Hoofdstuk 8

Pagina 6
Alpenmarmot - la Marmotte des Alpes
Ook hier geldt weer hetzelfde verhaal. Alpenmarmotten kwamen oorspronkelijk overal in de Alpen voor. Jagers hebben er voor gezorgd dat ze vooral in het westen en het oosten van de Alpen verdwenen zijn. De laatste jaren is men er op grote schaal toe over gegaan Alpenmarmotten opnieuw uit te zetten.  Ook in de Vercors is dit gebeurd en met succes.
Mensen die veel in Zwitserland zijn geweest, kennen meestal wel de Alpenmarmotten die daar op de Alpenpassen het brood uit de handen van toeristen aannemen. Zij krijgen daardoor de indruk dat deze beesten erg mak zijn, maar dat is in geheel niet het geval. Het zijn eigenlijk schuwe beesten, die al heel gauw bij onraad een harde fluittoon (pieuw-pieuw) laten horen en in hun hol verdwijnen. De Alpenmarmotten van de Zwitserse Alpenpassen zijn eigenlijk gedegenereerd door onwetende toeristen die ze een circuskunstje hebben geleerd.
Alpenmarmotten hebben best goede redenen om voorzichtig te zijn. Ze vormen het stapelvoedsel van Steenarenden. Als je dan beseft dat er rondom Gresse twee paartjes Steenarenden huizen die iedere dag hun portie vlees nodig hebben, dan kun je je goed voorstellen waarom uitgerekend hier de Alpenmarmotten zo voorzichtig zijn en je ze zo moeilijk in het vizier krijgt.
Alpenmarmotten leven in burchten die ze zelf in de grond uitgraven. In het centrum ligt een nestkamer, waarop alle gangen uitkomen. Zo'n gang kan wel 10 meter lang zijn. De nestkamer is bekleed met gras dat ze zelf naar binnen brengen. In de zomer dient een burcht als een soort onderkomen, waarin ze wegvluchten als er onraad is.
Alpenmarmotten leven hoog in de bergen waar het klimaat in feite ongeschikt is voor zo'n soort om te overwinteren. Alpenmarmotten lossen dit op door 's winters een winterslaap te houden. Ze kruipen dan bij elkaar in de nestkamer. Zo'n winterslaap is voor een warmbloedig dier eigenlijk een heel eigenaardig fenomeen. De beesten slapen niet zomaar, want zo'n lange winterperiode zouden ze ook al slapend niet overleven zonder voedsel. In een winterslaap loopt de hartslag heel ver terug, de temperatuur daalt aanzienlijk, waardoor het gehele metabolisme van de Alpenmarmotten op een heel laag pitje staat. Daardoor gebruiken ze in feite slechts een fractie van de energie die nodig zou zijn als ze gewoon zouden slapen. De energie die ze gebruiken is afkomstig van de dikke vetlaag waarmee ze de winter zijn in gegaan.
De winterslaap wordt zo nu en dan onderbroken, maar eerst in april-mei komen ze definitief naar buiten. Als je ze dan ziet, zijn het rare beesten. Hun vacht hangt slobberend om hun lijf; het is net of ze een te ruime bontjas aan hebben. De zomer wordt dan ook gebruikt om weer een flinke vetvoorraad aan te leggen, zodat ze vet en rond weer aan de winterslaap kunnen beginnen. Ze eten daarvoor jonge scheuten, wortels en bloemen van kruiden. Als ze in oktober in winterslaap gaan, wordt de ingang van het hol dichtgemaakt om de koude en vijanden buiten de deur te houden.
Alpenmarmotten leven zelden solitair. Normaliter leven ze in een kolonie die uit verschillende families bestaat. Een familie bestaat uit een paar met jongen. Alpenmarmotten worden pas op relatief late leeftijd geslachtsrijp. Daardoor kunnen de jongen van verschillende jaargangen in de oorspronkelijke burcht blijven; zo'n familie bestaat meestal uit 5 tot 12 dieren. Als de jonge beesten geslachtsrijp zijn, verlaten ze de burcht en gaan op stap om een nieuwe territorium te verwerven. Dat is niet eenvoudig omdat een gevestigd paar een territorium tot op het bot verdedigt tegen nieuwkomers. Zonder het verkrijgen van een territorium is een nieuwkomer echter kansloos. Het ligt dan ook voor de hand dat territorium-gevechten bij Alpenmarmotten zeer fel zijn.
Deze aparte manier van familievorming is vooral zinvol om de winter te overleven. Alpenmarmotten uit een grote familie houden elkaar in de nestkamer veel beter warm dan het geval zou zijn bij slechts enkele exemplaren. Dit is dus een typisch voorbeeld waarbij de familieband geen ander doel heeft dan het verkrijgen van een maximale overlevingskans. Bij Gemzen en Ree�n wordt hetzelfde doel nagestreefd, maar om dat te bereiken verlaten de mannetjes juist het gebied.

