| Uitspraken van mijn moeder geboren 16.10.1918 |
| Na het overlijden van mijn vader op 20 januari 1999 kwam mijn broer Alfons op het idee om de uitspraken die mijn moeder in de loop van haar leven gedaan heeft eens te noteren. Het begon met een notitieboekje en een uitspraak of tien. Daarna zijn mijn zus Edith, haar vriend Henny en ondergetekende er mee doorgegaan. Nu, in 2002 en meer dan drie jaar later staat de teller op ruim 700 uitspraken. Ik heb ze in een worddocument gezet. Wil je dat gratis ontvangen, stuur dan even een mailtje. Veel plezier ermee! Frans van Kempen, Amsterdam. [email protected] |
|
| 1. Aan alles komt een eind. 2. Aangeboden diensten zijn zelden aangenaam. 1. Aangekleed gaat uit. 2. Achter je oren wonen ook mensen. 3. Achterom is het kermis. 4. Advocaatje leef je nog? 5. Aha, lachte de graaf. 6. Al brengen de kraaien het uit. 7. Al doende leert men 8. Al is de leugen nog zo snel, de waarheid achterhaalt haar wel. 9. Al(les) wat klein is, is lief. 10. Alle begin is moeilijk. 11. Alle goeie dingen in drie�n. 12. Alle vrachtjes lichten zei de schipper, gooide zijn vrouw overboord en ging in het zeil staan blazen 13. Alle waren naar zijn geld. 14. Alleen is maar alleen. 15. Allemaal humbug. 16. Allemaal moord en doodslag. 17. Alles met mate zei de kleermaker en hij sloeg zijn vrouw met de el. 18. Alles met mate. 19. Alles moet je leren. 20. Alles wel en het kind heet Janneke. 21. Alles wel aan boord? 22. Als de kat van huis is dansen de muizen op tafel. 23. Als de katjes muizen mauwen ze niet. 24. Als de wijn is in de man is de wijsheid in de kan. 25. Als dit goed gaat, gaat er meer goed. 26. Als het buiten woedt, is het binnen zoet. 27. Als het kindje binnenkomt juicht heel het huisgezin. 28. Als het komt, komt het haastig. 29. Als het maar waar is zeggen ze in de jodenkerk. 30. Als het niet erger wordt dan dit, dan mogen we niet mopperen. 31. Als het op is, is het eten gedaan. 32. Als het rond gaat krijgt ieder beurt. 33. Als ik in de rijke jaren kom dan� 34. Als je dood bent, komen ze allemaal. 35. Als je geld hebt kun je huizen bouwen, als je het niet hebt moet je planken sjouwen. 36. Als je maar gezond bent. 37. Als je maar tijd van leven hebt. 38. Als je mij niet had en het licht in je ogen niet, dan was je stekeblind. 39. Als je moeder je stuurde ging je niet. 40. Als je vroeg opstaat, heb je een lange dag. 41. Als jullie weer naar school gaan gaat de vlag uit. 42. Als Pasen en Pinksteren op een dag vallen. 43. Alsof er een engeltje over je tong plast. 44. Alsof je een emmer leeg gooit. 45. Alsof je een klap in je gezicht krijgt. 46. Alstublieve� 47. Altijd als de laatste man de zak opgeven. 48. Altijd haantje de voorste. |
| 49. Amsterdam die grote stad, die is gebouwd op palen, en als ie nou een ommeviel, wie zou dat dan betalen? 50. Arm zijn is niet erg, maar wel moeilijk. 51. Arme jij, was ik het maar. 52. Beelden uit mijn kinderjaren. 53. Belofte maakt schuld, als je het niet doet krijg je een bult. 54. Ben je boos, pluk een roos, zet 'm op je hoed dan ben je morgen weer goed. 55. Ben je mal? 56. Betalen zei de jood anders kom je nooit in de jodenhemel. 57. Beter van een stad dan van een dorp. 58. Bezint eer gij begint 59. Bezit je ziel in lijdzaamheid. 60. Bij de deur maar niet bij die van ons. 61. Bij ruilen moet er altijd een huilen. 62. Bij van Kempen in de kelder is nog zat. 63. Bitter in de mond maakt het hart gezond. 64. Bolle wangen hapsnoet. 65. Boontje komt om zijn loontje. 66. Breek je nek maar val niet. 67. Buikje, buikje wat heb je het toch goed gehad. 68. Butter, Mutter, Wunderdum. 69. Chop chai, uit m�n eigen t(j)uintje. 70. Da ge bedankt bent, da witte. 71. Da�s een vogeltje voor de poes. 72. Daar ben je nog wel even zoet mee. 73. Daar durf ik m�n hand voor in het vuur te steken. 74. Daar heb je het gedonder in de glazen. 75. Daar helpt geen moedertje lief aan. 76. Daar is geen kruid voor gewassen. 77. Daar kan ik nou met de pet niet bij. 78. Daar kun je geen armoede voor lijden. 79. Daar kun je mee op je kont naar Keulen. 80. Daar kun je politieagenten mee vangen. 81. Daar kun je straatstenen nog wel lekker mee maken. 82. Daar sta je dan de hele ochtend voor in de keuken. 83. Daar word je ook niet rijk van. 84. Daar zit nog een Begijntje voor te bidden. 85. Daarmee basta. 86. Dacht ik het niet, net zukke werk. 87. Dan hangen we de vlag uit. 88. Dan hoor je het ook eens van een ander. 89. Dan is Leiden is last. 90. Dan kun je de mond afvegen. 91. Dan kun je voorlopig vooruit. 92. Dan kunnen we zien wat we zeggen . 93. Dan moet je van goeden huize komen. 94. Da's andere koek. 95. Da's een vreemdeling in Jeruzalem. 96. Da's toch sterk! 97. Das war einmal. 98. Dat geeft de burger moed. 99. Dat heb je goed geschoten. 100. Dat heb je ook niet uit je eigen koker. |