| Hoofdstuk 6 Pagina 2 |
| Naast de specifieke factoren die alleen in de bergen een rol spelen bij de verspreiding van plantensoorten, zijn er algemene invloeden die overal gelden, zoals de hoogte, het klimaat en de grondsoort. Gresse ligt op 1200 meter, terwijl het hoogste punt de Grand Veymont is met 2341 meter. Het grootste deel van het gebied ligt dan ook in het hooggebergte, dat immers op 1500 meter begint. De bodem bestaat uit kalk. Dat heeft een sterke invloed op de soortensamenstelling. In het hooggebergte vinden we plantensoorten die �f alleen op kalk �f alleen op kristallijn gesteente voorkomen. De laatste groep is in de Vercors afwezig. Het aantal kalkminnende soorten is hoger dan het aantal kalkvliedende. Dat is ��n van de redenen dat een kalkgebied meestal een rijkere flora heeft dan een streek met kristallijn gesteente. In een kalkgebied zakt het water gemakkelijk en snel weg. Daardoor is oppervlakkig wegstromend water in zo'n gebied geen algemeen verschijnsel. De Vercors is hierop enigszins een uitzondering. Er komen hier, hoewel het een kalkgebied is, enkele lagen voor die het water niet zo gemakkelijk doorlaten. Waar zo�n laag in een helling bloot komt, treedt water uit. Op zulke plaatsen vinden we nogal eens mooie kwelmoerasjes. Al met al vinden we in de Vercors een grote verscheidenheid van factoren die positief op de rijkdom van de vegetatie uitwerken. Het is dan ook ��n van de rijke Europese plantengebieden. In het Parc Naturel R�gional du Vercors komen 2200 plantensoorten voor. Even voor de vergelijking: in Nederland groeien ruim 1300 plantensoorten. De kalkmoerasjes Zoals gezegd zijn grote moerassen en wild stromende rivieren geen kenmerkende verschijnselen voor een kalkgebied. Waar een moeilijk doorlatende laag dagzoomt, treedt water naar buiten en kan een kalkmoerasje ontstaan. Doordat het water toch weer gemakkelijk in de kalkbodem wegzakt, zijn deze kalkmoerasjes meestal klein van afmeting. |
| Het moerasje zet zich min of meer voort langs de geasfalteerde weg die van Gresse omhoog gaat naar de parkeerplaats. Aan de oostelijke kant van de weg vindt men in de berm talrijke planten die kenmerkend zijn voor dit soort moerasjes. Gymnadenia conopsea, de Grote Muggenorchis, profiteert hier heel duidelijk van de constante toevoer van vocht. Hij groeit hier veel en in grote exemplaren. In de zomer kun je hier volop Parnassia palustris vinden. Een plant die in Nederland kenmerkend is voor jonge duinvalleien. Hier staat hij ook op vochtige plaatsen. Op een enkele plaats vlak naast de weg vind je Pinguicula leptoceras, dat is een grootbloemige vetbladsoort die in Nederland niet voorkomt; het is een uitgesproken alpiene soort. Ook bij deze soort kun je zien, dat de invloed van het water zich beperkt tot een kleine plek: het vetblad beslaat slechts enkele vierkante meters. Daarbuiten is het water reeds weggezakt en wordt het dus te droog. Als je daar zin in hebt kun je die moerasjes eens goed onderzoeken op zeggensoorten. Je vindt daar allerlei voor Nederland zeldzame soorten, die hier in overvloed voorkomen. |
| TIP Een fraai moerasje ligt bij de Pas de Serpaton. Als je na de parkeerplaats het hek doorgaat en daarna links naar beneden in een soort kom afdaalt, dan ben je er. Het is een punt waar een klein beekje ontspringt, dat overigens verderop in de helling min of meer verdwijnt. Het is ��n van de rijkste groeiplaatsen van Dactylorhiza majalis uit de omgeving van Gresse. Deze donkere orchidee met brede en forse bladen omzoomt hier het stroompje. Als je even verder zoekt, vind je ook Valeriana dioica, een soort die in het Nederlands Kleine valeriaan heet en in ons land kenmerkend is voor laagveengebieden en beekdalen. Eriophorum latifolium is eveneens in Nederland te vinden, maar daar is deze soort erg zeldzaam geworden, wat samenhangt met de zeldzaamheid en de geringe kwaliteit van kalkmoerassen in Nederland. In Gresse en omgeving kan men dit soort wollegras in kalkmoerassen regelmatig tegenkomen. |
| TIP Een ander interessant moeras ligt achter de camping. Je gaat daarvoor de toegangsweg naar de camping op. Bij de ingang houd je links aan langs de draad. Je hebt dan al gauw het moeras aan je rechterhand waar veel Moerasspirea staat. Dit is het meest voedselrijke deel. Als je iets verder doorloopt en je het eerste paadje naar rechts neemt, dan heb je links het mooiste stuk dat voedselarmer is. Het meest opvallend hier is de grote hoeveelheid Spaanse ruiter die er staat. Ook in Nederland is dit een plant die onder invloed van kalkrijk kwelwater goed gedijt. Zodra de kweldruk wegvalt, krijgt deze soort het moeilijk. Gezien de grote hoeveelheid water die hier naar boven komt, zal dit hier niet gauw gebeuren. Ook hier is Parnassia palustris een opvallende soort. Daarnaast is het een goede groeiplaats van Blauwe knoop. In dit moerasje broeden ook 5-10 paar Paapjes. Die voeden zich met de kleine insecten die op de hoge kruiden voorkomen. Ze gebruiken deze ook als uitzichtspost. Begin juni vliegen de jongen uit, waarna die overal in het gebied te zien zijn. |
| TIP Voor Epipactis palustris (Moeraswespenorchis) moet je naar een klein moerasje in de buurt van Les Deux. Je bereikt dat door in Les Deux niet de geasfalteerde weg naar de Col des Deux te blijven volgen, maar linksaf te slaan naar Arche (dat staat op de gevel van een huis aangegeven). Als je dit pad blijft volgen in de richting van de Pas de Berri�ves, zie je ze vanzelf. Let er wel even op dat deze orchis pas laat in de zomer bloeit. |