Meles meles - Blaireau
De Das is een heel gewone soort in Gresse en omgeving. Dat is ook geen wonder, want het optimale biotoop van een Das bestaat uit heuvelachtig terrein met verspreid loofbos, waartussen grazige gebieden liggen. Hij graaft zijn ondergrondse burcht bij voorkeur uit aan de rand van struikachtige begroeiingen. Daar is voldoende dekking als de Das na de schemer op jacht gaat. Het is een echte omnivoor; allerlei vruchten, hazelnoten en bollen, maar vooral regenwormen zijn zijn hoofdvoedsel. Het is een opportunistische jager. Hij jaagt op hetgeen in de omgeving van zijn burcht aanwezig is.
Dassen sjouwen �s nachts heen en weer tussen hun burcht en hun jachtgebied. In een gemiddeld gebied bedraagt het territorium ruim 100 ha. Zo�n gebied hoeft niet vierkant te zijn, juist lijnvormige elementen als hagen en holle wegen zijn belangrijk voor een Das; zij dienen als ori�ntatie bij zijn nachtelijke tochten. Als we Gresse en omgeving met Nederland vergelijken, wordt gelijk duidelijk waarom Dassen in Nederland zo veel problemen hebben. Overal zijn wegen waarop auto�s rijden en deze wegen doorsnijden ook bijna altijd een territorium van een Das van een vierkante kilometer. Dat is alleen maar op te lossen door Dassentunnels onder wegen aan te leggen en de aangereden beesten te revalideren. In de meeste Europese landen is aanrijden door een auto de belangrijkste doodsoorzaak van Dassen.
TIP

Waar kun je nu in de buurt van Gresse goed Alpenmarmotten zien? Een heel goede plek is het pad naar Pas de la Ville. Je moet dan niet het pad nemen dat in La Ville recht naar het westen naar de pas loopt, maar je neemt het pad door het bos in de richting van de Bronnen van de Gresse. Vlak voordat je daar bent, heb je rechts een onbemande berghut van het Franse Staatsbosbeheer (ONF). Als je daar even rustig gaat zitten en de open hellingen beneden je af kijkt, is het zeker prijs. Ook op het pad verder naar de Pas de la Ville en vooral er vlak onder zitten volop Alpenmarmotten, de burchtingangen zitten vaak gewoon naast het pad. Je moet echter wel even rustig gaan zitten, anders krijg je ze niet te zien. Tenslotte zitten ze ook ten zuiden van de Pas de Serpaton. Als je daar het pad door de flank neemt, dat uiteindelijk uitkomt bij Chauplane, zitten ze rechts onder het pad. Ook hier geldt weer dat je rustig moet gaan zitten. Bovendien kan het helemaal geen kwaad als je er een gewoonte van maakt onderweg je mond te houden; je zult dan veel meer zien.
Hoofdmenu
Hoofdstuk
1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11
<===== Pagina achteruit    Pagina vooruit =====>
Hoofdmenu
Hoofdstuk
1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11
<===== Pagina achteruit    Pagina vooruit =====>
Hosted by www.Geocities.ws

1