AV Voedingsleer
Inhoud:

Inleiding
Afstudeervrichting Voedingsleer
Afd. Human Voeding en Epidemiologie
Het UMC-Utrecht
CHAIR study
Hartfalen
Mijn aandeel
Protocol
Referaat
Maandag is het zover!! dan heb ik mijn referaat!! Zie hier alvast de samenvatting!! I Ik ga heb dus houden op  maandag 20 januari 2003, in zaal 54 van het Biotechnion.
Samenvatting referaat Voedingsleer L100-707

Resultaten
Veertig CHF pati�nten voldeden aan de inclusiecriteria en volbrachten het onderzoek. Twee�ntwintig CHF pati�nten (NYHA-klass II-III, man/vrouw: 17/5; leeftijd: 57 �2 jaar; LVEF: 27 �2 %; gewicht: 81,1 �2,9 kg.) waren ingedeeld in de T-group en 18 CHF pati�nten (NYHA klasse II-II; man/vrouw: 14/4; leeftijd: 61 �2 jaar; LVEF: 27 �2%; gewicht; 78,9 �3,1 kg) namen deel aan de C-group.
Alleen  de 'totale activiteit score' en de 'sportscore' van de MBQ veranderde significant (P=0.030 en P= 0.011 respectievelijk). Training had geen invloed op de andere onderdelen van de vragenlijsten.
Alleen  de 'totale activiteit score' en de 'sportscore' van de MBQ veranderde significant (P=0.030 en P= 0.011 respectievelijk). Training had geen invloed op de andere onderdelen van de vragenlijsten.
Training had alleen effect op het maximaal gehaalde wattage (T-groep; van 110 �8 Watt naar 115 �8 Watt; C-groep van 101 �10 Watt naar 97 �8 Watt; P=0,041): tijdens de VO2max fietstest en niet op de piek VO2 en de maximale hartfrequentie.
Verder zijn er geen verschillen gevonden bij de spierkracht metingen met behulp van de isokinetische dynamometers.

Discussie en conclusie
Dit onderzoek toonde aan de het activiteiten patroon van de deelnemers in de T-groep significant toenam. Dit was deels te verklaren doordat de sportscore van de MBQ was toegenomen. Dit was weer een logisch gevolg van het feit dat de deelnemers van de T-groep twee trainingssessies per week hadden en twee keer thuis oefeningen moeten doen. Toch is het opmerkelijk dat de overige activiteiten die los stonden van het trainingsprogramma niet afnamen in de T-groep. Voor de deelnemers was het intensief om mee te doen, en ondanks dat de trainingssessies erg vermoeiend waren, hadden zij energie genoeg om de rest van de dagelijkse activiteiten te blijven doen.
Er zijn geen verbeteringen aangetoond op het gebied van inspanning tolerantie of spierkracht. Een mogelijk verklaring hiervan kan zijn dat het trainingsprogramma zo divers was, dat er niet specifiek getraind is om die parameters te laten toenemen. In veel andere studie werd tijdens het trainingsprogram tot wel 5 keer per week gebruik gemaakt van zeer intensieve fietsoefeningen. Dan is het ook niet opmerkelijk dat hier tijdens de fietstesten de inspanningstolerantie toenam. Bij deze studie was dat dan wel niet het geval, wel is het zo dat dit soort oefeningen veel beter passen bij de activiteiten van alledag.
Geconcludeerd kan worden dat niet overtuigend is aangetoond dat het trainingsprogramma positieve invloed had op de kwaliteit van leven bij hartfalen pati�nten, en op de maximale zuurstof opname en spierkracht, ondanks dat de deelnemers beweerde dat zij zich stukken beter voelde. Dit zou goed kunnen komen omdat de gebruikte methoden niet toereikend waren om dit aan te tonen.


Vorige pagina
Hosted by www.Geocities.ws

1