bezig. De grashellingen rondom de Pas de Serpaton zijn potenti�le broedgebieden. Dit is ook een goed gebied voor Veldleeuweriken die op de begraasde hellingen broeden; Boomleeuweriken of Kuifleeuweriken heb ik in de omgeving van Gresse nog nooit gezien of gehoord.
Boerenzwaluwen vindt je op veel plaatsen bij de boerderijen, terwijl rondom de kerk een kleine kolonie Huiszwaluwen huist. Gierzwaluwen vanuit Grenoble en andere lager gelegen stadjes komen hier vaak foerageren. Ze komen in het begin van de morgen aan, maar broeden hier niet. Wel kun je Alpengierzwaluwen tegenkomen. Ook als je ze nooit gezien hebt, herken je ze gelijk aan hun grote formaat en hun onbesuisde vlucht.
Geelgorzen zijn algemeen rondom Gresse. Overal in het afwisselende landschap kun je ze horen. Voor Grauwe gorzen en Cirlgorzen moet je naar beneden. In de graanvelden van de Tri�ves kom je de Grauwe gors regelmatig tegen; overigens is de Kwartel daar ook geen zeldzame vogel. In de kleine graanveldjes in de buurt van Le Moulin hoor je ze trouwens ook in juni roepen. De Cirlgors is in de Tri�ves in het meer mediterrane afwisselende landschap te vinden. Grijze gorzen zijn vogels van steenhellingen. Ze zijn niet algemeen en niet zo gemakkelijk vast te stellen. 's Winters als er volop sneeuw in de Vercors ligt, maar niet of heel weinig in de Tri�ves, kun je ze daar regelmatig foeragerend zien in de sneeuwvrije op het zuiden gelegen hellingen, samen met Merels, Roodborsten en Vinken. Deze vogels trekken 's winters niet naar het zuiden, maar dalen gewoon een flink eind af naar lager gelegen gebieden waar volop voedsel is.
            Oehoe
Opname Mihaly V�gh
Hoofdmenu
Hoofdstuk
1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11
<===== Pagina achteruit    Pagina vooruit =====>
Hoofdmenu
Hoofdstuk
1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11
<===== Pagina achteruit    Pagina vooruit =====>
Hosted by www.Geocities.ws

1