Naar de volgende uitspraken
naar de vorige uitspraken
Uitspraken van ma
101. Dat hoef je niet aan te kondigen.
102. Dat is
103. Dat is allemaal waterverf.
104. Dat is een nagel aan mijn doodskist.
105. Dat is een wet van Meden en Perzen.
106. Dat is erger dan het gatje gebrand.
107. Dat is het begin van het eind,
108. Dat is het begin van het kapitaal.
109. Dat is het geheim van de smid.
110. Dat is het met recht.
111. Dat is maar tikken.
112. Dat kan ik niet over m�n hart verkrijgen.
113. Dat kun je niet aan de neus zien.
114. Dat kun je op je klompen aanvoelen.
115. Dat mag de pret niet drukken.
116. Dat mag een paar centen kosten.
117. Dat schoot me in het verkeerde keelgat.
118. Dat staat als een vlag op een modderschuit.
119. Dat we 'm maar lang mogen hebben, lusten zal wel gaan.
120. De aanhouder wint.
121. De afval is groter dan het beest.
122. De bakker heeft er zijn vrouw door gejaagd.
123. De dader ligt op het kerkhof.
124. De dader ligt op het kerkhof.
125. De deugd in het midden en de schand aan de kant.
126. De duvel heeft er z�n eigen aan dood gekeken.
127. De eerste klap is een daalder waard.
128. De eersten zullen de laatste zijn.
129. De geschiedenis herhaalt zich.
130. De groeten.
131. De groten laat hij lopen, die kunnen zelf wat kopen.
132. De hond in de pot vinden.
133. De kat zal niet meer met je lege maag gaan lopen.
134. De kogel is door de kerk.
135. De lamme helpt de blinde.
136. De liefde van de man gaat door de maag.
137. De mooie kant naar Breda.
138. De muizen liggen dood voor de kast.
139. De oude dood en de nieuwe.
140. De paarden die de haver verdienen, krijgen �m niet.
141. De restanten van het losbandig leven.
142. De soep wordt nooit zo heet gegeten als hij wordt opgediend.
143. De tijd heelt alle wonden.
144. De tijd zal het leren.
145. De tijden waren eerder slecht en toch kwam alles weer terecht.
146. De volgende keer beter.
147. De wereld redt zichzelf.
148. De wonderen zijn de wereld nog niet uit.
149. Deur dicht! Je bent toch niet in de kerk geboren?
150. Deuren dicht, ramen dicht, hoor het eens donderen!
151. Die gaat ook niet af voor halfelf  .
152. Die heb ik mezelf nou eens cadeau gedaan.
153. Die heeft het ook op de heupen.
154. Die heeft ook niet gezondigd.
155. Die heeft z'n beste tijd wel gehad.
156. Die is ernaast getrouwd.
157. Die is ook niet in de wieg gesmoord.
158. Die is ook niet voor zijn tijd doodgegaan.
159. Die mensen hebben ook geen tong van schapenleer.
160. Die mensen redden zich op hun manier.
161. Die M�rder sind unter uns.
162. Die was er erg veil mee.
163. Dit is de dag die de heer gemaakt heeft.
164. Dit is voor de Liebhabers.
165. Dit was de eerste en de laatste keer.
166. Doe maar gewoon dan doe je gek genoeg.
167. Doe maar net of je thuis bent.
168. Doe me een lol.
169. Doe ook maar eens wat voor de kost.
170. Doe wat je niet laten kunt.
171. Draagt elkanders lasten.
172. Dromen zijn bedrog maar als je het in je bedje doet vind je het 's morgens nog.
173. Dweilen met de kraan open.
174. Een agent let op en twee zitten er te lullen.
175. Een beetje scheef dat juffert goed.
176. Een boer is altijd met zijn gatje buiten.
177. Een brutaal mens heeft de halve wereld.
178. Een cent de lik.
179. Een ding komt nooit alleen.
180. Een druk op de knop en je staat er op.
181. Een druppeltje �l doet wonderen.
182. Een ei is geen ei, een twee ei is een half ei, drie ei is �n paasei.
183. Een garnaal heeft ook 'n kop.
184. Een goed begin is het halve werk.
185. Een goede geregelde liefde begint bij zichzelf.
186. Een goede verkoudheid duurt 6 weken.
187. Een kat in het nauw maakt rare sprongen.
188. Een kind kan de was doen.
189. Een kind komt altijd weer bij zijn moeder.
190. Een kinderhand en een kinderbroek zijn gauw gevuld.
191. Een leugentje om bestwil.
192. Een leven als een luis op een zeer hoofd.
193. Een mens heeft geen rust voor hij in onrust zit.
194. Een mens is een vijand van zichzelf.
195. Een mens is nooit te oud om te leren.
196. Een mens is nooit zonder zorgen.
197. Een mens lijdt het meest door het lijden dat hij vreest, doch dat nooit op komt dagen, zo heeft hij meer te dragen dan God hem te dragen geeft.
198. Een mens moet niet veel mankeren.
199. Een mens moet wat hebben voor zijn pekelzonden.
200. Een mens weet niet waartoe hij geroepen wordt.
201. Een mens wil nu eenmaal bedrogen zijn.
202. Een mens zijn lust, is een mens zijn leven.
203. Een moederhart, een gouden hart.
204. Een onberispelijk glad sausje.
205. Een ongeluk zit in een klein hoekje.
206. Een stem om kokosnoten te kloppen.
207. Een tevreden roker is geen onruststoker.
208. Een vliegende kraai vangt altijd wat.
209. Een vriendelijk gezicht geeft overal licht.
210. Een zondagssteek houdt geen week.
211. Eens maar nooit weer.
212. Eerlijk duurt het langst.
213. Eerlijk is eerlijk.
214. Eerst eten zeggen ze in Oosterhout.
215. Eerst zat er de mot in en nu zit er schot in.
216. Eet smakelijk, niet teveel anders word je akelig.
217. Eigenwijs tot in het kwadraat.
218. Elk huisje heeft zijn kruisje.
219. En dan is er koffie.
220. En de boer hij ploegde voort.
Hosted by www.Geocities.ws

1