Dagboek Quest
Deel 9 (het jaar
2008-01)
3 januari
2008
De eerste rit is een woon-werk
rit. Het is koud. De hele dag is er een kille oosten wind en de temperatuur is
zowel heen als terug rond het vriespunt. Het is bewolkt en droog en gelukkig
geen last van gladheid.
De kou houdt de snelheid op een
daggemiddelde van 32,7. De heen- en terugweg gaven hierbij weinig verschil te
zien. Vermeldenswaard is misschien dat het terug langzamer ging dan heen.
7 en 9
januari 2008
Twee vrijwel identieke
woon-werk ritten. Het is wat zachter geworden met temperaturen tussen de 6 en 8
graden. De wind komt nu met kracht 4 of 5 uit zuid tot zuidwest en dat betekent
grote verschillen tussen heen (tegen de wind in) en terug (wind mee).
Heen gaat het met ongeveer 31,4
gemiddeld en terug met 36,5.
14 en 16
januari 2008
Zie vorige week, maar dan een
fractie sneller.
23 en 24
januari 2008
Voor het eerst in lange tijd
weer eens op 2 dagen na elkaar op de fiets naar het werk.
In de zomer is dat geen enkel
probleem, maar in de winter herstel ik minder snel.
De 23e gaat het
regulier. De wind komt al tijden uit de zuidwest hoek en geeft daarmee de
winter geen schijn van kans. Zowel in de ochtend is het niet droog, maar echt
nat is het zeker niet. Af en toe een sputter. Tijden zijn vergelijkbaar met die
van de afgelopen weken. Heen gemiddeld tegen de 32 en terug (met de wind lekker
mee) een kleine 36.
Op de 24e merk ik
dat de vermoeienissen nog niet weg zijn. In de ochtend kan ik met grote moeite
net binnen de 2 uur over zijn. Ik houd 33 seconden over.
Terug loopt het helemaal niet.
De wind is wat gedraaid en is nu schuin opzij en (meer voor het gevoel) af en
toe tegen. Ook nu blijf ik net binnen de 2 uur, hoewel de marge met een kleine
3 minuten speling wat ruimer is. Het gemiddelde blijft steken onder de 33.
28
januari 2008
Op 26 januari was de (erg
gezellige) reünie van PBP. Samen met
Hij zei ondermeer dat hij een
trapfrequentie had van 90 a 95. Nu weet ik niet precies wat ik zelf doe, maar
vermoedde dat dit rond de 80 zou liggen.
De 28e maar eens
getest hoe dat nu eigenlijk lag en al snel blijkt dat 80 eerder het maximum is
en ik zelden boven de 85 kom. Gemiddeld zal het eerder tussen 70 en 75 liggen.
Nu is een hogere frequentie
veel beter voor (onder andere) de knieën, dus wil ik proberen om zoveel
mogelijk in een lagere versnelling te gaan rijden. Op de rit van de 28e
b4ewust op de trapfrequentie gelet en geprobeerd om een tandje lichter te
rijden dan normaal en of het nu door de frequentie komt of door het lekkere (voorjaars-)weer,
maar heen ben ik ruim sneller dan de laatste tijd. Gemiddeld ruim 33,5. Ook
terug gaat het met een hogere frequentie en kom ik op 36,6 gemiddeld.
30
januari 2008
Het is weer eens tijd voor een
bezoekje aan de jongens in Dronten. Ik vermoed dat de achteras en achterwiel
niet helemaal 100% juist zitten. Vooral als ik een scherpe bocht naar links
maak hoor ik een geluid dat doet denken aan het aanlopen van het achterwiel
tegen de wielkast.
Op de heenweg is het miezerig,
nevelig en de wind is tegen. De vermoeienissen van maandag zullen nog niet
geheel uit het lijf zijn, maar toch, het loopt ook niet lekker. 31.5 gemiddeld
is een van de langzaamste ritten.
Terug via Dronten en het eerste
stuk gaat best redelijk. Wind schuin achter (zuidwest), bewolkt, maar een
kletsnatte weg van de regen die net tijdens het omkleden is gestopt. Bij
Nunspeet staat 35 gemiddeld op de teller. Dan klaart het op. De wolken
verdwijnen en de wind draait door naar noordwest tot noordnoordwest en de
temperatuur zakt merkbaar een paar graden. Naar Elburg gaat het nog, maar dan
moet ik tegen de wind in en is de fut er uit. In Dronten is het gemiddelde
gezakt naar 33.
In Dronten is Theo bezig een
Alleweder te voorzien van een nieuwe snuit en als de eigenaar deze even later
op komt halen is er nog voldoende praatstof alvorens Theo (een uurtje na mijn
aankomst) aan de Quest begint. Gelukkig is de tijd ruim bemeten en is de klus
een half uur later af. Da as zat wat los en is weer vastgezet. Ook zijn de
remmen wat bijgesteld.
Om goed half zes vertrek ik
weer richting Zwolle.
Bij Kampen maak ik kennis met
de bouwwerkzaamheden voor de nieuwe Hanzespoorlijn en kan ik niet de normale
route volgen. Een alternatief wordt voorgeschoteld met een echte beklimming er
in (de nieuwe spoordijk van 10 meter hoog) en er zit een stukje ongeasfalteerd
wegdek tussen. Type bouwstraat en dat is in het donker niet aan te bevelen,
zeker niet als het recentelijk veel geregend heeft. Maar alles gaat goed.
Het tempo is redelijk. Het
gemiddelde stijgt nog naar 33,4 en na iets meer dan een uur ben ik weer thuis.
Maandtotaal: 1161 km. Totaal
voor Q190 is nu 16800 km.
4 februari
2008
Het gaat stroef in de ochtend.
Ik kan geen reden bedenken, maar het loopt niet. Al meteen vanaf het begin wil
het tempo er niet inkomen. De wind is wel tegen, maar die is niet echt sterk
(z3). Ook is het niet echt koud met een graad of 5. De eerste helft is het
droog, maar na Nunspeet begint het zacht te regenen. Je wordt er vrijwel niet
nat van.
Misschien heb ik te dikke
kleren aangetrokken? Het is de winteroutfit. Je blijft er wel warm in. Maar het
nadeel is dat de broek redelijk strak zit (kost wat extra energie) en het jasje
is niet goed doorlatend, zodat je vrij nat wordt van het zweten. 31,3 gemiddeld
is een van de traagste van het jaar. Slechts 1 maal was ik langzamer.
Terug gaat het wel lekker. De
zon schijnt nog (voor het eerst sinds lange tijd) tot ik in Uddel ben. Daarna
hoeft pas in Nunspeet de verlichting aan. De wind is afgenomen en wat naar het
zuidwesten gedraaid. Op het laatste stuk is er heel weinig wind. Misschien dat
de zon het verschil maakt, maar nu kom ik tot een gemiddelde van 36¼. Het
daggemiddelde wordt zo nog een redelijke middenmoter.
Opvallend is het dat ik in de
maand januari geen enkele maal een lekke band heb gehad.
Op 10 december was de laatste (rechtsvoor)
en dat is al bijna twee maanden en ruim 2000 km geleden. Op 8 oktober was de
laatste lekke achterband (5000 km geleden) en op 12 november voor het laatst
links voor lek (3300 km geleden). Deze lekken zijn wel steeds verholpen met een
nieuwe buitenband. Ik mag wel stellen dat er nu een goed stel banden om zit.
Enige smet is het drukverlies
linksvoor. Pomp ik de band op maandagochtend op tot 7,5 bar dan zit er een week
later nog maar 4 in. Mogelijk is de binnenband wat poreus.
6
februari 2008
In de ochtend weer een 31,4 een
fractie sneller dus dan maandag. Toch ging het wel soepeler. Met een
temperatuur van tegen de 10 graden lijkt het wel mei of juni. De lange broek
laat ik maar thuis. Wel is het nog winters donker en is de wind stevig tegen (WZW4).
