![]() ![]() IrglanadIrglanad (Iers: Éireannglanadh) is een plaats in het zuiden van de Frilandse gouw Walamark, gelegen aan de monding van de rivier Iskar. Hoewel het een relatief klein stadje is, is Irglanad het belangrijkste culturele centrum van de Iers-Frilandse gemeenschap, die er de meerderheid van de bevolking vormt. Het plaatsje heeft 20.230 inwoners, waarvan 13.200 (65% van de bevolking) zich als Iers-Frilands identificeren. De belangrijkste religie is het Katholicisme (55%), gevolgd door Ferna Sed (25%), het Protestantisme (3%) en overige religies (2%). 15% is niet gelovig. De officiële taal is het Frilands, wat door vrijwel iedereen wordt beheerst. Daarnaast is het Iers een op gemeentelijk niveau erkende taal. 20% van de bevolking spreekt Iers als eerste taal en 50% als tweede taal. Wijk- en straatnamen zijn tweetalig en bij de plaatselijke overheid kan men in het Iers geholpen worden. Ook wordt het Iers op veel scholen aangeboden als extra vak. ![]() Belangrijke plaatsen Belangrijke plaatsen zijn op de kaart aangegeven met een nummer, deze worden hieronder beschreven.
1. AmoniaveldAmoniaveld (Fri: Amonijafelþ / Iers: Réimse Amonia) bestaat uit een stadion en de daarnaast gelegen sportvelden. De naam is afgeleid van het Ierse "iománaíocht" (hurling); één van de Ierse sporten die hier gespeeld worden. 2. Bloedtoren De Bloedtoren (Fri: Bloþtur / Iers: Túr Fola) is de ruïne van een oude waltoren. Haar naam verwijst naar een gebeurtenis tijdens de Derde Frilands-Hiveriaanse Oorlog, waarbij Frilandse soldaten enkele tientallen collaborateurs van de toren gooiden. 3. Sint-Patricksbibliotheek De uit 1870 stammende Sint-Patricksbibliotheek (Fri: Wi-Bodriksboksamnung / Iers: Leabharlann Pádraig naomh) bevat een grote verzameling historische boeken. De bekendste hiervan is het Codex Valiensis of Boek van Walamark (Fri: Walamarkiska Bok / Iers: Leabhar Valmhairg), waarin de Ierse invallen worden beschreven. 4. Brian Boru rotonde De Brian Boru rotonde (Fri: Brajan Boru wendar / Iers: Timpeallán Brian Bóramha) is een belangrijk verkeersknooppunt dat werd vernoemd naar de Ierse koning Brian Boru. 5. Broodplein Het Broodplein (Fri: Braudrum / Iers: Cearnóg Aráin) is het centrum van de stad. Hier vindt men het stadhuis, winkels, restaurants, het uitgaansleven en allerhande evenementen. Het plein dankt haar naam aan de broodmarkt die er vroeger werd gehouden en ook nu zijn er nog steeds veel bakkerijen en broodjeszaken te vinden, waar ook Ierse broodjes zoals soda farls, goodies and bairín breac gegeten kunnen worden. 6. Sint-Brigidsklooster Het Sint-Brigidsklooster (Fri: Wi-Brigiþssundarhuf / Iers: Mainistir Naomh Bríd) dateert uit de late Middeleeuwen en lag oorspronkelijk buiten de stad. Hoewel het gebouw nog steeds is gebruik is, staat het open voor bezoekers. 7. Douglas' Pub De bekendste kroeg van Irglanad is Douglas' Pub (Fri: Daubglas' Taphus / Iers: Dubhghlas' Pub), welke te vinden is aan het Broodplein. Door haar bijzondere sfeer wordt de zaak veel bezocht door toeristen. 8. Grauwburg De Grauwburg (Fri: Greburg / Iers: Dúnliath) is een van oorsprong 13e eeuwse burcht die Irglanad en de toegang tot de rivier Iskar moest beschermen. De naam verwijst naar haar grauwe stenen. 9. Herbertstraat De Herbertstraat (Fri: Harberhtstrat / Iers: Sráid Hoirbeaird) is een belangrijke verkeersader die is vernoemd naar Harberht Gaizhardssun (Iers: Hoirbeaird Ó Gearóid), die tussen 1906 en 1914 burgemeester was van Irglanad. Hoewel zelf niet van Ierse komaf, nam hij talrijke maatregelen om de Ierse identiteit van het stadje te behouden. Ook is hij één van de bedenkers van het jaarlijkse Ierse Festival (Féile na hÉireann). 