Huwelijks-wereldreis |
| ( 16 okt - 31 okt 2000 ) | [ pagina 1 | 2 | 3 | 4 | 5 ] |
Rond 5 uur al opgestaan. We hadden de dag ervoor ons ontbijt rond half zes al besteld en we gingen ontbijten. We kregen een lunchpakket voor maar 1 persoon i.p.v. voor 2 personen. Pascal zei dat we het maar zo gingen laten, en dan maar een beetje op rantsoen moesten leven die dag.
We kwamen aan de grote weg rond 6 uur en hielden matatu’s tegen of probeerden toch. Ze zaten allemaal al stampvol en dit was natuurlijk een probleem omdat we rond half zeven al in Mombasa hadden afgesproken op de boot. Ineens kwam er een wagen van ons hotel gereden en we hielden hem tegen. We vroegen of we mee konden rijden, maar hij stelde een te hoge prijs voor. Na veel afdingen heeft hij ons toch meegepakt en uiteindelijk bleek dat hij oorspronkelijk een taxichauffeur was en dat het daarom duurder was. Maar hij kon natuurlijk veel zeggen, hé.Hij reed ons tot helemaal voor de boot door heel smalle straatjes en ik had toch een beetje schrik, want hij reed nogal bruut. Eens aangekomen, was iedereen al goed in de weer van en naar de vrachtboot om nog vanalles op te laden. Wij mochten al direct op een kleine sloep die nat was en waar vanonder gaten in waren. Er was een neger heel de tijd met een emmer het water uit de boot aan het scheppen. Ik dacht, dat begint hier al goed! Het was eigenlijk maar voor een paar meter tot aan de grote boot, want de loper over het water, lag er niet meer.
De dag ervoor lag er een loopbrug, maar die hadden ze al op wal getrokken. Vandaag moesten we dus prutsen met een klein zinkend bootje. Daarna moesten we nog eerst over een andere boot stappen tot aan onze boot. Iedereen was ons natuurlijk in het oog aan het houden. Ik had er eerst mijn gedacht van en dacht waar ik nu toch aan begonnen was.
Uiteindelijk hebben we ons dan geïnstalleerd op de boot. Er was een kleine ruimte onder de boot waar we droog en uit de wind zaten. Het ging wel niet regenen, maar dit zag ons er gezellig uit. Het lag ook een beetje uit het zicht van al die negers die mee vaarden. De voorraad dat ze mee hadden, waren matrassen, dat ons geluk bracht omdat we dan zacht zaten en lagen voor toch een tijd van 24 uren. De kapitein was er nog niet omdat die ook nog papieren in orde moest maken en dit duurde voor mijn part al veel te lang. Ondertussen waren de negers nog een andere soort reddingssloepje uit het water op de boot aan het trekken en dit was al een hele opdracht om die bezig te zien. Met roepen en tieren werd dit gedaan en ik vond het wel grappig. We hebben er dan ook een foto van getrokken.
Om 9 uur eindelijk vertrokken! We vaarden uit de oude haven en zagen nu het fort vanuit de havengeul. We vaarden heel de tijd langs de kust ten zuiden van Mombasa. Ik ging in het midden van de boot zitten op mijn strandlaken en genoot van de zon. Het was lekker warm, maar ik durfde niet in mijn short gaan zitten omdat iedereen mij altijd bezig zag. Er waren wel 20 negers die ook op de boot meevaarden.
Het zicht op Mombasa ging steeds verder weg, maar we bleven langs de kust varen. Af en toe aten we een beetje van ons lunchpakket dat zeer miniem was, maar we kregen ook eten van de kapitein. Het was niet lekker, maar we hadden niet veel keus, anders gingen we zeker honger hebben. Het bord lag vol met rijst, saus, een soort brokkenvlees met veel komijn-kruid, wat we eigenlijk al beu gegeten waren.
De zon scheen fel en ik was in mijn gezicht aan het verbranden, het voelde heel opgespannen aan. Door het lange varen, kreeg ik een misselijk gevoel, zeeziek, zoals ze zeggen. Ik hield mij een beetje stiller op dezelfde plaats, maar ik moest naar het toilet. Daardoor ben ik nog zieker geworden van het over en weerlopen. Ik kreeg een citroen aangeboden waar ik in moest bijten. Het was een truckje dat alle zeelieden toepassen om het gevoel van zeeziek te laten voorbij gaan. Het hielp bij mij ook wel, maar na een tijdje verergerde het toch terug. Ik kreeg weer een citroen, en na de eerste beet, gaf ik alles over. Met dit overgeven voelde ik me al veel beter en was ik er vanaf. Ondertussen was het al donker geworden en ik had met dat ziek zijn nog eens niet gezien dat er een mooie zonsondergang was geweest. We zagen als we overboord hingen, zeealgen die glinsterden en dit was mooi in het donker.