Er was een meer dan normaal
aantal keren dat ik moest stoppen en dat kost bij elkaar zeker een minuut extra
(en een paar tienden gemiddelde). Eerst al in de afdaling van de IJsselbrug,
waar ik door een stevige windvlaag de pet verloor. Stoppen terwijl je nog boven
de 40 zit en dan weer vaart maken. Het kost veel meer energie en de top komt
lager te liggen.
Na Nunspeet een sanitaire stop.
In het merendeel van de ochtendritten is dat wel een keer noodzakelijk. ’s
Zomers of op de terugweg is het zelden nodig. Een heel enkele keer is het heen
zelfs 2 maal nodig.
Daarna volgen er na Elspeet wat
buitjes en ik stop om het deksel er op te doen. Ik ben daarna nog maar weer net
weer op weg of de accu geeft het laatste beetje stroom af. Ook daarvoor weer
een stop om wat draadjes anders te schakelen.
Verder zat het ook niet mee met
de diverse oversteken. Meer dan gewoonlijk moest ik wachten.
Het lijkt wel of de route 1
lang recht stuk is met een paar afslagen, maar het zijn er toch meer dan je zo
in de gaten hebt. Neem van een willekeurige heenreis (via ’t Harde) de
mogelijke stops:
1.
Verkeerslichten na de IJsselbrug. Momenteel veel
vrachtauto’s die de aanvoer van zand verzorgen voor de nieuwe spoordijk
2.
Wezep: linksaf de voorrangsweg op
3.
Loo: 3 maal links af om optisch rechtdoor te gaan
4.
’t Harde verkeerslichten en links af bij het tankstation
en nogmaals aan het eind van de bebouwde kom om de Bovenweg op te gaan
5.
Nunspeet: voor de plaats linksaf naar het industrieterrein;
in de plaats linksaf de Oenenburgweg op en nogmaals linksaf bij het station.
Ook is de spoorwegovergang af en toe gesloten. Verderop weer bij de twee rotondes
boven de A28
6.
Afslag naar Vierhouten oversteken
7.
Elspeet: centrum een paar maal voorrang voor verkeer van
rechts
8.
Na Uddel de rotonde bij de weg Apeldoorn-Harderwijk
9.
Garderen: linksaf naar Stroe
10.
Voor Voorthuizen: linksaf naar Zeumeren en later bij
Zeumeren de oversteek van een voorrangskruising
11.
Harselaar: linksaf om de laatste 300 meter naar het werk
op te gaan.
12.
Tussendoor nog enkele plekken waar ik voorrang moet verlenen,
maar waar zelden verkeer is om voorrang aan te verlenen.
Een hele waslijst van 22
plekken waar ik soms stoppen moet. Bij een is dat vrijwel altijd (bij 8).
Gemiddeld zal het er een keer of 5 stoppen zijn. Vanmorgen was dat 7 maal plus
de al genoemde 4 is in totaal 11 stops.
Middag: koeler, droger en de
wind draait door naar NW en is dus niet mee, maar opzij. Het lijkt een kopie
van maandag. Even voor Garderen bedacht ik ineens dat het al weer een tijdje
geleden was dat de ketting wat olie had gehad. Het is nu nog licht, ik heb de
olie bij me en meteen maar even een smeerbeurt gedaan.
In Garderen was het nog even
schrikken. Het fietspad houdt in de bebouwde kom vrij abrupt op en je moet op
de hoofdrijbaan verder. Meestal houden automobilisten daar wel rekening mee.
Naast de weg begint wel een parkeerstrook. Dit zou de suggestie kunnen wekken
dat dat een voortzetting van het fietspad is. Nu ging ik van het fietspad de
hoofdweg op en het was vrij druk met auto’s. Een legertruck denderde echter met
volle snelheid de bebouwde kom binnen en gaf mij geen enkele ruimte. Ik schat
dat hij rond de 70 reed (in de bebouwde kom dus). Ik bleef erg voorzichtig en
maakte maar vast gebruik van de parkeerstrook om niet te plotseling op de rijbaan
te komen en dat was maar goed ook wand de legertruck stoof mij al toeterend
voorbij. De tussenruimte was daarbij minder dan 20 centimeter. Het zijn van die
dingen waar je maar op moet anticiperen. Het kan zo maar mis gaan.
Je voelt je op zo’n moment wel
degelijk de “zwakke verkeersdeelnemer”.
Overigens was er verderop nog
een incidentje. In Uddel dacht een automobilist even op het fietspad de auto te
gaan keren, zodat hij achteruit een oprit in kon. Het gebeurde een meter of 25
voor mij, dus tijd genoeg om af te remmen. Toch maar even de bestuurder
aangesproken op zijn riskante actie. Het bleef bij “sorry, sorry”.
Verder was het lekker
doorrijden en kwam ik steeds dichter bij de 36 gemiddeld. Hoewel ik verwachtte
dat ik er niet boven zou komen stond ging uiteindelijk 36,04 in de boeken. Het
daggemiddelde kwam daarmee net 0,01 hoger uit dan maandag.
11
februari 2008
Voorjaarsachtig weer. Wel licht
vriezend in de ochtend, maar droog, helder en voor het eerst kan het licht weer
eens uit op de heenweg op de laatste 10 km.
Het fietst best aardig en
gemiddeld komt er 32,6 uit.
Terug ga ik een uurtje eerder
weg en maak een ommetje over de Veluwe. Eerst via Kootwijkerbroek en Kootwijk
richting Apeldoorn. Op de heide bij Assel is de zwakke wind tegen, terwijl ik
het vermoeden had dat deze van opzij zou komen. In combinatie met een licht
stijgende weg en ruw asfalt krijg je het gevoel dat een band lek is. Een stop
wijst echter uit dat alles nog OK is.
Even verder, bij de beklimming
over de klinkers die na Assel komt (richting Hoog Buurlo) zie ik voor me een
rolstoeler. Hij heeft er aardig de sokken in en op het steilste gedeelte kan ik
maar met moeite hem voorbij. Als ik naast hem fiets wisselen we wat woorden en
ik ga verder.
De afdaling naar Apeldoorn is
opnieuw geasfalteerd en het zoeft lekker en een (voorlopige) jaartop van 65,8
komt in de boeken.
Na de drukte van Beekbergen, je
moet daar door het centrum over een bijna winkelstraat, gaat het gas er op
richting Klarenbeek. Dit is het snelste gedeelte van de route omdat het
overwegend licht dalend is.
Na Wilp en een stukje Deventer
ga ik de IJsseldijk op en volg deze tot Wapenveld. Op het laatste stukje van
deze dijk ligt erg ruw asfalt en de kruissnelheid ligt daar een paar km (rond
34) lager dan op de rest van de route (36 a 37).
Nu nog een 10-tal kilometer en
ik ben na 92 km weer thuis. Het gemiddelde komt uit op 35,5 en dat is voor mijn
doen in deze tijd van het jaar niet slecht.
Overigens merk je wel in de
spieren dat het 30 km verder was dan normaal. Maar eens zien hoe dat woensdag
gaat als ik weer het plan heb te fietsen.
13
februari 2008
Weer een
woonwerk-met-de-fiets-dag. Het weer is compleet omgeslagen. Bewolkt, mistig en
koud. In de ochtend niet zo veel verschil met maandag, alleen wat meer vocht in
de lucht. Wel profiteer ik van wat lichte rugwind.
Op de terugweg is het een paar
graden boven nul en is de wind nu licht tegen. De uitdaging is dan om toch
sneller te zijn dan in de ochtend (33,6 gem.).
