Dagboek Quest
Deel 3 (het jaar 2005-01)
Begin januari 2005: De eerste
woon-werk ritten naar Barneveld.
Het gaat prima. Boven de 33 gemiddeld. Een goed begin is
het halve werk. Op de 10e weer eens een poging gewaagd bij de
Julianatoren. Een lichte zuidwesten wind, een temperatuur van 12 a 13 graden en
half bewolkt zorgen voor optimale omstandigheden om de afdaling richting
Apeldoorn aan te vangen. Het resultaat is er ook naar. Voor het eerst boven de
90. Als ik beneden bij de naald voor de stoplichten moet wachten heb ik tijd om
even te kijken hoe snel het ging. De enduro2 is als gebruikelijk bij de 86
blijven hangen, maar de CM436M geeft aan dat ik maximaal 90.4 km per uur heb
gereden.
Dat is kicken.
Thuis wil Ineke er niet van weten. Ze vindt het te riskant
om zo snel te gaan. Ze heeft natuurlijk wel een beetje gelijk, maar het is zo
leuk om zo hard te gaan….
14 januari 2005:
Voor het eerst ga ik mee met een ritje van Plat Zwolsch.
Voor vertrek staat de achterband leeg. Een nieuwe band die ik er op leg is bij
aankomst in de Aa-landen ook al weer lek en de laatste reserveband biedt ook
geen soelaas. Uiteindelijk weet Paulus den Boer mij te helpen met zijn reserve
banden.
De nieuwjaarsrit voert al kronkelend van de Zwolse
Aa-landen, langs de Vecht richting Dalfsen en Vilsteren. Het gaat zeer gezapig.
Regelmatig wordt er gestopt en het tempo is meestal net
boven de 20. Uiteindelijk, inclusief koffiepauze op het station van Dalfsen,
ben ik van half 11 tot half 5 bezig met een rit van een kleine 70 kilometer.
Gelukkig was het prima weer.
2e helft januari 2005:
Sinds half december heb ik een tiental lekke banden
gehad, maar nieuwe banden waren erg moeilijk te krijgen in het reguliere
fietsenmakerscircuit. Uiteindelijk lukt het om op de 22e te starten
met 3 nieuwe banden. Voor 2 maal Maraton, achter marathon slick.
Het resultaat is niet om over naar huis te schrijven en
ik constateer een niet geheel goede sporing. Met moeite kan ik in deze periode
een gemiddelde rijden van 31. Toch nog ruim sneller dan op de racefiets in deze
periode. Dat lag de afgelopen jaren bij 28.
Het gemiddelde over de woon-werk ritten in januari is,
met name door het snelle begin toch nog ruim 32.
6 februari 2005:
Op 6 februari maak ik eindelijk de rit die ik al lang in
gedachten had. Een rondje Holterberg met de klok mee. Dus de diepe hel van de
steilste kant naar beneden.
Het weer is goed, droog, zonnig en een graad of 6.
Via Heino en Luttenberg ga ik richting Nijverdal. Het
gaat niet snel, zo rond de 30. De klim naar het begin van de Holterbergweg en
daarna naar de top van de Noetselerberg gaat met 10 tot 15 km per uur. Een
bukfietser haalt me in en is op de top al 200 meter voor. Ik verwacht snel te
kunnen dalen en inderdaad, onderaan aan het eind van de heide stuif ik hem weer
voorbij.
De volgende klim gaat redelijk en de bukker blijft
achter. Ik versnel wat naar de knik van het 10%-gedeelte en ga ruim boven de 30
de afdaling in. Ik kan niet zien hoe snel ik ga. De klep is dicht en later moet
ik me volledig concentreren op de snelheid en de bocht.
Ik maak vaart tot voor mijn gevoel boven de 80 en durf
niet verder te versnellen. De bocht lijkt me dan te krap worden.
Ik voel de middelpuntvliedende kracht, maar kan blijven
sturen en heb voldoende grip. Onderaan op het vlakke gedeelte hou ik de
snelheid boven de 60 (ik durf even te kijken) en schiet het eerste gedeelte van
de volgende klim met volle vaart op. Halverwege, bij de parkeerplaats, stop ik
even en zie dat ik 87,6 als hoogste snelheid heb. Met de bukfiets had ik hier
een paar maal boven de 70 gezeten en ooit een top van 72, ook tientallen malen
tussen de 65 en 70.