10. Hoofdstraat De Hoofdstraat (Fri: Haubidstrat / Iers: Príomhshráid) grenst aan het Broodplein en is de belangrijkste winkelstraat. 11. Tarwepoort De Tarwepoort (Fri: Hwaitdur / Iers: Geata Cruithneachta) is een Middeleeuwse stadspoort, waardoor vroeger de tarwe van het land de stad in werd gebracht. 12. Irglanadse grafheuvels De Irglanadse grafheuvels (Fri: Irglanadiska hlaiwan / Iers: dumhaí Éireannglanadh) in de wijk Hlaigard dateren uit de IJzertijd en zijn gebouwd voordat het huidige Irglanad bestond. 13. Jordaankerk De Rooms-Katholieke Jordaankerk (Fri: Jaurdanaukirik / Iers: Séipéal na hIordáine), waar een vingerkootje van de Ierse missionaries Conlaed wordt bewaard. 14. Klokkentorenplein Op het Klokkentorenplein (Fri: Klogador / Iers: Cearnóg Clogadóir) staat, u raadt het al, een klokkentoren. Ook zijn er veel souvenirkramen te vinden en bevindt zich hier het treinstation. Ten noordwesten van Klogador ligt het rangeerterrein. De Frilandse naam is overigens een verbastering van de Ierse. 15. Conlaedmonument Het Conlaedmonument (Fri: Konledmendmark / Iers: Séadchomhartha Conláed) herdenkt de Ierse missionaris Conlaed, die in de 9e eeuw naar Friland kwam om de bevolking te bekeren tot het Christendom. Na het omhakken van een heilige eik in Arnstad werden zowel hij als zijn soldaten gedood. Het monument is omstreden; voor Christenen is hij een martelaar maar voor Ferna Sed aanhangers een fanaticus die hun heilige plaatsen verwoestte en daarvoor niet geëerd zou moeten worden. 16. O'Connellpark Het O'Connellpark (Fri: Kunalssungardil / Iers: Páirc Uí Chonaill) is een populair wandelgebied met uitzicht op de Atlantische Oceaan. Het is vernoemd naar Aiþward Kunalssun (Éamon Uí Chonaill), een Iers-Frilandse schrijver die veel Frilandse en Ierse literatuur heeft vertaald. 17. Mariakerk De Mariakerk (Fri: Marijakirik / Iers: Séipéal Muire) is de grootste en belangrijkste kerk van Irglanad. Het merendeel van het gebouw stamt uit de 15e eeuw maar de toren is gebouwd in de 19e eeuw, nadat de vorige door brand instortte. 18. Rooms-Katholieke begraafplaats De Rooms-Katholieke begraafplaats (Fri: Rumisk-Kaþolisk grabfelþ / Iers: Reilig Caitliceach Rómhánach) wordt onderhouden door de monniken van het nabijgelegen klooster. 19. Zonnetempel De Zonnetempel (Fri: Sunwi / Iers: Teampall Gréine) ligt aan de monding van de Awine en is de grootste Ferna Sed tempel van Irglanad. 20. Tosig busstation Het Tosig busstation (Fri: Tosig alforhald / Iers: An Pointe Tosaigh) is het centraal station van de Irglanadiska Þredalfor (Irglanadse Trolleybus). De Frilandse naam is een verbastering van de Ierse naam, die "Het Startpunt" betekent. 21. Openbare en Ferna Sed begraafplaats De Openbare en Ferna Sed begraafplaats (Fri: Upen and Ferna Sed grabfelþ / Iers: Reilig Phoiblí agus Ferna Sed) is open voor Ferna Sed aanhangers en alle anderen die niet op de Rooms-Katholieke begraafplaats terecht kunnen. 22. Verwachtingskapel De Verwachtingskapel (Fri: Weniþkirikil / Iers: Séipéal Ionchais) ligt op een schilderachtige plek aan het Witte Meer (Fri: Hwitmar / Iers: Loch Fionn) en is daarom een geliefde trouwlocatie. Wijken Hieronder vindt u een lijst van alle wijken in Irglanad. Geschiedenis Prehistorie Archeologisch onderzoek heeft aangetoond dat de eerste mensen zich in de vroege 3e eeuw v.Chr. aan de monding van de Iskar vestigden. De loop van de rivier lag toen verder naar het westen; het huidige Hwitmar (Loch Fionn) is hiervan een overblijfsel. Er zijn tenminste drie nederzettingen op deze plaats geweest; de eerste werd rond het