Hoofdstuk 6

Pagina 5
De kalkgraslanden
Kalkgraslanden komen uiteraard op kalk voor. Het gaat hier om graslanden op kalkhellingen, vaak op het zuiden, waarop een dunne laag humus ligt. Van oudsher werden zulke hellingen met schapen begraasd. Deze begrazing was niet continu, maar min of meer in het voorbijgaan. De schapen werden naar zo'n helling gebracht, ze aten het beste gras er uit en liepen weer door naar de volgende helling. De continue begrazing was op de plateaus. Het gevolg was dat de vegetatie op deze hellingen open bleef. Het overtollige gras werd er afgevreten. Bovendien maakten de talrijke schapenhoefjes de bodem los, waardoor zaden van bijvoorbeeld orchidee�n hier  gemakkelijk konden ontkiemen. Als er een dikke grasmat op de helling ligt, kunnen deze zaden niet bij de humus komen. Ze blijven op de grasmat liggen en deze soorten nemen in die situatie daardoor sterk af.
Op kalkgraslanden die niet meer worden begraasd, kunnen gemakkelijk houtige gewassen als Hondsroos, Egelantier, Sleedoorn en Jeneverbes opslaan. Dat is zichtbaar op de kalkgrashelling links en rechts van Le Moulin, die niet meer worden begraasd. De helling achter Le Moulin wordt ook niet meer begraasd, maar als compensatie wordt die gemaaid. Het in de helling lopen met de bosmaaier heeft zo ongeveer hetzelfde effect als de hoefjes van de schapen. Maaien heeft als nadeel dat de vegetatie er fors wordt afgehaald, waardoor het biotoop voor beesten verslechtert. Om die reden wordt ieder jaar slechts de helft van de helling gemaaid. Het resultaat van deze maatregelen is positief. De soortensamenstelling van het grasland achter Le Moulin is veel rijker dan op de omringende hellingen. Dit geldt vooral voor orchidee�n, waarvan er negen soorten achter Le Moulin in de helling voorkomen: Dactylorhiza fuchsii, Cephalanthera damasonium, Ophrys araneola, Listera ovata, Aceras anthropophorum, Gymnadenia conopsea, Anacamptis pyramidalis, Ophrys araneola, en Himantoglossum hircinum.
Kalkgraslanden hebben een rijke vegetatie. Zo zijn er op de helling achter Le Moulin 165 plantensoorten geteld. Omdat kalkgraslanden een dunne humuslaag hebben en bovendien het water er snel inzakt, warmt de bodem in het voorjaar snel op. Reeds vroeg in het voorjaar verschijnen de eerste bloeiende planten. Deze voorjaarsflora bevat enkele kenmerkende soorten zoals Viola hirta, Potentilla neumanniana, Carex caryophyllea en Sesleria caerulea. Al deze soorten zijn aangepast aan de droge omstandigheden in zo'n helling. Ze hebben mechanismen ontwikkeld waarmee ze verdamping tegengaan zoals haren bij de eerste twee soorten.
Het is in deze omgeving niet eenvoudig precies aan te geven welke graslanden nu wel of geen kalkgraslanden zijn. Er zijn veel overgangen naar andere types en er komen ook mengvormen voor.
De bovenkant van de Hauts Plateaux bij Pi�rre Blanche
TIP

De graslanden boven Chauplane kunnen voor een belangrijk deel tot de kalkgraslanden worden gerekend. Deze hebben echter een meer alpien karakter, waardoor in het voorjaar ook soorten als Gentiana verna en Gentiana angustifolia op de voorgrond treden. Met name de laatste soort heeft hier zeer rijke populaties. Ook verschillende Polygala-soorten kan men hier in het voorjaar waarnemen. Een opvallende soort die vooral hogerop voorkomt is Pulsatilla vulgaris. Dit is eigenlijk geen alpiene soort; hij komt hier aanzienlijk hoger voor dan in de flora's wordt opgegeven. Ook deze soort is met zijn vele haren aangepast aan de droge omstandigheden hier. Van huis uit is het een steppeplant. Vroeg in het voorjaar bloeit deze plant hier volop.
Na de voorjaarsflora blijft het even rustig op de kalkgraslanden. In het begin van de maand juni komen ze tot volle ontwikkeling. Het aantal soorten is dan heel groot en de hellingen zijn ��n bloemenzee. Afhankelijk van de voedselrijkdom en de vochtigheid komen specifieke vegetatie-typen tot ontwikkeling komen. De reeds genoemde hellingen boven Chauplane en de noordhelling van de Grand Brisou boven La Ville zijn de beste voorbeelden om dat type grasland te leren kennen. Leuke soorten die in de helling van de Grand Brisou voorkomen, zijn Campanula thyrssoides (de enige groeiplaats die ik in de omgeving ken), Gymnadenia conopsea, Campanula rhomboidalis, Lilium martagon, Platanthera bifolia en Paradisea liliastrum. Een deel van deze graslanden heeft reeds kenmerken van een voedsel- en humusrijke variant van het kalkgrasland.
Hoofdmenu
Hoofdstuk
1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11
<===== Pagina achteruit    Pagina vooruit =====>
Hoofdmenu
Hoofdstuk
1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11
<===== Pagina achteruit    Pagina vooruit =====>
Hosted by www.Geocities.ws

1