| Kalkgebergten en kristallijne gebergten zijn niet willekeurig over de Alpen verspreid. Het normale patroon is dat het binnenste stuk van de Alpen uit kristallijn gesteente is opgebouwd, terwijl er ten noorden en ten zuiden van de Alpenboog een gordel kalkgebergten ligt. Dit heeft tot gevolg dat bijna alle vierduizenders die immers in het centrale deel van de Alpen liggen, van kristallijne oorsprong zijn. De opbouw van een kristallijne berg is heel anders dan een kalkberg. Als we de Matterhorn met zijn steile graten en zijn donkere wanden als prototype van een kristallijne berg nemen, dan is de Grand Veymont het prototype van een kalkberg: zeer steile wanden die erg onoverzichtelijk zijn als je er voor staat en een veel lichtere kleur van het gesteente. Hoe werken die verschillende soorten steen nu uit op het voorkomen van planten en dieren? In de eerste plaats moeten we in dit geval naar de abiotische factoren kijken. Zo zullen wij in een kalkgebergte per definitie nooit kristallen kunnen vinden, hoe we ook ons best doen; ze zijn er eenvoudig niet. Mooie bergkristallen komen in de Vercors dan ook niet voor. Aan de andere kant zul je in een kristallijn gebergte nooit fossielen vinden; die zijn daar gewoon niet. Dit betekent nog niet dat je in een kristallijn gebergte overal kristallen vindt en in een kalkgebergte overal fossielen. |
| Hoofdstuk 2 Pagina 3 |
| TIP Er zijn bepaalde plaatsen in de buurt van Gresse waar je gemakkelijk fossielen kunt vinden. Dat geldt voor de omgeving van La B�tie en Chaumeil. Als je over de verharde weg naar boven loopt naar de Pas de Serpaton en je hebt Uclaire en Le Puits gehad, dan maakt de weg een scherpe bocht naar links. Vanaf dat punt loopt de weg in een rechte lijn naar de Pas de Serpaton. In deze bocht loopt een pad naar rechts dat onder de Sommet Longue uitkomt. In de hellingen links van dit pad moet je volop fossielen kunnen vinden. Doe je best! |
| De Sorgue enkele honderden meters na de oorsprong |
| Een zeer belangrijk verschil tussen kalk en kristallijn gesteente is dat kalk in water kan oplossen, terwijl kristallijn gesteente absoluut niet door water wordt opgenomen. Dit leidt tot een groot aantal verschillen die we hierna kort zullen toelichten. Zo zakt regenwater en smeltwater van de sneeuw in een kristallijn gebergte niet in de bodem weg, maar dit wordt in wilde bergbeken door de dalen en valleien afgevoerd. Donderende en schuimende bergbeken moet je dan ook daar zoeken. In kalkgebergten zijn dit soort beken afwezig. Zo is de Gresse in feite maar een klein beekje doordat het onderweg eerder water kwijt raakt dan het er bij krijgt. Waar blijft dat water dat in de bodem zakt? In een kalkgebergte treedt dat aan de voet van het gebergte pas naar buiten en vormt daar forse beken en rivieren. De Dr�me ten zuiden van de Vercors is hiervan een typisch voorbeeld. Dat is een flinke rivier met een grote waterafvoer. Het meest frappante voorbeeld van dit type rivieren is de Sorgue die in Fontaine-de-Vaucluse, d�partement Vaucluse, ontspringt en de afwatering verzorgt van het grootste deel van het plateau van de Vaucluse. Hier komt uit een steil oprijzende rotswand een ongelooflijke hoeveelheid water uit een gat in de rotsen. Deze rivier stroomt in feite, voor hij als bron ontspringt, ondergronds door een heel stelsel van gangen en komt pas in Fontaine-de-Vaucluse aan de oppervlakte. Men heeft daar proeven genomen met gekleurd water en kon daardoor vaststellen dat het water van allerlei beekjes afkomstig is die op het plateau van de Vaucluse op verschillende plaatsen in een gat in de grond verdwijnen. Hoewel het een plek is met veel toeristen moet je er toch maar eens gaan kijken als je in de buurt bent. Het is er indrukwekkend. |
![]() |
![]() |
| Uitzicht van de Pas de Serpaton over de Tri�ves |