| Hoofdstuk 7 Pagina 5 |
| In de buurt van Gresse broeden Beflijsters bijvoorbeeld westelijk van de kammen die ten noorden en zuiden van de Pas de Serpaton lopen. Ze zitten precies op de overgang van het alpiene grasland, dat hier wordt begraasd, en de bovenkant van vegetaties van Jeneverbes, Grove den en Oostenrijkse den. Ook langs het min of meer horizontale pad onder de Pas de la Ville en de Pas de Berri�ves vinden we broedende Beflijsters. |
| TIP Maar d� locatie voor Beflijsters wordt gevormd door de Hauts Plateaux. Deze zijn begroeid met Pinus uncinata, de westelijke tegenhanger van Pinus mugo - het Krummholz - uit de oostelijke Alpen. De Hauts Plateaux worden naar het zuiden toe steeds hoger. Op deze hogere delen komt Pinus uncinata aan de grens van zijn mogelijkheden. Dat betekent dat je op de lagere noordelijke stukken een licht bos hebt van Pinus uncinata, terwijl het zuidelijke deel boven ongeveer 1600 meter min of meer vrij van bomen is. Daartussen zitten alle overgangen tussen open terrein en een licht open bos. Dit is een ideaal gebied voor de Beflijster. |
| Eigenlijk zijn Beflijsters alleen maar in de tijd dat ze jongen in het nest hebben goed te inventariseren. Dat werd ons duidelijk bij verschillende bezoeken aan de Hauts Plateaux. Wij waren daar al verschillende keren geweest, maar hadden er nooit meer dan een heel enkele Beflijster vastgesteld. Half juni gingen we via de Pas de la Ville naar beneden naar de Hauts Plateaux; we liepen naar het noorden en gingen via de Pas de Berri�ves terug. Het was precies de goede tijd. Zo ongeveer alle Beflijsters hadden jongen. Op het stuk langs het pad van een 1 1/2 uur lopen lokaliseerden we ruim dertig hevig alarmerende Beflijsters. Ze maakten een hoop kabaal en waren vaak tot op enkele meters te benaderen. Het terrein verder weg van het pad wijkt niet echt af van het door ons bezochte stuk. Je komt dan al gauw aan een populatie van meer dan 1000 paren voor de hele Hauts Plateaux. Overigens bezochten we tien dagen later precies hetzelfde gebied en de Beflijsters waren als van de aardbodem verdwenen. In de winter zul je ze tevergeefs zoeken, ze kunnen in die periode het voedsel onder de sneeuw niet bereiken. Ze trekken weg en overwinteren in de bergen van de Hoge Atlas in Noord-Afrika, net aan de andere kant van de Middellandse Zee. In april kun je ze al op de broedplaatsen aantreffen. Het beste kenmerk is de herhaalde tok-tok alarmroep. Het lijkt wat op de alarmroep van een merel, maar is hoger en `kaler'. Het is net of er met steentjes op elkaar wordt geslagen. Als je het geluid ��n keer kent, zul je het vaak horen. Overige soorten In de omgeving van Gresse komen ook allerlei andere soorten vogels voor. Een kort overzicht wordt hierna gegeven. |
| TIP Voor Waterspreeuwen en Grote gele kwikstaarten hoeven we niet ver weg te gaan. Ze broeden langs de Gresse. De Waterspreeuw is niet zo eenvoudig te zien, ze gaan er al gauw vandoor. De meeste kans heb je als je langs de weg naar beneden gaat en in de beek kijkt, en dan vooral het stuk waar links een afslag is naar de Col des Deux. Grote gele kwikstaarten zitten ieder jaar bij de Scierie Martin en tegenover Le Moulin. |
| In het dorp zelf is de Zwarte roodstaart de meest opvallende broedvogel. Overal kun je ze horen en zien. Maar ook de Gekraagde roodstaart broedt op een enkele plek in het dorp. Tegenover Le Moulin zit in het bos een Taigaboomkruiper. Het kost enige moeite om hem te pakken te krijgen, maar zijn zang of zijn felwitte onderkant maakt duidelijk dat het geen gewone Boomkruiper is. Putter en Europese kanarie zijn algemene broedvogels, vooral in en rondom de dorpen. Eksters zijn niet algemeen; ze broeden alleen aan de randen van een enkel dorp; daarbuiten komen ze niet voor. Zwarte kraai en Raaf broeden buiten de dorpen. De laatste soort is niet schaars te noemen. Ze broeden voornamelijk in rotswanden. In de bossen zijn Winterkoning, Tjiftjaf, Roodborst, Zwartkop, Groenling, Heggemus, Zwarte mees, Koolmees, Boomklever, Vlaamse gaai, Grauwe vliegenvanger, Pimpelmees, Glanskopmees, Kuifmees, Grote lijster, Vink en Goudvink gewone broedvogels. Merel en Zanglijster zijn zonder meer schaars; ze zitten er wel maar het is een fractie van het aantal in Nederland in vergelijkbare biotopen. Hetzelfde geldt voor de Spreeuw en de Houtduif. Met name de laatste soort is zeldzaam. Bovendien is het hier een schuwe bosbewoner, die je alleen maar hoort roepen en die je zelden te zien krijgt. Als je goed oplet, kun je ook vaststellen dat de Appelvink hier een niet schaarse broedvogel is. Het is echter een moeilijke soort. Een verhaal apart is de Kramsvogel. De soort overwintert hier en ook in het voorjaar hoor je hem regelmatig zingen. Het is echter niet duidelijk of ze hier ook broeden. Van de roofvogels is de Torenvalk de opvallendste soort. Rondom het dorp broeden 3-5 paar. Ze broeden vooral meer naar boven waar alpiene graslanden met muizen zijn. Sperwers en Haviken heb ik maar een enkele keer in de broedtijd gezien. Algemener is de Wespendief. Voor deze soort is het een ideaal gebied. Dichte bossen, waar hij kan broeden zijn volop aanwezig, terwijl de door bossen omringde graslanden zeer goede voedselgebieden zijn. Begin juni kun je balts op verschillende plaatsen zien. Buizerds broeden hier maar met een enkel paar. Opvallend is de Slangenarend. Verschillende paren broeden in de omgeving. Hun voedsel bestaat voornamelijk uit Hazelworm, Aspisadder en Smaragdhagedis, soorten die in de omgeving niet zeldzaam zijn. Zo is de helling achter Le Moulin een goede plaats voor de deze soorten. Boomvalken heb ik hier nog nooit gezien. Het is beter gesteld met Slechtvalken. In de rotswanden rondom Gresse broeden verschillende paren. Op alle daarvoor in aanmerking komende rotswanden elders in de de Vercors kun je Slechtvalken verwachten. Volgens de atlas broeden er enkele Rode wouwen in de Tri�ves, maar ik heb ze daar nooit gezien. |