| Uitspraken van ma |
| 601. Prikke met husse, met je neus ertussen. 602. Proberen is 't naaste. 603. Profeten die brood eten. 604. Propere Neel uit het vuile straatje. 605. Regeren is vooruitzien. 606. Rijstepap met gouden lepeltjes. 607. Rode kool is geen witte, ga nou maar weer zitten. 608. Rood en groen is boerenfatsoen. 609. 's Avonds een man, 's morgens ook een man. 610. Scheiden doet lijden. 611. Schelden doet geen zeer maar biechten moet je meer. 612. Sch�n ist die Jugendzeit. 613. Schoonheid vergaat en lelijk dat blijft. 614. Schrijf het maar op je buik en veeg �t maar af met je hemd. 615. Schrik op schrik hoe blijf je gezond? 616. Schurft en krats zijn ��n. 617. Slecht land waar het geen mens goed gaat. 618. Snapp�z vous? 619. Snij niet in je rug. 620. Spaar je tranen maar voor later, dan zul je ze nog hard genoeg nodig hebben. 621. Sparen doet vergaren. 622. Spreek je moer�s taal. 623. Spreek met Loub en 't komt in orde. 624. Stel je voor zo�n paniek. 625. Stel niet uit tot morgen wat gij heden doen kunt. 626. Stik niet hartje. 627. Stille wateren hebben diepe gronden. 628. Tafeltje dek je, ezeltje strek je, knuppeltje uit de zak. 629. Te bot of te zot. 630. Te is nooit goed, behalve thee, thuis en te bed. 631. Tegen die tijd kan ik wel dood en begraven zijn. 632. Ter ere van welke heilige is dat? 633. Tien plus en een zoen van de juffrouw. 634. Toch geen polderbomen? 635. Twee geloven op een kussen, daar slaapt de duivel tussen. 636. U vraagt wij draaien. 637. Uit de wind en in de zon. 638. Van andermans koek is het goed repen snijden. 639. Van een andermans leer is het gemakkelijk riemen snijden. 640. Van een mooie tafel kun je niet eten. 641. Van geven wordt de geit droog. 642. Van het een komt het ander. 643. Vanaf nu ga ik stil leven. 644. Veel kun je op, maar met een beetje kun je het doen. 645. Veertien dagen ruhustehen, jongens wat een pret. 646. Verandering van spijs doet eten. 647. Vers van de pers. 648. Vite un peu. 649. Voetjes van de vloer. 650. Volgens de rekening van Bartje. 651. Voor het geld hoef je het niet te laten. 652. Voordat alle heiligen hun lichtje hebben. 653. Voorzichtigheid is de moeder van de porseleinkast. 654. Vragen staat vrij en weigeren erbij. 655. Vrienden komen en vrienden gaan. 656. Vriezen we dood dan vriezen we dood. 657. Waait de wind uit die hoek? 658. Waar bemoei je je mee? 659. Waar blijven m�n klanten? 660. Waar heb ik dat nou aan verdiend? |
| 661. Waar je mee omgaat word je mee besmet. 662. Waardeloos, hopeloos, troosteloos, Van Gend & Loos. 663. Wachten duurt altijd lang. 664. Waratjes 665. Was sagen Sie: � een doodskist voor je baas�. 666. Wat �n elend . 667. Wat de boer niet kent dat eet hij niet. 668. Wat doe je Tonia? Werken mevrouw! 669. Wat een dag, wat een dag. 670. Wat een ding zei juffrouw Dinges. 671. Wat een gezicht van ouwe lappen. 672. Wat een held op sokken. 673. Wat een luie schipper. 674. Wat een poppenkast. 675. Wat een toestand in Marokko. 676. Wat er toch allemaal over het kopke waait. 677. Wat er vandaag valt, valt morgen niet. 678. Wat gij niet wilt dat u geschiedt doe dat ook een ander niet. 679. Wat had je voor je met me trouwde? Rust vrouw, rust! 680. Wat heb ik nou aan m'n fiets hangen? 681. Wat hebben we het toch goed en waar hebben we het aan verdiend? 682. Wat het huis verliest geeft het huis ook weer. 683. Wat in het vat zit verzuurt niet. 684. Wat je geeft dat heb je en wat je houdt dat ben je kwijt. 685. Wat kun je jezelf toch begaaien. 686. Wat niet kan dat kan niet. 687. Wat niet weet, wat niet deert. 688. Wat wil je nog meer. 689. Wat wou�k zeggen liegenie? 690. Wat zeit ie? Als ie valt dan leit ie. 691. Wat zijn we toch rijke mensen. 692. Wat zullen we nou nog �s kapot gooien? 693. Water doet de palen rotten, die het drinken dat zijn zotten. 694. Water heb ik niet graag in m'n klompen. 695. Water waarschuwt niet. 696. We doen ons best, meer kunnen we ook niet doen. 697. We gaan w��r verder. 698. We hebben de boot gemist. 699. We koken hier wel met de deksels op de pannen. 700. We laten hier niets aan het toeval over. 701. We leren het wel, als we maar oud genoeg worden. 702. We leven nog wel zei Grutje. 703. We rijden allemaal wel eens een scheve schaats. 704. We rijmen en dichten zonder ons hemd op te lichten. 705. We weten de weg en kennen de spraak. 706. We zien wel waar het schip strandt. 707. We zijn allemaal mensen van de dag. 708. We zijn de wereld nog niet uit. 709. We zijn mooi onder de pannen. 710. We zullen de boter nog eens tegen de zolder gooien. 711. We zullen het maar blauw blauw laten. 712. We zullen het nog eens dunnetjes overdoen. 713. We zullen zien sprak de blinde. 714. Wees jij nou de wijste. 715. Wees tevreden met je deel, vandaag is het weinig, morgen veel. 716. Wees zuinig met wat je hebt. 717. Werken dat je naadjes kraken. 718. Wie biedt er geld voor? 719. Wie dan leeft wie dan zorgt. 720. Wie de hoed op heeft kan alles, wie de pet op heeft kan niks. |