29 en 30 maart 2008
De route is niet
veranderd ten opzichte van de route uit 2007, maar toch wil ik voor alle zekerheid
de puntjes nog op de i zetten. Dit resulteert uiteindelijk in een 20 tal kleine
mutaties in de route. Grotendeels kleine correcties, maar ook een klein stukje
andere route. Ook zijn er wat rotondes bijgekomen en dat moet ook goed op
papier komen. Al met al wel een nuttige rit.
Maar voor het
eenmaal zover is:
De officiële rit
start over 4 weken om 08.00 uur, dus een goede traditie volgend start ik ook op
die tijd. Een paar minuten na 8 uur in de ochtend vertrek is om eerst even naar
de ZBC hal en vanaf daar de route volgen. Bij de Vrolijkheid worden al
voorbereidingen getroffen voor de 58e Prestatietocht, een rit van
150 km achter voorrijders. Ik zie het inschrijfteam dat mij over een week ook
gaat helpen al naar binnen gaan en zwaai hen vriendelijk toe. Kort voor Wythmen
zie ik ook nog Wout Klink, die vorig jaar bij ons ook een paar brevetten heeft
meegefietst.
In Heeten is het
centrum opgebroken en kan ik nog net fietsend de zandvlakte die ontstaan is
oversteken.
Het gaat verder
redelijk vlot met een kruissnelheid van 33 a 34, iets langzamer dan verwacht.
Na Bathmen even een
plaspauze en niet al te lang daarna een verplichte pauze. Ik voel in een bocht
dat het sturen niet goed gaat en weer is er eens een band lek. Links voor
ditmaal. Een klein kwartier later fiets ik weer en duik de Achterhoek in.
Plaatsen rollen nu
voorbij als Laren, Lochem, Zwiep en Barchem.
Kort voor Borculo
nog een hachelijk moment als ik een ruiter (amazone op een paard) tegemoet kom.
Het fietspad is tweezijdig en niet al te breed met weinig uitwijkmogelijkheid.
Uit ervaring weet ik dat rijpaarden de meest risicovolle groep paarden zijn om
op hol te slaan. En ja hoor, als ik de combinatie tot op 20 a 30 meter ben
genaderd ziet het paard mij en begint te steigeren. De ruiter moet alle moeite
doen om het paard in bedwang te krijgen. Gelukkig is er een zijweg en al dan
niet bedoeld gaat de combinatie hier in. Als ik er voorbij ben kan ik zien dat
een 50 meter verder paard en ruiter tot rust komen.
Na 88 km passeer ik
Zwolle, een gehucht met een bekende naam en even later is na 96 km het eerste
controlepunt bereikt. De “Sevinks Mölle” in Winterswijk/Hilgelo is al open en
ik neem (natuurlijk) een koffie met appelpunt. Ook maak ik vast afspraken voor
de rit over 4 weken. Alles is accoord.
Na 20 minuten
vertrek ik weer en ga richting Duitsland. Op de weg naar de grens komt 1 grote
stroom van auto’s me tegemoet. In Duitsland zijn de winkels op zaterdag maar
beperkt open en vele Duitsers gaan dan in Nederland winkelen. Bij binnenkomst
van Oeding passeer ik de grens en aanschouw een file van 2 kilometer lang met
auto’s die ongetwijfeld bijna allemaal bestemming Nederland hebben.
Ik verlaat de
doorgaande weg nu en ga binnendoor richting Hohe Mark voor de eerste serieuze
klimmen. De eerste volgt al bij km 132 voor Gross Reken en telt 60 meter
hoogteverschil. Kort daarna de Granatsberg tussen Klein Reken en Lavesum. Een
helling in een drietal stukken verdeeld met weer 75 HM’s. Ik pauzeer een
kwartiertje en eet wat boterhammen. Het is per slot van rekening inmiddels al
middag. Naar beneden gaat het als een speer en ik zie 86.0 op de teller.