Op het eerste, meer open
gedeelte, naar Stroe lukt dit net en staat de teller op 34,0. Wat oponthoud en
een klim later is dit gezakt naar 31,0 in Garderen, maar naar Nunspeet toe komt
er meestal weer 2,5 a 3 bij. Zo ook nu en als ik moet wachten voor het spoor
staat het gemiddelde weer op 34,1. Door Nunspeet verlies ik altijd wat en dat
stabiliseert zich meestal op het laatste gedeelte, of, met wind mee, wordt wat
hoger.
Ik probeer een kruissnelheid
aan te houden van 35 en dat lukt, maar als de aandacht daarbij wat verslapt, het
gaat minimaal omhoog of het asfalt is minder, zak ik zo af naar 31-32.
Het is werken, maar
uiteindelijk is het doel toch bereikt. Als ik thuis ben staat er 33,8 als
gemiddelde.
19
februari 2008
Ook nu is het weer grijs en
mistig met een temperatuur van net boven nul. Vrijwel geen wind. Het gaat best
aardig, zeker als het na Nunspeet al weer licht begint te worden. De accu daar
ook net weer leeg en dat betekent een korte stop. Ik moet toch eens nadenken
over een oplossing waarbij dit al fietsend kan. Met een schakelaartje moet dat
niet moeilijk zijn. Het komt tussen eind oktober en eind februari toch bijna om
de andere rit voor. Ook in de zomer bij nachtelijke brevetten moet je meestal
tijdens een rit de draden verwisselen.
Het gemiddelde komt op 32,8 uit
en dat mag inmiddels normaal genoemd worden.
De terugweg start later dan
verwacht. De achterband staat lek als ik weg wil fietsen. Dat is voor het eerst
sinds 10 december. Dus meer dan twee maanden geleden. De achterband lag er
inmiddels ongeveer 6000 km op zonder lek te raken.
Ik heb geen reserve buitenband
bij me en dat betekent steentjes zoeken en glas peuteren. Ik haal er zeker een
stuk of 20 uit, waarvan een drietal die de oorzaak van het lek zouden kunnen
zijn.
Banden wisselen leidt tot
interesse van collega’s en een merkt er zelfs op “ik dacht dat je met zo’n
fiets nooit lek zou rijden”. Was dat maar zo. Maar hoe kom je op zo’n idee??
Een klein half uurtje later dan
normaal fiets ik weg en bel een half uur later naar huis dat ik wat later ben
voor het eten.
Het gaat ondanks de lichte
tegenwind best aardig en er komt een kleine 35 gemiddeld uit. Waarmee weer eens
een keer aan de stelling wordt voldaan dat ik in de middag sneller ben dan in
de ochtend. Nu dus met tegenwind (heen niet) 2 km per uur sneller. Ook de
temperatuur en het aantal stops weken niet veel af. De route was grotendeels
hetzelfde.
21
februari 2008
Heen gaat het redelijk.
Tegenwind zorgt er voor dat het gemiddelde onder de 32 blijft. Nadat ik was
opgestaan en de hond uitliet was ik nog getuige van een maansverduistering.
Niet compleet, daar had ik een uurtje eerder voor moeten opstaan, maar de maan
was zeker nog voor 80% in de schaduw van de aarde.
Toen ik met de fiets weg ging
was dat zeker nog 50%. Helaas trok de lucht al snel dicht met sluierbewolking
en na Wezep was het fenomeen niet meer te zien. Ook werd het toen te laat en
zakte de maan achter de horizon.
Terug werkte het weer weer eens
mee. Een stevige rugwind en tegen de 10 graden. Met blote benen dus. Het wordt
wel weer een rit met hindernissen. Eerst is bij de vuilstort de weg
geblokkeerd. De weg is ook veel te smal en erg druk. Veel vrachtauto’s die over
dit weggetje naar de vuilstort rijden. Het is maar een landweg en er staan
bomen langs de kant.
Twee personenauto’s kunnen
elkaar nauwelijks passeren, laat staat als ze een groter formaat hebben. Vaak
is het dan wachten tot de weg vrij is.
Tot Elspeet gaat het dan
soepel, maar daar besluit een vrachtauto te stoppen op een stuk weg dat ook
eigenlijk te smal is. Ik kan nog net (langzaam) langs de rij wachtende auto’s
fietsen.
In Nunspeet is het daarna
wachten voor de spoorbomen (er passeren twee sneltreinen).
Vlak voor Doornspijk wil ik op
de hoofdweg gaan fietsen (als gebruikelijk), maar bij het opfietsen er van voel
ik de bekende zwabber weer en ga meteen terug naar het fietspad. Zet de fiets
stil op een grasveldje en controleer de banden. Ja hoor, rechtsvoor is lek. Dan
realiseer ik me ook dat het vanaf Nunspeet niet zo snel ging als ik had
verwacht. Meestal ook een teken van minder spanning in de banden.
Ik leg de fiets op de zijkant
en leg een reserve binnen- en buitenband om de velg. Het is maar te hopen dat
het goed gaat want in de wielkast, op de velg en de oude band zat erg veel
modder. En er is wat water (het regende licht) tussen de buiten- en binnenband
gekomen.
Tot slot was er in
Hattemerbroek ook iets aan de hand (geweest) want de brandweer stond de weg
schoon te spuiten. Al met al toch bijna 37 gemiddeld.
Zaterdag 23
februari 2008
1e
controle voor Lowlands1000 (zuid)
Het is een risico om al in
februari aan een solorit te beginnen van 263 km. Toch wil ik het proberen. Het
weer moet wel mee werken, maar het KNMI heeft 10-13 graden voorspeld (normaal
is rond de 6) en het blijft droog met niet al te veel wind. Dus redelijk gunstig.
Wel moet ik aan Ineke beloven
dat ik ’s avonds gewoon mee kan doen bij een dansavond. Die stond immers eerder
gepland. Ik beloof het en zeg daarom toe om rond 5 uur thuis te zijn. Dat
betekent erg vroeg op, of heel snel rijden.
Ik kijk eens hoe het vorig jaar
ging bij de eerste controlerit en zie dat het gemiddelde rond de 31 lag en dat
ik een uur en drie kwartier aan stops en grotere pauzes heb gebruikt.
Met een vergelijkbaar schema
kost 263 kilometer en evenveel stops iets meer dan 10 uur.
Ik wil nu rond kwart voor zes
starten en ben dan volgens schema om een paar minuten voor 5 uur terug zijn.
Het wordt 10 voor zes als ik weg fiets.
Volgens schema is het eerst 90
km met 32 gemiddeld, daarna 90 met 31 en het laatste stuk met 30.
De eerste kilometers zijn
bekend terrein. Via Hattem en Wapenveld naar de IJsseldijk en deze volgen tot
Deventer. Ik stop een paar keer om gegevens te noteren en voor een (ook
geplande) plaspauze. Ik kan een kruissnelheid van 33 aanhouden en lig iets meer
dan een minuut achter op het schema als ik in Deventer ben.
Bij Loenen (55 km) ga ik links
af langs het Apeldoorns-kanaal en nu kom ik in minder bekend terrein. Dat kost
meer schrijftijd en de korte pauzes komen wat vaker voor.
Na Dieren ga ik linksaf
richting Doesburg en kom aan het twijfelen over de juiste kant van de weg om te
gebruiken. De borden van de ANWB zijn verdraaid en wijzen niet in een
specifieke richting. De keuze om maar gewoon rechts van de weg te gaan blijkt
echter juist.
Na Doesburg kom ik in onbekend terrein
en moet ik het hebben van aantekeningen die ik heb gemaakt met behulp van
Google-Earth. Dat gaat meteen al mis als ik na Doesburg in Angerslo kom.
Kennelijk is er recent een rotonde bij gekomen want ik beland op een
landweggetje.
Na een aantal haakse bochten en
doodlopende zijwegen kom ik op een doorgaande weg uit en zowaar staat er een
richting aangegeven die ik nodig heb.
