| Hoofdstuk 6 Pagina 9 |
| De rotsen Rotsen zijn er in overvloed in de omgeving van Gresse te vinden. Dat varieert van puinhellingen tot steile rotswanden van vele honderden meters zoals de oostwand van de Grand Veymont. Planten kunnen eigenlijk niet op de rotsen groeien. Ze hebben spleten nodig waarin wat humus zit voor hun wortels, of ze groeien in het puin en dringen tussen de steenblokken met hun wortels naar beneden. De twee grote problemen voor rotsplanten is de beschikbaarheid van voldoende water en voldoende houvast zodat ze niet door de wind van de rotsen worden geblazen. Voor beide problemen zijn lange wortels van belang. Hierdoor verankeren planten zich en kunnen ze ook gemakkelijk bij het water komen. Daarnaast vinden we bij rotsplanten vaak kussenvormen zoals bij Silene acaulis. Op die kussens hebben wind en water weinig grip. Bovendien is de verdamping bij een bolvorm lager dan bij iedere andere vorm. In extreme omstandigheden nemen planten dan ook vaak deze vorm aan. Tenslotte is er nog de lage temperatuur. Veel planten die in de rotsen groeien, missen 's winters de bescherming van een isolerende sneeuwlaag. Onder een sneeuwlaag is de temperatuur net iets boven nul. Maar als de sneeuw van de rotsen wordt weggeblazen, zijn de daarop groeiende planten in het hooggebergte aan extreme lage temperaturen blootgesteld. Planten `lossen' dat op door dikke bladeren te ontwikkelen zoals Saxifraga en Sedum soorten. Een soort als Ranunculus glacialis, die tot op 4200 meter voorkomt, heeft heel `dik' sap in zijn stengels; dat bevriest niet gauw. |
| TIP Als we het pad naar de Pas de Berri�ves nemen en bij Sous le S�guret links afslaan in de richting van de bronnen van de Gresse, hebben we een goede gelegenheid om rotsplanten te vinden. Het pad loopt deels door puinhellingen, maar ook langs steile rotswanden. Op veel plaatsen vinden we Saxifraga paniculata dat een echte rotsplant is. Verder omhoog richting Grand Veymont vinden we een typische kalksteenbreek Saxifraga ceasia. De bladrozetjes zijn aanzienlijk kleiner dan bij S. paniculata. Dryas octopetala en Arctostaphylos uva-ursi liggen als tapijten over de rotsen heen. |
| Als er water over de rotsen loopt, groeit er vaak Saxifraga aizoon, een gele steenbreek die altijd met zijn voeten in het water staat. Op zulke plaatsen vinden we ook, als er iets meer humus ligt Bartsia alpina, die verwant is aan ratelaar en ogentroost. Er zijn drie geslachten die in de rotsen nogal eens voor determinatieproblemen zorgen. Dat zijn Cerastium, Galium en Arenaria. De verschillende soorten lijken veel op elkaar, maar zijn ecologisch wel verschillend. In het puin kunnen we Campanula alpestris vinden. Het kost enige moeite om hem te vinden. De stengel steekt een klein eindje uit het puin omhoog. Bovenaan staat een enkele blauwe bloem. Het is geen algemene soort; bovendien heeft hij een klein verspreidingsgebied, namelijk Savoie en Piemonte. Je ziet dus iets heel bijzonders als je deze plant tegenkomt. Dat geldt ook van Allium narcissiflorum, eveneens een endeem van de Westalpen. In het puin komen allerlei lage planten voor, die aangepast zijn aan de schuivende stenen. Een hoge en grote plant zou het hier nooit volhouden. In dit hoofstuk is een summier overzicht gegeven van de verschillende biotopen waarin planten in de omgeving van Gresse voorkomen. Het spreekt vanzelf dat het onmogelijk is om alle bijzondere soorten de revue te laten passeren als er 2200 soorten in het gebied voorkomen. De beste methode is om met een goede flora (Flora Helvetica of Alpine Flowers) zelf op stap te gaan. |