begin van de jaartelling verlaten, de tweede werd in de 4e eeuw verzwolgen door de oceaan en de derde werd in de 10e eeuw vernietigd tijdens de Ierse invallen. De "Irglanadse" grafheuvels zijn al voor de stichting van Irglanad gebouwd door de Frilandse bevolking van deze verdwenen nederzettingen. De namen van deze nederzettingen zijn niet overgeleverd en ook de oorspronkelijke naam van de Iskar is onbekend. Haar huidige naam is afgeleid van het Ierse "Uisce" (Water). Ook de Kniglas heuvels danken hun naam aan het Ierse "Cnoic Ghlasa" (Groene Heuvels). Ierse vestiging Het begin van de Ierse aanwezigheid in Friland wordt beschreven in het Wikunganbok (9e eeuw) en het Boek van Walamark (Codex Valiensis), dat dateert uit eind 10e of begin 11e eeuw. De eerste Ieren in Friland waren missionarissen en hun lijfwachten, die er in de 9e eeuw het Christendom poogden te verspreiden. De bekendste hiervan was Conlaed. De bekeringspogingen werden door de Frilanders niet op prijs gesteld en al snel werd in een volksvergadering (þing) besloten de missionarissen te verbannen. Tussen 963 en 986 vonden de Ierse invallen plaats in het zuidoosten van Walamark. Hoewel dit soms met geweld gepaard ging, waren de meeste Ierse kolonisten vreedzame handelaren, boeren en vissers. Hun komst leidde echter tot spanningen met de al aanwezige Frilanders, vooral toen de Ierse krijgsheer Muirtigern er zijn eigen koninkrijk probeerde te stichten. De daaropvolgende oorlog werd in 986 gewonnen door de Frilandse koning Segmer, die alle in Friland aanwezige Ieren dwong zich aan zijn gezag te onderwerpen of te vertrekken. Stichting van de stad Een groep achterblijvers, die door de strijd ontheemd was geraakt, kreeg van koning Segmer toestemming een nieuwe nederzetting te bouwen aan de monding van de Iskar. Het Boek van Walamark zegt hierover het volgende: 'En 1310 bilaubþa hauha kunung Segmer þa biwolþan setlung an þa os, hwar furkreigisk ain fiskarþurp wesþa. Ija namnþan hiz Eiranglanaþ, hwat in iz sprek Iranþurp mainiþ.' ('In 987 gaf zijne hoogheid koning Segmer de overwonnenen toestemming zich te vestigen aan de riviermonding, waar voor de oorlog een visserdorp lag. Zij noemden dit Eiranglanaþ, wat in hun taal Ierendorp betekent.') "Éireannglanadh" of "Glanadh na hÉireann" betekent zoiets als "de Ierse nederzetting", wat in het Frilands verbasterde tot "Eiranglanaþ" en uiteindelijk "Irglanad". De eerste bewoners waren van louter Ierse komaf; de voertaal was Iers en het dominante geloof het Rooms-Katholicisme. De oudste delen van het stadje zijn de huidige wijken Aldland (Sean-Tír) en Iskarmunþ (Béal Uisce). Bouw versterkingen Voor meer dan 200 jaar bleef Irglanad een klein, onbeduidend dorpje met een hoofdzakelijk Ierse bevolking. Dit veranderde in de late 13e eeuw met het begin van de derde koningloze periode (1264 - 1432), een tijd van onderlinge twisten, armoede en het ontbreken van centraal gezag. Wenrad II, graaf van Zuid-Walamark, vreesde een invasie van zowel Hiveria als zijn Frilandse concurrenten en begon strategisch gelegen posities te versterken zoals kasteel Hlemburg, zijn grafelijke hoofdstad Tillau en Irglanad, dat hij als toegangpoort tot de Iskar beschouwde. Op een verhoging bij het dorp bouwde hij de burcht Greburg (Dúnliath), waar al snel een gelijknamige wijk ontstond. Ook omringde hij Irglanad met een stadsmuur en liet hij aan de oostzijde van het dorp een verdedigingsgracht graven; de Abhainn Thoir ("Oostelijke Rivier"), wat in het Frilands verbasterde tot "Awine". Veel van deze verdedigingswerken werden in later eeuwen nog verder vernieuwd en verbeterd. Door het toegenomen