Het opnemen kan op verschillende manieren en met verschillende applicaties
gebeuren.
 |
| De meters in Dalet zitten in een aparte applicatie. Als er in de Daletcomputer een geluidskaart met
één stereo in- en uitgang zit, zie je twee faders waarmee je
de uitgang regelt en naast elke fader een niveaumeter. Daarboven zie je twee
GAIN-regelaars die het ingangsniveau regelen. Het
is gebruikelijk om in de studio's dit faderconsole weg te halen en de uitgang en
ingang van de geluidskaart te ijken op de
meters van het mengpaneel.
Je kunt met de hand opnemen, bijv. in de applicatie waarin je ook monteert,
zoals de surfers, maar ook automatisch. Dit kun je koppelen aan signalen
die van buiten komen. Bijvoorbeeld als er een correspondent uit Amerika inbelt, dan kan de applicatie autorec daarop
reageren en de computer automatisch op opname zetten. De audio wordt
weggeschreven naar de database en krijgt automatisch een naam.
Je kunt natuurlijk ook de mogelijkheden gebruiken die in Wavelab zitten, zoals
de opname laten beginnen als een bepaald input-niveau wordt aangeleverd.
|
|
Je kunt files importeren, bijvoorbeeld van flashcard - het nieuwste
opnamemedium - of gewoon in realtime opnemen in surfer. In surfer4
en surfer8 kun je meersporenmontages maken.
Veel functies die je in Wavelab tegenkomt, zitten natuurlijk ook in Dalet, maar
beide systemen hebben natuurlijk eigen mogelijkheden. Het feit dat Wavelab alles
omzet naar wave-format, betekent dat je niet rechtstreeks in mp3 kunt monteren -
dat kan wel in Dalet. Zoals wave het uitgangspunt van het monteren met
wavelab is, is mpeg 2 dat voor Dalet. Wat in Dalet niet kan is het
scheiden van links en rechts van een stereo-audiosignaal Je kunt ook
niet de stereobreedte versmallen bij Dalet.
Het monteren met Dalet verschilt niet zoveel van monteren met Wavelab, maar
je monteert over het algemeen in MPEG. Met de laatste versie van Dalet is het
ook mogelijk in Wave te monteren, maar dat heeft toch beperkingen. Wellicht
zullen die in de toekomst verdwijnen.
Een functie die ik in Wavelab toch ook wel zou willen zien, is het direct in
het montagescherm opnemen, waarbij je tijdens de opname al ziet dat de golfvorm
wordt opgetekend. In Daletversie 5.1 is het zelfs zo dat tijdens de opname de
kleur van de golfvorm rood is. Als de opname stopt veranderd die in groen.
Overigens heb je een beperkte mogelijkheid om de kleuren aan te passen.
Er wordt vaak afgegeven op de montagemogelijkheden van Dalet en dat is
terecht als je met hoge kwaliteits opnames bezig bent, maar voor radioreportages
voldoet Dalet in de meeste gevallen prima. Ook kwalitatief is mpeg 2 voldoende:
FM-kwaliteit is immers de hoogst mogelijke kwaliteit van radio, en dat is verre
van CD-kwaliteit.
De toekomst kan
ons natuurlijk inhalen en betere kwaliteit in onze huiskamers brengen, maar
zover is het nog niet. Vroeger had je radio-distributie. Ik kan me dat nog wel
herinneren: terwijl wij ons tevreden moesten stellen met AM-kwaliteit,
luisterden onze buren met het distributie systeem (eigenlijk een direct
kabelsysteem). Dat was een enorm
verschil. De distributie heeft het niet gehaald en was door de komst van de
FM-zenders (en stereo) ten dode opgeschreven. Tegenwoordig zijn we overgeleverd aan
kabelexploitanten die niet altijd dezelfde kwalitieit doorsturen als ze het
toegeleverd krijgen van de zenders.
Met mpeg monteren, betekent dat je in "frames" monteert. (Vergelijk
het met het monteren op een MD-recorder). Het kleinste stukje dat geknipt of
bewerkt kan worden met mpeg is 24 msec groot. Ik zeg expres groot, want 0.5 seconde
materiaal bestaat dan uit maar (bijna) 21 stukjes. Als je dus een fade maakt van een
halve seconde, dan zijn dat 21 stapjes, van maximaal tot helemaal weg.
Afhankelijk van het geluid kun je dat zelfs horen. Bij een sinustoon, gefade in
een halve seconde, kun je duidelijk de afzonderlijke stapjes horen. Een
"stapje" betekent een niveauval en dat betekent vervorming. Een fade
van een sinustoon klinkt erg rafelig. Bij "normaal"
geluid valt dat erg mee.