Uit de aanduiding dat ik in
Eldrik ben begrijp ik dat ik ook op de goede weg terug ben. Wel realiseer ik me
dat het verstandiger was geweest om een kaart van de omgeving me te nemen.
Het gaat nu vlot naar
Doetinchem (84 km). Hier leidt een tunneltje me naar de andere kant van de weg,
waar een sportcentrum ligt. Mogelijk ligt hier een controlemogelijkheid als het
brevet verreden wordt. Dit moet ik bij de definitieve controle van de route
maar uitzoeken.
Het gezoek naar de route heeft
er voor gezorgd dat ik circa 10 minuten achter ben geraakt op het schema. Maar
in Doetinchem was een langere pauze gepland en die sla ik nu maar over. Ik heb
er nog geen behoefte aan.
Na Doetinchem gaat het meteen
weer mis. Ik beoordeel een aanwijzing niet op het juiste aantal kilometers en
volg de route naar het zuidwesten, terwijl deze naar het zuidoosten zou moeten.
Hierdoor kom ik in Kilder. Gelukkig schijnt de zon en kan ik met de zon aan de
rechterkant naar het oosten toe. Zo kom ik in Zeddam en zie daar aanwijzingen
naar Azewijn, de volgende plaats op mijn route. Bij Azewijn kan ik de originele
route weer oppakken (ik herken daar het punt van binnenkomst in de bebouwde
kom) en ga door naar Gendringen.
Ook hier ga ik weer in de mist.
Ik kom op een rondweg terecht en zie een aanwijzing naar Anholt over het hoofd.
Ik vermoed dat de grens met Duitsland snel moet komen, maar deze blijft uit.
Als ik vervolgens op een paddestoel geen bekende richting ontdek draai ik maar
om, om terug te gaan naar de laatste kruising. Daar staat toch Anholt op de
borden en ik zit weer op de route. Ik passeer de grens na 111 km en in Anholt
zie ik dat ik inmiddels 7 km meer heb gefietst dan gepland was en inmiddels 10
minuten achter lig op het schema. Dat wordt al fietsend een paar boterhammen
eten.
Het traject in Duitsland is
eenvoudiger dan in Nederland. Er zijn minder speciale voorzieningen voor
fietsers en dus ook minder borden waar je op hoeft te letten. Geleidelijk aan
loop ik wel wat in op het schema, niet in de laatste plaats door het feit dat
ik een racefietser in de spiegel zie verschijnen en ik deze voor wil blijven.
Dit lukt maar net aangezien de weg geleidelijk wat omhoog loopt. De racefietser
gaat mij echter niet voorbij en na een korte afdaling en weer een beklimming
komt hij naast mij fietsen. We praten wat en ik geef aan bijna op mijn
bestemming te zijn. Hij gaat door als ik in Voshövel kom om daar om te draaien.
Twee minuten eerder dan gepland
ben ik in Voshövel
(146 km).
Ik neem een korte pauze voor ik
weer verder ga. Deze pauze was ook gepland, maar dan wat langer, zodat ik bij
vertrek weer een kwartier voor lig op het schema.
Ik hoef nu niet meer te schrijven
en dat scheelt in tempo. Wat wel verwarrend is, is dat ik in mijn beschrijving
de plaatsen Bocholt en Borken heb gemixed. Ze liggen ongeveer 20 km van elkaar
af. Ik vertrouw op de beschrijving die ik gemaakt heb. Dat ik links af ga waar
Borken naar rechts wordt aangegeven schuif ik maar op het feit dat er een
autoweg of snelweg kan liggen. Ik begin wel te vermoeden dat ik bij het plannen
iets verkeerd heb gedaan en volg de route door Bocholt (in plaats van Borken) die
ik heb beschreven en deze brengt me keurig op de weg naar Aalten.
Meteen na de grens (177 km) is
er een benzinestation met shop en ik neem uitgebreid de uitgestelde pauze. De
route gaat verder via Aalten en Lichtenvoorde naar Ruurlo. De beschrijving
blijkt voldoende en met een enkele gok is dit goed te volgen. Als ik tussen
Laren en Bathmen nogmaals een korte pauze neem lig ik nog steeds voor op
schema. Vanaf Heeten is het nog exact 30 km en dus ongeveer een uur voor ik
thuis ben. Een wegopbreking zorgt er voor dat ik besluit om niet via Raalte en
Heino, maar via Broekland en Lierderholthuis terug te gaan. Dat is weliswaar
een paar km meer, maar zonder oponthoud te fietsen. Het gaat dan ook volgens
plan en om 10 over half 5 ben ik weer thuis na 271 km. Ruim een kwartier eerder
dan gepland. Het gemiddelde ligt met 31,1 maar aan fractie boven de verwachte
31.0.
Het is de langste rit die ik
ooit in de winterperiode (november-februari) heb gedaan.
26
februari 2008
Weer een gewone woon-werk rit.
Het is vrij warm, rond de 10 graden, maar er staat een windkracht 5 uit het
zuidzuidwesten. Erg tegen dus.
Meestal ga ik met tegenwind
door de bossen. Heen is dat dan binnendoor van Wezep via ’t Harde naar
Nunspeet. In ’t Harde zijn ze echter met wegreconstructies bezig en je moet
daar een omleiding volgen door het dorp. Ik heb daar geen zin in en volg een
alternatief via een bospaadje. Dit is 1 km korter, maar lastiger te fietsen.
Een tegenligger (of voorganger) passeren gaat moeilijk omdat het zo smal is en
je komt uit op een onoverzichtelijke oversteek. Daar moet je meestal uit
stilstand een voorrangsweg oversteken die iets omhoog loopt. In het laatste
stukje zitten nog een paar snelheidsremmers die niet te vermijden zijn.
Erg gemotiveerd ben ik niet,
maar dat zie je meestal niet terug in de rit. Geleidelijk aan gaat het wel
beter en op het eind, als het ook nog eens wat gaat regenen, komt het tempo er
nog in. Ik kom zelfs op 32 gemiddeld uit.
Het blijkt zelfs de kortste rit
te zijn die ik ooit naar het Barneveld heb gemaakt. 59,78 km, tegen 59,80 als
vorig kortste. Ik had de banden dan ook net flink opgepompt.
Terug? Het waait nog stevig en
het is vrij zacht, dus een 36 plus moet mogelijk zijn. Wel (mot)regent het
veel.
Het is een rit zonder al te
veel stops en ik kan lekker doorrijden. Het gaat snel en in Stroe staat er al
ruim 38 op de teller. Dat zakt in de klim naar Garderen terug naar ruim 35 om
in Nunspeet weer op 38 te staan. Op het lange rechte stuk Zuiderzeestraatweg is
de wind vol achter en komt het gemiddelde al op ruim 38.5, maar bij Wezep en in
Zwolle zijn te veel punten waar het tempo gebroken wordt. Uiteindelijk kom ik
uit op 38,3. Heel netjes voor de tijd van het jaar.
28
februari 2008
Een kopie van 2 dagen eerder,
zij het dat het veel minder hard waait. In de middag valt deze zelfs vrijwel
helemaal weg. Heen ruim 33 en terug een kleine 38 zorgen voor 35,5 als
daggemiddelde.
Maandtotaal: 1305 km. Totaal
voor Q190 is nu 18105 km.
4 maart
2008
De eerste rit in het
toerseizoen (1 maart – 31 oktober). Eigenlijk zou het al de tweede moeten zijn.
Zaterdag de 1e stond de controle van het 300 km brevet gepland, maar
met een weersverwachting van windkracht 8 in Noord Nederland en mogelijk kracht
9 bij de Wadden in combinatie met regen, leek het me raadzamer om de controle
maar een week uit te stellen. Achteraf is het wel droog gebleven, maar
windkracht 8 kwam wel uit.