Rond 8 uur gingen we onder ons afdak in onze slaapzak al slapen. Het was toch tamelijk comfortabel en dit met de dieselmotor naast onze oren die zeer veel lawaai maaktte. Uiteindelijk toch goed geslapen.
Opgestaan rond 8 uur om dan eigenlijk weer te liggen en te zitten, want wat kan je anders doen op een boot. Opeens zagen we wel 20 dolfijnen naast onze boot zwemmen en iedereen was dan ook ineens wakker. Het zijn schattige diertjes en ze weten dat ze bekeken worden doordat ze precies heel de tijd ronddraaien en willen spelen. Maar opeens zijn ze dan ook weer weg. Ze hadden tegen ons gezegd dat we rond de middag op het eiland Zanzibar wel gingen aankomen, maar dit was niet het geval. We hadden het wel in zicht rond die tijd, maar het duurde nog 3 uur eer we eindelijk aan wal gingen en dit was te danken aan de enorme tegenstroom in de zee. We gingen dus heel traag vooruit. Als we er dan uiteindelijk bijna waren, wilden die mannen op de boot een klein vissersbootje aanhouden en daar vis van afkopen. Al goed dat het niet gelukt is vanwege een te dure verkoopprijs van het bootje.
De kust van Zanzibar was in ieder geval al de moeite om van op afstand te zien. Met heel witte zandstranden en felblauwe zee. Om 3 uur in de namiddag eindelijk aangekomen in Zanzibar na 32 uren op die boot te zitten. Ik had dus ook al 17 uren niet naar het toilet geweest omdat ik schrik had om terug ziek te worden. Dit was een record voor mij, zei Pascal!
Het was daar precies een broeikast, zo warm, wel 50° in de zon denken we. Ik voelde mij op dat moment wel geroosterd van 2 dagen in de zon met steeds die wind te zitten. We waren wel goed gebruind in ons gezicht en armen.
Eens op het vaste eiland, moesten we nog naar de douane gaan met onze pasports en nog een visum kopen. Het was zeer duur en we wilden eerst niet, maar omdat die vent zo kwaad werd en ons geen transitvisum wilde geven, kochten we toch maar een visum van 40 dollar de man voor eigenlijk maar twee dagen dat we op dit eiland gingen zijn.
Daarna zochten we een hotelleke (guest house), maar met 2 zeer lastige mannekes achter ons die ons heel de tijd volgden. Eindelijk het “haven guest house” gevonden en die mannekes van ons afgeschud door te roepen “go away!”. Het was een fatsoenlijk en proper hotelleke met zelfs een muskietennet op onze kamer. We moesten wel gezamelijk een douche en toilet delen. We stapten direct in de douche, want we waren verschrikkelijk vuil van 2 dagen op die boot te zitten. Ons dan zeer goed ingesmeerd met after-sun om ons huid een beetje te laten afkoelen van die felle zon.
‘s Avonds gingen we op zoek door de kleine straatjes die best gezellig waren, naar een restaurant waar we met visa konden betalen, want al onze dollars waren opgegaan aan dat stomme visum te kopen. En de banken waren al gesloten om nog traverller cheques te kunnen wisselen. We kwamen langs een soort kaai waar het “African-house” was. We hadden dit in de lonely-planet boek gelezen dat je van hieruit een prachtige zonsondergang kon zien, maar we waren juist te laat. Chinees restaurant gevonden met visa.
Zeer lekker gegeten: *krabsoep - *rijst met ei(groot) - *een Hot chicken voor Pascal en een visschotel voor mij - *twee liter water.
Nog nooit zo vlug alles opgegeten en gedronken, want we hadden vreselijke honger geleden. We voelde ons een beetje de Robinson-figuren die zonder eten hadden geweest voor 2 dagen. Daarna zijn we direct gaan slapen, want we waren zeer moe.