De bukfietser komt we weer voorbij en ook ik start de
Quest weer.
De snelheid zit op dit steile stuk tussen de 6 en 10 km
per uur en de bukker loopt zichtbaar uit. Bovenop versnel ik weer tot ruim
boven de 30 en ik loop langzaam in. Hij blijft voor tot de afdaling naar
Holten. Hier haal ik hem weer in vlak voor de bebouwde kom van Holten en zie
hem verder niet terug. Als ik later de computergegevens op de PC uitlees zie ik
dat ik hier tussen de 62 en 64 moet hebben gereden.
Ik ga onderaan rechtsaf en neem de binnenweg richting
Nieuw Heeten. De Motieweg zal ik later wellicht eens nemen. Jammer dat daar een
T-splitsing onderaan is.
In Heeten stuit ik nog even op een carnavals-wegafsluiting,
maar door de “buitenwijken” van Heeten vind ik snel de weg naar Raalte. De N35
verder volgend, kom ik na 90 km weer terug in Zwolle.
14 februari 2005:
’s ochtends goed weer, maar het liep niet. Met moeite kan
ik de kruissnelheid boven de 30 krijgen. Op de vele kleine klimmetjes zakt de
snelheid al snel weg tot 20 a 25.
Ik vermoed dat een onderhoudsbeurt zeer nodig is. Als
meest duidelijke argument is de rem verantwoordelijk. Bij een beetje afremmen
slaat de (met name de linker) rem volledig vast en blijft soms ook vast zitten.
Al diverse malen heb ik net voor een kruising stil gestaan, zonder voor of
achteruit te kunnen. Na wat rommelen met de kabels schiet de rem meestal wel
weer (gedeeltelijk) los, maar het gevoel blijft dat de rem blijft “hangen”.
Een tweede probleem is dat de ketting lijkt te slijten.
Regelmatig schiet de ketting, als ik kracht zet, over de tanden heen. Ook is
‘ie opgerekt, want met het kleinste blad voor en een van de kleinere achter,
raakt de ketting zichzelf bij de kettingrollen. De spanning is er dan af en de
ketting ontspoort als ik niet op pas vrij snel bij de rollen.
Tot slot heb ik al een tijd het gevoel dat de fiets niet
spoort. Al twee maal heb ik zelf de sleutelset ter hand genomen en wat
bijgesteld, maar dat is een grove bijstelling. Misschien moeten de mannen in
Dronten er maar eens naar kijken. Kunnen ze meteen de lagers van vers vet
voorzien.
19 februari 2005:
Een servicebeurt in Dronten. Na 12500 kilometer is het
tijd voor wat onderhoud.
’s Morgens eerst in de Quest naar Wapenveld om te
assisteren bij een veldrit van mijn vereniging Swolland en rond de middag word
ik afgelost als “verkeersregelaar” en rij ik met de Quest naar Dronten.
Zoals ik al dacht is het niet best met de ketting. Deze
is behoorlijk opgerekt. In elk geval meer dan eigenlijk als grens wordt
gesteld. Ik steek de hand wel in eigen boezem, want ik heb niet consequent
onderhoud gepleegd. Ik beloof beterschap en neem me voor om minimaal 1 maal per
maand de ketting in te oliën. Dat was er in de donkere achterliggende maanden
wel eens bij in geschoten L.
Naast een volledige nieuwe (voor-)ketting is ook de
sporing weer van het rechte pad afgeweken. Dit wordt weer vakkundig hersteld.
Ten slotte bleek een rem last van inlopend water te hebben en was vast gaan
zitten. Ook dit euvel wordt weer hersteld.
Aan het eind van de middag rij ik weer blij en een stuk
sneller dan op de heenweg naar huis.
Eind februari 2005:
Een paar ritten naar Barneveld en een weekend in zuid
Drenthe volgen en de gemiddelde snelheid loopt op van net boven de 30 in het
begin van de maand, naar ruim in de 32. Wel wordt het geleidelijk aan steeds
winterser. Dat drukt de snelheid toch behoorlijk.
Begin maart 2005:
Echt winter.
2 maart ga ik met de Quest naar het werk. Het sneeuwt in
de ochtend licht en in de middag nog steeds, maar iets harder. Er valt
uiteindelijk vrij veel sneeuw. In Zwolle zo’n 15 centimeter, maar plaatselijk
in Drente wel 50 cm.
