| Uit Chinese Sprookjes, Uitgeverij Elmar 1990 Het gewaad van de koningstijger |
||||||||||||||
| Er was eens een arme herder, die maar een melkkoe en twee geiten bezat. Samen met zijn vrouw sloeg hij zich zo goed en zo kwaad als het ging door het leven, maar ze konden de eindjes niet aan elkaar knopen. De drie kinderen die zijn vrouw hem geschonken had, waren allen op zeer jeugdige leeftijd gestorven. De ouders waren zo langzamerhand over hun verdriet heen gekomen en hadden de hoop op een verdere kinderzegen opgegeven. Na enkele jaren schonk de vrouw echter, tegen alle verwachtingen in, midden in de winter het leven aan een jongen. De vader en de moeder waren dolgelukkig. Inmiddels was goede raad duur, want waarmee moesten ze het kleintje nu opvoeden? Als er nu nog maar een koe of nog een paar geiten meer geweest waren! de ouders zeiden: �komt tijd, komt raad�, en melkten eerst maar eens, voor hun tent gezeten, de koe. Zo verzadigden ze de nieuwgeborene met verse melk. Tot grote verbazing van beiden groeide het kind echter niet in vele dagen en jaren, maar werd in een paar uur steeds groter. Nauwelijks was de dag voorbij of het was al een volwassen man geworden en overtrof wat lichaamslengte betreft alle andere mensen. De ouders waren verschrikt en blij tegelijk. Zij gaven hun zoon de naam Goenan. De eerste dag toonde Goenan zo�n grote honger, dat hij een geit met huid en haar opat en op de tweede dag verorberde hij zonder veel ophef ook de tweede. De ouders zagen dit met grote ontsteltenis aan en zeiden tegen elkaar: �Morgen zal hij onze enige koe ook nog opeten! Hoe moeten we dan verderleven?� Op de derde dag zei Goenan tegen zijn moeder: �Liefste moedertje! Onze familie is zo arm en er is nog maar ��n koe over. Laat me de wereld ingaan zodat ik voor mijn eigen kostje kan zorgen. Altijd thuisblijven wil ik ook niet; dat vind ik te vervelend, ik word er nu al gek van!� De moeder keek haar grote en ijzersterke zoon een poosje aan en zei met tranen in haar ogen: �Mijn zoon, wat zou je nu in dit land kunnen beginnen? Je kunt het beste eens naar onze vorst, de kahn gaan; misschien heeft die wel werk voor je.� Goenan dacht hierover na en nam toen de raad van zijn moeder aan. Hij was nog maar halverwege toen hij een uitgehongerde wolf tegenkwam. Nauwelijks had het beest de reiziger ontdekt of het viel hem aan. Goenan hield de wolf tegen, maakte het met ��n enkele greep van kant en vilde hem. Hij maakte ter plaatse een vuur en braadde het vlees. |
||||||||||||||
![]() |
![]() |
|||||||||||||
| 1 2 3 4 | ||||||||||||||
| Terug | Verder | |||||||||||||