De controlepost voor
Haltern sla ik over en heb nu een relatief vlak stuk van zo’n 40 km te gaan
voor de heuvels beginnen.
Werne is een
behoorlijke stad en ik had een alternatieve route gevonden langs het centrum.
Het was dan wel goed opletten waar links en waar rechts. Vandaag maar eens de
doorgaande weg gevolgd dat viel eigenlijk best mee. Weinig verkeerslichten en
je komt vanzelf weer op de oorspronkelijke route terecht. Die houden we er dus
in.
Meteen daarna gaat
het mis want ik vergeet om links af te gaan na binnenkomst van Bergkamen en
blijf de weg volgen. Na een paar kilometer mis ik het feit dat ik over de
snelweg moet en met de routebeschrijving in de hand concludeer ik dat ik
verkeerd zit. Overigens zag ik de weg naar Pelkum naar links gaan terwijl ik
die naar rechts had verwacht. Draaien dus en op de borden naar Pelkum. Gelukkig
kom ik vanzelf weer op de route terecht. En dat is maar goed ook, want ik
herinner me dat we vorig jaar hier met de auto gigantisch verdwaald zijn.
In Lünern begint de
eerste stevige klim en ik pauzeer even. Er volgt hierna continu klimwerk met
afdalingen die ook de nodige aandacht eisen. De top ligt hier aan de noordkant
van de Ruhr op 240 meter. Straks aan de zuidkant gaat het tot 255 meter, maar
daar is de klim geleidelijker. Eerst neem ik nog een pauze bij het bekende
tankstation in Menden. Het is wat stedelijk gebied tot aan Lendringsen, maar
daarna een mooie helling naar Neheim-Husten. Daarna nog een 10-tal km naar de
controle in Arnsberg.
Na Arnsberg pleeg ik
een telefoontje naar huis. Een nieuwe telefoon en ik moet het nummer dus
intoetsen. Het is inmiddels al donker geworden en dat werkt niet mee. Nadat ik
er achter ben dat je vanuit Duitsland 0031 moet gebruiken en niet 1931 (zoals
ik meer gewend ben in Frankrijk) krijg ik contact met het thuisfront. Ze staan
op het punt om uit eten te gaan. Nou ja, ik eet ook buiten de deur.
De eerste lange
helling volgt en ik kruip omhoog met 7 tot 10 km/uur. Af en toe even een kort
stopje en na een uur ben ik boven op 500 meter hoogte.
Af en toe ligt er
een flard sneeuw in de berm, maar niet de tientallen centimeters die de diverse
wintersportsites gisteren nog aangaven. Ik vind het wel best.
De afdaling gaat
voorzichtig. Het is aardedonker. Er zijn niet veel wolken, weinig strooilicht
en de maan zal pas in het tweede deel van de nacht laag boven de horizon te
zien zijn. Er zijn hier veel bochten.
Ik daal in etappes
naar Berge, waar ik bij een bank even wat geld pin. Na Berge weer een flinke
helling. Van Wallen naar Voswinkel is een lekkere afdaling en het is goed
overzichtelijk en nagenoeg recht. Ik passeer de bebouwde kom van Wallen dan ook
met circa 80 km per uur.
Na Calle is er weer
een helling, gevolgd door een afdaling die steeds steiler wordt. Vorig jaar
haalde ik hier de hoogste snelheid van de dag met 106,8, maar toen was het nog
licht. Ik zie twee auto’s achter mij en die gaan er niet voorbij. Dat levert
extra licht op en ik zet even aan, maar laat de zwaartekracht de rest doen. Op
het steilste stuk passeert de ene auto mij (een Porsche) en de andere zie ik
langzaam achterblijven. Het gaat hard, maar ik kan met geen mogelijkheid zeggen
hoe hard. Onderaan is een bocht en ik zie de auto voor mij op tijd remmen en ik
rem vrijwel net zo snel.
