Pagina 1 2 3 4 Hoofdmenu
HET VOORKOMEN VAN ORCHIS SPITZELII IN DE ZUIDOOSTELIJKE VERCORS                                                          
Gepubliceerd in Eurorchis no. 14, 2002

Jan van der Straaten, Kees Laarhoven en Willem van Kruijsbergen                                                     


1. Inleiding en probleemstelling
Orchis spitzelii wordt als ��n van de zeldzaamste Europese orchidee�n beschouwd. De verspreiding in Europa is erg verbrokkeld. De soort komt maar op een klein aantal plaatsen in Europa voor; als hij voorkomt kunnen de populaties een flink aantal planten omvatten. Delforge (1994) vermeldt vindplaatsen van Sloweni�, Zwitserland, Oostenrijk, Itali�, Frankrijk en Zweden; hij rekent het voorkomen in Spanje tot de soort O. cazorlensis. De laatste jaren worden vooral in Frankrijk nieuwe vindplaatsen ontdekt in de zuidoostelijke helft van het land. Zo vermeldt Jacquet (1995) het voorkomen in de d�partementen Corsica, Var, Alpes-Maritimes, Hautes-Alpes, Alpes-de-Haute-Provence, Hautes-Alpes, Dr�me, Is�re, Haute-Savoie en Jura. Waarschijnlijk is Is�re het d�partement met het grootste aantal vindplaatsen. In de recente atlas van dit d�partement worden een dertigtal vindplaatsen genoemd (Mus�um d�Histoire Naturelle de Grenoble, 1995).
Toen we een aantal jaren geleden voor de eerste keer in de zuidoostelijke Vercors kwamen, waren we uiteraard zeer benieuwd naar deze zeldzame orchidee. Waar komt hij voor? Welke eisen stelt deze soort aan zijn  biotoop? Wordt deze orchis bedreigd en waaruit blijkt dat? Wij vinden dit de belangrijkste onderzoeksvragen; zonder kennis van deze onderwerpen lijkt ons een goede bescherming niet mogelijk. Dit is ook van belang omdat de bestaande literatuur geen helder beeld geeft van de biotoopeisen van deze soort. De eerste vindplaats was relatief snel gevonden. Hans Dekker vertelde ons dat Orchis spitzelii in de berm van de weg over de Col de l� Allimas bij Gresse-en-Vercors te vinden zou zijn en dat we hem daar moesten zoeken tussen de Arctostaphyllos uva-ursi; dat gegeven was ook in de literatuur te vinden. Inderdaad stonden daar enkele exemplaren in de eerste helft van juni te bloeien.  Maar op die vindplaatsen kwam Arctostaphyllos uva-usi nauwelijks voor.
De literatuur verschafte ons informatie, maar wij zagen geen mogelijkheid hieruit een bepaalde habitat te construeren. Het volgende jaar probeerden we wat lijn in het verhaal te krijgen door alle plaatsen die een beetje op de Col de l� Allimas  leken, nader te onderzoeken. Dat bracht ons verder: we vonden een vijftal groeiplaatsen. Een van de auteurs van dit artikel had een flinke groeiplaats gevonden in een ijl bos ten zuiden van Gresse. Wij meenden dat we inmiddels enig gevoel voor de habitat van de soort hadden ontwikkeld. Met deze ervaring inventariseerden we in de eerste helft van juni 2001 delen van de zuidoostelijke Vercors. Deze inventarisaties werden uitgevoerd door de auteurs van dit artikel, Marijke Verhagen, Harry van Loon, Ton Brok en Mat Crijns. We zochten hellingen en ijle bossen af door enkele honderden kilometers bergpad af te lopen en waren daarvoor de hele eerste helft van juni onderweg. Tenslotte bedanken wij Hans Dekker voor nuttig en bruikbaar commentaar op een eerdere versie van dit artikel.