Zeer goed geslapen op 2 uren na, ’s nachts nog gebabbeld. Lekker ontbijt gekregen met pannekoek, eieren, keuze tussen thee, melk en koffie, eerst ananassap en 2 bananen. Het was al een goede start qua eten. Onze rugzak achter slot gezet en ons klaargemaakt voor vertrek naar paradijsstrand. We gingen eerst naar de bank om onze travellercheques om te wisselen in Tanzaniaans geld en ook wat dollars. De dollars kregen we niet, alleen het andere geld. Heeft 20 minuten geduurd om te wisselen, gelukkig had ik ondertussen al aangeschoven in de tweede rij om met het bewijs het geld te krijgen.We gingen tot aan de haven om tickets te kopen voor de nachtboot (ferry) naar Tanzania. We kregen natuurlijk eerst weer andere mogelijkheden om de tickets te kopen van die opdringerige negers, maar deden het uiteindelijk niet en kochten het gewoon aan een loket. Misschien iets duurder maar wel zekerder van de echtheid. De neger die nog steeds bij ons stond, hebben we dan gevraagd om ons naar een klein busje te brengen die ons naar het strand “Nungwi” bracht. We konden ook een taxi pakken met anderen maar die kwamen niet, dus toch op het busje. We mochten dan wel vanvoor zitten naast de chauffeur op aanvraag van die neger omdat we hem geld hadden gegeven. Toch vriendelijk!
Het busje deed er twee uren over, maar het was wel de moeite om rond te zien. Het eiland staat vol palmbomen en is zeer groen. Op het einde was de weg slechter en vol putten. Uiteindelijk werden we afgezet aan “paradise beach”. Het was echt prachtig zoals in de boekskes met prachtige witte, kleine stranden en azuurblauw water. Ook de barrekes waren prachtig gemaakt en vlak aan het strand.
Een plekje op het strand gekozen waar we helemaal alleen zaten, alleen kwam er een negertje langs met kokosnoot, die we gekocht hebben. Het was echt een tropisch moment en de kokosnoot was lekker. We voelden ons in ons nopjes op dat tropisch strand en wilden er voor eeuwig blijven. Het was voor mij de eerste keer dat ik op zo’n prachtig strand zat en dit dan nog met mijn allerliefste schatteke. We verbleven er van 13 tot 16 uur en genoten van de zee en trokken een heleboel foto’s en wandelden wat. Om 16 uur gaan eten in barreke-restaurant met zeezicht. De stoelen waren van houten stokken gemaakt met koeievel overtrokken om op te zitten en tegen te leunen. Het was zeer origineel gemaakt.
Daar lekkere vis gegeten met frietjes en een salaatje. Het was ongelooflijk lekker en we dronken er bier bij. We genoten van de laatste blik op het prachtige strand, maar we moesten terug. Gewandeld via plaatselijk dorpje naar een buske. We hielden een voorbijrijdend buske tegen waar nog niemand opzat. Hij pikte ons op tegen een bepaald bedrag en reed in volle vaart – eigenlijk iets te vlug voor mij - naar “Stone town Zanzibar”. Op 1 uur stonden we wel terug vlak aan ons hotel. Onderweg liepen duizenden kinderen met hetzelfde uniform aan die juist van de school kwamen. Het was mooi om te zien, maar kon er geen foto van trekken, omdat de chauffeur te vlug reed.
Ons daarna gedoucht en nog naar “baobab-tree-crèmerie” te wandelen waar je dus een ijsje kan eten onder een echte afrikaanse baobab-boom. Het was juist gesloten, dus dan maar iets drinken in het afrika-house. Hier hebben we, om onze tijd af te wachten op de boot, goed gebabbeld over onze plannen om een wereldreis te doen. We dronken lekker bier en waren een beetje aangeschoten.
Uiteindelijk gingen we naar de haven en zochten onze ferry. Er waren er verschillende en het was er een menigte van mensen die overal stonden aan te schuiven. Die van ons was de “flying horse”. We kregen VIP-plaatsen beneden in de boot omdat we blanken waren. Het was er goed om te zitten en ook wat te slapen. Er was wel airco maar die viel nog mee. We dachten dat we alleen waren, maar met nog wat te wandelen aan dek, zagen we een grote groep Engelsen naar de ferry komen. We wisten dat die ook die VIP-plaatsen gingen krijgen en gingen vlug terug om nog een goede plaats te hebben beneden. We kregen allemaal direct matrassen die ze uit kasten haalden en iedereen installeerde zich op de grond. Wij haalden onze slaapzakken uit om een beetje comfortabeler te liggen. Pascal kocht nog een cola en cake erbij en dit was ons avondmaal.
