| Hoofdstuk 6 Pagina 8 |
| Tenslotte is er nog Picea abies, de fijnspar. Dat is juist een continentale en noordelijke soort, die kenmerkend is voor de koude binnenste delen van de Alpen. Bij Autrans, waar de Beuk het niet meer volhoudt, vinden we juist bossen met hoge en prachtige Fijnsparren. In Gresse met zijn sterke continentale invloed doen Fijnsparren het relatief goed. Hij komt hier algemener voor dan de Beuk. Daarnaast komen de Es en de Larix in de bossen voor. Maar deze twee soorten zijn niet gebonden aan speciale klimaatomstandigheden, hoewel de Larix juist zeer goed lage temperaturen kan verdragen en het dan ook relatief goed doet in de droge, koude centraal gelegen delen van de Alpen. Tenslotte zijn er Pinus sylvestris, Pinus nigra en Pinus uncinata. De laatste soort hebben we reeds bij de Hauts Plateaux besproken, waar het de meest dominante plantensoort is, maar ook aan de oostkant van de Pas de la Ville kan men Pinus uncinata vinden. Pinus nigra is massaal aangeplant in het kader van de herbebossing. We vinden hem op veel plaatsen en onder allerlei omstandigheden. De manier waarop hij groeit doet heel natuurlijk aan, maar het is en blijft een aangeplante soort. Hij is vooral in het zuiden van Europa gebruikt voor herbebossing vanwege het grote aanpassingsvermogen en de snelle groei. Pinus sylvestris vinden we vooral op plaatsen waar weinig humus en water is. Hij groeit gemakkelijk in een rotsige omgeving die droog is en op het zuiden ligt. Zoals gezegd zijn de meeste bossen in Gresse en omgeving gemengd. In sommige hellingbossen kan een soort als Picea abies dominant zijn, maar je ziet steeds weer andere soorten er tussendoor staan. Bovendien komen er ook nog allerlei struiken voor zoals Hazelaar, Alnus viridus en Zoete kers. Dat maakt de bossen zeer gevarieerd. |
![]() |
| De gemengde bossen onder de Pas de Berri�ves |
| Een van de meest kenmerkende zaken van een bos is, dat op de bodem bladeren of naalden terechtkomen, die daar worden afgebroken. Dit betekent dat er op den duur een humuslaag ontstaat die door bepaalde soorten wordt geprefereerd. Enkele orchidee�nsoorten zijn kenmerkend voor deze bodems zoals Corallorhiza trifida, die je kunt vinden in de vochtige moskussens van het bos rondom de Col de l' Allimas en in het vochtige bos onder de Pas de Berri�ves. Ook Neottia nidus-avis is een orchidee�nsoort van vochtige bossen. Hij is alleen veel algemener dan de vorige soort. Je vindt hem in allerlei bossen als er maar vochtige humus op de grond ligt. Goodyera repens is eveneens een soort voor bossen. De Nederlandse naam van deze orchidee is Dennenorchis; hij komt in Drenthe in enkele oude naaldbossen voor. Deze soort groeit in de omgeving van Gresse in de moskussens van naaldbossen. Als je hem wilt vinden, moet je er op letten dat hij pas in augustus bloeit, maar de typische bladrozetten vind je ook buiten de bloeitijd. Een rijke groeiplaats vind je langs het pad dat benden La B�tie begint en naar de Pas de Laupet loopt. Een van de mooiste orchidee�n is zeker Cypripedium calceolus, het Vrouwenschoentje. Ook dat is een bosplant. Je vind hem niet in het dichte bos, maar juist aan de randen of in de wat opener delen van het bos. Hij bloeit de eerste helft van juni. De gele bloem is zo groot en opvallend, dat je niet gelooft dat je hem over het hoofd kunt zien als hij bloeit. Maar dat blijkt toch het geval te zijn als je gaat zoeken. Deze soort wordt nog steeds uitgestoken. Als je ze vindt, dan is het verstandig dat niet aan iedereen te melden. Tenslotte dient nog te worden vermeld Orchis spitzelii. Dat is weliswaar geen strikte bosplant, maar hij heeft wel een sterke relatie met bos. Het is in Europa een heel zeldzame orchidee, die alleen maar voorkomt op een enkele plek in Zwitserland, Oostenrijk en Frankrijk en op Gotland in Zweden. De laatste jaren worden er in Frankrijk meer groeiplaatsen bekend. In de omgeving van Gresse is het geen zeldzame verschijning. We vinden hem hier langs wegen en paden in de berm. Er is dan steeds sprake van een relatief onbegroeid stuk met daarboven naaldbos. Iets onder de overgang tussen die twee staat deze orchis. Hij bloeit in de eerste helft van juni en als je hem wilt vinden, loop je de Col de l'Allimas maar af naar het zuiden. Tussen de pas en de afslag naar Chauplane vind je ze op enkele plaatsen links in de berm ongeveer drie-vier meter vanaf de rand van de weg. Over de begroeiing in bossen is nog veel meer te vermelden. Veel van de in bossen voorkomende plantensoorten zijn zeer specifiek. Ze komen op die specifieke plek voor die het meest beantwoord aan hun zeer gevarieerde eisen. Het verschil in vochtigheid, de zuurgraad van de bodem, de aanwezigheid van humus en de hoeveelheid licht op de bodem zijn de belangrijkste factoren. Beukenbossen zijn in dit opzicht zeer kenmerkend. Beuken komen voor binnen een driehoek met de punten in Zuid-Scandinavi�, Noord-Spanje en de Balkan. Beuken bepalen met hun dichte bladerdak heel sterk de groeimogelijkheden op de bodem. Het gevolg is dat de vegetatie in een beukenbos overal binnen de driehoek bijna hetzelfde is. Een botanicus heeft er dan ook grote moeite mee om aan de hand van de vegetatie vast te stellen of een bepaald beukenbos nu in Scandinavi� of in Spanje ligt. |