2. De resultaten van het onderzoek
De resultaten waren verbluffend. In de recente verspreidingsatlas van het d�partement  Is�re wordt de soort opgegeven van een dertigtal vindplaatsen in 18 blokken. Wij deden ons onderzoek in 5 blokken in het zuidelijke deel. Daar stelden wij de soort vast op 42 locaties, aanzienlijk meer dan van het hele d�partement tot dan toe bekend was. Hoe is dit grote aantal nieuwe vindplaatsen te verklaren? In de eerste plaats hebben we de indruk dat de meeste orchidee�nkenners en �liefhebbers zich eerder per automobiel naar een mogelijke, meestal bekende, vindplaats begeven dan dat zij zich de moeite getroosten uitgebreide zoektochten over bergpaden te ondernemen. Daarbij komt nog dat zo�n gebied als de Vercors een bijna oneindige uitgestrektheid heeft als je nieuwe vindplaatsen wilt opsporen van een nauwelijks bekende orchidee. Als je de potenti�le vindplaatsen niet bij benadering weet te preciseren, is het zoeken onbegonnen werk. Wij waren in staat de mogelijke vindplaatsen nader aan te duiden door steeds weer met elkaar te discussi�ren over de kenmerken van de steeds langer wordende lijst groeiplaatsen. We noemden dat de ontwikkeling van het Spitzel-levengevoel.
Alle vindplaatsen werden op een kaart ingetekend, het aantal planten werd geteld, de ligging van de helling werd aangegeven, de mate van beschaduwing werd bepaald, bovendien werden alle plantensoorten in een cirkel met een doorsnede van 2 meter om de planten heen genoteerd. Ook werd het substraat op enkele plaatsen nader onderzocht. Soms kwamen de planten verspreid, maar min of meer samenhangend over een groter gebied voor. Dat is door ons steeds als ��n locatie beschouwd. Als er een duidelijk ruimtelijke scheiding was tussen clusters van planten, beschouwden we dat als twee locaties. De kortste afstand tussen twee locaties was enkele honderden meters.
De resultaten van ons onderzoek worden weergegeven in de volgende tabel en verspreidingskaart
De tabel is beschikbaar in Excel-format en kan
hier worden gedownload.
Verspreidingskaart
3. Bespreking van de resultaten
3.1 Bespreking van gegevens uit de literatuur
In de eerste plaats willen we aandacht besteden aan hetgeen in de literatuur te vinden is over de groeiplaatsen van Orchis spitzelii. Met behulp van onze gegevens uit de tabel kunnen we hierop commentaar geven. Daarna wordt in 3.2 nader ingegaan op de kenmerken van de groeiplaatsen in de Vercors.
De gegevens over het voorkomen van Orchis spitzelii in de literatuur zijn spaarzaam en vaak gebaseerd op enkele waarnemingen. Dat hangt samen met het geringe aantal vindplaatsen dat tot voor kort bekend was.
* Mrkvicka (1992) bespreekt de vindplaatsen in de Oostenrijkse Alpen. Orchis spitzelii komt daar voor op steile hellingen met blauwgrasland, die ogenschijnlijk grote overeenstemming hebben met de vindplaatsen 24, 31, 32 en 33.  De opvattingen van Mrkvicka worden in de volgende paragraaf nader toegelicht, aangezien deze verhelderend kunnen werken voor de verspreiding in de Vercors, die daar aan de orde is.
*  Delforge (1994) vermeldt dat Orchis spitzelii in het algemeen voorkomt op locaties waar �s winters veel sneeuw valt en blijft liggen. Hij baseert dit waarschijnlijk op een waarneming in Autrans in het noorden van de Vercors, waar hij (1981) vaststelt, als hij de groeiplaats voor de tweede keer bezoekt, dat daar begin juni nog volop sneeuw ligt. In de eerste plaats dient hierbij te worden opgemerkt, dat de hoeveelheid sneeuw in het voorjaar in de Vercors van jaar tot jaar zeer sterk kan vari�ren. Bij zijn tweede bezoek had Delforge te maken met een jaar waarin uitzonderlijk veel sneeuw in het late voorjaar was gevallen. Bovendien verdwijnt door aanzienlijke klimaatsverschillen de sneeuw in Autrans so wie so al twee tot drie weken later dan op enkele honderden meters hoger gelegen locaties in het zuidelijke deel van de Vercors.
Hierbij kan nog worden opgemerkt dat op een groot deel van de door ons gevonden locaties sneeuw geen rol speelt. Bijna alle locaties liggen op hellingen die in meer of mindere mate op het zuiden zijn geori�nteerd. Bovendien liggen de vindplaatsen op ongeveer 45 graden Noorderbreedte; dat wil zeggen dat de zon er �s winters 7 graden hoger aan de hemel staat dan in Nederland. Hierdoor smelt de sneeuw op de op het zuiden geori�nteerde onbeschaduwde hellingen van de groeiplaatsen binnen enkele dagen weg; dit gebeurt zelfs na zware sneeuwval van meer dan een meter. Slechts op plaatsen waar de planten in het bos staan, kan de sneeuw langer blijven liggen door schaduwwerking. Dit is vooral zo in de lager gelegen vindplaatsen, die relatief vaker in het bos liggen. Maar vooral voor de hoger gelegen vindplaatsen kan worden vastgesteld dat  sneeuwbedekking geen rol van betekenis speelt.
Pagina 1 2 3 4 Hoofdmenu
Hosted by www.Geocities.ws

1