naar de vorige uitspraken
naar de volgende uitspraken
Uitspraken van ma
221. En de rest smaakt hetzelfde
222. En de theepot staat te trekken op de pit.
223. En gij geleuft d�.
224. En het gaat maar door.
225. En zo doende en zo dus.
226. Enkelt de blommen, goeie botter.
227. Er gaat niets boven vers.
228. Er is niets zo veranderlijk als het weer.
229. Er staat geschreven en gedrukt je moet krabben waar het jukt.
230. Er valt geen eer meer aan te behalen.
231. Er zijn ergere dingen in het leven.
232. Er zijn vele wegen die naar Rome leiden.
233. Es geht alles vor�ber.
234. Eten wat de pot schaft.
235. Even likken voor een cent.
236. Eventjes nog proeven net als moeder doet.
237. Flitsen voor het z�n maat is.
238. Ga je in de hoek staan schamen.
239. Ga maar stenen in de wind gooien.
240. Gedane zaken nemen geen keer.
241. Gedeelde smart is halve smart.
242. Gedeelde vreugd is dubbele vreugd.
243. Geduld is een schone zaak.
244. Geef maar een kwartje/knaak, dan krijg je de hele week gelijk.
245. Geen mijn portie maar aan Fikkie.
246. Gekken en dwazen schrijven hun namen op deuren en glazen.
247. Geld spielt keine Rolle zei de mof.
248. Gestolen goed gedijt niet.
249. Geweldig, geweldig, geweldig.
250. Grapje van Humdrum.
251. Ham daar gaat je mond van dicht.
252. Hang de was maar aan de Siegfriedlijn.
253. Hap zei het hondje en (h)op van het hooi.
254. Hardlopers zijn doodlopers.
255. H�, h� wat een lol.
256. Heb je de zomer in je hoofd?
257. Heb je in je bed geplast?
258. Heb je nou je zin?
259. Heb je ooit zo zout gegeten?
260. Heden ik en morgen gij.
261. Heeft die ziel ook  weer rust.
262. Heilige Antonius beste vrind, help dat ik mijn � vind.
263. Helden van de kouwe grond.
264. Hellup, onze hannes ligt met z�n klompen op bed.
265. Het afscheid valt zwaar maar de liefde blijft eeuwig
266. Het al mijn tijd wel duren.
267. Het bezit van de zaak is het eind van het vermaak.
268. Het eerste gewin is kattengespin.
269. Het gaat best zei Kwistje en reed in de sloot.
270. Het gaat erin als koek.
271. Het gaat van een leien dakje.
272. Het geld verzoent de arbeid.
273. Het groeit als kool.
274. Het heeft niet veel om het lijf.
275. Het helpt toch niet.
276. Het hoeft niet op al is het lekker.
277. Het in het sop in de kool niet waard.
278. Het is allemaal ��n pot nat.
279. Het is allemaal niet zo einfach.
280. Het is allemaal tut en mem.
281. Het is allemaal wat.
282. Het is altijd wat anders maar zelden wat goeds.
283. Het is bar en boos.
284. Het is beter geven met een warme hand dan met een koude.
285. Het is de bult zijn eigen schuld dat hij de bult moet dragen.
286. Het is echt begrafenisweer.
287. Het is een advocaat van kwaaie zaken.
288. Het is gebeurd met de koopman.
289. Het is haast teveel van het goede.
290. Het is halen en brengen.
291. Het is hier net de zoete inval.
292. Het is huilen met de pet op.
293. Het is ieder keer hetzelfde chapiter.
294. Het is leven�s loop.
295. Het is maar goed dat pa het allemaal niet meer mee hoeft te maken.
296. Het is maar net hoe de wind waait.
297. Het is me een gatje.
298. Het is me te laag aan de grond zei Vromans.
299. Het is me te veel van het goede.
300. Het is moeders mooiste niet.
301. Het is nergens zo klaar of het hapert wel hier of daar.
302. Het is net de duvel met z'n mallemoer.
303. Het is net een kat met z'n jongen.
304. Het is net kladschrift van Jantje.
305. Het is net schoenleer.
306. Het is niet allemaal goud wat er blinkt.
307. Het is niet altijd boterlikken van een spaantje.
308. Het is niet elke dag feest.
309. Het is niet voor de ganzen gebrouwen.
310. Het is nog vroeg in het gasthuis.
311. Het is om te huilen.
312. Het is paarlen voor de zwijnen werpen.
313. Het is te lekker om overstuur te laten gaan.
314. Het is te mooi om waar te zijn.
315. Het is toch maar van zullie.
316. Het is toch zunt .
317. Het is traurich maar waar.
318. Het is tussen hangen en vallen.
319. Het kan niet op.
320. Het kan verkeren zei Bredero
321. Het kinderkoor van Jacob Hamel.
322. Het komt allemaal op zijn pootjes terecht.
323. Het komt als een dief in de nacht.
324. Het komt te paard en gaat te voet.
325. Het leven is een lach en een traan.
326. Het lichaam geneest zichzelf.
327. Het mag een paar centen kosten.
328. Het mensdom gaat aan zijn eigen ijver ten onder.
329. Het moet geen gewoonte worden.
330. Het nuttige met het aangename verenigen.
331. Het oog wil ook wat.
332. Het regent oude wijven met klompen.
333. Het scheidt uit met zachtjes regenen.
334. Het smaakt naar ham, maar niet zo vet.
335. Het Spaanse graan heeft de orkaan doorstaan.
336. Het valt allemaal wel, maar niet mee.
337. Het verstand komt met de jaren.
338. Het was weer een dag met een gouden randje.
339. Het werd wel tijd.
340. Het wordt een avondregentje.
341. Het zal me benieuwen.
342. Het zal wel zo hebben moeten zijn.
343. Het zijn net kleine jongens/kinderen. (?)
344. Het zijn sterke benen die de weelde kunnen dragen.
345. Hier brandt de kachel.
346. Hier zul je �m hebben.
347. Hij gunt je wel het eten maar niet de tijd.
348. Hij hangt met zijn benen buiten boord.
349. Hij heeft de klok horen luiden maar hij weet niet waar de klepel hangt.
350. Hij heeft een stem als een klok.
Hosted by www.Geocities.ws

1