Een woon-werk rit. De atmosfeer
is inmiddels tot rust gekomen, althans in de ochtend en het is nagenoeg
windstil. Wel vriest het licht. Ik ga weer eens over Apeldoorn op de heenreis.
Het is net te vroeg voor een mooie zonsopkomst boven de IJsseldelta, maar
ondanks dat, loopt het vlotjes. Een kleine omleiding vlak voor Apeldoorn
(Wenum) geeft een kilometer extra, maar ondanks dat ben ik toch binnen de 2 uur
over. De top op de afdaling naar Nieuw Milligen ligt net boven de 80.
Terug is er meer wind en wel
tegen. Vandaag dus geen voordeel van de wind. Het is een stevige noordenwind
(kracht 4 tot 5) en die maakt het guur. Tot Stroe is de wind opzij of zelfs
licht mee. Bij Stroe draai ik naar het noorden en zie meteen een inktzwarte
lucht hangen. Dat belooft niet veel goeds. Al snel volgt een lichte hagelbui,
maar ik heb geluk en kan grotendeels langs de achterkant van de bui. De meeste
hagel is al gevallen voor ik er ben. Het is dan ook op diverse plaatsen wit en
het fietspad is wat glad.
Op zich valt het tempo nog wel
mee, maar het zijn niet de snelheden die ik vorige week kon maken. Kruisen kan nog
met 35 a 36.
Voor Nunspeet draai ik rechtsaf
om door het Zandenbos te gaan en zo tot uiteindelijk Wezep of Hattem de
tegenwind te vermijden. Het Zandenbos kent een redelijk slecht wegdek en vele
bochten, maar uiteindelijk is het rendement toch hoger. De route is overigens
een km of 5 langer dan de reguliere over Elburg.
Na het Zandenbos de doorsteek
(nu over erg goed asfalt) langs de weg naar Epe en vervolgens de Zuidweg (De
Dellen) over richting Wezep. Aan het eind van de Zuidweg voel ik dat het
linkervoorwiel over een forse steen (of tak) stuitert en even vrees ik een
lekke band. Na controle blijkt de vrees ongegrond en na iets meer dan 2 uur ben
ik thuis. De rit is toch nog sneller geworden dan de heenrit (34.4 tegenover
33.0).
6 maart
2008
Het is winderig en nat.
Herfstig. Heen is het grotendeels nog droog, maar de motivatie is niet al te
hoog. Heen staat in Wezep het gemiddelde nog onder de 30, maar zoals wel vaker
in dit soort situaties loopt het gemiddelde na een wat trager begin toch nog
flink op. Uiteindelijk staat het nog op 32,5 als ik in Barneveld ben.
Terug motregent het een flinke
tijd, maar de rugwind vergoedt veel. Een gemiddelde van rond 37 was wel te
verwachten.
8 maart
2008
De (uitgestelde) controle van
het 300 km brevet
Het is nog begin maart, dus
echt mooi weer kun je haast niet verwachten. De weersvooruitzichten worden met
het verstrijken van de week steeds beter en uiteindelijk is er wel veel wind,
maar ook veel zon en de hele weg droog.
Om kwart over zeven ga ik op
pad. Het is net licht als ik de route na 2 km oppak in de richting van Kampen.
Ik ben 10 km onderweg als ik een bocht niet goed kan maken. Met moeite blijf ik
op het fietspad en de conclusie is LEK. Ik stap uit en de rechter voorband
voelt inderdaad slap aan. Ik pak de spullen uit die ik nodig heb en in een
onvoorzien moment stap ik op de fietspomp. Als de reservebanden er weer op
liggen en ik wil gaan oppompen lukt dat dus niet. Alle wind vervliegt bij de
aanhechting van de rubberslang.
Wat nu? Terugkeren met een
lekke band en een reservepomp meenemen kost zeker een uur en het is nog te
vroeg om zomaar bij een huis aan te kloppen (en er zijn er niet veel in deze
omgeving). Toch maar iets proberen. Ik schroef de slang los van de pompbuis en
druk deze tegen het gat en pomp wat. Het lukt zowaar om wat lucht in de band te
krijgen. Maar met 1 hand heel laag bij de slang en de andere hoog om te pompen
is net te acrobatisch voor een redelijke druk in de band.
Gelukkig komt er net een vader
langs met 2 zoons die kranten-rondbreng-instructie krijgen. Hij wil mij wel
hepen en houdt de slag tegen de buis aangedrukt terwijl ik pomp. Tegen de tijd
dat de druk te hoog wordt in de slang, is er toch zoveel lucht in de band
gekomen dat deze stevig aanvoelt. Ik schat het op ongeveer 5,5 bar. Dit is
voldoende om verder te kunnen. Als ik onderweg een fietsenwinkel zie moet ik
maar een nieuwe pomp kopen. Na een oponthoud van 25 minuten kan ik weer op weg.
Het gaat nu verder via Kampen
en de rand Noordoostpolder richting Friesland, Daar met een boog naar
Heerenveen. Hier is de eerste controle gepland, maar ik zie nergens een locatie
om te kunnen stempelen. Dat moet dan eerder gepland worden, of het wordt een
vrije controle.
Na heel veel plaatsen die
allemaal op “um” eindigen arriveer ik rond half 1 in Holwerd, het verste punt
van de route. Hier heeft de schoonvader van Tom Hospes, deelnemer aan de Zwolse
brevetten en 1 maal PBP, een hotel genaamd “het Amelander Veerhuis”.
Ik had het er al met Tom over
gehad om hier de controle te doen en gezien de afstand is het een mooi
keerpunt.
Na een kop koffie ga ik een
half uurtje later weer op pad. Ik doe een facultatief stukje route naar de
losplaats van de boot naar Ameland, die via een pier in de Waddenzee te
bereiken is.
Op de terugweg naar het
vasteland merk ik voor het eerst vandaag dat er toch aardig wat wind staat.
Zeker hier in dit open landschap.
Het vervolg van de route gaat
eerst nog oostwaarts, maar geleidelijk een volgt deze steeds meer een zuidelijke
richting. Steeds vaker moet ik dan ook tegen de wind in.
Het tempo was op de heenweg
gemiddeld nog ruim 33, maar nu ben ik blij als ik een kruissnelheid van 27 kan
halen. Wel verlaat ik heel langzaam het open landschap en komen er meer
passages met bomen die de wind enigszins kunnen breken.
In Haulerwijk bezoek ik een
tankstation en sla wat drinken en een paar Marsen in.
In Appelscha is de volgende
controle gepland en ik zie meteen al bij binnenkomst een goede locatie in een eetcafé.
Ze zijn nu nog in een verbouwing, maar garanderen mij dat op 5 april de tent
gewoon open is. Nu is een bak koffie nog niet mogelijk, dus wordt de eerder gekochte
frisdrank meteen maar aangebroken.
Na Appelscha is het de route
die vorig jaar in het 400 brevet zat en een controle is dan eigenlijk ook niet
nodig. Er is niets veranderd en het staat goed op papier. Hoogstens een enkel
schoonheidsfoutje bijschaven.
Na Giethoorn bel ik even naar Ineke
om te melden hoe laat ik thuis denk te zijn. Kan ze vast de patatpan opzetten.
Het wordt nu ook donker en het laatste stuk moet de verlichting aan. Het is
bekend terrein en ik hoef de beschrijving niet te raadplegen. Om goed half acht
ben ik weer thuis. Bijna 315 km afgelegd in dik 12 uur, waarvan iets meer dan
10 uur fietstijd.
Volgend weekend zal bij goed
weer de 600 voorgereden worden. Zo vroeg in het jaar heb ik echter nog nooit
een nacht doorgefietst. Dat zal wel wennen zijn. Ongetwijfeld zal het in het
Sauerland in de nacht fris zijn en ook zal het veel langer donker zijn dan ik
gewend ben. Daarnaast zal de afstand een nieuwe mijlpaal moeten worden want de
langste rit die ik ooit in maart heb gemaakt is ongeveer 340 km.