We vertrokken stipt op tijd om 10 uur, maar tot onze verbazing bleven we midden in de haven nog dobberen tot 2 uur ’s nachts. Uiteindelijk vertrokken we en om 6 uur stipt kwamen we in Tanzania aan. De engelsen waren direct weg en wij waren de laatsten die uit de boot stapten met nog een slaapkop. Ik had tamelijk goed geslapen en had geen last gehad van zeeziekte.
Eens op het havengebied, doorgelopen op het vasteland naar taxi- of busplaats. Geen gevonden en ondertussen weeral lastige negerkes die ons iets wilden verkopen of een taxi aanbieden. Ze zeiden dat we 10 km verderop de bus moesten nemen. We geloofden hen en gingen na lang afbieden mee in een taxi. De stad zelf was zeer vuil en we zagen ook krottenwijken. Aan het busstation stonden 100-den bussen te wachten en te stinken. Ze reden naar alle steden van de afrikaanse kust en het binnenland in de buurt.Onze bus was er nog niet, maar moesten al wel betalen: 600 fr de man (veel te duur eigenlijk). Tussen 8 en 9 uur was de bus er. Eerst hadden we nog een drankje en een soort van pannekoek gekocht om toch iets te eten, want het zag er weer naar uit dat eten die dag niet veel ging zijn.
Het stonk er verschrikkelijk naar uitlaatgassen en langs alle kanten van de bus kwamen de negers hun spullen door het raam steken om iets te verkopen. Ik werd er echt zenuwachtig van en het was zeer vervelend. Rond 9 uur vertrokken we.
We dachten dat we er 5 uren gingen over doen, maar het waren er 12. Dus van 9 tot 9 in de bus die veel te klein was. De wegen waren verschrikkelijk hobbelig en vol stof. Tanzania is armer dan Kenia, maar onderweg toch wel mooi. In een stadje “Tanga” gestopt voor de lunch die in de prijs was inbegrepen. Die was wel pas om 3 uur in de namiddag en we hadden honger. We kregen kip met rijst. Na het eten, gingen we nog wat wandelen omdat we 1 uur pauze kregen. We gingen naar een verlaten trein-rangeerstation dat vol stond met verroeste stoomlocomotieven. Ik zag zeer grote spinnen tussen de wagons en dat was wel even schrikken. Voor de rest was het wel knap om te zien en we trokken foto’s.
Hierna vertrokken we en ze zeiden dat vanaf hier de weg pas slecht ging zijn.
Om 8 uur aangekomen in Mombasa, volledig door elkaar geschud. Het was geen toffe rit en op het einde hadden ze nog dikke negervrouwen opgepikt en bij in de bus gestoken, zodat we juist sardienen in een blik waren. Hier moesten we nog de overzetboot nemen om in de echte stad te geraken. Ze hadden blijkbaar nog geen brug gebouwd over dit stuk rivier. We moesten uitstappen, overzetboot nemen, opstappen en dit tussen heel veel negerkes. Het buske vonden we bijna niet meer terug en we waren een beetje bang, want al ons gerief lag erbovenop. Toch gevonden en dan nog 10 minuten gereden tot het centrum van Mombasa.Taxi genomen die enorm rammelde en de chauffeur moest per se nog gaan tanken. Natuurlijk om op voorhand geld te kunnen vragen aan ons. Het werkte op ons zenuwen en er stapte dan nog een neger in en wij wilden uitstappen en een andere taxi pakken, maar kregen de koffer niet open waar ons gerief inlag. Een heel discussie en uiteindelijk dan toch vertrokken. We wilden namelijk om 9 uur in ons hotel zijn, want we konden nog eten krijgen tot 9.30 u. Totaal uitgeput in ons hotel aangekomen na toch wel weer 16 uren onderweg te zijn. Het was dan toch de helft minder uren dan het heengaan, maar nog veel lastiger. Bier gedronken bij het eten dat ongelooflijk smaakte en direct naar ons kamer gegaan. Daar nog alles ingepakt voor de volgende morgen, want we vertrokken voor 3 dagen op safari. We zagen het allebei niet zitten omdat het zo kort op elkaar was. Ik heb nog gedoucht, want ik was heel vuil en Pascal ook. Dat deed goed.
| http://www.geocities.com/kathleen_pascal
|