belang van Irglanad groeide ook de bevolking en nam het aandeel Frilanders gestaag toe. De Ieren bleven echter de meerderheid vormen. Inlijving door Hiveria Aan het einde van de 14e eeuw werd geheel Walamark, inclusief Irglanad, ingelijfd door Hiveria. Veel steden keerden zich tegen de overgelopen hertog Fulkmer en boden (minstens symbolisch) verzet tegen hun inname door het Hiveriaanse leger. Het grotendeels Katholieke Irglanad opende echter zonder slag of stoot de poorten omdat het liever werd bestuurd door het eveneens Katholieke Hiveria dan door het heidense Friland. Veel inwoners werkten daarna samen met het nieuwe, Hiveriaanse bewind. Eind 14e of begin 15e eeuw werd ten oosten van het stadje het Sint-Brigidsklooster gesticht, waar al snel de hiernaar genoemde wijk omheen groeide. Herovering door Friland Tijdens de Derde Frilands-Hiveriaanse Oorlog werd Walamark door Friland bevrijd. Haar collaboratie met Hiveria werd Irglanad niet in dank afgenomen en Frilandse troepen smeten enkele tientallen verraders van de Bloedtoren in het huidige O'Connellpark. De Ierse, Katholieke identiteit van Irglanad werd verantwoordelijk gehouden voor haar ontrouw en de Frilandse overheid begon deze te onderdrukken, hopende het stadje zo te kunnen "Frilandiseren". In de daaropvolgende eeuwen wist het Katholicisme zich met moeite te handhaven, maar begon de Ierse taal steeds meer te verdwijnen. Het Middelierse dialect van Irglanad raakte doorspekt met Frilandse invloeden en ontwikkelde zich tot een Iers-Frilandse mengtaal die nog maar weinig gemeen had met het Iers wat in Ierland werd gesproken. Gelijke rechten
Stadsuitbreiding In de 17e eeuw werd ten noorden van de Iskar de wijk Jairusalhaim (Iarúsailéim) gebouwd, vernoemd naar de voor veel inwoners heilige stad Jeruzalem. In het westen ontstond langs de marktstraat de wijk Merkat (Mhargadh) en in het oosten werden de volksbuurten Storfelþ (Mórgort) en Saiwik (Dúiche Farraige) aangelegd. Hwitmar (Loch Fionn) ontstond in de 18e eeuw aan het gelijknamige meer, waar met name het welvarende deel der bevolking haar villa's liet bouwen. In de 20e eeuw werden Hlaigard (Áit Dumha) en Blakstrand (Trá Dubh) gebouwd en aan het begin van de 21e eeuw industrieterrein Tawungfuld (Limistéar Tionsclaíoch). Herwaardering van de Ierse identiteit Rond de 19e eeuw was het Iers-Frilandse dialect grotendeels verdrongen door het Frilands, maar juist toen het Iers in Friland bijna verdwenen leek, ontstond er hernieuwde interesse in de Ierse taal en cultuur. De Iers-Frilandse gemeenschap trok leraren uit Ierland aan om haar kinderen te onderwijzen in de oorspronkelijke taal, waardoor het moderne Iers terrein won en daarbij de laatste restanten van het Iers-Frilandse dialect verving. Ook veel andere elementen uit de Ierse cultuur werden opnieuw geïmporteerd, zoals feestdagen (St. Patrick's Day en Lá an Dreoilín) en sporten (Gaelic football, hurling, enz.). Huidige situatie Tegenwoordig spreekt slechts een minderheid van de Iers-Frilandse gemeenschap het Iers nog als eerste taal, maar er is een groeiend aantal mensen dat naast het Frilands ook Iers kan spreken of er op zijn minst een eenvoudig gesprek in kan voeren. Vanaf 1908 wordt er elk jaar op 16 november een Iers festival (Féile na hÉireann) gehouden in Irglanad en ook St. Patrick's Day wordt er groots gevierd. De Ierse Frilanders hebben tegenwoordig meer overeenkomsten met de Frilanders dan met de Ieren; zij beschouwen het Frilanderschap als hun nationale identiteit en hun Ierse wortels als de streekcultuur, vergelijkbaar met een Nederlander die zich daarnaast Brabander of Tukker voelt. ![]() |