Het is dinsdag 2 februari 1999, een klein Belgisch meisje loopt wat bedeesd rond op de grote vlieghaven van Schiphol. Ja, dat ben ik, Karine Cober. Studente aan de Hogeschool Brabant (Nederland), klaar voor mijn afstudeeropdracht in Zuid-Afrika. Eén ding weet ik al zeker, en dat is dat er twee Nederlanders bij hetzelfde bedrijf ook stage lopen. Samen met mijn ouders probeer ik deze twee, Erik en Ruben te vinden. We vinden wel nog een aantal lotgenoten klaar voor het stageavontuur, maar geen spoor van Erik Hutten of Ruben De Wit. De spanning wordt gebroken door een stem die mij wist te vertellen dat het tijd was om in te checken.
![]()
De Boeing 747 brengt ons naar Zuid-AfrikaVia een lange smalle tunnel beland ik zonder het te weten in het vliegtuig. De vriendelijke hostess vertelt mij waar ik de volgende 12 uur mag zitten, naast 2 studenten. Het zijn wel Nederlanders en ze gaan ook naar Zuid-Afrika voor hun stage maar ze noemen niet Erik en Ruben. Na de gebruikelijke filmvoorstellingen en het dutje komt de stewardess ons wekken voor het ontbijt. De meeste mensen kijken nog half slapend toe hoe anderen de kleine gordijntjes openen. Tegen de tijd dat het vliegtuig gevuld is met zonnestralen kondigt de kapitein aan dat we zodadelijk gaan landen.
Het vliegtuig maakt een veilige landing op de luchthaven van Johannesburg (Jo'burg). We worden opgewacht door de man die zorgde voor de stages van Nederlandse studenten. Hij zegt dat Ruben, Erik en Karine mee mogen gaan met Liezl Storm, van de Human Resourcement afdeling van ons stagebedrijf. Eindelijk heb ik ze gevonden, denk ik goedkeurend bij mijzelf.
Na een kleine twee uur rijden komen we aan in Middelburg: Tuiste van vlekvrijstaal gelegen in het Highveld van Mpumalanga. In het midden van de stad vinden we onze verblijfplaats voor de komende maanden, namelijk de CJV Lodge. Hier logeren al de stagestudenten van ons stagebedrijf.
's Avonds nodigen Liezl en haar man, André, ons uit op hun grote boerderij. Hier krijgen we al onze eerste braai ofwel een barbecue waarschijnlijk uitgevonden door de Afrikaners. André doet aan boeren, hij heeft zowel runderen als maïs en soja. Zelfs een klein schooltje voor de kinderen van zijn werknemers. Maar 's nachts wordt het maïsveld verstoord door stekelvarkens, die zich te goed doen aan de maïsplanten. Daarom stelt André voor om te gaan jagen op de stekelvarkens. Hij pakt zijn jachtgeweer en wij mogen in de bak van het bakkie (pick-up truck) gaan staan. Even later spotten we al een stekelvarken maar die slaat onmiddellijk op de vlucht omdat de grote koplampen in zijn ogen schenen. Om deze nederlaag te verwerken mogen we bij Liezl en André blijven slapen.
De volgende morgen leert André ons golfen, een hobby van veel Afrikaners. De zeer grote tuin is weliswaar omringd door een hekken dat onder hoogspanning staat. Na een tijdje oefenen beland ons balletje juist achter dit hek. Niemand van ons is ongevoelig voor hoogspanning daarom laten we braafjes het balletje liggen. Als afsluiter van onze tweede dag in Zuid-Afrika houden we nog eens een braai.
De volgende ochtend komen we terug bij onze lodge en kan het uitpakken beginnen. Verder ook eens naar huis bellen om te zeggen dat we goed zijn aangekomen. Blijkt nu dat de ouders al ongeduldig aan het wachten waren op een telefoontje, maar ja we hadden het te druk met ons te amuseren. Trouwens als het vliegtuig was neergestort hadden ze het al lang gehoord.
De andere studenten zijn nog op het werk, zodoende is er op de lodge niet veel te beleven. Dan maar de stad, Middelburg, verkennen. Al de straten staan in een dambordpatroon, dit maakt het verkennen toch iets makkelijker. Na het openen van een bankrekening hebben we toch wel dorst gekregen. Als echte Belg en Nederlanders proberen we op zoek te gaan naar een café. We vinden verschillende plaatsen met het woord "café, kafee" op de gevel. Blijkt nu dat dit kleine winkeltjes zijn. Uiteindelijk vinden we een bistro waar we ook enkel iets mogen drinken. Hier komt de eerste kennismaking van het Afrikaanse pilsbier, Castle en Lion. Voor de Nederlanders brouwen ze hier ook Amstel en importeren ze Heineken. Belgisch bier hebben ze hier niet. Wij exporteren niet, we drinken het zelf op. Verder merken we ook al dat de mensen hier echt vriendelijk zijn.
Tegen vijf uur komen we terug aan bij de lodge, juist op tijd om te gaan eten en kennis te maken met de medebewoners: blanken, zwarten en Indiës.