10 maart
2008
De eerste schade
Weer wind en terug wordt zelfs
een zuiderstorm verwacht.
Net als op de 6e
verloopt de heenweg regulier, zij het dat ik al na 2 km, bovenop de IJsselbrug
lek ben. Weer de rechter voorband. Zou door het verder oppompen vanochtend
mogelijk een plakker losgelaten hebben? Ik check het niet. Het is nog donker en
geloof het verder wel. Ik heb moeite om de spullen bij elkaar te houden door de
wind. 1 bandenlichter vliegt me toch nog weg en ik kan deze niet terugvinden.
Rond de middag wakkert de wind
flink aan en nog geen minuut nadat een collega een grap maakt door te zeggen
dat de Quest omgewaaid is, krijg ik een telefoontje van een andere collega die
meldt dat dit inderdaad gebeurd is. Ik ga 4 etages lager de Quest weer rechtop
zetten en als ik een andere, wat meer beschutte plek zoek, zie ik een gaatje in
de neus. Kennelijk is bij het omvallen een ernaast staande motorfiets geraakt
en is er iets (een trapper?) door de kap heen gegaan. BALEN!!
Op de terugweg gaat het naar
Vriezenveen, waar ik voor mijn schoonfamilie de belastingpapieren ga uitzoeken.
Ineke is er al en de Quest kan dan op het dak van de auto mee terug.
Was het vanochtend windkracht
4, nu is het 6 a 7 als ik om 15 uur vertrek. Bovendien regent het continu licht.
Het is een inmiddels bekende route waarbij ik net ten zuiden van Apeldoorn
langs ga (Kootwijk-Assel-Ugchelen-Beekbergen-Klarenbeek). Een mooie route waar
je in de regel goed kunt doorfietsen. Dan via Wilp naar Deventer, waar ik de IJssel
over ga. Dan door Deventer, wat meteen het lastigste stuk is. Ik heb in Deventer,
ondanks herhaaldelijk experimenteren, nog geen mooie doorgaande weg gevonden.
Na Deventer gaat het binnendoor
over Colmschate richting Haarle en Hellendoorn. Daar de berg over en via Marle
naar Hoge Hexel.
De wind is vol zuid en dat
betekent in het eerste deel opzij of licht tegen. Daarna een tijdje wat meer
mee om op het laatste stuk weer opzij te zitten. Allemaal niet echt
bevorderlijk voor een snelle rit. Ik doe het redelijk rustig aan en kom na 98
km met 33½ gemiddeld in Vriezenveen aan.
Als de Quest op het dak wordt
gehesen lijkt het wel of de voorwielen een licht toespoor hebben. Maar eens een
bezoekje aan de boys in Dronten plannen.
12 maart
2008
Als Murphy eenmaal toeslaat….
Ik heb een afspraak gemaakt om
aan het eind van de dag even in Dronten langs te gaan. Sporing controleren en
eventueel opnieuw afstellen kost niet zo gek veel tijd. Iets eerder van het
werk weg en daarmee wat overuurtjes wegwerken kan dan mooi gecombineerd worden.
Er wordt veel wind verwacht en
al ik in de ochtend vertrek is het al windkracht 6 uit het westzuidwesten, dus
vol tegen. Zoals wel vaker in de ochtend is het verder best redelijk weer en de
zon komt er om god 7 uur dan ook vrolijk door.
Het tempo zit er niet echt in
en als ik in Wezep ben staat er 28,5 als gemiddelde. Dat loopt langzaam op tot
30 in Nunspeet. Hierna heeft de wind maar weinig invloed meer en loop het
gemiddelde uiteindelijk nog op tot 31,5.
Ik zet de fiets maar in het fietsenhok,
in plaats van op de motorparkeerplaats. Op hevige rukwinden heb ik het niet zo voorzien
en in het fietsenhok staat de Quest veilig en droog.
Om 15 uur is het windkracht 7
en ik vertrek naar Dronten. Maar eens voor de kortste route gekozen via Putten-Ermelo-Harderwijk.
Meestal mijd ik doe vanwege de fietsbaarheid, maar de route moet verbeterd
zijn.
Tot Putten is het inderdaad een
prima route, maar aan het eind van Putten zit toch een wat minder prettig stuk
met klinkers en drempels.
Daarna naar Ermelo is weer
prima en door Ermelo gaat ook redelijk. Naar Harderwijk is ook het fietspad
duidelijk verbeterd, maar er zijn ook een aantal rotondes in de route opgenomen
die wat blokkerend werken. Kort voor Harderwijk, bij de A28, mis ik kennelijk
een aanwijzing dat het fietspad aan de linkerkant van de weg verder gaat. Ik
steek over bij de verkeerslichten voor auto’s en onder het fronsend oog van een
passerende politieauto steek ik over en kom meteen voor het feit te staan dat
ik al na 100 meter weer over moet steken om rechts van de weg weer verder te
gaan.
Door Harderwijk is eenvoudig,
hoewel je ook hier niet lekker doorrijden kunt.
Als ik eenmaal buiten
Harderwijk ben is het simpeler en na een stuk wind tegen draai ik de Knardijk
op, 10 km rechtuit et de wind in de rug. In het eerste stuk zitten nog een paar
tempobrekers met paaltjes en scherpe bochten. Maar daarna is het 6 km rechtuit
over een fietspad. Toch jammer dat de kwaliteit van dit fietspad beroerd is.
Toch blijf ik continu tussen de 40 en 45 fietsen.
Bij de afslag naar
Biddinghuizen zit een erg scherpe bocht die niet in een keer met de Quest is te
nemen. Daarna naar Biddinghuizen de wind opzij of net tegen.
Ik merk nu bij open stukken EN
in de polder dat de wind hier duidelijk sterker is dan op de Veluwe. Af en toe
vol je de wind vat krijgen op de Quest en wordt je opzij geduwd, of krijgt een
duw in de rug.
Na Biddinghuizen gebeurt het
dan toch. Bij de oversteek van een vaart voel ik de voorkant van de Quest wat
liften en ik probeer te corrigeren. Dat lukt niet echt en ik wordt naar de
zijkant van de brug gedreven. De rechterkant van de Quest raakt de brugleuning
en ik probeer me af te duwen met de rechterarm, maar de snelheid is nog wat te
hoog. De arm stuitert over de leuning terwijl de schuimkap los raakt (bij de
start regende het en uit voorzorg heb ik het afdekschuim er over gelegd).
Ik grijp nog naar het schuim,
maar krijg het net niet te pakken en zie daarna dat het door de wind ver weg
vliegt en net in het water van de vaart terecht komt. Zeg maar dag, want die
pak je niet zomaar terug.
Inmiddels sta ik stil, maar te
gevaarlijk vanwege de wind die hier echt hard doorblaast. Ik fiets de brug af
en kijk op een veiliger plekje wat de schade is.
Er zijn flinke blauwe strepen
op de Quest van de lak van de brug. Maar het ligt er redelijk los op want ik
kan het er met enige moeite wel afwrijven. Dat is van later zorg.
Mijn arm heeft een paar flinke
stuiters gemaakt op de brugleuning en is pijnlijk. Ik kijk of er ook iets kapot
is, maar dat lijkt niet het geval. Op een klein wondje na.
Het is nog iets van 15 km naar
Dronten en daar kan ik meteen de boel beter inspecteren.
In Dronten blijkt al snel dat
de sporing wel goed is. Ik krijg (nou ja, krijgen. Het is wel 65 euri) een
nieuw schuimdek. Wat de schade betreft lijkt er bij de wielkast een plekje te
zijn waar de lak er af is. Kennelijk is het spul geknikt. Dan staan nu links en
rechts wat dat betreft gelijk, want een half jaar geleden is de linkerkant in
een bussluis al ontdaan van een streepje lak.
