| hgj |
![]() |
| "De wolf en de hond" "Diogenes van Sinope" "Hannibal trekt de Alpen over" "Torquatus" "Een nachtelijke vechtpartij(1)" "Coriolanus" "Een nachtelijke vechtpartij(2)" "Actaeon" "Caesar, Galli�rs en Germanen" |
| Actaeon Actaeon, voorspoedige kleinzoon van koning Cadmus, joeg op zekere dag met zijn gezellen in onbekende bergen. In het midden van de dag sprak de uitstekende jager zijn gezellen zo toe: �Vrienden, de netten en speren zijn reeds doordrenkt van het bloed van wilde dieren. Laten we, aangezien de zon brandt en de dag nogal gunstig is geweest, ons begonnen werk onderbreken en de netten verzamelen. Morgen hernemen we ons werk. De mannen volgden de bevelen op en hielden op met hun werk. Onfortuinlijke ontmoeting In dezelfde streek was een vallei geweid aan Diana, waar een heldere bron in een lieflijk bosje klaterde. De godin van de bossen was hier gewoon om, vermoeid van de jacht, samen met de nimfen haar maagdelijke ledematen te besprenkelen met het koele water. Toevallig waste Diana zich toen daar, wanneer de kleinzoon jacht van Cadmus, die zijn gezellen had verlaten om de streek te verkennen, door die ongekende bossen daar aankwam: Van zodra de naakte nimfen de man bemerkten, vulden zij het gehele bos met plotseling geroep, en bedekten de godin met hun lichamen. Maar die stak met haar kop en nek boven alle nimfen uit en de kleur, die normaal eigen is aan de purperen ochtendstond, kwam op het gezicht van Diana, gezien zonder kleren. Omdat ze haar pijlen niet kon grijpen, schepte de gekwetste Diana water en spatte het in het gezicht van de man, terwijl ze dit eraan toevoegde: Het is jou reeds toegestaan te vertellen dat ik met neergelegde kleren ben gezien, indien je het tenminste zal kunnen vertellen. Zij dreigde niet meer, maar voegde horens van een hert toe aan zijn hoofd, rekte zijn nek uit en maakte de uiteinden van zijn oren scherp; zij veranderde zijn handen in voeten en bedekte zijn lichaam met een gevlekte huid; tenslotte gaf ze hem een bange geest. Uitzichtloze vlucht Terwijl de verbaasde Actaeon vluchtte, was hij verwonderd in zijn koers dat hij zo snel was. Maar wanneer hij halt hield aan de oever van de rivier en zijn gelaat en horens in het water zag, was hij van plan te zeggen: Wee mij!, maar er werd geen enkele stem gehoord; hij zuchtte, en tranen vloeiden over het gelaat dat niet het zijne was; slechts zijn geest is gebleven. Wat moest hij doen? Terugkeren naar zijn gezellen of zich in het bos verbergen? Schaamte belemmerde dit, vrees belemmerde dat. Maar terwijl hij twijfelde, werd hij door zijn eigen honden bemerkt: door verlangen naar buit stortten zij zich over de rotsen op hun meester en volgden hem sneller dan de wind. Hij ontvluchtte langs deze plaatsen, waarlangs hij zelf herten had gevolgd, zelf als een hert zijn dienaren. Ik ben Actaeon, herken jullie meester, riep hij uit. Maar zijn stem werd niet gehoord, alle weergalmde door het geblaf. Met tragische afloop De honden maakten de eerste wonden in zijn schouders, en weldra ontbraken de plaatsen voor verwondingen over zijn ganse lichaam. Hij zuchtte en vulde de bossen met treurige klachten. De onwetende kameraden vuurden de vijandige troep aan, terwijl ze hun leider zochten voor het spektakel en riepen Actaeon, deze wendde bij zijn naam het hoofd en zuchtte zwijgend: Was ik maar afwezig, maar ik ben aanwezig; zag en voelde ik maar niet de woeste aanvallen van mijn eigen honden! Dezen omsingelden hun prooi van alle kanten en verscheurden hun meester onder de gedaante van een hert, nadat hun tanden in het lichaam gezet waren. Toen het leven van Actaeon door wonden was ge�indigd, was Diana's woede eindelijk verzadigd. |