Wat nu de geologische opbouw van de Vercors zo complex maakt is dat de plooiing niet overal dezelfde is geweest en dat niet overal dezelfde harde en zachte lagen te vinden zijn. Bovendien zijn op sommige plaatsen de plooien helemaal over elkaar heen geschoven waardoor er een heel pallet van verschillende op elkaar liggende lagen aanwezig is. In zo'n geval vinden we plotseling weer opnieuw oude lagen boven jongere. Het gevolg is dat je voor ieder onderdeel van de Vercors apart zou moeten nagaan hoe het nu precies zit zoals we met de parallelle ketens van de Grand Veymont en de keten van de Pas de Serpaton hebben gedaan.
Wat wel goed waarneemnaar is, is het uniforme karakter van dit soort processen. Overal in de Vercors vinden we steile wanden en dit is vooral het geval aan de randen. Daarom is de toegang vanuit de dalen naar het plateau niet eenvoudig: overal versperren immers steile wanden de toegang tot het plateau. In het zuiden hebben we eigenlijk slechts ��n toegang en dat is de Col de Rousset, terwijl er in het oosten geen enkele toegang is tot het westelijke subplateau. In het noorden zijn het er twee, terwijl de westelijke kant ook slechts twee toegangen kent. Tot het oostelijke subplateau bestaan slechts drie of vier toegangen. Uit het bovenstaande blijkt dat de ruimtelijke isolatie van het plateau van de Vercors door geologische processen na de alpiene gebergtevorming is bepaald.
Als we hebben vastgesteld dat Gresse tussen twee plooien onderin een kom ligt, is de volgende vraag hoe de verschillende toppen die in de kom zelf liggen zijn ontstaan. Le Grand Brisou, le Ch�teau Vert en le Palais zijn op een vergelijkbare wijze ontstaan als le Grand Veymont. Het zijn resten van weg ge�rodeerde plooien. Maar het ligt anders met de 'heuvels' die je ziet als je op de picknickbank gezetenom je heen kijkt. Deze zijn door het ijs van gletschers gevormd.

Er zijn vier ijstijden geweest. De voorlaatste is het belangrijkste geweest omdat toen de ijsuitbreiding het grootste was. Die is voor geologische begrippen nog maar kort geleden afgelopen, namelijk 50.000 jaar. Daarna is er een zogenaamd interglaciaal geweest, een warmere periode tussen twee ijstijden, want al snel begon de vierde en de laatste ijstijd, die uiteindelijk 10.000 jaar geleden is afgelopen. Tijdens de voorlaatste ijstijd reikte de ijskap vanuit het noorden tot over het midden van Nederland en bij de laatste ijstijd kwam het ijs tot in Denemarken. Ook de Alpen zijn in de laatste twee ijstijden met ijs bedekt geweest. Alleen lag de situatie daar anders. Niet alle bergtoppen zijn met ijs bedekt geweest, anders zou een top als le Grand Veymont ook een heel ander uiterlijk hebben gekregen; hij zou door het ijs tot een rondere berg zijn gladgeschuurd. Aan de kant van le Grand Veymont waar we vanaf de picknickplaats tegenaan kijken, lag in de laatste ijstijd een grote gletscher. Het ijs reikte tot onder Gresse. Het ijs van een gletscher oefent een heel groot gewicht op de ondergrond uit, daarnaast schuift het ijs van een gletscher langzaam naar beneden. De ondergrond wordt omgewoeld en gladgeslepen tot op de vaste rots. Het puin dat hierdoor ontstaat, wordt als een eindmorenewal voor de gletschertong uitgeschoven. Omdat in de loop van de ijstijd de temperatuur langzamerhand hoger werd, bleven de eindmorenen die gevormd zijn in de periode waarin het ijs zijn grootste uitbreiding had als wallen in het landschap liggen. In de loop van 10.000 jaar is daar een humuslaag op gevormd en zijn de eindmorenewallen langzamerhand begroeid geraakt. Dat zijn de heuvels die je om je heen ziet.
Hoofdstuk 2

Pagina 2
TIP
Als we naar de Pas de Serpaton omhoog gaan, kunnen we in het oosten over de Tri�ves heenkijken en zien we het compacte hooggebergte van de Ecrins. Het is nogal hoog, er liggen bijvoorbeeld twee vierduizenders en talloze toppen van boven de 3500 meter. Dit gebergte is heel anders dan de Vercors. Het is weliswaar in dezelfde periode van de alpiene plooiing gevormd, maar het is geen kalk. Het is een zogenaamd kristallijn gebergte, wat wil zeggen dat het gesteente oorspronkelijk vanuit het binnenste van de aarde, het magma, afkomstig is. In het Duits noemt men dit wel Urgestein. Dat is een heel ander type gesteente; het kan bijvoorbeeld geen fossielen bevatten, want er hebben nooit diertjes geleefd. Het is geheel uit kristallen opgebouwd. Sommige gebergtes die uit kristallijn gesteente zijn opgebouwd, hebben toch hier en daar kalkachtig gesteente. In zo�n geval is de vegetatie veel gevarieerder dan in een gebergte met alleen maar kristallijn gesteente. Er kunnen immers zowel kalkvliedende als kalkminnende plantensoorten voorkomen. Dit is bijvoorbeeld het geval in de Belledonne ten noorden van Grenoble.
Mont Aiguille vanaf de top van de Grand Brisou
Hoofdmenu
Hoofdstuk
1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11
<===== Pagina achteruit    Pagina vooruit =====>
Hoofdmenu
Hoofdstuk
1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11
<===== Pagina achteruit    Pagina vooruit =====>
Hosted by www.Geocities.ws

1