De verwondingen worden nog niet
erger, maar ik merk wel dat de schouder (triceps?) een optater heeft gehad want
ik kan moeilijk mijn arm optillen.
Fietsen gaat nog zonder al te
veel problemen maar in- en uitstappen wordt lastig.
De rit naar huis gaat
voorspoedig met af en toe snelheden van dik boven de 50.
Als ik thuis ben krijg ik
natuurlijk de wind van voren met de vraag waarom ik zo nodig toch door de
polder moest want het is allemaal veel te gevaarlijk.
Tja, een echt inhoudelijk
verantwoord antwoord daarop heb ik niet
13 - à maart 2008
Van de verwondingen aan de
elleboog (een wondje en een grote blauwe plek) heb ik weinig last, maar van de
schouder des te meer. Een wat grovere beweging doet pijn en de arm optillen
lukt vrijwel niet, of errrrruuug langzaam. De rit op de 15e en 16e
naar Sauerland om het 600 brevet te controleren zal niet doorgaan. Dat zal ik
dan later nogmaals in het al overvolle programma moeten drukken.
21 maart
2008
Een week verder.
Nog steeds blauwe plekken op de
rechter arm. Hoewel, op diverse plaatsen is het blauw al vervangen door geel,
of is zelfs bijna helemaal weg.
Vooral de onderarm is nog
behoorlijk blauw. Bij de elleboog zit een erg gevoelige en wat verdikte plek.
Vermoedelijk is hier de brug het hardst geraakt.
Hoewel ik nog weinig kracht kan
zetten met de arm, ben ik nagenoeg pijnvrij als er geen belasting is. Ik heb nu
minder last van de schouder dan van de elleboog.
Morgen staat de controle van de
Prestatietocht (uit en thuis 165 km) op de planning. Dat moet inmiddels weer
kunnen. Het hoeft niet snel te gaan. De ervaring leert dat het met circa 28
gemiddeld gaat en er zijn twee pauzeplekken. Wat wel een beetje zorgen baart is
het weer. Het is nu compleet winter met sneeuw- en hagelbuien en een gure wind.
Voor morgen wordt tussen de 2 en 5 graden (wel boven nul) verwacht met sneeuw
in de ochtend. We zien wel.
22 maart
2008
Voor het eerst weer fietsen.
Om 9 uur ben ik bij de
Vrolijkheid om de route van de Prestatietocht te controleren. Er zijn nog 5
andere bikkels die de strijd aandurven. Het is overigens prima weer met weinig
wind en een mild zonnetje. Wel fris met een temperatuur van ongeveer 0 graden.
De kilometers gaan in een
rustig tempo van rond de 27 km/uur. Op de Lemelerberg houden we een verzamel- en
plaspauze (ik kom natuurlijk als laatste boven) en in de afdaling bereik ik een
top van 74,4.
Na Ommen
worden we verrast door een enorme sneeuwbui. Ik heb moeite om de ogen open te
houden en de anderen (allen “buk” fietsers) hebben het moeilijker, want zij
worden nat en koud. De lekke band van Wim Stoffer komt dan eigenlijk ook als
geroepen. We schuilen bij een garagebedrijf en Wim demonteert de binnen- en buitenband.
De reservebanden blijken beiden ook lek te zijn. Vermoedelijk door schuren in
het zadeltasje. Toon Oonk biedt uitkomst met een goede reserveband en mijn
fietspomp vergemakkelijkt het oppompen van de band.
Als we onze tijdelijke locatie verlaten is
het zo goed als droog geworden en al bibberend (de anderen met name) bereiken
we de eerste pauzelocatie bij restaurant Poortman. Hier smaakt de koffie met
appelgebak voortreffelijk.
Drie van de 6 deelnemers geven aan het welletjes te vinden en willen terug naar Zwolle. Ik en nog twee anderen willen wel verder, maar de echte animo ontbreekt. We besluiten dan ook om de controlerit af te breken en terug te gaan naar Zwolle. Medeorganisator Henk Hofstee is daags tevoren al bij Poortman geweest en heeft toen al afspraken gemaakt over de controle. We vermoeden dat hij dat ook bij de andere controle in Willemsoord heeft gedaan. Dus de noodzaak om daar nog naar toe te gaan is er niet. Rond 12 uur vertrekken we weer en ik was (als gebruikelijk) wat later op pad dan de rest en krijg prompt een lekke band (weer is het de rechtervoorband) De anderen hebben dit niet in de gaten en ik zie ze nog net om een bocht verdwijnen. Vermoedelijk denken ze dat ik zo wel weer zal aansluiten, wat ik normaal ook zou doen. Na een minuut of 10 kan ik weer verder en ga in de achtervolging. Alleen kan ik veel sneller fietsen dan de groep heeft gedaan op het eerste deel van de rit. Ik zal hen voor Zwolle moeten kunnen inhalen gezien het snelheidsverschil (27 per uur voor hen en rond 36 voor mij). Het is vanaf hier ongeveer 30 kilometer en ik moet daarop een kwartier kunnen winnen. Toch zie ik ze niet terug. Dat betekent dat ze waarschijnlijk een andere route hebben genomen dan dat ik gedaan heb. Ze kunnen natuurlijk ook sneller hebben gefietst dan in het eerste deel. Na 96 kilometer ben ik weer thuis, een paar uur eerder dan verwacht. Bijkomend voordeel is nu dat ik niets hoef te missen van de integrale TV-uitzending van “La Primavera”, Milaan-SanRemo. Het fietsen ging prima. Conditioneel merk ik na 10 dagen geen achteruitgang, zo kon ik het laatste stuk (wind mee) meestal een kruissnelheid van 40 aanhouden. De arm en de schouder zijn nog niet volledig hersteld en het in- en uitstappen van de Quest kost nog erg veel moeite.
27 maart
2008
Woon-werk. De eerste sinds 12
maart. In de ochtend is het fris, rond het vriespunt, een beetje mistig en een
lichte wind in de rug. Het gaat eigenlijk best goed en met net 34 gemiddeld ben
ik erg tevreden. Terug trekt de wind wat aan en is nu tegen, maar is het wel 10
graden warmer. Ook ruim 34 gemiddeld.
29 en 30
maart 2008
Controle van het 600 km brevet.
Voor een verslag zie: Controle-600-Brevet
In maart in totaal ruim 1700
km.
2 april
2008
Een drukke week met onder
andere gisteren een kart-avond. Ik voel het nog in de ribben. Met de arm en
schouder gaat het steeds beter. Alleen uit de Quest stappen is lastig (het
omhoog drukken).
Het is herfstig weer met een
stevige noordwesten wind. Beetje fris met tempraturen onder de 10 graden. Op de
heenweg vallen regelmatig kleine buitjes. Verder passen zowel heen als terug
wel in het beeld van deze tijd van het jaar met gemiddeldes in de 32 en 36.
5 april
2008
Het eerste Brevet van 2008.
Voor een verslag zie: 2008-Brevet-300.
7 april
2008
In de ochtend is het rustig,
maar koud. De hele weg vriest het. Terug is het ook niet warm voor de tijd van
het jaar, maar wel goed fietsweer. Het tempo ligt een fractie lager dan vorige
week.
9 april
2008
Heen is het weer vriezend en
wat nevelig. Het gaat lekker en met 33,3 gemiddeld een stukje sneller dan de
laatste keren.
Eigenlijk de eerste keer dat ik
geen last meer heb van de schouder.
Terug is het een tiental graden
warmer, maar er staat ook een lichte tegenwind. Gemiddeld net 36. Vermoedelijk
een dag waarvan je na een week al geen enkel detail meer weet.
