Terug naar de startpagina.

Huwelijks-wereldreis

[ Andere reizen | Home | Wie zijn we | Huwelijk | Voorbereiding | Route | Verslag | Links | Contact ]
[ Egypte | Kenia ]
[ Dagboek | Route ]

( 23 april – 8 mei 2000 ) [ pagina  1 | 2 | 3 | 4 | 5 ]

DAG 4:

1 Egyptisch pond (voorkant)Opgestaan rond 7.30 u en alles ingepakt om verder te reizen. Eerst gaan ontbijten in het binnentuintje. Het was die morgen al zeer warm. Ons ontbijt bestond uit thee met een plat brood en twee smeerkaaskes. Er lag zelfs een ei bij. Alleen als je het wilde opeten, ontdekten we dat het nog rauw was. Dus dat konden we al niet opeten. Alleen dus een smeerkaaske met zo’n slecht plat brood. Maar ale, voor zo’n prijs kun je niet sukkelen, hé.

Dan zijn we met onze rugzakken naar het dorpje gegaan aan datzelfde pleintje weer, want daar ging de bus voorbij komen. Ze kwam van Caïro en moest normaal om 10 uur bij ons zijn. We hebben er 2 uur gezeten in de zon, maar geen bus te zien. We zaten er wel goed en konden alles bekijken wat er voorbij kwam. En ik zat in de zon wat ik heerlijk vind. Er kwam bv. een camion voorbij met een kar vanachter waar er kamelen opstonden. Hij ging met heel z’n vracht boven een put staan om de olie te verversen terwijl die dieren erop bleven staan. Ze waren zo aan het zien, dat het best wel grappig was om hun snoeten juist boven die kar te zien uitsteken. En al die verschillende soorten auto’s van 30 jaar  oud waar ze blijven mee rijden. En dan al die kindjes die dan afkomen. We gaven er 2 kindjes een stylo en we kregen heel de school op ons af. Natuurlijk hebben we dan niets meer gegeven of al onze stylo’s waren op. Uiteindelijk kwam de bus er dan toch aan rond 12 uur ‘s middags. Ze was maar 2 uren te laat. We stapten in, maar 50 meter stopte ze al voor een pauze van een half uur. Dus weer wachten.

Dan uiteindelijk vertrokken met de bus. Onderweg stopte ze nog wel voor een paar mensen op te pikken o.a. een paar soldaten. Eén ervan kwam vlak voor ons zitten. Ineens voelde Pascal iets druppelen tegen zijn benen, het was die soldaat die aan het kotsen was. Zeer smakelijk en dit voor een soldaat die nog niet tegen een busrit kon.

We hebben er twee uren over gereden tot aan de volgende oase die de “Farafra oase” noemde. Daar werden we aan een hotel afgezet. Toen we uit de bus stapten, was het ongelooflijk warm buiten. De wind die er waaide, was nog warmer dan een haardroger. Zalig warm dus.  We gingen naar binnen en verkenden het  hotel. Het hollands koppel was ook mee.  De bedoeling van ons was om daar zo vlug mogelijk onze woestijntocht vast te leggen omdat we eigenlijk maar 4 dagen hadden om rond te trekken voor we terug naar Caïro gingen.

We zochten er dus de chef van het hotel of toch iemand die zich ermee bezig hield. We vonden er een bureau, dat zeer chique was voor daar, en er zat iemand die -denken we- de baas was. We onderhandelden over vanalles en hij had dus 3 dagen voorgesteld met de kameel of 3 dagen met de jeep. Maar met de jeep zag je natuurlijk meer en was je vlugger terug. Het kostte normaal 7000 frank voor 2 nachten voor heel de jeep en al de belangrijke dingen die je er te zien kreeg. Maar wij hebben er 6500 frank van kunnen maken omdat we zelf ons tent bij hadden. Dit was dan uiteindelijk goed en we moesten ongeveer een uur wachten totdat heel de jeep in orde was met alles voor 3 dagen.

We hebben dan nog geprobeerd van die hollanders mee te krijgen in de jeepsafari, maar die wilden elke dag naar ergens anders gaan en voortgaan, want ze wilden op drie weken tijd eigenlijk heel Egypte gedaan hebben. Voor ons had dit dan wel goedkoper geweest omdat we 6500 frank betaalden voor heel de jeep, of er nu twee man meeging of dat heel de jeep vol zat met mensen. Maar ja, wij wilden uiteindelijk toch die tocht doen omdat we er eigenlijk voor gekomen waren en het was de moeite om het te doen.

