Lowlands 1000
(22 – 25 juni 2005)
Een toertocht van 1000 kilometer in 75 uur. Deelnemers
aan dit soort tochten (brevetten) worden Randonneurs genoemd, ook wel
Wereldfietsers.
Randonneurs nemen (en hebben) de tijd en zo kon het voorkomen
dat de eerste deelnemer al 4 uur voor de start op de inschrijfplek (bij mij
thuis) verscheen. Sybren Zandstra was op de fiets vanuit het Friese Buitenpost
naar Zwolle gefietst.
Kort daarna kwamen twee Zeeuwen (Rob Stricker en Perry
Stoel) aan. Vroeg vertrokken om eventueel fileleed het hoofd te bieden.
Daarna druppelden er regelmatig weer een of twee deelnemers
binnen.
Uiteindelijk staan op woensdagavond 22 juni 13 fietsers
klaar voor de eerste Lowlands1000. Een mooi aantal dat mijn verwachting
overtrof. Een gezellige en ontspannen sfeer voor de start was het gevolg.
Na de briefing volgde even na 21.00 uur de start en de 13
trokken richting de Veluwe. John
Zeilmaker zei al spoedig het peloton vaarwel en zette zich even
op een terrasje. Ook Cor van Leeuwen vond het tempo al snel te
hoog en ging solo verder.
In Nunspeet haakt Joop van Beek nog aan om ons tot in het Brabantse
te vergezellen.
En groupe gaat het de nacht in, waar het krachtsverschil
en de ambities net te ver uiteen blijken te liggen om de
groep bijeen te houden. De snelste 6 gaan vooruit en 6 anderen
formeren een tweede groep. Samen met (ook
Quest-rijder) Marcel Vriezekolk zit ik op het moment
van splitsing achteraan en zie geen kans aan te pikken bij de eerste groep,
hoewel dat tempo ons beter ligt. Als later er ruimte is,
verlaten wij de andere 4 en gaan getweeën verder. Omdat we
een paar keer wat te fanatiek met de achtervolging bezig zijn rijden we soms
verkeerd en het resultaat is dat we de eerste groep niet meer terug zien.
In Culemborg echter heeft Marcel een dusdanige hinder
van brandende voeten dat hij besluit de rit te laten voor wat
het is en gaat na een korte pauze terug naar Almere. Voor mij
betekent dat een solorit verder.
Ik kan de juiste uitvalsweg naar Leerdam niet vinden en
kom voor een extra lusje van een km of 10 via
Geldermalsen te staan. Even voor Gorinchem ben
ik terug op de route, maar in Gorinchem zelf gaat het helemaal
mis. Een zoektocht van zeker een half uur zorgt er voor dat
ik pas na het tweede groepje bij de controle langs de A27 bij
Dussen arriveer.
Na een korte pauze vertrek ik weer. Een uurtje later ben
ik bij het tweede groepje. Een kort overleg over de te volgen route volgt en daarna
ga ik, hen achterlatend, verder. Via het noorden van Noord-Brabant (het
Moerdijk gebied) en het Hellegatsplein gaat het naar de volgende controle op
het Zuid-Hollandse Goeree-Overflakkee.
Kort na vertrek van de eerste groep kom ik aan in Oude
Tonge, waar een uitsmijter het geweldig doet. We zijn nu op
het verste punt. Dit eerste keerpunt in de route
is tevens een keerpunt voor mij in de rit. We rijden na vertrek een km of 10
door Zeeland over de Grevelingendam. Hierna gaat het allemaal
niet zo soepel meer. Ik loop nog wel zoveel op de eerste groep
in dat ik ze in Dussen weer spreek, maar daarna gaat het tempo
er volledig uit. Het wordt snel warmer en zal uiteindelijk ruim 30 graden
worden. Volgens het KNMI was het in Gilze Rijen (en daar kwamen we dicht bij)
ruim 34 graden. De warmte en, ook bij mij, zere voeten doen hun werk.
Vaak moet ik onderweg even stoppen. De zon brandt
genadeloos op mij en in de Quest heb ik geen rijwind. Wanneer ik het shirt
uittrek en alleen in het zweethemd verder ga, is het nog te doen. Uiteindelijk
kom ik aan het eind van de middag in Oosterbeek aan voor de volgende controle.
Daar doet een kop koffie met schnaps goed werk.
Het gaat weer een stuk sneller. Boven op de Veluwe
komt er echter het een en ander in de ketting en met zwarte
handen leg ik de laatste 70 km af. De IJsseldijk van Deventer
naar Zwolle gaat prima. Ik weet, in tegenstelling tot meeste
andere deelnemers, dat deze bijna 40 km lang is.
10 kilometer voor Zwolle komen Michel Meerts en Cor ‘s
Gravenmade in Wapenveld van links aanrijden, terwijl ik daar net rechtsaf ga,
dezelfde weg op.
Ze zijn via Apeldoorn rechtstreeks naar Zwolle gegaan om
de rit te beëindigen. Even voor 19.00 uur arriveren wij halverwege.