Muziek monteren met Dalet doe je dus niet, tenzij het een montage is voor een
radioprogramma. Daarmee wordt je dagelijks op de radiozenders geconfronteerd.
Sommige montages zijn echt de moeite waard, omdat ze leuk zijn of knap in elkaar
geschoven. Voor jingles gelden andere eisen, omdat vaak met plug-ins wordt
gewerkt, zoals het befaamde Auto-tune (Believe van Cher) en de vocoder (Let's
dance van Five). Veel jingles worden met ProTools gemaakt, maar afgedraaid uit
Dalet of van MiniDisc.
 |
| Als de montage klaar is in Dalet wordt het resultaat ge"bounce"d
als een aparte audiofile.
De term bouncen ben je wellicht vaker tegengekomen op
deze site en heeft te maken met het feit dat de nieuwe audiofile terug wordt
geplaatst in het montagescherm op bijv. het onderste spoor.
Je kunt dan de andere
sporen leeg maken en daarop verder gaan met opnemen: het bekende trackbouncen
wat gedaan werd toen het aantal bandsporen in de studio's tekort schoten. |
|
Het was gitarist Les Paul die begon met meersporentechnieken. Op zijn
aanwijzingen werd voor het eerst een meersporenrecorder gemaakt -
luister
maar eens naar de muziek van Les Paul en Mary Ford op de eerste (commerciële) multitrackopname
"How high the moon" uit 1951 !
Hij bedacht ook de band-echo en de techniek waarbij op een lagere
bandsnelheid werd ingedubt, zodat bij weergave de klank was veranderd. Het sloeg
enorm aan. Het prototype van de 8-sporenrecorder had Les Paul al in 1954 klaar,
maar midden jaren 60 werd de Beatles-LP "Sgt. Pepper's .." nog met
twee gekoppelde 4-sporen machines gemaakt. Maar vanaf dat moment ging het
redelijk snel.
Na de 8-sporenrecorder volgde de 16-sporen recorder en de laatste analoge meersporen machine waar ik mee werkte had 24 sporen
(Studer A800). In die tijd was audio-editing d.m.v. computers al in opmars. Mijn laatste hoorspel ging op 16-sporen en omdat ik geen beschikking had
over fader-automation, ging ik ook bepaalde gedeeltes, die moeilijk waren te
schuiven, middels trackbouncing op lege sporen zetten.
De vrijheid die je hebt met computer-editing is werkelijk fantastisch. En dat
komt omdat je natuurlijk niet ECHT op sporen opneemt - dat een editor in tracks
is verdeeld is alleen maar om het ons makkelijker te maken. Daarom zien de
knopjes voor play, record, pause en stop er net zo uit als op onze bekende
taperecorders. Maar het is maar een interface. Het feit dat je niet op een
band opneemt, maar een schijf die direkt op elk punt van die schijf benaderd kan
worden is natuurlijk het grote voordeel. Bovendien is door de digitale techniek
de snelheid waarmee die schijf ronddraait onafhankelijk van de snelheid waarmee
het geluid wordt afgespeeld. Je kunt de schijf vele malen sneller aflezen dan
noodzakelijk is om de muziek te horen. Hierdoor kun je makkelijk meerdere
geluidsstromen tegelijkertijd bewerken. De computer vormt daarin de sturing.
Een functie die je tegenkomt bij Dalet en niet bij Wavelab
(althans niet bij Wavelab 3) is het versneld afdraaien. Dalet heeft
"knoppen", waarmee je tijdelijk de montage met hogere snelheid kunt
afdraaien. Meestal is dat 40% sneller dan normaal, waarbij gesproken woord nog
redelijk te volgen blijft. Dit kon met band ook en werd veel toegepast in de
radiostudio's, maar bij huisrecorders nooit. Daarom heeft waarschijnlijk Dalet
wèl die mogelijkheid en Wavelab niét. Misschien komt dat nog.
Wat de Daletsurfer niet kan, is op een enkel spoor een cross maken. Hier zijn altijd
twee sporen voor nodig. De manier waarop Wavelab in één track kan
crossen, is fenominaal. Ook grafisch is het erg duidelijk. Als je met Dalet
werkt, zul je dat zeker missen.
Als je een ruw stuk audio hebt, getimed en al, waaruit je stukken wilt halen
om te monteren, dan is het handig om dat ruwe materiaal in een apart venster te
zetten en de stukken daaruit te kopiëren naar een ander Audiomontage venster.
Dat kan in Wavelab, want je kunt zoveel vensters openen als je maar wilt.
Dat kan in wavelab in zekere mate ook. Je kunt in surfer je ruwe
materiaal te zetten en de stukken die je wilt gebruiken daaruit te slepen naar surfer4.