Nu rechtsaf naar
Meschede een kleine heuvel over. In Meschede kan ik mijn teller raadplegen en
zie verbaasd dat de hoogste snelheid op 106,3 staat. Dat is bijna net zo snel
als vorig jaar. Volgens de teller was dat op een afdaling van 7,1%.
Na Meschede volg ik
de Ruhr geleidelijk aan wat omhoog tot Nuttlar voor de tweede lange helling. Ik
neem weer een pauze van een kwartiertje voor ik aan de helling begin. Er is
sinds vorig jaar een fietspad aan de linkerkant gekomen met goed wegdek. Wel
wat hinderlijk is, is dat het fietspad smal is en (de weinige) tegemoetkomende
auto’s je redelijk verblinden. Dat heeft gevolgen als ik een zijweg passeer.
Als ik de zijweg voorbij
ben zie ik niet waar de weg is, maar ga gewoon rechtdoor, aan de goede kant
langs een lantarenpaal. Tot ik plots een halve meter lager op de kant lig.
Verbouwereerd kruip
ik uit de Quest. Klim daarna uit een greppel en realiseer wat er gebeurd is.
Kennelijk was het fietspad ten einde en heb ik dat gemist door de lichten van
de auto. Ik trek de Quest uit de greppel en inspecteer of alles nog werkt. Dat
lijkt zo te zijn en ook de beschadigingen vallen mee. Wel zijn er weer wat krassen
bijgekomen en is aan de achterkant wat lak weg. De spullen uit de Quest moet ik
ook opzoeken want verscheidene dingen zijn er uit gevallen.
Een kwartiertje
later fiets ik weer langzaam de helling op. Een half uur later ben ik boven.
Het dak van de rit is op 528 meter hoogte bereikt. In de bossen om me heen zie
ik nog veel sneeuwresten, maar de weg is prima. Ik zet weer aan voor een lange
afdaling. De motivatie om echt hard te gaan is er niet en de kou doet wat zeer
aan mijn voorhoofd. Hierdoor blijft de top steken op “slechts” 94,6 km/uur. Na
10 minuten vrije val volgt de laatste echte helling in Rüthen. Daarna is het
wel golvend, maar tot de controle in Oelde toch meer dalend.
Om 1:40 ben ik in
Oelde en neem een flinke maaltijd van een saucijzenbroodje met knakworst, een
broodje met stuk gehakt en twee koppen koffie. Het is er net een café. Er zijn
circa 10 mensen aanwezig in het tankstation en geen van allen is er alleen maar
om het tanken af te rekenen.
Ik blijf ruim 3
kwartier in het tankstation voor ik weer vertrek. De plaatsen liggen vrij ver
uit elkaar, zo rond de 8 kilometer, maar de weg is een goed lopende doorgaande
weg en anderhalf uur later ben ik in de voorsteden van Munster.
Hier wordt de
verlichting van de fiets toch duidelijk minder en ik vervang de ene batterij
door de andere. Althans, dat denk ik. In feite haal ik de draden door elkaar en
sluit ik de bijna lege weer aan. Zolang er voldoende verlichting is langs de
weg valt dat niet echt op, maar in een donker stuk zie ik bijna niets. Eerst
vermoed ik dat de batterij kapot is, maar uit een controle blijkt dat alles
toch goed werkt. Alleen weer de draden wisselen. Ik neem nog maar een korte
pauze voor ik aan de volgende etappe begin.
Rondom Havixbeck en
Billerbeck is het nog wat heuvelachtig en langzaam wordt het weer licht. Een snelle
berekening leert dat ik langer over de rit doe dan gedacht. Ik ging uit van een
schema van 25 uur, maar dat zal minimaal 27 uur worden, zodat ik, met het uur
tijdsverschil vanwege de ingang van de zomertijd, niet voor de middag terug zal
zijn. Fietsen in het donker gaat niet zo snel als bij daglicht. Zeker op
bochtige stukken ga je langzamer, je stopt wat eerder met trappen en gaat
minder hard door de bocht. Afdalen gaat veel langzamer. Waar je overdag vaak
meetrapt op een afdaling, laat je je in het donker vaak naar beneden rollen.