De nacht van 3 op 4 maart is erg koud. Als ik om 6 uur in
de Quest stap is het rond -17. Plaatselijk is in de NO-polder de temperatuur
onder de -20 gezakt. En dat in maart!
Maar goed. Fietsen gaat wel, maar de kou heeft een
remmend effect. Ook zijn de wegen niet geheel schoon en moet ik vaak over
sneeuwribbels rijden. Wel schijnt de zon volop en dat levert mooie plaatjes op.
Dat het wat trager ging wordt ruimschoots vergoed door de
schoonheid van de natuur.
Het gemiddelde op de heenweg blijft steken bij ruim 26.
Ik ben dan ook, inclusief stops om foto’s te maken, bijna 3 uur onderweg tegen
2 uur onder “normale” omstandigheden.
Terug is het inmiddels al rond het vriespunt en kan ik
toch nog met ruim 32 rijden.
Half maart
2005:
De winter wordt verlaten en half maart duiken we het
voorjaar in. Dit levert steeds snellere ritten op.
Nadat ik op 14 maart al terug reed met een gemiddelde van
37,1 haal ik op de 16e onder voorjaarsachtige omstandigheden (18
graden en volop zon) een gemiddelde terug van 38,5. Daarmee verdwijnt het oude
record van augustus 2004 (37,7) uit de boeken.
Ook de 18e weer een snelle rit en het totaal
aantal kilometers met de Quest komt nu op 14000 km. Dat is in 9 maanden.
Zo door gaand zou in het eerste jaar de 20000 gehaald
kunnen worden. Echter, er zitten 4 weken van vakantie bij, zodat ik vermoed dat
half juni het totaal op ongeveer 17500 zal staan.
April 2005:
Begin april kom ik goed op dreef en het record uit maart
gaat er al weer aan. Op de 7e weet ik na een werkdag thuis te komen
met een gemiddelde van 39.2. Dat moet in de toekomst richting 40 kunnen gaan. De
omstandigheden waren wel erg gunstig: een graadje of 11, lekker rustig op de
weg en een rugwind van windkracht 5.
Ondertussen heb ik ook de eerste langeafstandsrit van het
jaar gereden. Op 3 april deed ik mee aan de Prestatietocht. Hier valt een fles
wijn te verdienen door als eerste boven op de Lemelerberg te komen. Door een
demarrage na de oversteek van de N34 kwam ik dusdanig ver voor de groep dat ik
op de klim van de Lemelerberg niet meer in te halen was. Een lekkere fles wijn
was het resultaat van de inspanning.
Daarna lekker met de groep mee gepeddeld tot de
Weerribben, waarna ik de groep vaarwel heb gezegd.
Ik had nog een afspraak staan bij de schoonfamilie in
Vriezenveen en het tempo van de groep was net wat te laag om op tijd voor het
eten in Vriezenveen te zijn.
Met de kilometers die ik daarna nog terug reed naar
Zwolle kwam het dagtotaal op 258 km.
Eind april staat de totaal teller op 16300 km.
6 mei 2005:
Een maand met veel (2200) kilometers. Veel woon-werk
kilometers, maar ook een paar grote ritten.
Op 6 mei ga ik de controle doen van de noordelijke lus
van Lowlands1000, een 1000 km rit die eind juni zal worden verreden.
In alle vroegte ga ik op pad als het net licht is. Via
Giethoorn, Steenwijk en Wolvega duik ik Friesland in, waar ik meteen al de
eerste regenbui op de kop krijg. Bij Heerenveen weer een en nu met hagel er
bij.
Wanneer ik de te controleren route oppak in Leeuwarden
regent het bijna een half uur lang, maar het wordt gelukkig droog als ik de
gegevens van de route moet noteren. Daarna blijft het droog en knapt het weer
zelfs op. De zon laat zich steeds regelmatiger zien.
De vele stops om iets te noteren zorgen er voor dat het
tempo gedrukt wordt en geven ook veel stilstandtijd. Even noteren, zoeken,
terugrijden, het schiet allemaal niet echt op. De eerste ravitaillering doe ik
na exact 130 km in Harlingen. En als ik later de Afsluitdijk over ben en in
Hippolytushoef weer eens de weg moet zoeken, besluit ik om niet de hele route
via Den Helder te gaan volgen, maar een doorsteek te maken naar Middenmeer.
Vervolgens rij ik in Medemblik nog een paar keer flink mis.