Er was dan nog een egyptenaar die er doeken verkocht om rond uwe kop te binden tegen de warmte en het zand. Daar hebben we dan ook nog een prijske van gemaakt en ik was precies een echte arabierse om mee in de woestijn rond te trekken. We hebben dan nog in de hal gezeten en gebabbeld met het hollands koppel, wat eigenlijk een heel gezellig koppel was waar we goed mee overweg konden.  We hebben dan nog eens gevraagd of ze geen goesting hadden om mee te gaan, omdat we wisten dat het  gezellig ging zijn met hen. Maar ja, ze wilden niet en we stonden er dus alleen voor, maar dat vonden we eigenlijk helemaal niet erg omdat we van het begin hadden gezegd tegen elkaar dat we in feite liever alleen zouden zijn en alles op ons gemak wilden zien.

Takken sprokkelen voor ons kampvuur 's avonds.

Rond 4.30 u zijn we met de jeep vertrokken vanuit ons hotel met matrassen vanachter in de jeep en takken er bovenop plus al het eetgerief en drank. Ik had aan de chauffeur gevraagd om eerst in het dorpje te stoppen om een filmrolletje te kopen voor mij. Het was natuurlijk niet zeker of het een goed ging zijn. Hij stopte aan een huisje waar je langs opzij binnen moest en waar er foto’s werden ontwikkelt en verkocht. Daar heb ik mijn rolletje gekocht en eerst naar de datum gekeken tot wanneer het goed was. Het was tot 2001 goed en het zag er degelijk  en normaal uit. We moesten toch foto’s trekken van iets dat we nog nooit gezien hadden en die moesten toch gelukt zijn.

Dan zijn we verder gereden in de echte woestijn. Dit was langs een baan met langs weerszijden de woestijn. Een uur reden we zo en dan gingen we plotseling naar links verder op het echte zand. Het deed wel raar voor de eerste keer op los  zand te rijden en ik dacht heel de tijd dat we gingen omkantelen omdat het zo hard glijdde. Maar je raakt alles gewoon. Onderweg stopten we langs struikjes die aan het uitdrogen waren, maar die uitstekend geschikt waren om een kampvuur mee te bouwen. Hier begon het al prachtig te worden en met niets anders dan zand en nog eens zand.

Uiteindelijk kwamen we aan de echte zandwoestijn. Het was ongelooflijk knap om zo iets in het echt te zien. Je ziet het altijd op tv en nu sta je er middenin. En de temperatuur viel nog goed mee. Je denkt altijd dat je het in de woestijn niet kan uithouden van de warmte, maar omdat het zo’n droge warmte is, kan je dit goed verdragen.
Rond 5 uur in de namiddag stopten we en de chauffeur zei dat we hier gingen logeren. Het was echt midden in de woestijn tussen het zand en we zagen dan ook niets dan zand rondom ons.  Het was een ongelooflijke plek om te slapen.

Pascal in de Libische woestijn.
Omdat we het zo boeiend vonden, wandelden we tot aan zandheuvels en trokken we veel foto’s. Er was ook veel wind en het zand stuifde op aan de andere kant van de heuvels. Het was prachtig. Ondertussen was onze chauffeur ons kamp al aan het opbouwen met een windhoes tegen zijn jeep om de wind tegen te houden. Daarvoor legde hij matraskes met nog een deken erbovenop dat we zeker zacht zouden zitten. Hij maakte een kampvuur met de droge takken en daar begon hij dan op te koken. Eerst maakte hij de groenten klaar en sneed hij ze in stukjes. Ik wilde meehelpen en sneed de courgetten. De ajuin sneed de chauffeur omdat ik direct begin te schreeuwen van die ajuin. Pascal was niets aan het doen. Ik verschoot ervan, omdat hij normaal zo ijverig is in alles. Maar hij zei tegen me dat we er genoeg voor betaald hadden om niets te doen. Dus ik stopte er ook mee. Onze chauffeur was eigenlijk ook onze kok en onze kampopbouwer. Hij kon dan ook niet zo goed engels zodat we er niet zo goed mee konden babbelen en dat het gesprek niet zo goed vlotte. Maar uiteindelijk was het niet erg, die stilte, want na de stad Caïro is dit een ongelooflijke verademening.

