| Hoofdstuk 2 Pagina 5 |
| TIP Een nog veel grotere doline met een doorsnede van vele honderden meters vind je ten zuiden van Corren�on-en-Vercors. Vanaf dit punt loopt een GR-route over de Hauts Plateaux naar het zuiden. Als je die enkele uren vervolgt, kom je bij Darbonousse. De Alpenweide die je tussen het bos ziet, is in feite ��n grote doline. Die doline is zo groot dat ze als weidegrond in gebruik is voor schapen. Hier zien we overigens nog een klimatologisch fenomeen dat verbonden is aan grote en diepe dolines. Aangezien koude lucht zwaarder is dan warme, zal in een grote en diepe doline de koude lucht altijd naar de put van de doline zakken. Als je werkelijk lage temperaturen wilt meten, moet je op een nacht met weinig wind maar eens in de put gaan meten. Je zult versteld staan van je thermometer. In Darbonousse kun je dit ook zien. Rondom de doline staan naaldbomen (Pinus uncinata). De bomen boven aan de rand zijn net zo groot als de bomen verderop in het bos. Maar er groeien ook enkele bomen verspreid naar beneden de doline in. Door de lage temperaturen hebben die het zwaar te verduren; verder naar beneden worden ze dan ook steeds kleiner. |
| Hoe werken al de hiervoor genoemde abiotische factoren nu uit op planten en dieren? Op planten is de invloed het gemakkelijkst waarneembaar. Zo bestaan er soorten die de voorkeur geven aan de zure bodems van kristallijne gesteente; maar er zijn ook soorten die de voorkeur geven aan kalk. De laatste groep is groter dan de eerste. Bovendien kunnen door specifieke omstandigheden in een kalkgebied wel enigszins zure milieus ontstaan, waar kalkvliedende planten zonder problemen kunnen groeien. Maar het komt nauwelijks voor dat in een kristallijn gebied kalkrijke milieus ontstaan. Mede hierdoor is de Vercors een zeer rijk plantengebied. Zo komen er op ongeveer 1700 km2 ruim 2200 hogere plantensoorten voor. Als men zich realiseert dat Nederland met ongeveer 40.000 km2 en een veel grotere verscheidenheid aan habitats ongeveer 1350 soorten heeft, dan wordt wel duidelijk hoe rijk de Vercors is. Zoals gezegd kunnen kalkmijdende soorten ook in de Vercors voorkomen. Op sommige plaatsen is een soort mini-milieu ontstaan dat afwijkt van de kalkachtige omgeving. |
| TIP Een typisch voorbeeld vind je in de bossen ten zuiden van de weg naar La Ville. Als je van La Ville door het bos naar de Col de l'Allismas loopt, zie je dat het bos vochtig is door allerlei bronnetjes. Op een aantal plaatsen vind je flinke groei van mossen. Deze mossen ondergaan weinig invloed van de kalkachtige ondergrond. Hier heb je ook een mini-milieu dat enigszins zuur is en waar planten staan die min of meer kalkmijdend zijn. |
| Een heel speciaal voorbeeld is Dactylorhiza sambucina, de Vlierorchis. Het is geen orchidee die je overal vindt, maar ze staan met miljoenen in de Vercors. Je vindt ze uitsluitend op gronden waar de invloed van de kalk gering is. Het is een vroeg bloeiende orchidee (begin mei) die je volop onder de Pas de Serpaton vindt, maar de rijkste vindplaatsen vind je aan de andere kant van de kam in open naaldbossen, waar de naalden voor een lichte verzuring van de bodem zorgen. Omdat het water in kalkgebieden gemakkelijk wegzakt, zul je er niet zo gemakkelijk moerassige plekken vinden. Plaatsen waar het water stagneert en veenvorming optreedt, zijn al helemaal zeldzaam in kalkgebergtes. Veenvormige toestanden met stagnerend water ken ik niet in de Vercors. Wel is er een aantal plaatsen waar water naar buiten komt en mooie vochtminnende vegetaties te vinden zijn. |
| TIP De mooiste plekken vind je als je bij Chauplane links aanhoudt en in het valleitje onder de Sommet Longue naar boven gaat. Hier zijn prachtige bronnetjes. Daarnaast is het reeds genoemde bos onder de Col de l'Allismas de moeite waard. Als je naar de Pas de Serpaton naar boven gaat en je hebt net het hek achter de parkeerplaats gehad, dan heb je links een valleitje met een prachtige moerasbegroeiing. Je vindt hier bijvoorbeeld massaal Gentiana bavarica en Dactylorhiza majalis. |
| TIP Misschien is het mooiste voorbeeld van een moerasbegroeiing te vinden op de lage grashellingen vlak boven Autrans in het noorden van de Vercors. Als je daar in begin mei komt vindt je massaal Trollius europaeus, Dactylorhiza majalis en Geum urbanum. Uitgesproken bronnetjes zul je niet veel vinden, het gaat meer om kwelwater dat op hellingen naar buiten treedt. Het beste is om goed op de topografische kaart te kijken. De meeste van deze bronnetjes staan op deze kaart aangegeven. Veel succes en doe je ogen open! |