In Enkhuizen neem ik na 234 km een tweede keer een
ravitaillering en daarna de dijk op naar Lelystad.
Door Lelystad is een crime, maar Theo Homan had het een
en ander goed uitgezocht en het gaat nu vlot. Nog een paar lange rechte wegen
en ik ben na 319 km weer thuis. 12 uur en 3 kwartier onderweg geweest.
13/14 mei
2005:
De eerste echte lange afstandsrit volgt nu ook op 13 en
14 mei. In Lohne, even over de grens bij noord Twente, wordt de brevettenreeks
uit Lonneker voortgezet. De data van de eerste brevetten kwamen mij niet goed
uit, maar aan de 400 doe ik mee.
Het kan meteen een goede test zijn voor de Quest in
heuvelachtig terrein.
De Quest vervoeren is niet eenvoudig. Er naar toe fietsen
is een optie. Met 100 km heen en 100 terug wordt het totaal rond de 600. Dit
moet te doen zijn.
De rit verloopt redelijk tot goed, maar vlak voor
thuiskomst gaat het echt mis: Ik schat de laatste rotonde (vermoeidheid?)
verkeerd in en verlaat deze op een punt waarop het net niet kan. Het resultaat
is dat ik op de zijkant beland en er een paar scheuren bij de linker wielkast
komen en forse schaafplekken op de zijkant van de Quest. Zelf mankeer ik
nagenoeg niets. Een uitgebreid verslag is hier: 2005Lohne400 te
lezen.
In totaal weer 638 km er bij.
Eind mei 2005:
Rond de 20e mei kan de Quest gerepareerd
worden in Dronten en ik krijg een Mango mee als reserve-leenfiets. Hiermee ga
ik op 23 mei mee naar Barneveld, zodat ik een redelijke indruk van deze fiets
kan krijgen.
De snelheid valt mij reuze mee. Ik rij over de 125 km een
vergelijkbaar gemiddelde als dat ik met de Quest zou doen. Wel vind ik de
wegligging wat onzekerder. Met name het hogere zwaartepunt speelt hier bij mee.
De Mango heeft geen “bobbel” aan de onderkant. Ook de vering is wat slapper,
zodat ik minder snel door de bochten durf.
De kosten van de reparatie vallen gelukkig nog mee.
Aan het eind van de maand staat de teller op: 18475.
1 jaar Quest:
16 juni 2005.
De eerste 2 weken van juni ben ik op vakantie in de
Franse Ardeche. Niet de Quest gaat mee, maar de racefiets.
Ik maak vele klimkilometers en merk dat het rijden in de
zware Quest niet slecht is geweest voor de klimcapaciteiten.
Het resultaat na 1 jaar Quest is:
18474,99 kilometer, waarvan 15172,50 woon werk.
De maximum snelheid die ik heb gehaald was 90,4 km/uur.
22 lekke banden, een kapotte accu, nieuwe ketting en
tandwielen, 3 nieuwe velgen.
22-25 juni
2005: Lowlands1000
Deze rit, die 1000 kilometer aan het totaal zou moeten
toevoegen is niet uitgereden. Na 1 dag fietsen en 545 kilometer heb ik het voor
gezien gehouden. Een verslag, meer van de organisatorische kant bekeken, staat
hier: 2005Lowlands1000
Eind juni
2005:
Eind juni staat er 19650 km op de teller. Waarschijnlijk
zal begin juli 2005 de 20000 kilometer overschreden worden.
7 weken in 2003, 2004 en 2005
(juni en juli) leverden het volgende op:
Jaar Aant Km’s Tijd Gem Opmerking over
125 km
2003 17 2153,14 70:23:54 30,59 racefiets 4:05:11
2004 20 2544,47 74:40:51 34,07 start Quest 3:40:08
2005 16 2103,80 59:03:57 35,62 Quest 3:30:33
Over een
redelijk vergelijkbare periode dus een winst in 2004 van 3.5 km per uur en in
2005 nog 1.5 km/uur extra.
Gaan we uit
van een afstand van 125 km per dag, dan is de tijdswinst in 2004 al 25 minuten
en in 2005 komt daar nog een kleine 10 minuten bij. In totaal dus 35 minuten.
Het is nog
steeds niet de drie kwartier tot een uur die ik vooraf gehoopt had, maar we
komen wel redelijk in de buurt.