We kregen dus als eten een vegetarische groentenschotel met rijst. Het was wel lekker en zo had je zeker niet te veel gegeten. Ik vond dit niet erg omdat ik toch wilde afvallen. De zonsondergang hebben we daarna getrokken die al omstreeks 6.15 u inging en een kwartier later was het in de woestijn dus ook echt pikdonker. Onze kok zette dan nog een kopje thee op. Dit was met een heel oude moor die vanbuiten al helemaar zwart was van altijd rechtstreeks op het vuur te staan. De thee smaakte ons wel en dit onder een prachtige sterrenhemel. Zoveel sterren heb ik nog nooit gezien. We zagen perfect de grote beer. Onze kok rookte nog een zelfgemaakte waterpijp.  Terwijl we er zaten te genieten van de sterren, kwam er een wit muisje afgetrippeld. Het was wel schattig. Onze chauffeur zei dat die ‘s avonds pas uit het zand komen gekropen omdat het dan frisser wordt en dat ze naar eten komen zoeken. Hij jaagde ze iedere keer weg, maar ze kwamen toch terug.

Rond 8 uur ‘s avonds zijn we al gaan slapen, want in de woestijn zijn er niet zo direct cafeekes om iets te gaan drinken. En het was toch pikdonker. We kropen in onze tent die we ondertussen ook hadden opgezet en onze chauffeur sliep op matten onder de blote hemel. We dachten dat we rustig gingen slapen omdat het er echt muisstil was, maar na een half uur, begon onze chauffeur toch wel te snurken zeker. Ik dacht dat ik zot werd. In een onmetelijke stilte die je zalig vindt, begint er toch wel ene persoon te snurken. Wij werden er allebei wakker van, zelfs Pascal dus. Hij was dan ook ziek aan het worden, want hij gloeide van de koorts en had koud. Hij had het dus zitten, de diarree. En ik had het natuurlijk ook, wel dit keer zonder buikpijn of koorts. Dit vond ik eigenijk heel goed, want de vorige keer in Turkije was ik er 3 dagen echt ziek van. Uiteindelijk zijn we dan toch in slaap gevallen.

DAG 5:

‘s Morgens opgestaan rond 7 uur. Onze kok was al wakker en was de thee al aan het verwarmen. Het ontbijt bestond uit van die platte broden met smeerkaas of fetakaas die ik al niet meer zo smakelijk vond omdat het er de hele vorige dag in de zon had gelegen. Je had ook nog een egyptisch confituur die ook op niks trok. Pascal mocht dit natuurlijk wel allemaal. Dus ik at smeerkaas die er nog goed uitzag en wel lekker was ook, behalve dus het plat brood, want dit vind ik dus echt niet zo lekker.

Dan begon onze kok alles af te breken en wij dus onze tent ook. Eens alles in de jeep, wilden we instappen. Maar langs de kant waar wij zitten, lag er naast de instapdeur nog platte kaka van ons van ‘s nachts. Ik zei nog tegen Pascal dat hij moest oppassen voor kaka, maar hij trapte er toch wel recht in. Dus heeft hij er alles afgedaan met zand. Dit hadden we juist gezien van onze kok die onze afwas deed met zand eerst om het vuil er af te schuren en dan nog wat met water en de afwas was gedaan. M.a.w. na een paar afwaskes met zand, waren onze maaltijden ook met zand, maar ja, dat is avontuurlijk, hé.

Dus wij dan weg zonder kaka nog aan de voeten. We reden richting de “White desert”. Ondertussen moest ik het weer gewoon worden van met die jeep in het zand te rijden. Na een half uur rijden, kwamen we aan kalkrotsen die bestonden uit kleine heuvels. We stopten en mochten rondkijken. We kregen tijd om foto’s te nemen en te genieten van die witte kalkheuvels. Pascal was al iets beter met zijn koorts. Ik had hem mijn antibiotica gegeven die ik van het tropisch instituut had meegekregen voor het geval dat je dus koorts had met diarree erbij. Ik vond het dus die morgen al heel warm, maar Pascal stond er met zijn dikke trui in 30 graden om nog een beetje warm te hebben. Na dit gezien te hebben, stapten we terug in en onze chauffeur had voor ons van die zwarte steentjes in allerlei vormen opgeraapt en we kregen ze om bij te houden. Het waren rozenvormpjes of bloempjes of van die lange staafjes die perfect in die schelpvormige steentjes pasten. Vast en zeker versteende dingen.