Daarnaast telt de
afstand mee en is het zeker niet zomers warm.
Het eten in Oelde
heeft me goed gedaan en ik schiet sneller op dan voor die stop.
Om kwart over 8
(nieuwe tijd) passeer ik de grens weer met Nederland. Op een paar 100 meter na
heb ik precies 400 km in Duitsland gefietst. Het is nu nog ruim 90 km naar
huis.
In Haaksbergen heb
ik nog een akkefietje met een autobestuurder. Kennelijk vindt hij het nodig om
mij terecht te wijzen omdat ik op de hoofdweg fiets. Ik zie hem gebaren maken
om naar het fietspad te gaan en ik maak een gebaar terug dat ik rechtdoor blijf
gaan. Hij wordt boos en bij een vluchtheuvel stopt hij en stapt uit.
Hij roept van alles
wat ik niet goed versta. Het zal ongetwijfeld iets zijn in de trant van dat hij
het gevaarlijk vindt wat ik doe, dat de kans op ongelukken erg groot is, dat ik
in overtreding ben en dat ik daar dan verantwoordelijk voor ben.
Kennelijk weet hij
niet dat hij juist raar bezig is door zomaar midden op straat stil te gaan
staan en ik fiets hem dan ook vrolijk zwaaiend voorbij. Hem nagevend dat hij
het wegenverkeersreglement maar eens moet raadplegen.
Ik ga verder via Beckum
naar Hengelo.
In het westen zie ik
de bewolking dikker en grijzer worden. Het zal de verwachte regen zijn die
komen gaat. Ik hoop dat het nog een tijdje droog blijft.
De controleplek in
Hengelo sla ik maar weer over. Het is nog rustig op straat en ik kan goed
doorfietsen. Ik zie voor Delden een groep racefietsers met behoorlijke snelheid
voor me uit fietsen en zet de achtervolging in. Langzaam loop ik in en net als
ik ze voorbij wil en kan gaan slaan ze voor Azelo links af.
Als ik op de
Rijsserberg ben neem ik wel een pauze. Het is vanaf hier nog ongeveer 50
kilometer en dat moet in een ruk gedaan kunnen worden.
Ondertussen heb ik
al besloten om niet over de Holterberg te gaan. Het is zelfkwelling om het wel
te doen en de noodzaak ontbreekt. Ik ken daar ieder weggetje en de route staat
goed op papier. Om toch de benodigde kilometers te maken (ik wil minimaal boven
de 600 komen), ga ik achter Holten via binnenwegen richting Haarle en
Schoonheeten.
De consequentie is
dan wel dat ik door Raalte moet. Misschien is de route daar wel beter geworden.
Deze was altijd veel klinkers en weinig voorrang. Als ik er ben blijkt het zelfs
nog minder dan het al was. Bochten en smalle fietspaden; klinkerwegen, een
opgebroken brug met omleiding en geen richtingaanwijzingen. Allemaal erg
fietsonvriendelijk.
Na Raalte wordt de
lucht wel erg dreigend en als ik bij Heino ben voel ik de eerste spetters
vallen. Een paar kilometer later bij “Den Alerdinck” regent het echt en als ik
eenmaal voorbij Laag Zuthem kan ik niet anders dan het schuimdeksel te
gebruiken om niet nog natter te worden. Jammer, want op een enkele druppel op
zaterdagmiddag na is het droog geweest.
Ik red het net niet
om voor 12 uur thuis te zijn, maar dat is meer het probleem van de zomertijd.
Op mijn horloge is het nog maar net 11 uur geweest. In een totaaltijd van 27
uur heb ik 608 kilometer gefietst. Ruim 2200 hoogtemeters en een fietstijd van
22 uur 42 minuten (26,8 gemiddeld/uur).
Eerst maar douchen
en een paar uurtje slapen. Daarna de mutaties in de route verder uitwerken.