Maarten Klijnstra en Henry van Vugt zijn dan al ongeveer
een uur binnen. Klaas Wijnsma, die ook in die groep zat, is
naar zijn woonadres gegaan in Deventer. Toon
Tanghe, ook uit de groep heeft het laatste stuk vanaf Arnhem per trein gedaan
en wil stoppen.
Maarten en Henry vertrekken rond 20.30 uur, vergezeld van
een redacteur van het blad Fiets voor de Noord-lus. Nog
480 kilometer.
Ik douche me en, geheel tegen de gewoonte in, besluit ik
om even een uiltje te knappen. Dit bevalt niet goed. Met het
gegeven dat het de volgende dag weer erg warm zal worden en dus
de voeten weer problemen zullen opleveren, besluit ik om te
stoppen.
Geleidelijk aan druppelen de deelnemers binnen. Toon
Tanghe, onze enige buitenlandse deelnemer, neemt
een goede nachtrust en stapt de volgende ochtend op de trein
richting België. Cor van Leeuwen gaat naar de camping voor de
overnachting en vervolgt de route de volgende ochtend richting
Ommen, maar keert om als het weer erg warm wordt.
Perry Stoel, Rob Stricker en Sybren Zandstra arriveren donderdagavond
rond 23.00 uur en gaan na een korte nachtrust de volgende
ochtend in alle vroegte op stap.
De volgende ochtend, het is inmiddels vrijdag de 24e,
arriveert Klaas Wijnsma in Zwolle op de controle voor
zijn tweede deel. Zijn aanvankelijke besluit om te
stoppen heeft hij ingetrokken en hij gaat, voorzien van een hoed
met brede randen, weer op pad.
Van John Zeilmaker is lang onbekend waar hij zit, maar
hij heeft overnacht in de buurt van Geldermalsen en is de 24e,
tegen de middag, gesignaleerd door Klaas op de IJsseldijk
richting Zwolle. Hij zit dicht tegen de maximale tijd aan die
hij mag gebruiken, maar John kennende weet hij dit precies.
Samenvattend kunnen we zeggen, nu de helft er op zit, dat
van de 13 deelnemers er nog 7 bezig zijn het brevet te
halen. Een uitval percentage van 46 % is voor een rit door het
vlakke Nederland erg hoog.
Het tweede deel.
Maarten en Henry, vergezeld van de redacteur van Fiets
zijn samen op pad. Ruim 8 uur later gevolgd door Sybren,
Rob en Perry. Weer een paar uur later volgt Klaas. Tegen de
middag, kort voor sluiting van de controle, is John Zeilmaker
halverwege. Vol goede moed vertrekt hij even later weer.
De warmte schijnt hem niet te deren.
Halverwege de middag staat plots Klaas Wijnsma weer op de
stoep. Materiaalpech aan het voorwiel zorgt er voor dat hij
niet fatsoenlijk verder kan fietsen. Ook fietsenmakers
kunnen/willen hem niet helpen. Vanuit Coevorden heeft
hij de trein terug genomen naar Zwolle.
Rond half zeven in de vroege avond komen Maarten en Henry
terug. Moe en voldaan en ruim voor de verwachtte
onweersbuien losbarsten. Hun eindtijd is 46 uur en 10 minuten. De redacteur van
Fiets die hen vergezelde heeft na een kleine 200 km moeten
afhaken. De inspanningen die hij de dag tevoren heeft moeten
leveren bij het Nederlands Kampioenschap voor
Journalisten (hij reed in zijn kampioenstrui!), waren toch
teveel geweest. Maar eens afwachten hoe het artikel
in de “Fiets” uitpakt.
Maarten pakt laatste trein terug naar Den Haag en Henry
neemt een korte nachtrust en als het eerste onweer hem in
de nacht wakker maakt, vertrekt hij weer per auto naar het
Brabantse.
Korte tijd later, het is dan half zeven in de ochtend,
komen Sybren, Rob en Perry na 57 en een half uur terug. Op
de laatste etappe zagen zij het onweer steeds naderen en na
de diepdonkere dijk Enkhuizen-Lelystad en gepuzzel in
Lelystad kwamen ze op de laatste 25 km toch nog in de regen
terecht. Gelukkig kwam de meeste regen toen ze al gearriveerd
waren. Na een nachtrust zijn ook zij weer huiswaarts gegaan.
John Zeilmaker belt dan vanuit de kop van Noord-Holland
dat hij nog steeds op schema zit. Uiteindelijk komt hij twee
uur voor sluiting van de controle (na 73 uur) op het eindpunt
aan. Van alle deelnemers oogt hij nog het meest
fris. Een uurtje later vertrekt hij met de laatste trein
naar Leeuwarden.
Al met al een geslaagd evenement, waar wel de nodige kinderziektes
inzitten. Of, en zo ja, wanneer, er een vervolg komt moet nog bekeken
worden.
De deelnemers waren, voor
zover ik dat kan beoordelen, overwegend positief.