Wellicht
opvallend is dat ik tot op heden in dit jaar Quest-rijden ‘s middags nog nooit
langzamer ben geweest dan in de ochtend er aan voorafgaand. Een aantal factoren
(de belangrijkste?) zijn van belang: de wind, de temperatuur, het
hoogteverschil en mijn lichamelijke gesteldheid.
De temperatuur
is in de middag vrijwel altijd hoger dan in de ochtend. Ik merk dat als het
warmer wordt, ik sneller kan fietsen.
Het duurt in
de ochtend altijd even voor ik op toeren ben. In de middag ervaar ik dit niet.
Het einddoel
in de ochtend ligt op circa 10 meter hoogte en ik start op zeeniveau. In de
middag daal ik die 10 meter weer af.
De wind heeft
invloed op de snelheid. Met de wind mee rij ik sneller dan met de wind tegen.
In de ochtend
heb ik dus hoogteverschil te overwinnen en is de temperatuur en mijn
lichamelijke gesteldheid een nadeel. Kennelijk kan een wind-mee voordeel in de
ochtend die nadelen niet teniet doen.
8 / 9 juli 2005.
Na Lowlands
volgen 2 weken met woon-werk verkeer. Daarna staat een afspraak gepland met
Klaas Wijnsma om het tweede deel van Lowlands, dat we beiden niet gereden
hebben, alsnog te doen.
Beiden hadden
we een onvoldaan gevoel bij het stoppen. Klaas omdat hij, na aanvankelijk
gestopt te zijn, maar toch nog begonnen, pech kreeg na Coevorden en ik omdat ik
best verder had gekund, maar het slapen mij dusdanig slecht beviel, dat ik het
niet meer zag zitten.
Op 9 juli, om
kwart voor 9 in de avond, 3 kwartier later dan we oorspronkelijk wilden, rijden
we gezamenlijk weg voor een rondje van 480 kilometer. Klaas rijdt op een
M5-ligfiets en ik ga met de Quest.
De eerste
tientallen kilometers is het nog licht, maar het miezert ook af en toe. Als we
een eerste (plas-)pauze houden na Hardenberg (50 km) wordt het tijd om de
verlichting aan te doen. Het tempo daalt daarna een beetje van net boven, naar
net onder de 30. Even later komen we na Coevorden langs het Stieltjeskanaal te
rijden. Hier kreeg Klaas 2 weken eerder pech. Zijn voorwiel-as begaf het en
daardoor schuurde de voorband langs het frame. Nu gaat het gelukkig goed, maar
merk ik dat bij mij de stuurinrichting meer speling heeft dan normaal. Maar
eens kijken hoe dit zich ontwikkelt. Zo het nu is, valt er mee te fietsen, maar
hoge snelheden geven een onrustig weggedrag van de Quest. Ook maakt de vering
van het achterwiel meer lawaai dan normaal.
Het
Stieltjeskanaal blijven we lang volgen. Onderweg moeten we nog een keer van
kanaalkant wisselen via een houten brug. Fietsen hierop is onmogelijk vanwege
de haakse bochten.
Tegen
middernacht passeren we Emmen, de eerste controleplaats. We stempelen niet want
het is een gewone rit geworden.
Na Emmen gaat
het over de Hondsrug door de bossen en we bereiken om half een de wereldstad
Ees, waar we in een restaurant de eerste rust inlassen.
Bij vertrek
uit Ees is de bewolking tijdelijk verdwenen en is er wat mist. Dit blijkt beide
tijdelijk te zijn, want later wordt het weer bewolkt en valt er af en toe nog
een sputter.
Na
GasselterNIjeveen rij ik een afslag voorbij en Klaas probeert al roepend me dit
mee te delen. Ik hoor hem door het lawaai in de klankkast van de Quest echter
niet (we zitten op een klinkerweg) en we zoeken daarna maar een alternatieve
route. Dit gaat via de Drents/Groningse veenkoloniën en zo komen we onder
andere in Stadskanaal, Wildervank en Hoogezand (met een hek op het fietspad
waar de Quest met veel gemanoeuvreer net doorgetild kan worden) voor we
Groningen bereiken.
In Groningen
is bij binnenkomst aan de Europalaan een benzinestation open waar we dankbaar
gebruik van maken. Het zal vermoedelijk de laatste mogelijkheid zijn tot de
volgende ochtend.