'Magic Spring'We reden dus verder na de chauffeur bedankt te hebben. Want veel engels verstond hij uiteindelijk toch niet, maar een paar woorden is genoeg om iemand te verstaan, hé.
Na nog eens een uurtje rijden, kwamen we aan de “Magic Spring”, een paar palmbomen in een oase van ongeveer 5 vierkante meter. Dit was prachtig in het midden van de woestijn. Er was ook een warmwaterbronnetje waar we in mochten, maar dit was in onze ogen weer vol bacteriën, dat we er niet in durfden. We waren toch zo bang om echt ziek te worden.

Onze chauffeur was ondertussen weer alles aan het uitladen voor onze lunch. Er waren in de verte nog een paar kleinere oasekes waar we naartoe gingen, maar die zaten vol vliegen zodanig dat we vlug aan onze oase waren. Aan onze oase waren er uiteindelijk toch ook veel vliegen, maar die kwamen pas rond ons hangen toen het eten klaar was. Ik ging ondertussen mijn rokje aandoen, want dit werd toch echt te heet met een lange rok.  We waren tenslotte niet meer in  Caïro waar iedereen naar jou zit te gapen. Ik nam ook ineens mijn handdoek uit de jeep en zette mij 5 meter verderop van de oase in het midden van de woestijn op de stranddoek en ik ging zonnen. Onze chauffeur zei dat ik in de schaduw moest komen omdat dit veel aangenamer was, maar dat is juist niet de bedoeling. De zon moest ik hebben. Dus in 40 graden in het midden van de woestijn ging madam zonnen. Moet toegeven dat het toch wel heet was. Maar ik wilde bruinen.

Ondertussen was onze kok het eten weer aan het maken en aan het vertellen in zijn beste engels dat we eens een wandeling moesten maken naar rotsen die in de verte lagen, omdat er iets heel speciaals te zien was. Wij dachten, waar stuurt die ons naartoe door die hitte. Maar we waren natuurlijk benieuwd wat het eigenlijk was en we gingen op stap door de woestijn. Na een kwartiertje moeilijk wandelen door het zand en de hitte,  kwamen we aan rotsen. We liepen erop, maar zagen niets. Onze kok was teken aan het doen naar ons, maar we wisten niet wat hij wilde zeggen en keken rond maar zagen niets. Dus wat deden wij, zonder succes terugwandelen. Toen we terug waren aan de oase, probeerde hij het nog eens uit te leggen, maar we verstonden het echt niet. Dan maar gaan eten. Het was weeral groenten, maar dit keer met bonen en tonijn uit een blikje. Ik vond het deze keer wel lekker, maar mijn schattebolleke niet omdat er bonen bij waren. Maar het was eigenlijk altijd lekker klaargemaakt behalve altijd die zelfde kruiden die de egyptenaren in al hun eten doen.

Toen we na ons middagmaal terug rustig zaten te genieten, hoorden we en zagen we een jeep op ons afkomen. De eerste ontmoeting met andere mensen op die twee dagen. Toen ze dichterbij kwamen, zagen we dat het de groep van Hani was. We hoopten van die niet meer terug te zien, maar al goed dat ze doorreden tot achter de oase. Ze stopten aan het bronnetje om daar blijkbaar ook te eten. Na een tijdje zag ik die amerikaanse wandelen naar de andere kleinere oasekes. Toen ze terugkwam, heb ik er een babbeltje mee gedaan en die was wel vriendelijk. Ze zei dat ze het ook geen toffe groep vond en dat ze liever zoals wij alleen had rondgetrokken in de woestijn. Daarna kwam het zweeds koppel ook nog een babbeltje maken. Ze vertelden wat zij al gezien hadden en zeiden ook dat we maar eens tot aan die rotsen aan de overkant moesten gaan. We vertelden dat we er al geweest waren en niets gezien hadden. Zij wilden ook niets zeggen, maar nu verstonden we wel waar het precies was. Na afscheid te nemen, vroeg onze chauffeur of we wilden vertrekken naar de volgende plaats waar de echte White Desert was. We zeiden dat we nog eerst eens terug gingen naar de rots. We hadden afgesproken dat hij alles inpakte en ons met de jeep kwam oppikken op de plaats waar wij waren.

Dus wij weer door de hitte gewandeld naar de rots. Eens aangekomen, zagen we uiteindelijk wat we moesten zien en dit waren mummies van duizenden jaren oud die je zo kon aanraken als je wilde. Het waren er drie met overal een lichaam en een kop. Ze lagen alleen niet meer mooi zoals een echt lichaam er zou uitzien. Het was een beetje door elkaar gevallen, maar je zag echt nog alles heel duidelijk. We hebben er nog een foto van getrokken en toen zijn we doorgewandeld tot aan de jeep die een beetje verder op ons al stond te wachten.