11 en 12
april 2008
Controle van het eerste deel
van Lowlands1000. Verslag: Controle Lowlands1000-zuid.
16 april
2008
Weer eens een woon-werk.
Het is koud, zo tussen -1 en
-3. Omdat het KNMI aangaf dat de wind noordelijk zal zijn maar eens over
Apeldoorn gegaan. Helaas was het nagenoeg windstil. Eigenlijk leek het er op dat
de wind meer in de westhoek zat. Net geen 33 gemiddeld (32.994).
Vermeldenswaard is de afdaling
naar Nieuw Milligen, waar ik een top kon bereiken van 81,3; de hoogste voor een
woon-werk rit dit jaar (tot nu toe).
Terug hoef ik niet op tijd te
zijn. Ineke gaat met haar zus naar de schouwburg en is al weg als ik thuis kom.
Tijd voor een alternatieve route. Ik wil binnendoor over Putten richting Speuld
en dan via de Dellen naar Hattem. Op de Zuiderzeestraatweg zijn werkzaamheden
aan de gang en die wil ik, net als de tegenwind, vermijden.
In Voorthuizen zijn ze ook al
met weg bezig en moet ik door woonwijken en over pleinen een alternatieve route
volgen. Dat schiet niet echt op. Maar eenmaal buiten Voorthuizen gaat het vlot
richting Puttten. In Putten is het weer rustig aan en ik kom op de weg naar
Garderen terecht. Niet wat ik zocht, maar wel een alternatief. Het fietspad is
smal en met veel bochten niet snel te befietsen. Ik kom met bijna 32 gemiddeld
in Garderen aan. Normaal ligt dat op ruim 33 als ik over Stroe ga.
Op de weg naar Speuld krik ik
het gemiddelde op, maar minder dan ik daar normaal doe. De top op het steilste
stuk is met 51 ook ongeveer 10 km minder hoog. Het is tegenwind, vermoeidheid
of het ligt aan de Quest. Ik bespeur de laatste tijd toch wat probleempjes. Zo
schakelt hij minder secuur en schiet regelmatig over de tanden heen als ik op
het middenblad of kleine blad fiets. Vermoedelijk is de ketting een stuk
versleten.
Na Speuld de bekende weg
richting Stakenberg en dan door het Zandenbos. De route door Zandenbos is
inmiddels zo slecht geworden dat de fiets vrijwel het hele stuk rammelt en
kraakt. Duidelijk geen goed alternatief meer. Het gemiddelde zakt inmiddels tot
onder de 32. Het zal nog moeilijk zijn om sneller te zijn dan op de heenweg.
Nu via Tongeren en de Dellen
naar Wezep, dan binnendoor naar Hattem. Het is al 7 uur in de avond en ik gok
er op dat de Zuiderzeestraatweg weer open is. Dit blijkt inderdaad het geval.
Helaas is het fietspad niet aangepast en moeten we nog gebruik maken van een
hobbelpad. Voor de auto’s ligt er nu wel een mooi strak asfalt.
Na bijna 75 kilometer ben ik om
5 over 7 thuis. Het gemiddelde is uitgekomen op 32,7. Een van de weinige keren
dus dat deze in de middag lager ligt dan in de ochtend.
19 april
2008
Een korte rit om het
overgeslagen stukje van de controlerit van vorige week in kaart te brengen.
Eerst maar eens lekker toeristisch naar de Lemelerberg en dan de Holterberg
over naar Holten om daar de controle te starten. Het gaat niet echt vlot en ik
heb het gevoel steeds tegen de wind in te moeten fietsen. Alsof de lucht
stroperig is.
Bij Heino schiet ineens de
rechterversnelling door. Kabelbreuk. Dat wordt zo spoedig mogelijk een bezoekje
brengen aan Dronten.
Fietsen lukt nog wel door links
de (voor)versnelling op het middenblad te zetten. Recht schiet hij door naar
het zwaarste verzet. Per saldo komt dit redelijk overeen met mijn “normale”
verzet van voor groot en achter op 6.
Uiteindelijk ben ik na 100
kilometer weer thuis met een gemiddelde van 31.
Zou het een vorm van
voorjaarsmoeheid zijn?
23 april
2008
Woon-werk en bezoekje Dronten.
Met enige vrees ga ik in de
ochtend op pad. Slechts 3 versnellingen die ik kan gebruiken. Dat wordt dan 1
voor klimmen, 1 voor vlak en 1 voor dalen. We moeten maar hopen dat ik zo ook
alle klimmen aan kan. Dalen is natuurlijk geen punt want als je niet trapt daal
je ook.
Het valt mee. Het weer is goed
te noemen voor eind april, een beetje aan de warme kant en helder. De eerste
klim is de IJsselbrug op en het valt mee. Mede dankzij een licht rugwind kan ik
een goede cadans aanhouden. Ook daarna blijft het goed gaat. Zo goed zelfs dat
het de snelste ochtendrit lijkt te worden. Een tijdje lang staat het gemiddelde
boven de 36, maar dat gemiddelde houd ik niet vol als na Nunspeet de heuveltjes
volgen. Het zijn geen lange hellingen en ik kan ze allemaal “op de macht”
nemen. Uiteindelijk komt het gemiddelde op 35,8 uit. De snelste heenrit tot nu
toe was dit jaar 34,0 dus daar zit ik ruim boven.
Terug gaat het eerst naar
Dronten. In het begin, tot Nunspeet gaat het lekker vlot en kruis ik met een
kleine 40. In de polder merk ik de tegenwind meer, maar er staat ruim 37
gemiddeld als ik de werkplaats binnenkom. Ik wordt meteen geholpen en krijg een
nieuwe versnellingskabel. Als ik aangeef dat het achterwiel nog steeds niet
stabiel is, wordt verder gezocht. Uiteindelijk blijkt een afgebroken
bevestiging de oorzaak. Een dwarsverbinding is afgescheurd en daardoor krijgt
het achterwiel meer speling dan mag. Uiteindelijk wordt een nieuwe dwarsverbinding
gemaakt en bevestigd. Er was nog net voldoende ruimte voor zo’n nieuwe
bevestiging.
Na een kleine anderhalf uur is
de klus geklaard en ga ik, voorzien van een nieuwe voorraad binnenbanden, op
weg naar Zwolle. De temperatuur buiten zakt nu snel en dat drukt het tempo,
maar het achterwiel gedraagt zich zoals je dat zou verwachten.
26 en 27
april 2008
Brevet 600 naar Sauerland.
Verslag volgt 2008Brevet600.
29 april
2008
Een fris en regenachtig dagje
voor woon-werk. Ik heb het gevoel dat ik nog niet geheel ben hersteld van
afgelopen weekend en het voelt vermoeid aan. Omdat de temperatuur best redelijk
is, aardig rustig op de weg en weinig wind, valt het met het tempo nog wel mee
en kom ik over de hele dag genomen nog tot 34,4.
Gerrit
Terug naar de Quest-pagina: http://www.geocities.com/gerinri/Quest.html
Terug naar deel 1: http://www.geocities.com/gerinri/Quest01.htm
Terug naar deel 2: http://www.geocities.com/gerinri/Quest02.htm
Terug naar deel 3: http://www.geocities.com/gerinri/Quest2005-01.htm
Terug naar deel 4: http://www.geocities.com/gerinri/Quest2005-02.htm
Terug naar deel 5: http://www.geocities.com/gerinri/Quest2006-01.htm
Terug naar deel 6: http://www.geocities.com/gerinri/Quest2006-02.htm
Terug naar deel 7: http://www.geocities.com/gerinri/Quest2007-01.htm
Terug naar deel 8: http://www.geocities.com/gerinri/Quest2007-02.htm
Vervolg in deel 10: http://www.geocities.com/gerinri/Quest2008-02.htm
Terug naar de Homepage: http://www.geocities.com/gerinri/index.html