AV Voedingsleer
Inhoud:

Inleiding
Afstudeervrichting Voedingsleer
Afd. Human Voeding en Epidemiologie
Het UMC-Utrecht
CHAIR study
Hartfalen
Mijn aandeel
Protocol
Referaat
Ja! Eindelijk weet ik wanneer in mijn referaat ga houden!!! het zal plaatsvinden op maandag 7 juli 2003, in de laaste week van het collegejaar!
binnenkort volgt hier een aangepaste versie van mijn samenvatting want ik ga er het een en ander aan veranderen....
Samenvatting referaat Voedingsleer L100-707

Datum:                          20 januari 2003
Titel:                               Het effect van 26 weken durend trainingsprogramma op de
                                        kwaliteit van leven bij patienten met hartfalen
Student:                         Linda de Waal
Begeleiders:                 Dr. M.L. Zonderland, Drs. L. Sabelis, afd. Medische Fysiologie en Sportgeneeskunde,                                           Universitieit Utrecht
                                        Prof. Dr. W. van Staveren, afd. Humane Voeding en Epidemiologie, Wageningen                                                    Universiteit
Periode:                         maart 2002- januari 2003


Inleiding
Chronisch hartfalen (CHF) is een ziektebeeld met een zeer slechte prognose. Wanneer hartfalen is vastgesteld, is de overlijdingskans in het eerste jaar 30%, waarmee de sterfte onder pati�nten met CHF 6 � 7 keer hoger is dan onder leeftijdsgenoten zonder CHF. CHF is een complex van klachten en verschijnselen ten gevolge van een tekort schietende pompfunctie van het hart. De verwachting is dat in de toekomst door de grote vergrijzing en door de grotere overlevingskans na een hartinfarct meer mensen CHF zullen kunnen krijgen. CHF pati�nten zijn kortademig, gauw vermoeid en hebben een slecht uithoudingsvermogen (lage piek VO2).
Voor gezonde mensen zijn de voordelen van fysieke activiteit uitgebreid beschreven. Voor pati�nten met CHF echter is lang gedacht dat inspanning een verdere achteruitgang van de resterende functionale capaciteit van het hart zou veroorzaken en daardoor werd er geadviseerd zich zo rustig mogelijk te houden. Tegenwoordig is echter algemeen geaccepteerd dat fysieke activiteit effectief is in de preventie van hart- en vaatziekten. Recente studie geven aanwijzingen dat fysieke training veilig gevolgd kan worden door CHF pati�nten, en dat fysieke training zelf gunstige effecten heeft op symptomen als kortademigheid, vermoeidhied, slapeloosheid en spierzwakte.
Vermoeidhied en spierzwakte zijn de voornaamste limterende factoren als het gaat om inspanningstolerantie bij pati�nten met CHF. Structurele en functionele veranderingen op spierniveau zorgen voor een verlaagd uithoudingsvermogen, verminderde spierkracht en leidt tot eerdere vermoeidheid. Dit komt voor een deel door een afname in spiermassa en door de veranderde samenstelling van de type spiervezels. Bij CHF pati�nten zijn het aantal vooral langzame oxidatieve type I vezels vermindert, waardoor de snelle type II vezels gaan domineren.
Er zijn de laaste jaren veel onderzoeken geweest waarin fysieke trainingsprogramma's centraal stonden. Veel van deze onderzoeken laten zien dat CHF patienten na een trainingsprogramma oa een toename in inspanningsduur en een verhoogde zuurstof opname en dus een verhoogd prestatievermogen hadden. Deze verbeteringen kunnen klein van aard zijn, maar hebben vaak grote gevolgen voor de kwaliteit van leven, doordat patienten langer zelfstandig de activitieten die het dagelijkse leven met zich meebrengt kunnen uitvoeren.
Veel studies hebben het effect van a�robe inspanning onderzocht, een vorm van inspanning die niet veel spierkracht vereist. Veel dagelijkse taken zijn echter van zulke aard dat spierkracht wel degelijk een belangrijke rol speelt. Dit is een van de eerste studie die een combinatie van zowel a�robe inspanning combineert met spierkracht oefeningen.

Doel van het onderzoek en vraagstelling
Het doel van hjet onderzoek is na te gaan welke gunstige effecten bij CHF pati�nten bereikt kunnen worden met een op het individu afgestemd trainingsprogramma.
De onderzoeksvragen zijn; 'Heeft een 26 weken durend trainingsprogramma een positief invloed op het kwaliteit van leven  bij patienten met hartfalen?' En als dit zo is, is dit gerelateerd aan de verbeteringen in prestatievermogen en functionele capaciteit waardoor de patienten langer zelfstandig de activiteiten die het dagelijkse leven met zich meebrengt kunnen uitvoeren?

Methoden
Dit onderzoek was een prospectieve gerandomiseerd vergelijking van het effect van een 26 wekend durend trainingsprogramma met het effect van 26 weken gewone medische controle. Vier-en-vijftig CHF patienten voldeden aan de inclusie criteria en werden ingedeeld in de trainingsgroep (T-group) en de controle group (C-groep).
De training in de T-groep was gericht op het vergroten van de spierkracht en het verhogen van de a�robe vermogen en bestond naast duurinspanning aangepaste intervaltraining en spierversterkende oefeningen. De trainingfrequentie was vier keer in de week, twee keer onder begeleiding van een fysiotherapeut en twee keer thuis, op eigen gelegenheid. De deelnemers in de C-groep werden door standaard therapie behandeld door hun eigen cardioloog.
Bij alle deelnemers werden voor en na de interventie gewicht, lengte, BMI en lichaams-vetpercentage vastgesteld. alsmede ook de LVEF. Verder kregen ze twee vragenlijsten, de 'Modified Baecke Questionnaire' (MBQ) die de alledaagse handelingen (ADL) en lichamelijke activiteit bepaalt en de Nederlandse versie van de 'Minnesota Living with Heart Failure Questionnaire' (MLHQ) die de kwalitiet van leven vaststelt. Ook werd met behulp van een fietsergometer met adem-analyse het uithoudingsvermogen (piek VO2) bepaald, de maximale gehaald wattage en maximale hartfrequentie en met behulp van een isokentisch dynamometer de spierkracht in bovenbenen en onderarm bepaald.

Volgende pagina
Hosted by www.Geocities.ws

1