Eens in de jeep, was het zonnetje goed aan het branden aan mijne rechterkant omdat ik aan het raam zat. Het ritje tot aan de witte woestijn duurde toch nog een uurtje. Al rijdende zagen we hoe het landschap van echte zandwoestijn veranderde naar stukken witte kalkrotsen die steeds vermeerderden naarmate we naderden. Het werd dus witter en witter zodat we echt scheel zagen van de lichtsterkte en plus die zon dan nog die sterk scheen. Eens we er waren, was de lucht wel een klein beetje gesluierd, maar dat was niet erg.

De 'White Desert'. (bron: Habibi safari)We zagen prachtige rotsen van kalk in verschillende vormen die allemaal door de erosie uitgehold waren. Iedere rots had een andere vorm waar je allerlei figuurtjes uit kon bedenken. We maakten natuurlijk foto’s van al de figuren die wij tof vonden. Zo was er een kamelenkop met op de achtergrond zijn lichaam. Er was een kipje, een eend met zijn bek open, paddestoelen enz… Daar hebben we toch ook een uurtje rondgehangen en  het was de moeite. Onze chauffeur vroeg of we daar wilden slapen of een beetje verder aan de White House. We wisten niet goed wat hij wilde zeggen met die naam, dus zeiden we dat we naar daar wilden gaan.

Toen we eraan kwamen, zag het er gewoon uit als een hoge platte, witte kalkrots (white house) waar hij op reed. Je had er wel een mooi zicht op heel de woestijn met z’n verschillende plateaus en in de verte de Lonely Tree. Het was een grote eenzame boom die bekend was omwille van de enigste boom te zijn in heel die woestijn. De chauffeur reed met de jeep terug van de rots en parkeerde zich er vlak voor. Hij zei dat dit onze tweede slaapplaats was en vroeg of het goed was.  Zoals gewoonlijk begon hij het scherm tegen de jeep op te zetten voor de wind. En wij zette nu ook al direct onze tent op. Op de vorige kampplaats had onze kok het vuur al aangestoken dat eigenlijk te dicht was tegen de matjes waar we op zaten, zodanig dat als we de tent opzette, dat die te vlug heet zou worden en misschien in brand zou vliegen. Dus toen hadden we gewacht tot het vuur minderde. Maar vanavond was er nog geen vuur. Nadat onze tent rechtstond, gingen we een lange wandeling maken tot aan die eenzame boom. Onze gids had gezegd dat het de moeite was. Tijdens onze wandeling, waren er een paar vliegen rond ons die ons heel de tijd volgde, al van in de witte woestijn. Ik vond het vreselijke beestjes die echt heel de tijd rond uw gezicht hangen.

Eens aan de boom, was het zicht wel prachtig en we gingen op de grootste tak van de boom zitten. Het was er heel stil en rustig. Behalve de rust, waren die vliegen echt ons voeten aan het uithangen. Ze stoorden echt en we konden geen twee minuten rustig zitten zonder ze te moeten wegkloppen. We gingen er vanuit dat die vliegen op onze zonnecrème afkwamen en ‘s avonds dus ook op onze after-sun. Tijdens het terugwandelen, hebben we nog een foto getrokken van de zonsondergang tussen twee rotsen.

Onze kok had het eten bijna gereedgemaakt en het zag er wel lekker uit. We vertelden dit van de vliegen en hij zei dat zodra het donkerder word, dat de vliegen ook weg gingen. Het eten bestond uit een soort spaghetti met een straffe tomatensaus. Hij had blijkbaar de borden van ‘s middags niet goed afgespoeld met water, want ons eten was met veel zand en dat smaakte niet. Dus veel hebben we weer niet gegeten. Toen het donker was, waren de vliegen inderdaad weg tot onze vreugde. Na onze thee gedronken te hebben en de kok zijn waterpijp gesmoord te hebben, gingen we maar weer slapen. Dit keer nog vroeger dan de vorige avond. Ik denk dat we al om 8 uur in ons bed lagen.


Naar de vorige pagina.Terug naar de startpagina.Naar de volgende pagina. http://www.geocities.com/kathleen_pascal
De huwelijks-wereldreis van Kathleen en Pascal
[ pagina  1 | 2 | 3 | 4 | 5 ]

Hosted by www.Geocities.ws

1