Groningen is
eenvoudig om te doorkruisen. We moeten er van oost naar west doorheen en komen
makkelijk bij het Hoendiep uit. Via dit kanaal en het Van Starkenborghkanaal
doorkruisen we in de kleine uurtjes de stille gebieden van Groningen en
Friesland richting Leeuwarden. Voor Leeuwarden wordt het weer licht, maar in
Leeuwarden zelf is nog niets te beleven. Klaas rijdt hier meest voorop en
vertrouwt op de GPS. Ik volg en heb wat moeite om niet te diep in gedachten te
verzinken. Ik vergeet dan regelmatig om de pedalen rond te trappen, waarna ik
weer moet versnellen om bij Klaas in het wiel te komen.
We gaan door
via Franeker naar de volgende controleplaats Harlingen. Ook hier is alles nog
in ruste. We nemen wel een korte pauze en Klaas geeft aan dat het hem net wat
te snel gaat. Iets rustiger dus.
Nog 10 km en
we zijn op de Afsluitdijk. Hier is Klaas kennelijk al weer hersteld, want hij
zet de turbo er op. Pas na de Afsluitdijk houdt hij wat in om meteen
triomfantelijk te melden de Afsluitdijk met gemiddeld 33 te is genomen.
Het is nu niet
ver meer naar Den Helder. Dit is het verste punt, maar toch zit dan er al
twee-derde van de rit op. Met 315 km op de teller vinden we een restaurant
tegenover het station, waar we een ontbijt nemen. Het is een uur of 9 en het
oorspronkelijke idee dat we rond een uur of 4 in de middag weer terug in Zwolle
zouden zijn komt weer in beeld.
Op het stuk
richting Den Helder ondervonden we het al, en nu we er weer uit rijden
eveneens: het wegdek van de fietsroute door Den Helder is bar en boos.
Na Julianadorp
zoeken we de N9 op en tussen ’t Zand en Schagerbrug pakken we de N248 naar
Middenmeer. Na Middenmeer via een erg ingewikkelde constructie de weg zoeken
naar Medemblik, maar het scheelt dat ik begin mei deze route verkend heb.
Tussen
Medemblik en Enkhuizen gaan we over (onderlangs) de oude Zuiderzeedijk en bij
binnenkomst van Enkhuizen zijn we wel weer toe aan een ravitaillering. Het voor
mij bekende BP-benzinestation voorziet in de behoefte en we kunnen er weer
tegen. Dat moet ook wel want de dijk Enkhuizen-Lelystad wacht.
De dijk begint
erg mooi met goed wegdek en een forse afdaling waar ik de top van de dag met
63.8 km/uur bereik, maar al snel wordt het saai. De wind is schuin tegen en het
wegdek wordt erg slecht. Een uur later zijn we toch bij Lelystad. Ik had de
noordkant van Lelystad op een klein akkefietje na goed in de routebeschrijving
staan en via talloze fietspaden langs de rand van Lelystad komen we
probleemloos op de doorgaande weg naar Swifterbant.
Meteen komt
dan ook de eerste echte panne: een doorgedrongen steentje zorgt voor een lekke
achterband van de Quest. 10 minuten later is de speling met het
4-uur-terug-schema opgebruikt, maar we rijden weer.
Swifterbant en
Dronten volgen en net als we de polder uit willen rijden, gaat de brug bij
Roggebotsluis omhoog. Vijf minuten extra pauze is het gevolg. We doorkruisen
Kampen en beklimmen de Zuidelijke brug over de IJssel aldaar. Het tempo blijft
op goed niveau en even later komen de contouren van Stadshagen, Zwolle’s
nieuwste wijk in de Mastenbroekerpolder in zicht.
Het is 20
seconden over 4 als we terug zijn op het punt van vertrek.
De afgelegde
afstand is 470 km geworden en met in totaal ruim 19 uur is dat bijna 25
gemiddeld.
Het
fietsgemiddelde ligt op 29 per uur.
We zijn
onderweg erg weinig verkeerd gereden en mede dank zij de GPS van Klaas was het
vrij eenvoudig om de route te volgen.
We feliciteren
elkaar met het bereiken van het doel.
Gerrit
Wordt
vervolgd.
Verder naar Quest2005-02: http://www.geocities.com/gerinri/Quest2005-02.htm
Terug naar de Questpagina: http://www.geocities.com/gerinri/Quest.html
Terug naar deel 1: http://www.geocities.com/gerinri/Quest01.htm
Terug naar deel 2: http://www.geocities.com/gerinri/Quest02.htm