| Hoofdstuk 6 Pagina 6 |
| De bevolking uit de omgeving komt ze hier met grote bossen plukken, hetgeen volgens de mensen van het Parc Naturel R�gional du Vercors is toegestaan. Tot nog toe heb ik ze elders in de Vercors nooit gevonden. Maar in het hotel in Autrans staan begin mei grote bossen van deze narcis in vazen op tafel. Er ligt daar dus een rijke groeiplaats in de buurt. Deze narcis is kenmerkend voor de bodem van valleien en groeit op vochtige en voedselrijke plaatsen. Ook in andere alpenlanden is de soort niet algemeen. Voordat de narcissen in bloei staan, bloeit overal Crocus albiflorus, maar op de hellingen in de buurt van de Pas de Serpaton kan ook Crocus versicolor worden gevonden. Dat is een Proven�aals-Ligurisch endeem, die hier aan de noordgrens van zijn verspreidingsgebied zit. Tulipa sylvestris ssp.australis heeft in de weiden van La Ville een hele rijke groeiplaats. Deze wilde tulp die je als symbool kunt terugvinden op het embleem van het Parc Naturel R�gional du Vercors, bloeit hier begin mei met vele honderden. Je moet even zoeken voor je ze tussen het hoge gras gevonden hebt. Elders vind je ze ook wel, maar dan zijn het steeds enkele exemplaren die in een rotsige omgeving staan. Als de voorjaarsflora eenmaal voorbij is, schieten het gras en de kruiden steeds verder op en binnen enkele weken is het een hele bloemenzee met soorten als Caltha palustris, Geranium sylvaticum, Ranunculus acanotifolius, Campanula rhomboidalis en nogal wat schermbloemigen die niet altijd zo eenvoudig zijn te determineren. De graslanden rondom de Pas de Serpaton zijn de enige graslanden van enige omvang die door koeien op een traditionele manier worden begraasd. De alm bevindt zich links van het pad tussen het hek en de TV-toren. Deze alm is 's zomers bewoond. Het betreft hier een flinke kudde jongvee, waar men weinig omkijken naar heeft. Het aantal koeien per ha is zeer gering, waardoor ze niet in staat zijn het hele gebied volledig te begrazen. Je ziet dan ook een afwisseling van sterk begraasde stukken met delen waar nauwelijks een koe komt en waar dan ook opslag van jeneverbes te zien is. Daarnaast is de humuslaag hier op sommige plaatsen, vooral wat verder naar beneden, relatief dik. Op deze plaatsen vinden we ook nog vaak kleine bronnetjes of zijn er plaatsen waar kwelwater naar buiten komt. Het gevolg is een moza�ek van verschillende vegetatietypen. Daardoor is de soortenrijkdom van graslanden op deze hellingen hoog. Het grasland op de kam en er vlak onder heeft het meest weg van een kalkgrasland. Veel van de kenmerkende soorten van dit graslandtype kunnen we hier vinden. Op sommige plaatsen is de kalkinvloed gering. Dit komt deels door de dikte van de humuslaag, maar soms speelt een lichte mate van verzuring onder invloed van de naalden van Jeneverbes ook een rol. Op die plaatsen vinden we in het voorjaar massaal Dactylorhiza sambucina, een orchidee die het in een uitgesproken kalkgrasland niet kan volhouden. Dit zijn ook de plaatsen waar nog eerder Crocus versicolor te vinden is. In dezelfde periode kan men hier prachtige vindplaatsen van Scilla bifolia vinden. Ze staan hier in ongelooflijk grote aantallen. Coeloglossum viride is een orchidee die precies in dit soort beweide graslanden voorkomt. Ze staan hier niet in de meest voedselrijke delen, maar je vindt ze op de kopjes waar de vegetatie ijler is. De plant is laag en de bloemen zijn groenachtig. Het kost dan ook enige oefening voor je ze hebt gevonden, maar als je het beeld eenmaal kent, zie je ze overal. In een strook waar relatief nog weinig voedsel aanwezig is, vinden we prachtige groeiplaatsen van Arnica montana, een plant die ook in Drenthe op voedselarme plaatsen te vinden is. |
| Het plukken van Narcissus poeticus in La Ville |
| De andere graslanden Op grond van plantensociologische kenmerken kan men in de omgeving van Gresse een groot aantal andere graslanden onderscheiden, ieder met een typische soortensamenstelling. We beperken ons hier tot de bespreking van een enkel type. Heel apart zijn de graslanden bij La Ville. Deze liggen eigenlijk in de kom van de vallei. In het voorjaar stroomt hier veel smeltwater naar toe, het is dan ook een relatief vochtig gebied. Ook is de humuslaag vrij dik. Deze graslanden zijn dan ook de vochtigste en de voedselrijkste van de omgeving. De meest kenmerkende soort in het voorjaar is Narcissus poeticus. Deze witte narcis is beslist geen algemene soort, maar hier bloeien er begin mei vele honderdduizenden. |
![]() |