Maandag 8 februari, de eerste werkdag. Aangezien we nog geen auto hebben rijden we mee met de bedrijfsbus naar het bedrijf. De eerste dagen leren we over de geschiedenis van het bedrijf, Columbus Stainless, zijn doelen en de producten: roestvrijstaal. Verder krijgen we onze veiligheidskleren, veiligheidsschoenen, bril en helm. Spijtig genoeg hebben ze niet op kleine maten gerekend.
Ruben en ik aan het spelen met de brandweerslang..................Vuvu en Tsjepo doen mee.
Totdat er water uit de brandweerslang komt. Gelukkig hebben we onze veiligheidskleren aan.
's Avonds hebben we eindelijk een echte Engels pub gevonden waar ze ook Iers en Duits bier hebben. Verder is er 's avonds in Middelburg niet veel te beleven daarom besluiten we om ons aan te sluiten bij een fitness club.
Donderdag 11 februari, is het echt de eerste werkdag. Mijn mentor en de stageopdracht vallen echt goed mee en ik krijg even tijd om een mailtje naar huis te sturen. Wat waren die weer blij dat ze nog iets van mij hoorden.
Tijdens het weekend besluiten wij een braai te geven voor onze medebewoners van de lodge. We hadden trouwens een leuk plekje gevonden aan een rivier. Het werd een zeer geslaagde avond, dat is eens iets anders dan naar de fitness of de cinema te gaan.
Na dit leuk weekend kunnen we er weer tegen om een week vroeg op te staan en naar het werk te gaan. Als
het vrijdag is zijn we weer blij, niet enkel omdat het weekend is, maar Gerhard gaat ons Pretoria laten zien. Nadat we Erik hebben afgezet bij zijn vriend gaan Gerhard, Ruben en ik een kijkje nemen bij het Kruger standbeeld, de Union Building en natuurlijk Hatfield Square. Dit laatste is het belangrijkste, het is namelijk de uitgaansbuurt van Pretoria met veel cafés. Dit is wat anders dan de twee cafés van Middelburg. Zaterdag gaan we verder Pretoria ontdekken en een auto zoeken. We vinden een Fiat Uno die op het eerste zicht wel in orde is, en denken eraan om deze te kopen.
Tegen de avond aan worden we uitgenodigd bij vrienden van Gerhard. Hier krijgen we nog een nationaal gerecht: potjie kos. In een gietijzeren pot doet men vlees, groenten, champignons, kruiden, witte wijn en dan laten ze dit vijf uur op een braai staan. Dit is echt lekker en natuurlijk zegt elke Afrikaner dat zijn potjie het beste is.
Helaas zit het weekend er weer op en begint er weer een werkweek. Vrijdag is het een grote dag. We gaan de Fiat Uno kopen. Na een klein testritje besluiten we dat de koop doorgaat. Het is wel even wennen daar ze links rijden. Maar de ultieme test is zaterdag 27 februari, we gaan naar Sabie.
Eerst komen we een dorp tegen dat Waterval Boven noemt en een beetje verder is er Waterval Onder. Dus wij denken dat daar een waterval is, in ons boekje staat enkel een oude spoorwegtunnel van de spoorweg naar Mozambique. Eerst in het centrum van Waterval Boven gaan kijken en dan langs het water gereden, maar geen waterval te zien. Uiteindelijk vinden we toch een brave ziel die ons kan vertellen waar die waterval dan wel is. We vinden wel die oude spoorwegtunnel maar geen waterval, we horen water en we zien een pad dat al overwoekerd was door de planten. We zullen het toch maar riskeren om dit pad te volgen. Aan het einde van dit pad worden we beloond met een waterval. Dit is onze eerste waterval die we gevonden hebben en natuurlijk is die dan mooi.
![]()
De waterval van Waterval Boven en OnderDan verder gereden naar Sabie het is al donker als we daar aankwomen en in onze boekjes gekeken of we ergens een slaapplaats konden vinden. Dit vonden we snel genoeg in "The Jock of the Bushfield Lodge", midden in het centrum van Sabie.
Zondag is een goede dag om het Venster van God te gaan bezoeken. God’s Window is in de hoogte gelegen (boven de wolken) en hier heb je een zicht over het hele gebied, het Lowveld met vooral veel productiebos voor hout en papier. Het is hier echt mooi en je ziet ook goed de hoogste berg van dit gebied. Dan richting Graskop, maar eerst onderweg stoppen aan Pinacle Rock, een zuilrots die uitsteekt boven de weelderige wildernis en ook aan de vele souvenirkraampjes die verspreid liggen langs de weg. Graskop is meer een stopplaats voor toeristen met vele souvenirwinkeltjes. Wie in Graskop is moet zeker één van de vele pannenkoeken proeven zoals een pannenkoek met kip en champignons.
.........................
![]()
Pinacle Rock..................................................... God's WindowDan via een kronkelende, stijgende en soms dalende weg naar Pilgrims Rest gereden. Dit is een oud dorpje, ontstaan tijdens de goudkoorts, nu is het een toeristendorpje.
Uiteindelijk komt de tijd dat we terug naar Middelburg moeten. Na een hele lange rechte weg (N4) zien we ineens voor ons een grote fabriek en het is... Columbus Stainless, dus we waren bijna thuis. Zodoende zit onze eerste avontuurlijk maand erop.