De eigenaren van de Hauts Plateaux uit Gresse gingen vroeger op zoek naar schapentelers in het mediterrane gebied, die hun schapen in de dorre zomer graag ergens anders onder brachten. Op die manier konden ze ook nog wat verdienen aan de schrale gronden op de kalkplaten, die op een andere manier niet exploitabel waren. Ze kwamen bij de familie Lemercier uit Arles. Hun schapen graasden 's winters op de Crau nabij Arles, een halfwoestijngebied. De Crau is een oude monding van de Durance, die opgevuld is met door de stroom aangevoerde keien. Het is een eindeloos en droog gebied waar 's winters onder invloed van de winterregens voldoende voedsel aanwezig is. Maar 's zomers is er voor schapen niets te halen. Tot op de huidige dag stuurt deze familie eind juni haar schapen naar de Hauts Plateaux. Vroeger liepen deze schapen onder begeleiding van enkele herders in enkele weken over speciale schapenwegen naar de Vercors. De schapen gaan nog steeds eind juni naar de Vercors, maar het transport gaat nu met vrachtauto's. Deze schapen gaan niet via Gresse naar de Hauts Plateaux, maar via Die dat dichter bij Arles ligt. Het zogenaamde F�te de Transhumance in Die in de laatste week van juni heeft betrekking op de aankomst van deze schapen. Het is een heel toeristisch gebeuren geworden. De tienduizenden schapen worden dan in de straten van Die losgelaten en worden door de poort van de stad naar buiten gedreven. De straten zijn barstensvol met schapen. Tegen de huizen staan hordes toeristen weggedrukt met hun video om dit verschijnsel voor de buren vast te leggen. Via Romeyer en de Pas de Chabrinel komen de schapen op de Hauts Plateaux. Aan het einde van de zomer gaan ze terug naar de Crau. Het is nog steeds de enige manier waarop de graasgronden in de Crau en op de Hauts Plateaux kunnen worden gebruikt. |